Actualiteit

Traditie is het vuur doorgeven en niet de as aanbidden (deel 2)

De bibliotheek van Matthias Storme

(Lees hier deel 1)

Wat is uw favoriete boek?

Het handorakel van Baltasar Gracian! Een klein boekje. Ik heb er twee edities van, een Nederlandse en een Duitse. Die Duitse vertaling heeft een bijzondere waarde, omdat die is gemaakt door Schopenhauer. Het is een schitterend werk.

Waarom?

‘Het is levenswijsheid, cynisch zonder sarcastisch te worden,  van een 17de eeuwse jezuïet. Hij heeft de mensen in al hun ondeugden voortdurend door. Hij houdt de mens een spiegel.’

‘Mijn literaire collectie is zoals u ziet beperkt. Ik heb veel dichtbundels en ook redelijk wat memoires van auteurs, soms meer dan echte romanliteratuur. Zoals bij Vlaamse auteurs als Bert Peleman of René De Clercq en Filip de Pillecijn. Ook klassieke Duitse auteurs uit de romantiek of auteurs als Hermann Hesse. Voor mijn generatie geldt dat hij een van onze  helden was toen we jong waren.’

Tolkien is wel prominent.

‘Dat is ook één van de helden van mijn jeugd. Ik heb alle werken van Tolkien. De postume werken die alleen maar zijn naam dragen, heb ik niet.’

Volgt u de hedendaagse literatuur?

‘Niet systematisch, nee. Ik hou ook van Kundera en de magische stijl van verschillende Tsjechische auteurs. Ik lees graag de absurde situaties die zij beschrijven.’

Waardevolle werken over recht, de Verlichting en anti-Verlichting

‘Hier is een boek met een bijzonder verhaal. Niet dat het zeldzaam is, maar ik ben er wel fier op. Trophées tant sacrés que prophanes de la (sic) duché de Brabant van Christophorus Butkens. Een echte klassieker met heel veel stambomen van families uit het hertogdom Brabant. In dit exemplaar staat een ex libris van de wapenkoning van Henegouwen, Jean,  baron de Launay, zeg maar het zwarte schaap van de familie. Een verre neef in mijn familie langs vaderlijke grootmoederskant. Hij is in 1686 opgehangen wegens schriftvervalsing, omdat hij teveel valse stambomen had opgesteld.’

Dit zijn dan waardevolle historische werken.

‘Ja, kronieken, boeken met mooie gravures en landschappen. 18de en vooral 19de eeuwse uitgaven. Ik heb hier ook de verzamelde werken van Filips van Marnix van Sint Aldegonde. Ook 19de eeuwse etnografische werken. Boeiend materiaal. Ook de 18de eeuwse Annales de Flandre.’

‘Dit is mijn historische juridische collectie. Dat is natuurlijk meer voer voor specialisten, maar voor mij staan hier grote klassiekers zoals Pothier en von Savigny. Vooral op mijn Savigny-collectie ben ik trots, omdat ze praktisch helemaal bestaat uit eerste edities. Carl Friedrich von Savigny was de grondlegger van de Duitse historische school in het recht en ook Pruisisch minister. Dit is een kroonstuk: System des heutigen römischen Rechts. Met de belangrijke gedachte dat het recht de moraal niet dient door het morele gebod op te leggen, maar door aan de mens de ruimte aan vrijheid te geven waardoor hij eerst moreel kan handelen. Dat is de fundamentele zin van het liberalisme en wat mij betreft veel te weinig bekend. Dit gaat dieper dan John Stuart Mills’ ‘vrijheid zolang je de andere niet schaadt’. Voor mij is Savigny hier een stuk diepzinniger en voor juristen belangrijker en heel concreet uitgewerkt. De man heeft lang gepubliceerd. Hij is natuurlijk bekend geworden met zijn repliek op Thibaut in 1814.Dat is het enige wat ik niet heb, want dat is onbetaalbaar in de originele editie. Duizenden euro’s voor zo’n klein boekje.’

Waarom?

‘Omdat dat bij wijze van spreken het Gründungsmanifest is van de hele Duitse rechtswetenschap, de discussie in 1814 tussen Anton Friedrich Justus Thibaut en Savigny.’

Waarover ging die discussie dan?

‘Thibaut zegt: “We moeten een Duits burgerlijk wetboek hebben zoals de Code Napoléon.” Savigny zegt: “Nee, de toestand van de rechtswetenschap is er niet goed genoeg voor. Dat gaat leiden tot een verschrikkelijk slecht wetboek en we moeten dat organisch laten gebeuren, niet gedicteerd van bovenaf.” Die tweestrijd is boeiend. Onlangs ben ik daarover gaan spreken op een congres in Maastricht. 200 jaar later, wat zijn de ideeën vandaag daarover? Hoe bekijken we dat? Dat boekje moet ik dus missen: Vom Beruf unserer Zeit für Gesetzgebung und Rechtswissenschaft. Dat is jammer genoeg onbetaalbaar.

Wat ik ook niet heb is Cesare Beccaria, Dei delitti en delle pene. Ik zeg het met enige jaloezie jegens Dirk Verhofstadt, die het wel heeft, omdat hij net een exemplaar gekregen heeft van Etienne Vermeersch (lacht). Verhofstadt heeft namelijk onlangs een commentaar gepubliceerd bij een heruitgave van Beccaria in het Nederlands, met een voorwoord van Vermeersch, en die heeft hem het boek geschonken. Maar ik heb een aantal klassiekers uit de Verlichting, tijdgenoten, dat wel. Bijvoorbeeld Gaetano Filangeri over de gebreken van de wetgeving, La scienza della legislazione. Een ander interessant Italiaans werk uit die periode, spijtig genoeg totaal onbekend bij ons, is Nicola Spedalieri. De’Diritti dellUomo, zes boeken over de rechten van de mens uit 1791. Hij probeert het katholicisme te verzoenen met de mensenrechten. Het is dus geen anti-mensenrechtenboek.

Het is geen reactie.

‘Het is een antwoord op de Franse Déclaration des Droits de l’homme, maar geen ‘reactie’. Men zegt ook altijd dat Edmund Burke tegen de Verlichting was. Maar Burke was zelf een auteur die in de traditie stond van de Schotse Verlichting. Maar vooral ook van een oudere traditie van het recht.’

Is dat een spanningsveld waar u zelf in staat?

‘Ik hoop ooit nog eens een boek te schrijven over de tegenstelling, dat heb je in de 18de eeuwse literatuur, en dat is iets waar je heel moeilijk nog iets over vindt, de tegenstelling tussen la raison naturelle en la raison artificielle. Oppositie tegen Rousseau, of omgekeerd. Dat zie je heel sterk in de Engelse traditie wat geleid heeft tot dat conservatisme, het empirisme, het liberalisme. Geen grote principes van bovenaf gedicteerd op zijn Frans, maar trial and error.’

Zoals de Pruisische discussie tussen Savigny en Thibaut over het recht.

‘Ja, de Duitsers zaten er zowat tussenin. De theorie van de artificial reason vinden we bijvoorbeeld bij Sir Edward Coke, de grote opperrechter uit de tijd van de Engelse burgeroorlog in de 17de eeuw, die de voorloper was van Burke. Burke staat helemaal in de traditie van Coke. Die heeft dat ook beschreven. Een moderne vertaling is van Oliver Wendell Holmes en die luidt the life of law is not logic but experience. Dat is een mooie boutade en anti-Rousseau eigenlijk. Daar ga ik ooit nog proberen iets zinnigs over te schrijven. Het is moeilijk materiaal; omdat ik er minder in thuis ben. De mensen die er wel in thuis zijn, kennen het gek genoeg niet.’

‘Dit is dan mijn filosofische bibliotheek.’

Indrukwekkend!

‘Hier zitten dus de écht belangrijke boeken, beginnend met de Nicomachische Ethiek van Aristoteles. Zo ongeveer het belangrijkste boek van mijn bibliotheek. Iets om naar terug te grijpen, ik heb dat in mijn eerste jaar filosofie moeten…mogen lezen onder leiding van pater professor Verhaegen die er later een nieuwe vertaling van heeft gemaakt.

Ik heb ook veel werken over het Duitse vitalisme en de romantiek van eind 19de eeuw. Niemand interesseert zich daar nog voor, dus je kan die vrij goedkoop vinden (grinnikt). Hans Vaihinger en zijn Philosophie als ob: van vele zaken weten we niet of ze bestaan of gelden, maar we kunnen beter maar doen alsof,  omdat dat nuttig is. Of hier de controversiële filosofie van Ludwig Klages, Der Geist als Widersacher der Seele. Over de tegenstelling tussen geest en ziel. Bij kenners beruchte boeken. Graaf Hermann Keyserling die een mooi boek geschreven heeft over zijn reizen door de Nederlanden. Een Baltische Duitser die goed de Oosterse filosofie kende. Natuurlijk heb ik de volledige collectie Schopenhauer, de volledige collectie Nietzsche. Van Hegel heb ik niet alles, hetzelfde geldt voor Heidegger. Hegel heeft natuurlijk ook veel meer gepubliceerd dan Nietzsche en als student moet je op je budget letten.

Dit is ook een belangrijk boek voor mij, Wahrheit und Methode van Hans-Georg Gadamer. Een boeiend auteur uit de 20ste eeuw. Hier heb ik als student rechten en tijdens mijn doctoraat vaak naar teruggegrepen. Zijn tegenstanders beweren dat het werk eigenlijk Wahrheit oder Methode zou moeten heten (lacht).’

Is er ook humor te vinden in uw bibliotheek?

‘Ja, verspreid. Boven, hier en daar. Maar die zitten meestal niet in de bibliotheek. Die werken liggen zo ergens, ik zou bijna zeggen op het toilet, maar dat is ook niet waar (lacht).

Dit is een schitterend boek. Het is eindelijk uitgegeven in het Nederlands: Europe, la voie romaine van Rémi Brague. Moeilijk samen te vatten, maar een schitterende idee over de Romeinse en christelijke beschaving van Europa. Over beschavingen die zich ervan bewust zijn dat ze niet hun eigen oorsprong zijn maar voortbouwen op iets anders, de Grieken, de joden, enzovoort. Hij bouwt daar een hele filosofie rond. Eén van mijn lievelingsauteurs. Ook een heel charmante man. Een Franse prof in van alles en nog wat, die kent een heleboel talen, leest Arabisch, Grieks, Hebreeuws. Een ongelooflijk boeiende filosoof, mediëvist, classicus, maar even goed kenner van het Midden-Oosten. Schitterende kerel.

Hier een berucht en prachtig boek van Mircea Eliade Le Sacré et Profane. Hij was voor onze generatie een van de grote auteurs van de vergelijkende godsdienstwetenschappen. Een man die ook op dat ogenblik een van de kenners was van de Oosterse en etnische godsdiensten. Een heel encyclopedisch werk over sacrale en profane ruimtes.’

Waarom berucht?

‘Een aantal mensen verdenken hem van dingen waarvan hij niet verdacht kan worden. Hij is op dit ogenblik ook alweer passé. Té etnisch denkend, vermoed ik.’

Ik zie ook Karel Van Isacker staan, Ontwijding. Die behandelt ook sacraliteit in dat werk.

‘Van Isacker was een van mijn professoren. Hier mijn lievelingsprof, Samuel IJsseling. Apollo, Dionysos, Aphrodite en de anderen over de betekenis en de zin die je vandaag uit de Griekse mythologie kan halen. Bijna een verdediging van het polytheïsme en dat voor een ex-Augustijn. Merkwaardig, toch?

Dat is inderdaad interessant.

‘Het is een heel interessante man. Bij IJsseling heb ik ook de structuralisten gelezen zoals Foucault en Derrida. Ik ben nog naar gastcolleges van Jacques Derrida geweest toen hij in Yale doceerde en ik in Yale studeerde begin jaren ’80. Ik studeerde er alleen filosofie. Hier nog een andere klassieker, De Naakte Aap van Desmond Morris. Een sleutelwerk, toch. Een bom als het ware in die tijd. Dit ook, Die Rückseite des Spiegels: Versuch einer Naturgeschichte des menschlichen Erkennens van Konrad Lorenz. Zijn meest algemeen wetenschapstheoretisch boek, waarin hij probeert een biologische grondslag te geven van de evolutie van de kennis en de evolutie van de grondslagen van de wetenschap. Ik heb dat gebruikt in een aantal artikels om de evolutie van het recht deels te verklaren. Waarin hij onder andere betoogt dat door evolutionaire processen dikwijls zaken blijven bestaan die op zich hun functie hebben verloren, maar die men blijft cultiveren en meeslepen. Soms zinvol en soms niet. Hij geeft er boeiende voorbeelden van zoals de treinwagons. De treinwagons zijn oorspronkelijk bedacht als een aankoppelen van koetsen op sporen, waardoor je niet door de coupés kon lopen. Elke coupé had zijn buitendeuren, maar geen binnendeuren. De kaartjesknipper moest dus langs buiten van het ene treinstel naar het andere gaan. Het heeft jaren geduurd tot er iemand op het idee is gekomen om er binnendeuren in te maken. Op zich evident, maar men is jarenlang koetsen blijven fabriceren. Zo gaat dat met veel gebruiken en regels in de samenleving dat men vast blijft zitten in zaken die hun functie verloren hebben. Tradities hebben hun zin, maar traditie is het vuur doorgeven en niet de as aanbidden, zoals Gustav Mahler dat zei.’

‘Dit is dan mijn juridische bibliotheek. Met meer rechtshistorische werken en veel klassiekers. Ook Duitse en Zwitserse auteurs zoals Kaspar Bluntschli. Ook iemand die in de vergetelheid is geraakt, een echte Zwitserse federalist, hier zijn Allgemeines Staatsrecht. Ik amuseer me ook met het verzamelen van boeken uit de contrarevolutionaire 19de eeuwse literatuur zoals Joseph De Maistre, de Bonald, Jean Baptiste Coquille en anderen. Hier mijn bibliotheek van de vakken die ik nu geef over privaatrecht, handelsrecht, staatsrecht, enzovoort. Hier, humor in het recht. Leuke dingen zoals Uncommon Law dat de columns bevat van een Engelse auteur die diverse verzonnen casussen behandelt en absurd laat eindigen met een logica gebaseerd op het Engelse recht. Echt plezant. Daarnaast oudere werken over Amerikaans en Engels recht die ik van mijn grootvader erfde en ook enkele dossiers van hem. Zoals dit over de Britse staatsinstellingen. Dan meer exotische boeken zoals over joods recht, islamitisch recht, Oost-Aziatisch recht.

En hier diverse Blueprints for Independence in mijn secessionistische literatuur, een hele reeks juridische werken over separatisme en staatsvorming.’

In heel de discussie die ontstaan is over uw aanwezigheid in het bestuur van het Gelijkekansencentrum is uw theoretische kijk op discriminatie volledig verloren gegaan, toch? Uw bibliotheek toont toch geen ondoordacht man.

‘Parels voor de zwijnen (haalt schouders op). Ze moeten het willen lezen.’ 

Is het niet gewoon te moeilijk of te genuanceerd, uw standpunt?

‘Het botst inderdaad tegen simplistisch denken en dat wil niet zeggen dat die mensen niet verstandig genoeg zijn om moeilijke dingen te begrijpen. Dat wil gewoon zeggen dat ze een simplistische manier van denken hanteren die heel rechtlijnig lijkt te zijn. De deugd is niet het tegendeel van de ondeugd, maar het midden tussen twee ondeugden. Dat heb ik van Aristoteles geleerd.’

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans