Commentaar, Filosofie
Iran hoofddoek Othman

Te veel hersenen, te weinig body

Een gezond denkproces is nooit slechts cerebraal, het is ook zeer lichamelijk

Othman El Hammouchi op Doorbraak is niet meer, hij publiceert nu op Knack.be. Ik vind dat spijtig, al moest ik vaak mijn wenkbrauwen fronsen bij de ronduit onbeschofte reacties die er volgden op elk van zijn interventies. Wat niet wil zeggen dat ik het met hem eens was. Ik vond wel dat hij het recht had te zeggen wat hij te zeggen had en ik was trots op Doorbraak dat het hem daar ruimte voor gaf. Zoals ik het interessant vond hoe hij steevast niet op een islamitische retoriek steunde om zijn conservatisme in de verf te zetten, maar op onze eigen liberale coryfeeën zoals John Rawls en John Stuart Mill. Hij heeft die ook allemaal gelezen, wat ik van mezelf niet durf beweren, én hij heeft ze begrepen, hij goochelt ermee.

Te gemakkelijk kennis etaleren

Dat deed hij ook tijdens de presentatie van zijn eerste boek, Lastige Waarheden (uitgeverij Polis), in de voortreffelijke boekhandel De Zondvloed in Mechelen. Joël De Ceulaer als ‘challenger’ kroop net niet kwijlend aan zijn voeten, terwijl Othman zijn subliem verstand nogmaals etaleerde. Het klonk allemaal goed, alléén, ik vind het te cerebraal. Othman redeneert met zijn hersenen. Ik zou hem graag eens met zijn hele lijf zien denken, als een mens van vlees en bloed. Zo ook in zijn recent stuk op Knack.be (20/12), N-VA gebruikt de hoofddoek als een hondenfluit. Precies omdat hij denkt logisch te redeneren, begaat hij daarin verschillende logische denkfouten.

Dat begint met zijn uitgangspunt: hij oefent kritiek uit op Darya Safai, en stelt haar gelijk met de N-VA. Nu is de Iranese vluchtelinge Safai overduidelijk een lid van die partij, en die is voorzeker zinnens haar in de volgende verkiezingen uit te spelen, maar bij mijn weten bekleedt zij nog steeds geen mandaat. Othman begaat dus een manipulatieve pars pro toto-redenering om zijn emotionele afkeer te camoufleren, maar tot daar aan toe.

Erger is dat hij haar ontzegt wat hij beweert te verdedigen, de freedom of speech. Hij valt haar aan omdat zij in een eerder opiniestuk De hoofddoek is niet zomaar een onschuldige expressie van een religieuze identiteit op datzelfde Knack.be (18/12), gezegd had dat de hoofddoek vrouwonvriendelijk, discriminerend en zelfs een vorm van kindermishandeling zou zijn. Hij noemt dit ‘geen prolegomenon voor een constructief debat, maar een hondenfluitje voor de eigen achterban.’ Nog afgezien van het nodeloos moeilijke woord ‘prolegomenon’ – dat hij dan nog verkeerd gebruikt – zie ik niet in waarom Safai geen duidelijk standpunt mag innemen in de aanhef tot een discussie. En waarom hij dat moet proberen onderuit te halen met een nodeloos vulgaire vergelijking.[1] Maar tot daar aan toe, kijken we even wat zijn redenering inhoudelijk waard is.

Vrouwen zijn nu eenmaal graag mooi

Hij valt Safai aan omdat ze beweert dat de hoofddoek vrouwen tot een seksueel object zou maken, en zet meteen de gekende tegenaanval in: het is het seculiere hedonisme dat de vrouw verdingelijkt: ‘Van auto’s en parfums tot de ordinairste wasproducten: haast alles wordt gemarket aan de hand van knappe, schaars geklede dames die moeten beantwoorden aan artificiële en schadelijke schoonheidsstandaarden.’ Ik raad hem even de lectuur aan van een schitterend cursiefje dat Paul van Ostaijen ooit schreef, De kioskjuffrouw.[2] Wat van Ostaijen in zijn lichamelijke genialiteit daarin onthult, is dat vrouwen graag mooi zijn en daarvoor bewonderd willen worden. Dat heeft de mode-industrie al lang ontdekt en werd door ettelijke onderzoeken bevestigd: vrouwen maken zich niet mooi omdat zij mannen willen behagen, maar omdat zij zich graag goed voelen in hun vel. Daarom zien zij ook graag andere mooie vrouwen, ook vrouwen die mooier zijn dan zijzelf.

Want de Schepper, of Allah of hoe men Hem ook noemen mag, heeft zijn gunsten erg onrechtvaardig verdeeld: Hij heeft in zijn grondeloze wijsheid nu eenmaal mooie en lelijke mensen geschapen en velen daar tussenin, terwijl Hij ze met weinig moeite allemaal mooi had kunnen maken, zij het op een andere manier (ik zelf ben zowel verlekkerd op Julia Roberts als op Jennifer Anniston als op Hilde Crevits en Ann Van Elsen; ze lijken zelfs niet op elkaar). Maar waarschijnlijk was de Schepper op de zesde dag dringend aan rust toe en is Hij daardoor slordig geworden. De cosmetica- en mode-industrie proberen daar wat aan te doen, en daar geld mee te verdienen. Het weze hen gegund.

De kwestie is dat de hoofddoek, en zeker niqab en burka, dit proberen te verhinderen. Ze zijn dus niet slechts vrouw- maar ook mens-onvriendelijk. Zij beroven niet slechts de vrouwen van het recht om te onthullen hoe mooi ze wel zijn (zelfs lelijke vrouwen kunnen op een bepaalde manier mooi zijn), ze beroven zeker de mannen van het genoegen om daar met welgevallen en desnoods lust naar te kijken. Het probleem is echter niet of mannen naar vrouwen kijken, maar wel of ze hen daarna bespringen. De hoofddoek en zijn ergere pendanten vertrekken van het standpunt dat het ene onvermijdelijk uit het andere volgt. Ze zijn daarom in de eerste plaats beledigend voor mannen en dat was ook de initiële bedoeling.

De profeet als jaloerse harembezitter

Ik weet dat Othman weinig van het ontstaan van de islam afweet, dus wil ik hem even helpen. De hoofddoek was typisch voor bedoeïenvrouwen, en daar was een zeer pragmatische reden voor: zij schaamden zich voor dochters en begroeven meisjesbaby’s vaak in het zand – het siert Mohammed dat hij dit verbood. Maar daar had hij eveneens een pragmatische reden voor: door dit gebruik van meisjesmoord bij geboorte, was er natuurlijk een groot vrouwentekort. Dat had als gevolg dat ondergeschikte mannen geen echtgenote kregen, zeker als men dan nog eens weet dat de sjeiks er meerdere voor zich wilden (Mohammed had er tien). Dus moesten de vrouwen van de bevoorrechten zich bedekken.

Dat betekende dat er grote hoeveelheden testosteron rondzwierven die geen uitlaatklep vonden, en dat werd des te problematischer naarmate Mohammed zich tot krijgsheer ontpopte. Zijn krijgers wilden ook wel eens wat, en keken dus met begerige ogen naar zijn persoonlijke harem. Om dit te saboteren, legde Mohammed het bedoeïenengebruik ook aan zijn oasevrouwen op, die in een grotere vrijheid waren opgevoed. De hoofddoek was dus van bij de aanvang vrouwonvriendelijk, het was een uiting van hatelijke jaloezie. Dat Allah hem daarin niet steunde, blijkt uit de beperkte en dubbelzinnige vermelding ervan in de Koran (terwijl Aïshah net opmerkte dat zijn God hem snel ter hulp snelde als hij Hem nodig had). De interpretatie van Safai is dus correct, die van Hammouchi fout.

Maar Othman heeft een mooie uitleg klaar die evenwel ontmaskert hoe sterk hij in zijn hoofd en niet in zijn lijf leeft: ‘Het is inderdaad beter dat mannen niet voortdurend onderhevig zijn aan seksuele passie vanwege het destabiliserende spirituele en sociale effect dat dit kan hebben, maar het grootste voordeel wordt geoogst door de vrouwen zelf. Zij worden namelijk bevrijd van de voortdurende objectiverende blik van mannen, waardoor hun belangrijkste aspect, hun geest, tot zijn recht kan komen. Feminisme en echte bevrijding bestaat er volgens mij in dat men niet geeft om het uiterlijk van een vrouw, maar wat er in haar hoofd omgaat.’

Sigmund Freud eventjes lezen

Het zal wel aan mij, oude geile bok, liggen, maar ik snap niets daarvan. Sigmund Freud heeft ons meer dan honderd jaar geleden geleerd hoe het beste van de mens voortkomt uit gesublimeerde seksuele passie. Ik zie niet in wat er fout aan is als mannen voortdurend opgewonden raken door de schoonheid van vrouwen, en ook niet waarom dit een destabiliserend spiritueel en sociaal effect zou moeten hebben. Als mannen in ‘onze’ Westerse beschaving hebben wij geleerd dat het normaal is dat wij vrouwen wensen te bespringen, maar ook dat het wenselijk is dat wij dat slechts met mate en in bepaalde voorwaarden doen. Wij hebben geleerd om die driften te sublimeren, af te leiden naar andere bezigheden als daar zijn kunst, wetenschap en politiek (het besturen van de polis).

Vandaar dat macht ook erotiserend werkt op vrouwen, en vandaar het gemak waarmee invloedrijke mannen zich aan me-too­-misbruiken hebben schuldig kunnen maken. Als Hammouchi mij zou kunnen aantonen dat dit in een maatschappij met hoofddoek niet gebeurt, dan zou hij geloofwaardig zijn, maar in feite bestaat het daar evengoed, zij het veelal heimelijker. Zoals in de katholieke colleges toen die nog bevolkt werden door geile geestelijken die op de kansel de kuisheid predikten en in het geniep aan de piemels van hun leerlingen zaten (voor een goed begrip: dat deden ze niet allemaal, er waren er ook zeer veel fatsoenlijke en zelfs heilige tussen).

De kwestie is dat de hoofddoek aan het reële seksuele probleem dat Hammouchi schetst niets verandert, het verheimelijkt dit alleen maar. Het is heus niet omdat een vrouw verplicht wordt om zich in een aardappelzak te kleden, dat mannen plots meer respect gaan hebben voor de uitingen van haar geest. We zien dat trouwens op straat waar islamitische meisjes met schattige hoofddoekjes en in nauwsluitende bloesjes en spannende jeans paraderen en net zo goed mannen verleiden, wat zeker niet de bedoeling was van ‘de’ profeet. Ze doen dat gewoon graag, en daar is geen kruid tegen gewassen.

Die eeuwige slachtoffercultuur

We komen nu echter bij de kern van Hammouchi’s betoog. Hij zegt terecht dat sociale druk een mes is dat aan twee kanten snijdt: ouders (en een gemeenschap) kunnen hun kinderen opleggen zich te omhullen; de media kunnen die er echter toe aanzetten zich overmatig te erotiseren. Je kan daar niets tegen doen, ‘in een vrij land kan ik die subjectieve preferentie niet aan anderen opdringen,’ zegt Hammouchi. Juist. Maar hij verwijt Safai dat wel te doen. Maar hoe dan? Wil zij het dragen van de hoofddoek verbieden? Dat zegt zij nergens, en zulk een hoofddoekenverbod bestaat ook niet, tenzij in publieke functies en in sommige scholen. Wat zegt zij wel, en wat citeert Othman ook van haar?

‘De overheid moet meer doen om kinderen in moslimgezinnen te beschermen tegen indoctrinatie, discriminatie en onderdrukking.’ Ja, en dan, wat is daar fout aan? ‘Over “indoctrinatie” in Joodse of christelijke gezinnen, laat staan in sektes, zal men nooit lezen,’ zegt hij nog. Oh nee? Hebben de kranten de afgelopen jaren niet vol gestaan met schandaalverhalen over katholieke geestelijken, en recent bij Jehovah’s Getuigen (om over sportclubs, ngo’s, en de filmwereld te zwijgen)? Wat is dat toch voor een onzin als zouden alléén moslims steeds geviseerd worden, dat eeuwig zich beroezen aan een discriminerend victimisme. Hou toch op met het slachtoffer te spelen, Othman, je hebt het hier goed, beter dan je het ooit in Marokko zou gehad hebben.

Hammouchi moet soms eens uit zijn platonische hemel van liberale filosofen afdalen en met zijn voeten op de aristotelische begane grond komen, dan zal hij zien dat Safai uit een land is gevlucht waar de religieuze politie vrouwen op straat schoffeert bij de minste overtreding van de misdadige kledingvoorschriften. Zelf stamt hij uit een land dat zich op dat vlak relatief gematigd gedraagt. Maar zou hij ze een kom soep willen geven, alle Marokkanen die hun dochter tijdens de schoolvakanties ‘verkopen’ aan een man die ze nooit eerder gezien hebben, maar die wel wat schapen veil heeft om via gezinshereniging hier te geraken? Om over de genitale verminking nog te zwijgen, die ook hier stiekem wordt uitgevoerd. Wordt het niet hoog tijd dat onze overheid haar schroom om daartegen in te grijpen, uit verkeerd begrepen respect voor andere culturen, aan de kant gaat schuiven?

De hoofddoek als hondenfluitje

Omdat hij dat niet wil zien, klinkt Othmans aanklacht bijzonder hol dat kritieken op de hoofddoek ‘vooral als propagandistische hondenfluitjes beschouwd (moeten) worden, die bovendien maar al te vaak illegale en uiterst illiberale allusies bevatten, die men nooit van een moslim zou tolereren.’ Komaan zeg, de eenvoudige waarheid is dat net de hoofddoek als een ‘hondenfluitje’ fungeert om uit te drukken dat men wel van de weldaden van deze samenleving wil genieten – waaronder een sociale zekerheid die men in geen enkel moslimland kent (behalve dan voor een bevoorrechte elite); maar ook van een vrijheid van expressie die nergens in de moslimwereld toegestaan is. Maar dat men de gebruiken afwijst die deze welvaart en vrijheid mogelijk hebben gemaakt, terwijl het mohammedanisme zich sinds Ghazali in obscurantisme wentelde.

Niet kritiek op de hoofddoek is een provocatie om de achterban te plezieren, de hoofddoek is dat. Waar is de tijd gebleven dat Gamal abdel Nasser (in 1953) tot grote hilariteit van zijn aanhangers de draak kon steken met de Moslimbroeders omdat zij wilden dat hij de hoofddoek (tarah) verplicht oplegde in Egypte? Het ‘hondenfluitje’ van de Moslimbroeders heeft echter gewerkt. Als je vandaag naar Kaïro gaat, dan zal je er niet veel vrouwen zonder hoofddoek zien.

Dat Othman dat niet wil benoemen, maar zich in een platonische wolk verschuilt vol cerebrale drogredeneringen, is zeer giftig voor het debat.


[1] De term ‘prolegomenon’ vind ik noch in mijn Groene Boekje, noch in mijn van Dale. In de Merriam Webster definitie lees ik: ‘Prolegomenon is most often used of the introduction to a work of scholarly analysis’. Ik denk niet dat Safai een discussie tussen vakgeleerden op het oog had, maar wel een maatschappelijk debat; het had Hammouchi daarom gesierd als hij er even van afgezien had te tonen hoe slim hij is, door gewoon ‘gewoon’ te doen en over ‘aanhef’ of desnoods ‘proloog’ te spreken

[2] ‘De lelijke kioskjuffrouw heeft het meisje in badkostuum van de prentkaart lief. Het meisje in badkostuum is zeer schoon, meent de kioskjuffrouw. Daarom geeft zij haar in hare zesvoudige verschijning een ereplaats achter het schutglas van haar kraam. Daarna brengt zij haar toilet in orde. Zij vergelijkt hare verschijning met deze der schone vrouw van de prentkaart. Zij begrijpt nu zeer goed de uitdrukking: het schone geslacht. “Ik ben als zij, een vrouw”, denkt zij. Dit begrijpen evenwel maakt haar niet overdreven trots, immers de waarheid maakt niet trots. Het is haar of iemand haar, zo pas, het geheim harer schoonheid had ontsluierd. Daarover is zij tevreden en deze tevredenheid wordt in een gezellige zelf-overtuiging manifest. Die morgen kwijt de kioskjuffrouw zich zeer waardig van haar taak. Deze waardigheid wordt nog vergemakkelijkt door de mening dat alle kopers slechts een gelegenheid zoeken haar het hof te maken. Dit is echter niet het geval.’

Uit een bundel samengesteld door Gerrit Borgers in 1964, p. 202.

Eddy Daniels

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Eddy Daniels?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans