fbpx


Geen categorie
Osceola

Treinen van schaamte en andere grensgevoelens

opinie



Treinen zijn een leuke manier om door buitenlanden te reizen. Ze tonen het landschap. In andere kleine Noordwest-Europese landen (Oostenrijk, Zwitserland, Nederland, Denemarken) is dat landschap fris en nieuw, net als de treinstellen. In België en Vlaanderen oogt het verrimpeld en vermoeid. Het platteland verrommeld, de steden afgebladderd. Het doet me aan het landschap van Polen denken, nog zo een geweldig land om met de trein te ontdekken. Dat land is morfologisch nog steeds herstellende van decennia communistische ruimtelijke terreur met nog steeds talrijke open wondes verspreid over het land. Of het herinnert me aan het landschap van de outskirts van Italiaanse steden, een land dat net als België gekreund heeft onder decennia malgoverno (maar Italië heeft dan tenminste beter weer dan België en Polen…).

Het toenmalige West- en Oost-Berlijn, Nador Marokko en Melilla Spanje, Calexico Californië en Mexicali Mexico; het zijn iconische plaatsen waar het heel makkelijk is het fenomeen grens’ als het ware aan den lijve te voelen. Voor mij hebben deze plaatsen iets enorm dramatisch: ‘met een tikkeltje meer geluk was ik aan de andere kant uitgekomen’. MIJN grensgevoel bestaat uit de trein nemen van Antwerpen naar Amsterdam – en vooral dan het snijpunt Essen-Roosendaal bereiken. Het zal je grens maar wezen. Door een toevallige en domme oorlog bijna 200 jaar geleden kwamen wij aan de Belgische kant van die grens terecht. Nergens in de wereld is volgens mij het relatieve grenseffect zo groot (of het moest de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea zijn), want het gaat om ogenschijnlijk erg gelijkaardige culturen. 

VVD’ers lokken

Eerst boemeltreinend door de ruimtelijke chaos van de stad Antwerpen (waar houden Belgische steden in feite op?) en vervolgens door die van de CD&V-burgemeesters uit de Noorderkempen die op hun website VVD-Nederlanders proberen te lokken met het argument van een soepele bouwwetgeving. Ruimtelijke wanorde als tastbare metafoor voor de institutionele wanarchitectuur van politisering en niet-uitgevoerde of niet-uitvoerbare regels die België – en Vlaanderen- rijk zijn. Had Geert Van Istendael die parallel ooit al niet getrokken? Vlaanderen ligt midden in Europa, maar het landschap schept een vermoeden van kneuterig isolement. (Trouwens, gezien deze tekst dan toch een soort België-Holland bedoelt te zijn: ook na 30 jaar ruimtelijke ordening in Vlaamse handen liggen op Vlaams grondgebied nog altijd tal van Vlaamse ‘fietspaden’ die de fietser het signaal geven dat hij niet meer is dan een vervelende vliegje in het oog gevlogen van Vlaamse Koning Auto. ‘Wat zijn die auto’s hier groot!’ verbazen Nederlanders die me in Vlaanderen komen bezoeken zich keer op keer. Dertig jaar na overdracht van grote bevoegdheden naar Vlaanderen lijkt Vlaanderen nog altijd oneindig veel meer op België dan op Nederland.) Tenslotte als voorlopig einde van de treinreis een vrij bruuske verglijding in het Noord-Brabantse landschap van vlakke weides en grote mooie nette boerderijen.

Na de Fyra-schande (waarin uiteindelijk blijkbaar hoogstens koppen zullen rollen bij de Italiaanse producent die door NS en NMBS handig als een zondebok de woestijn werd ingestuurd) is Roosendaal niet alleen een visueel kantelpunt qua ruimtelijke ordening maar ook qua treinen. Met 10 minuten vertraging komt mijn internationale, met grafitti mismeesterde boemeltje ‘vintage jaren 70’ uit Antwerpen aangekacheld in het mooie, nette station van Roosendaal. De Vlaamse kaartjesknipper – die ik decennia jonger schat dan het treintje dat hij beheert – holt zich vlak voor de aankomst van wagon tot wagon de ziel uit het lijf: ‘Rotterdam, Amsterdam, nog iemand? De NS-aansluiting zal 5 minuten extra wachten!’ (Ook de intercom doet het niet blijkbaar.) Ja hoor, trouw op tijd staat mijn NS-aansluiting trots te wachten op de aanstormende meute uit België en de Nederlandse kaartjesknipper slentert ontspannen over het perron alsof er niks aan de hand is. Ken je ze, die fonkelende blauwgele NS-treinen, mét stiltecoupés voor wie graag zijn mijmeringen over het landschap laat glijden, of heerlijk wat lichte of minder lichte literatuur tot zich wil nemen? Die treinen rijden niet over de sporen, ze glijden erover. NS-kaartjesknippers lijken ook een rustigere baan te hebben, ze werken bij wijze van steekproef, en de ondertussen zeer algemeen gebruikte OV-chipkaart maakt ook de veelal troosteloze baan van kaartjesverkoper in stations meer en meer overbodig in Nederland.

Wat trouwens ook opvalt al treinreizend door Nederland is de totaal andere schaal van de dienstregeling van de NS vergeleken met België: zelfs op weekenddagen heb je om het kwartier een trein tussen de grote steden van de Randstad. In België heb je in het weekend 1 IC-trein per uur van Antwerpen naar Brussel. Om van het Nederlandse nachttreinennetwerk nog te zwijgen. 

Controle is stipt

Moraal 1 van dit verhaal: Latijns-Europese – inbegrepen België – en postcommunistische landen kreunen onder decennia van schaarste aan overheidsinvesteringen (onderhoudsinvesteringen inbegrepen). Deze schaarste heeft het uitzicht van deze landen vaal en vermoeid gemaakt. Overheidsconsumptie – de overheid als predator, parasiet – kreeg in deze landen altijd al voorrang op overheidsinvesteringen. Een blik op de website van het IMF zegt dat in België maar liefst 10% van het bbp aan publiekesectorweddes wordt betaald. Voor België komt daar dan nog eens een jaarlijkse intrestfactuur bij, die volgt uit de torenhoge staatsschuld, die bijna dubbel zo hoog is in % van het bbp dan die van Nederland (3,5 versus 2). Wie vatte het ook al weer in de volgende boutade samen: ‘België = Noord-Europese belastingdruk + Zuid-Europese dienstverlening’. Wat is de missing link die ons deze paradox moet doen begrijpen? Een andere vraag die ik niet dadelijk kan beantwoorden is waarom het dan voor politici in normale Noordwest-Europese landen MINDER lonend blijkt dan in België om uitgaven eerder te besteden aan jobs (eeuwige dankbaarheid van de betrokkene, hoewel hij of zij misschien beter zou moeten weten) dan aan staal, stenen, en ict.

Opnieuw toegepast op treinen: in België gaan afgebladderde, lekkende stations en dito treintjes gepaard met veel uitzichtloze kaartjesverkoopjobs aan de loketten (gesubsidieerd door onze sociaalvoelende ministers van verkeer) én stipte controles door kaartjesknippers op de treinen (die dan ook nog eens om de haverklap de bestemming en tussenstops door de trein live omroepen – als de intercom het doet tenminste -, en ons een prettige ‘reis’ wensen, alsof we ons in een groot land zouden bevinden). ‘Vertraagde trein, maar uw controle is weerom stipt’, durf ik soms eens tegen zo een lieve man of vrouw te grijnzen. In het troosteloze, al even afgebladderde hoofdkwartier in Brussel zit er naar het schijnt nog meer van zulk uitvoerend personeel papier te verschuiven van de ene kant van hun werktafel naar de andere. Gelukkig kunnen vele van deze kaartjesknippers rond hun 55 op pensioen. Maar ook dat tikt aan wat de consumptieuitgaven betreft.

Moraal 2 van het verhaal: na niet thuis te hebben gegeven in de bankencrisis geeft Europa nu ook niet thuis in het Fyra-debacle. De gewone Amsterdammer werd geslachtofferd op het altaar van de Fyra-monopoliewinsten van NS en NMBS. Die gewone Amsterdammer bracht je vroeger één keer per uur en supervertragingsgevoelig in een tjokvolle trein van Antwerpen naar Amsterdam in 2 uur tijd en je vloekte daarop. Maar je weet niet wat je hebt voordat je het niet meer hebt (zong Joni Mitchell al decennia geleden). Door het schrappen van de Amsterdammer is het leven lastiger en/of duurder geworden voor de duizenden mensen die vroeger ter hoogte van Roosendaal dagelijks met de trein de grens overstaken. Als je de overbodig dure en reserveringsplichtige Thalys niet wil betalen, reis je nu vaak nog een half uur LANGER en een vervelende overstap meer (tenminste als het geen spànnende overstap is en tenminste als de aansluiting meezit) tussen Antwerpen en de Randstad. 

De Belgische treinschande bereikte een hoogtepunt toen vlak na het uitvallen van de Fyra België en Nederland voor gewone trein-stervelingen slechts verbonden waren via het internationale boemeltje Antwerpen-Roosendaal. Door het verdwijnen van de Amsterdammer lijkt het grensgevoel tussen Nederland en België alleen maar sterker geworden. Na meer dan 500 dagen zonder regering en nu met deze troosteloze zespartijencoalitie heerst er in België een rien ne va plus– en een fin de règne-gevoel, meer dan ooit tevoren. Werd Erich Honecker ook grimmiger voor landgenoten die de muur wilden overklimmen naarmate hij het einde van zijn rijk voelde naderen? Vlaamse autoloze burgers moeten zo moeilijk mogelijk naar hun Beloofde Bovenste Beste Buurland kunnen reizen, zo lijkt het wel. Anders zouden ze immers gemakkelijker amper luttele kilometers naar het noorden kunnen leren dat je je als klein land ook totaal anders kan organiseren, zodat je wel dingen hebt om trots op te zijn. 

Moraal 3 van het verhaal: Shame! Niet in mijn naam. Time is up. Hoog tijd dat België kleiner wordt en Nederland groter. In Amsterdam aangekomen op een verjaardagsfeestje vol met shiny happy people (fris en monter als het landschap waarin ze leven) nip ik nog eens aan mijn Grolsch pilsje. Ik begin zowaar ook een beetje te glimmen, en trek mijn besluit: ‘Ik wil Nederlander worden.’

(De auteur is moe van België.)

<Vindt u dit artikel informatief? Misschien is het dan ook een goed idee om ons te steunen. Klik hier.>

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Osceola