fbpx


Binnenland
Wallonië

Waalse economie: veel vallen, weinig opstaan




De ‘Conseil économique, social et environnemental de Wallonie’ (CESE Wallonie), publiceerde enkele weken geleden een studie over de evolutie van de Waalse economie tijdens de voorbije 75 jaar.  De studie oordeelt niet, veroordeelt niet, stelt gewoon vast en neemt een lange, noodzakelijke aanloop, om de periode 1945-2020 te kunnen begrijpen. Interbellum Wallonië was economisch rijk in 1914. De tijdelijke dip die de oorlog veroorzaakte door het opvorderen van het industrieel apparaat en het tekort aan grondstoffen, werd vrij vlug rechtgezet.…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


De ‘Conseil économique, social et environnemental de Wallonie’ (CESE Wallonie), publiceerde enkele weken geleden een studie over de evolutie van de Waalse economie tijdens de voorbije 75 jaar.  De studie oordeelt niet, veroordeelt niet, stelt gewoon vast en neemt een lange, noodzakelijke aanloop, om de periode 1945-2020 te kunnen begrijpen.

Interbellum

Wallonië was economisch rijk in 1914. De tijdelijke dip die de oorlog veroorzaakte door het opvorderen van het industrieel apparaat en het tekort aan grondstoffen, werd vrij vlug rechtgezet. In 1926 waren de cijfers weer even goed als in 1914. Aan die hoerastemming kwam een bruusk einde door de wereldcrisis van 1929. De regio reageerde traag en bleef zich concentreren op steenkool en hoogovens. Ze gebruikte hiervoor vooral Franse grondstoffen die dankzij een dicht netwerk van spoorwegen en kanalen vlot leverbaar waren.

De staalindustrie dacht er dus niet aan om zich dichter bij Antwerpen of het kolenbekken van de Kempen te vestigen. Daar waren de ‘jongere’ en dus modernere mijnen stukken rendabeler dan de Waalse.  Wallonië zag ook lijdzaam toe hoe nieuwe sectoren zoals de automobielbouw zich rond Antwerpen vestigden. De conclusie is dan ook dat lang voor de grote crisis van de tweede helft van de 20ste eeuw, Wallonië in het algemeen en de Waalse kolenmijnen in het bijzonder structureel fout bezig waren. Bovendien was de staalindustrie al te afhankelijk van het buitenland.

Aardolie

Het werd er niet beter op na de Tweede Wereldoorlog. Wallonië profiteerde wel even van het feit dat zijn industrie ongeschonden uit de wereldbrand kwam, maar dit voordeel veranderde snel in een nadeel omdat de naburige landen wèl moesten heropbouwen en dus modernere technieken konden gebruiken. Van industriële vernieuwing in de bestaande sectoren was er geen sprake, zelfs niet toen aardolie steenkool als energiebron steeds meer ging vervangen.

Wallonië verloor geleidelijk markt aan de Kempen: in 1952 was nog ‘amper’ 66% van de Belgische steenkool Waals.  Het aantal mijnwerkers halveerde in 10 jaar tijd, van 100.000 in 1950 naar minder van 50.000 in 1960. Meer dan de helft van de Waalse mijnbouwbedrijven leed verlies en ook het globale resultaat van de sector kleurde rood.

1963

De gewelddadige algemene winterstaking van 1960-1961 was mede ingegeven door het feit dat de kloof tussen het zuiden en het noorden van het land steeds kleiner werd en dat de nieuwe welvaart vooral richting Vlaanderen kwam. De Waalse beweging wou de Belgische staat federaliseren om zo de hefbomen van een eigen, op de Waalse situatie afgestemd beleid, in handen te krijgen.

Het was in 1960 dat Cockerill, onder auspiciën van Société Générale, de krachten bundelde met Arbed om Sidmar op te richten, waarmee het eerste grote staalcentrum in Vlaanderen ontstond.  Drie jaar later, in 1963, haalde Vlaanderen Wallonië in qua binnenlands product en dus qua rijkdom.  ‘Vreemd’ zeggen de opstellers van het rapport: ‘1963: is dat niet het jaar waarin de “taalwetten” werden gestemd en de taalgrens vastgelegd?’

Golden sixties

Maar niet getreurd: de sixties waren de jaren van schier oneindige expansie. De bomen groeiden tot in de hemel. Het aantal banen nam fors toe, de economische achterstand met de belangrijkste handelspartners verkleinde, de inflatie bleef tijdens de eerste helft van het decennium onder controle, productiviteit en lonen en dus ook de levensstandaard stegen. De buitenlandse investeringen deden dit ook. Het Amerikaanse kapitaal profiteerde van de nieuwe wet op de economische expansie (1959) en concentreerde zich vooral op Vlaanderen. Zo werd in de periode 1961-1967 slechts 20% van de buitenlandse privé-investeringen in Wallonië gedaan. Tegelijkertijd werd in dezelfde periode 64% van de nieuwe banen gecreëerd in Vlaanderen.

De eens zo welvarende kolenindustrie was in verval. Mijnsites werden gesloten en hun werknemers ontslagen. Zij die openbleven, konden dit alleen dankzij massale subsidies die het onvermijdelijke alleen maar uitstelden. Omdat er zoiets als ‘wafelijzerpolitiek’ bestond, beschikte Vlaanderen ook over federaal geld, wat diende om te innoveren en te investeren, onder andere in de havens van Zeebrugge en Antwerpen.

Structurele werkloosheid

Door de oliecrisis van de jaren 70 daalde de industriële productie zorgwekkend, en steeg de werkloosheid: ze werd zelfs structureel. Tussen pakweg 1982 en 1988 was er sprake van een economisch herstel, al overleefden de belangrijkste Waalse sectoren nog steeds door overheidssteun. Maar de bedrijven maakten weer wat winst en de buitenlandse handelsbalans was eindelijk weer positief. Keerzijde was dat de groei zwak bleef in vergelijking met onze EEG-partners en dat de toestand van de overheidsfinanciën allesbehalve goed was. Deze periode was ook cruciaal op politiek vlak. Het ‘Waalse Gewest’ kwam tot stand: de wens om zelf het heft in handen te nemen, enkele decennia eerder al geuit tijdens de grote staking, werd werkelijkheid.

Economische waarnemers zagen het rond de eeuwwisseling rooskleurig in: ‘Hopelijk zullen we nu, dankzij onze structuren, flexibel kunnen reageren op toekomstige uitdagingen en vermijden dat we nog eens moeilijke reorganisaties moeten doorlopen.’ Helaas. Ondanks verschillende plannen bleef de groei in Wallonië onvoldoende om Vlaanderen in te halen, de kloof werd steeds groter. Tussen 1995 en 2010 verloor de Waalse verwerkende nijverheid steeds meer aan belang. Gelukkig namen nieuwere sectoren, zoals de farmaceutische en de chemie, het qua belang eindelijk over van ‘staal’ en ‘glas’. Het was vooral de tertiaire sector die succesvol bleek, al kwamen er ook veel banen bij in de openbare sector. In Wallonië werkt ongeveer 30% van de mensen bij de overheid terwijl het landelijk gemiddelde rond de 25% draait.

Zesde staatshervorming

De zesde staatshervorming wijzigde fundamenteel de financiering van deelstaten.  Vanaf 2015 steeg het budget van het Waalse Gewest van 7,3 naar bijna 13 miljard euro. Voor Wallonië zullen de financiële middelen voor de transitie, goed voor 620 miljoen euro per jaar, constant blijven tot 2024. Daarna zullen ze geleidelijk afnemen en uiteindelijk stoppen in 2034. Tegen die tijd moet Wallonië de nodige hervormingen en beleidsmaatregelen doorvoeren om dit te compenseren.

De Waalse regering werkte aan verschillende plannen. Toekomst-, Marshall- en andere clusterplannen moesten zorgen voor de grote sprong voorwaarts. De objectieven werden niet gehaald: er was te weinig toegevoegde waarde, er werden nauwelijks nieuwe banen gecreëerd. Als ze al een verdienste hebben, is het dat de economische groei tussen 2010 en 2019 niet lager lag dan de Belgische. Natuurlijk wordt deze conclusie opgesmukt door de fantastische cijfers van Waals-Brabant, een provincie die een atypische trend vertoont en aanzienlijk sneller groeit dan de gemiddelde Europese regio.

Wat nu?

Tot op heden zijn er geen analisten die de impact van de gezondheidscrisis als gevolg van Covid-19 op het economische en sociale weefsel van Wallonië kunnen inschatten. De bedrijfsinvesteringen hebben in 2020 een ongekende daling ondergaan. Eén op drie bedrijven zette zelfs zijn investeringsprojecten stop.

De regering wil anticiperen en lanceerde een nieuw initiatief: ‘Get Up Wallonia!’ De doelstelling is om de sociaaleconomische activiteit van de regio nieuw leven in te blazen door haar veerkracht te versterken. De meeste maatregelen zullen wellicht gefinancierd worden via het Europese herstelplan van 750 miljard euro.  Wallonië hoopt de eerste effecten ervan nog in de loop van dit jaar te ervaren.

Dit is ook de samenvatting van 75 jaar economische geschiedenis: de wil ‘om eruit te geraken’ is aanwezig, de plannen zijn groots, de resultaten laten op zich wachten.

’75 ans d’histoire économique en Wallonië 1945-2020, Conseil économique, social et environnemental de Wallonië. Op te vragen via www.wallonie.be   

 

(wordt vervolgd)

[ARForms id=103]

Johan Van Duyse

Johan Van Duyse (1953) is erkend gids voor en in de Westhoek en gefascineerd door WO I. Hij publiceerde het boek '1919: Een jaar van (on)vrede'.