fbpx


Communautair, Politiek
Wallonië

Wallonië: zorgenkind of belastende Siamese tweeling?

Wie kersen eet met de PS krijgt de pitten in zijn aangezicht gespuwd



Gallia est omnis divisa in partes tres‘, of vrij vertaald: ‘Gallië is in zijn geheel verdeeld in drie delen.’ Dit waren de eerste woorden uit De Bello Gallico van Julius Caesar. Hij gaat verder met te zeggen: ‘Zij verschillen onderling op het gebied van taal, instellingen en wetten.’ Alhoewel historisch en ruimtelijk Gallië België niet is, moeten we vaststellen dat in ons land de verdeelde eenheid al meer dan 2000 jaar bestaat. Een verdeelde eenheid die erodeert door een ideologisch spagaat tussen Vlaanderen en Wallonië.

Sire, er zijn geen Belgen meer

De eerste om dat ideologisch spagaat vast te stellen was de Waal Jules Destrée (BWP). Hij schreef in 1912 in zijn Lettre au roi sur la séparation de la Wallonie et de la Flandre: ‘Er zijn geen Belgen, Sire. België is een politieke staat, vrucht van de diplomatie. Het werd kunstmatig samengesteld, het heeft géén nationaliteit. (…) Hun werkzaamheden is voor de een de landbouw, voor de ander de nijverheid. De Vlaming is langzaam (sic), koppig, geduldig en ordelijk, de Waal is vlug (sic), wispelturig en regelziek. De gevoeligheid is anders: wat de een geestdriftig maakt, laat de ander koud en wekt misschien zelfs afkeer op. (…) Er zijn dus in België Walen en Vlamingen, er zijn géén Belgen.’

Tegenwoordig strijden vooral de Vlaamse partijen N-VA en Vlaams Belang voor een verdere socio-economische ontvoogding, politieke machtsdecentralisatie en uiteindelijk de onafhankelijkheid van Vlaanderen. De N-VA wil dat laatste bereiken via een proces van devolutie. Het Vlaams Belang wil het met een onafhankelijkheidsverklaring vanuit het Vlaams Parlement. Dat is zonder de Waalse haan gerekend. Zij heeft België nodig om te overleven en zijn verspilcultuur in stand te houden. De Waalse haan ziet België nog steeds als zijn kiekenkot. Hij duldt geen andere haan, hoogstens een kip met kapsones, die de vogeltjesdans naar zijn pijpen danst. Ook Alexander De Croo ervaart elke dag dat de PS het land bestuurt, en hij slechts een handpop is van het Waalse afbraaksocialisme. Ook Vivaldi bevestigt dat wie kersen eet met de PS, de pitten in zijn aangezicht krijgt gespuwd.

Fake reddingsplannen

Intussen, om de perceptie van autarkie hoog te houden, lanceerden de Waalse mystificateurs première classe, sinds eind vorige eeuw het ene economische herstel- en ontvoogdingsplan na het andere. Zo waren er de Déclaration de Politique régionale complémentaire (1997), het Contrat d’Avenir pour la Wallonie (1999-2000), het Contrat d’Avenir actualisé (2002), het Contrat révisé (2004), het Marshall-plan (2005), het Groene Marshallplan (2009), het Marshallplan 2022 (2012), en recent Get Up Wallonia.

De Waalse reddingsplannen werken voor geen meter. De plannen falen omdat de Waalse politici de asociale bepamperende subsidiecultuur nog niet losgelaten hebben. Wat Wallonië nekt is de paternalistische bijstandscultuur, de politieke alfabavianen die postjes en uitkeringen uitdelen en zo de mensen hun recht op een waardig, zelfbevochten bestaan ontstelen. De Walen hebben nog niet begrepen dat gratis en ongebonden kapitaalverstrekking de brandstof is van oblomovisme en armoede. Kapitaal is de vrucht van arbeid en is daar ondergeschikt aan. Het is daarom belangrijk om zo veel mogelijk mensen aan het werk te krijgen. Enkel met voldoende actieven kunnen we onze sociale beschermingsstaat in stand houden.

Aan de rand van faillissement

De werkgelegenheidsgraad — niet te verwarren met werkzaamheidsgraad — bedraagt 70,6 % (75,3% in Vlaanderen, 65,2% in Wallonië en 62,2% in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). We hebben in België 600 000 langdurig zieken, van wie 250 000 met psychologische aandoeningen, zoals burn-out, stress, bore-out en chronisch vermoeidheidssyndroom. In ons land is maar liefst 44,2% van de 25- tot 64-jarigen met een nationaliteit van buiten de EU niet aan het werk. De Vlaamse econoom Simon Ghiotto publiceerde recent een sprekend cijfer: in ons land zijn er per niet-werkende Belg (inclusief ouderen en kinderen) 0,76 werkenden. Met andere woorden: elke Belg moet 2,24 mensen voorzien van een loon of elke werkgever moet naast het loon van zijn werknemer nog sociale zekerheid betalen om 1,24 Belgen te onderhouden.

Wallonië staat aan de rand van het faillissement. Met een tekort op de begroting van 4 miljard euro en een schuld van 30 miljard euro — zomaar even het dubbele van de totale jaarinkomsten van het gewest ­— overleeft Wallonië alleen door een kredietwaardige schoonmoeder: de federale overheid en de Siamese tweeling, Vlaanderen. Dat is de trieste balans van 35 jaar PS-sinterklaasbeleid gedurende 41 jaar gefederaliseerd België. Zoals Magaret Thatcher het zo eloquent uitdrukte: ‘The problem with socialism is that you eventually run out of other people’s money.’ [‘Het probleem met het socialisme is dat andermans geld uiteindelijk opraakt.’] Inmiddels staat het water Wallonië niet aan de lippen; ze zijn aan het verzuipen en ademen via een rietje dat ze binnenkort niet meer kunnen verlengen.

Europese Blamage

Op 2 juni keurde de Raad van de Europese Unie het 8e cohesieverslag betreffende het rapport Naar cohesie in Europa in 2050, goed. Dit rapport geeft een boeiend overzicht van de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de Europese regio’s. In het federaal parlement gooide Sander Loones (N-VA) het rapport voor de voeten van de Waalse politici. Met het nodige cynisme zei hij: ‘Wallonië verdient zoveel beter dan wat de statistieken aangeven.’ Hij ging verder met te zeggen: ‘Wallonië en Brussel zijn een zwart eiland in Europa waar armoede heerst en te weinig mensen aan het werk zijn. (…) Het zijn niet de dappersten van de Galliërs die daar wonen, het zijn deze die in de steek gelaten werden door een slecht beleid.’

(Cijfers en tabellen uit rapport Naar cohesie in Europa in 2050 aangevuld met cijfers uit Statbel) Op het plannetje zien we dat het risico op armoede en sociale uitsluiting in Wallonië en Brussel schommelt tussen de 20 tot 30%. Ze zijn daarmee een eiland in West-Europa. In Vlaanderen is het percentage risico op armoede en sociale uitsluiting 13,2%, Wallonië 24,6% en Brussel maar liefst 37,8%. Als we het per provincie (met uitzondering van het Brussels Gewest) bekijken, dan scoort Vlaams-Brabant het best met slechts 10,6% risico op armoede en sociale uitsluiting. En Henegouwen — uitgerekend de provincie van PS-kopstukken Eli Di Rupo, Paul Magnette, Rudy De Motte, Thomas Dermine en Ludivine Dedonder — scoort met slechts 29,5%.

Als we het risico op monetaire armoede apart nemen dan zien we dat dit in Vlaanderen 9,8% is, in Wallonië 18,3% en in Brussel 31,4%. Ook hier is Vlaams-Brabant het best met 7,4%, en Henegouwen is het kneusje van de klas met 21,3%.

Materiële deprivatie en lage werkintensiteit

De cijfers van de materiële deprivatie zijn navenant. Vlaanderen 1,9%, Wallonië 6,7% en Brussel 10,6%. De provincie met de laagste graad van materiële deprivatie is West-Vlaanderen met 0.6%. De hoogste is alweer Henegouwen met 10,7%, deze keer zelfs hoger dan Brussel.

En, last but not least, de figuur met de huishoudens met lage werkintensiteit. Daar zien we dat Vlaanderen zeer goed scoort binnen Europa met slecht 7,4%. Wallonië scoort slecht met 17,1% en Brussel sluit weer het deplorabel rijtje met 24,7%. Het verbaast mij als West-Vlaming niet dat mijn provincie daar het best scoort met amper 6,1% gezinnen met lage werkintensiteit. De rode lantaarn gaat alweer naar Henegouwen met 22,6%, nauwelijks 2,1% minder dan Brussel.

Operatie scheiding

Het linkse, zogenaamd sociaal beleid, blijkt dus in de praktijk eerder asociaal te zijn en zorgt voor een groter risico op armoede, sociale uitsluiting, monetaire armoede, materiële deprivatie en lage werkintensiteit. Het zogenaamd asociale rechtse beleid in Vlaanderen zorgt dan weer positieve cijfers.

Rest mij de vraag of Wallonië een zorgenkind is dat geholpen en gestuurd moet worden in de hoop dat het verstand met de jaren komt. Of dat het een belastende Siamese tweeling is die we operatief moeten verwijderen. Het probleem zit hem in het bestrijden van de oorzaak. Het linkse egalitarisme gebaseerd op solidariteitsvisioenen en gefinancierd door staatsbedrijven of rijkentaks is overal ter wereld een armoedegenerator voor het volk, en een goudstavenmagneet voor politieke leiders.

Ik schreef het eerder al. Ik ben geen separatist. Mijn adagium is: ‘Met België als het kan, zonder als het moet.’ Ik ben van mening dat het nu zonder moet en niet meer kan. Alleen de harde weg van de confrontatie met de volledige verantwoordelijkheid voor inkomsten en uitgaven kan een paradigmaverschuiving in het denken van Waalse politici teweegbrengen. We moeten ons daarom zo snel mogelijk, en in het belang van de Walen, operatief wegsnijden van hen.

Als goede buur willen wij hen met raad en daad solidair bijstaan, maar voor brood en spelen moeten ze wel zelf de handen uit de mouwen steken en een gezond financieel beleid, fiscaal beleid, arbeidsbeleid en sociaal beleid en dies meer voeren. Ik neem even het voluntarisme en geloof in het eigen kunnen van Di Rupo en Magnette over: ‘Je kan het, Elio, Paul en Thomas. Ik geloof in jullie. Bye-bye en tot nooit meer ziens.’

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Ignace Vandewalle

Ignace Vandewalle (1966) was kabinetsmedewerker van minister Marc Verwilghen en staatssecretaris Vincent Van Quickenborne, parlementair medewerker van Boudewijn Bouckaert en sinds 2019 partij-onafhankelijk parlementair medewerker van Jean-Marie Dedecker. Sinds 2014 is hij zaakvoerder van het onafhankelijk politiek adviesbureau BFELT.