fbpx


Cultuur

Wenen in Sint-Baafs




September 2021. Het nieuwe concertseizoen ontluikt na een veel te lange winterslaap. In Gent begon het alvast met een valse noot. Maandag laatstleden trok het Festival van Vlaanderen zich immers weer op gang met de gebruikelijke formule: een orkest van wereldfaam doen verdrinken in de volslagen ongeschikte akoestiek van de Sint-Baafskathedraal. Dat er parels worden geworpen naar een genodigdenpubliek van politieke en zakelijke ‘zwijnen’, tot daaraan toe, maar door ze op voorhand al te verbrijzelen onder een voorname hakschoen tref je ook de gewone muziekliefhebber.

Wiener Philharmoniker

Internationale toporkesten zijn zelden te horen in België. Als ze al neerstrijken, is het meestal in Brussel en ook daar gebeurt het slechts een handvol keren per jaar. Gent Festival van Vlaanderen mag daarom pochen. De voorbije jaren wist de organisatie onder meer het Bayerisches Staatsorchester, het Mariinski Theaterorkest en Philharmonia Orchestra London naar de Arteveldestad te lokken.

Geheel in die lijn pakte de huidige editie dan ook met gepaste trots uit met de Wiener Philharmoniker, een orkest van danige vermaardheid dat het festival er wellicht de originaliteit van zijn jaarthema voor veil had: ‘Take This Waltz’ (lees: Wenen). Luchtig kon je het programma nochtans niet noemen. Op de pupiter geen frivool nieuwjaarsgehuppel à la Johann Strauss. Integendeel. Met twee doorwrochte symfonieën van Schubert en Bruckner werden mogelijks oningewijde eregasten bepaald niet gepamperd. Mooi zo.

Kaviaar in de betonmolen

Dat gezegd zijnde, kaviaar serveer je niet in een betonmolen. Een avondjurk van Yves Saint Laurent trek je niet over een lantaarnpaal. Wel, net zomin geeft het pas om een symfonisch orkest met dergelijk repertoire in een kathedraal te posteren – hoe instagramwaardig zo’n kader ook moge zijn. Het vergt geen hogere natuurkunde om dat in te zien. Met een galm van zowat vijf seconden gaat de definitie van de muziek simpelweg verloren.

Dat werd maandag nogmaals bewezen door een – je mag vermoeden – laconiek gestemde Philharmoniker. Wereldklasse of niet, van zodra het tempo de hoogte in ging, ontaardde de muziek in een soep van onbedoelde tegentijden en wel heel gewaagde dissonanten. Dan hoor je in het Smurfenbos een snedigere versie van Schuberts Onvoltooide, waar ze sinds de jaren 1980 dienst doet als Gargamelthema.

Tragiek van de professionele machinerie

Akkoord, zo’n openingsconcert is natuurlijk ook een kwestie van prestige. Het oog wil ook wat en men moet denken aan de stakeholders, nietwaar. De Vlaamse en stedelijke functionarissen, de kaderleden van de sponsorende bedrijven, de met overheidsmanagers en voetbalvoorzitters gelardeerde raad van bestuur… Ziedaar de met Klaracoryfeeën afgekruide eerste rijen van blok A, waar de gewone concertganger meer dan 160 euro voor een zitje betaalt.

Och, sta mij, gewone muziekliefhebber, dit cynisme toe. Maar het is toch om ten hemel te Wenen. Als muziek ergens niet tot haar recht komt, zijn alle andere overwegingen waardeloos. Een verstandige vrouw als Veerle Simoens, zelf celliste en directeur van het Gent Festival van Vlaanderen, beseft dat ongetwijfeld. Maar wellicht zit zij gekneld in een al te professionele machinerie, waar te veel externe stemmen de keuze voor een meer welluidende locatie in de weg staan – een beetje zoals steunpilaren in een kathedraal dat doen met concertgangers in blok B tot D.

Kerkhof van Toporkesten

Een bescheiden voorstel dan maar. Kwestie van Gent in de toekomst de titel ‘Kerkhof van Toporkesten’ te besparen. Waarom bijvoorbeeld niet uitwijken naar het recentelijk vernieuwde Muziekcentrum De Bijloke? Of organiseer iets buiten, desnoods met versterking op het Sint-Pietersplein? Of is dat klassieke heiligschennis? Voor het ‘volksere’ Odegand kan het alleszins wel. Of wat gedacht van een aangepast programma, waar de setting van een kathedraal wel baat bij heeft, pakweg een mis. En hoeft het überhaupt wel een orkest te zijn? Opties te over, lijkt me. De meer op decorum beluste eminenties zullen het achteraf op de receptie ook wel ‘heel prachtig’ vinden.

Maar goed, genoeg tranen gelaten. Een enkele valse opmaat hoeft tenslotte niet het hele festival te vergallen. In de Gentse binnenstad valt nog een hele maand allerlei waardevols te ontdekken. Van het kindermuziektheater van Oxalys tot het recital van tenor Ian Bostridge. Kwaliteit zat. Hakken uit, jasje open dus. Het feest kan beginnen.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

[ARForms id=103]

Régis Dragonetti

De auteur schrijft, werkt en woont in Gent.