fbpx


Communautair
transfers

Vlaanderen heeft alles aan Franstaligen te danken

Mét de mythe van de omgekeerde transfers


La Libre (17 april 2020) is ervan overtuigd dat onderhandelingen over de staatsstructuur post corona onvermijdelijk zijn. En dus zet de krant alvast de bakens uit. We krijgen een herhaling van dé Franstalige mythe: de welvaart van Vlaanderen is te danken aan de Waalse financiële inspanningen. De omgekeerde transfers en ‘Ils nous ont pris la Flandre’.

Troebele transfers

De Franstalig Brusselse krant interviewt Étienne de Callataÿ over de vraag over de transfers ‘die tijdens waarschijnlijke institutionele onderhandelingen weer opduikt’. De eerste — klassieke — verdedigingslijn is: het is ingewikkeld.

Eerst ontkent ze het bestaan van de transfers op zich, tot ze onloochenbaar werden. Daarna waren de transfers objectiveerbaar en dus verdedigbaar. Vervolgens zijn de transfers ‘ingewikkeld’, lees: het is moeilijk om vast te stellen hoe groot die transfers zijn en hoe die precies werken. En dus is het beter daar geen uitspraken over te doen.

Omgekeerde transfers

Al snel komt de Callataÿ ook op het boek van Michel Quévit Flandre-Wallonie. Quelle solidarité? De la création de l’Etat belge à L’Europe des régions (2010). Dat ondersteunt dé grote Franstalige mythe: de transfers waren ooit omgekeerd. Pas toen rond 1965 het economische evenwicht kantelde van Wallonië naar Vlaanderen, ontstond de Vlaamse eis om autonomie.

De Callataÿ nuanceert dat door eraan te herinneren dat Vlamingen culturele autonomie vroegen én de Franstaligen erop te wijzen hoe ze Vlamingen behandelden. Alsof de gelijkheidswet al niet door de Franstaligen als kaakslag werd ervaren. Maar aan de kern van de mythe wordt niet geraakt.

De mythe van de omgekeerde transfers

Het boek van Michel Quévit kwam er als reactie op het boek van Juul Hannes De mythe van de omgekeerde transfers (2007). ‘Op grond van decennia nauwgezet statistisch onderzoek kwam Hannes tot de vaststelling dat de transfertenstromen van Vlaams belastinggeld sedert 1830 onverminderd richting Wallonië vloeiden. Daarmee plaatste hij de hardnekkige bewering dat Wallonië in de 19de eeuw Vlaanderen subsidieerde voorgoed in het schap van de historische mythes.’ Dat schreef Frank Thevissen in Doorbraak in 2012 bij de dood van Juul Hannes.

Quévit probeert Hannes te ondergraven door in zijn boek te stellen dat de financiële solidariteit binnen een land niet louter kan worden geëvalueerd op basis van de directe financiële inkomsten en de transfers van de overheid. Volgens Quévit had Hannes onvoldoende oog voor het investeringsbeleid van de centrale overheid. Toch slaagde hij er niet in Hannes’ rigoureuze statistische analyse te ontwrikken, schrijft Thevissen in 2012 al.

Ils nous ont pris la Flandre

Zo kom je bij het Ils nous ont pris la Flandre. Het is niet toevallig de titel van een vertaling van de beroemde brief van Jules Destrée uit 1912 ingeleid door Rik Van Cauwelaert. Destrée bedoelde dat politiek en demografisch. Het was Destrée om macht te doen. Die wou hij niet delen met de Vlamingen, die talrijker waren en er een andere politieke overtuiging op nahielden. België was van hen, de Franstaligen, en Vlaanderen dus ook. Een houding die de Waalse socialisten schijnbaar nog altijd niet vreemd is.

Quévit economiseert dat in de Franstalige overtuiging dat Vlaanderen economisch boomt dankzij de investeringen door de Walen, in de haven van Antwerpen, Gent, de Vlaamse staalindustrie of de luchthaven van Zaventem. Dat België massaal de Waalse steenkoolindustrie moest ondersteunen, met Limburgse werkloosheid als gevolg, schrijft de Callataÿ niet. Dat parallel andere industrieën in Vlaanderen tot bloei kwamen evenmin.

BTW

De Callataÿ stelt voor ‘om de Gewesten via btw te financieren in plaats van via de personenbelastingen’. Dan ‘zouden de Walen, die geneigd zijn meer te consumeren dan de Vlamingen, een grotere bijdrage hebben.’ Alsof het probleem enkel aan inkomstenzijde ligt.

Die opmerking doet denken aan het confederalismevoorstel van de N-VA. De N-VA wil de BTW en de accijnzen te gebruiken om in de confederatie de Belgische staatsschuld af te betalen. Toen Sander Loones dat in december 2019 voorstelde in Rethinking Belgium (ReBel) een belgicistische denktank van professoren als Paul De Grauwe, Philippe van Parys en Bruno De Wever, werd hij daarvoor afgebrand.

De discussie kwam erop neer dat Wallonië zou verarmen in het confederalistische systeem van de N-VA. Terwijl je net zo goed kan zeggen dat Wallonië nu boven zijn stand leeft. Er is een financieringsstroom, die niet transparant is én bovendien niet in vraag mag worden gesteld. Daarbij bouwen de Gemeenschappen en gewesten naast de federale overheden ook nog schulden op. De schuld die de Franse Gemeenschap opbouwt is nu al vrij indrukwekkend.

Arm Wallonië

Op de achtergrond speelt dan de discussie of Wallonië gedoemd is tot armoede en werkeloosheid. In het debat toen, leek het of enkel Sander Loones van N-VA geloofde in de groeikansen van Wallonië. De anderen bleken ervan overtuigd te zijn dat Wallonië gedoemd is en blijft om een Griekenland aan de Maas te zijn, financieel gesteund door Vlaanderen. Uiteraard.

Trouwens. In het confederalismevoorstel van N-VA staan transfers ingeschreven. Niet verdoken, wel open en bloot. De levensstandaard tussen de deelgebieden wordt vergeleken en er komt steun om de levensstandaard op te krikken tot 95% van het gemiddelde. De gever, Vlaanderen, kan nooit minder dan 102% van dat gemiddelde overhouden. De gever moet niet armer worden dan de ontvanger.

Bij ReBel was het wantrouwen toen te groot tegen het voorstel van N-VA. Ze staren zich er blind op een — veronderstelde — dubbele agenda. Het echte doel is volgens hen separatisme. Wat de N-VA ook zal doen, niets zal dat wantrouwen kunnen wegnemen.

Laat pendelaars de gewesten betalen

Ten slotte komt de Callataÿ met een laatste idee: ‘We kunnen ook zeggen dat we, door te beslissen om de personenbelasting te berekenen op basis van de woonplaats en niet op de werkplek, in tegenstelling tot een bepaald aantal internationale verdragen, Brussel straffen.’ Ook een standpunt dat altijd opnieuw terugkomt. Franstaligen willen graag dat alle Vlamingen die in Brussel werken, ter plekke belastingen betalen. Dan wordt er altijd met internationale verdragen geschermd.

De kwestie is natuurlijk dat die pendelaars hun kosten waarvoor de overheid opdraait, grotendeels in de woonplaats vallen. Hun kinderen gaan niet naar school in Brussel. Het is ook de plaats waar ze stemmen, ook niet onbelangrijk.

Deze discussie leverde het Brusselse Gewest in de begroting wel 44 miljoen euro op ‘overdracht van de belastingderving in verband met pendelaars’. Bovenop bijna 400 miljoen ‘nationale solidariteit’ en 172 miljoen ‘ter compensatie van de belastingderving in verband met internationale ambtenaren’. En wie betaalt voor het grootste deel die compensaties denkt u?

Als een stadsgewest als Brussel niet zelfbedruipend kan zijn, is het de vraag of het eigenlijk wel politiek bestaansrecht heeft. Maar die vraag wordt nooit gesteld. Als het over Brussel gaat is er altijd meer geld nodig.

Kern van de zaak is natuurlijk dat Wallonië en Vlaanderen politiek en economisch al decennialang verschillende keuzes maken. En dat ze er allebei van uitgaan dat er communautaire onderhandelingen volgen. De brandweer vermoedt dat de brand nog maar net onder controle is, maar er wordt al nagedacht over de verbouwingen van het huis…

Waarvan akte.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Pieter Bauwens

Pieter Bauwens is sinds 2010 hoofdredacteur van Doorbraak