fbpx


Wetenschap
Sven Lievens

Woke vakblad Nature: wanneer wetenschap niet weten wil…



wetenschap

Aangeboden door Sid Lukkassen


Dit gratis artikel wordt u aangeboden door Sid Lukkassen, een abonnee van Doorbraak

Vindt u het interessant? Neem dan vandaag uw eigen gratis proefabonnement van 30 dagen.



Het bijzonder gereputeerde wetenschappelijk vakblad Nature Human Behaviour zal voortaan geen wetenschappelijke artikels meer publiceren die maatschappelijk gevoelig zijn. Dat leidt tot terechte kritiek bij heel wat wetenschappers. Een doorgedreven voorzichtigheid om ieders gevoelens te beschermen remt immers wetenschappelijke vooruitgang.

Meten is weten

‘Meten is weten’ poneerden mijn (en waarschijnlijk ook uw) grootouders stellig. Deze frase appelleert aan het bereiken van kennis door wetenschappelijk gevalideerde technieken en vormt de antipode van het buikgevoel, het gissen en het ‘denken te weten’. Wat men wetenschappelijk meet, weet men voortaan en geldt als de waarheid, zo lang het niet wordt weerlegd door ander valide onderzoek.

Door de wijde verspreiding van het internet en het brede gebruik van open access is heel wat wetenschappelijke literatuur dan ook voor eenieder raadpleegbaar. Dit versterkt de menselijke kennis en zorgt ervoor dat het middenveld of overheden gerichter onze problemen kunnen aanpakken. Zo een evidence based approach bespaart heel veel tijd en middelen en maakt de wereld aan ijl tempo een betere plek.

Poortwachters

De ongeremde verspreiding van wetenschappelijk gevalideerde gegevens staat evenwel op de helling. Het vakblad Nature Human Behaviour stelt in zijn ethische richtlijnen dat bepaalde publicaties voortaan geweigerd kunnen worden als de resultaten van de studie mogelijks schadelijk zijn voor bepaalde bevolkingsgroepen. Het editoriaal opent op tekenende wijze met de woorden: ‘Hoewel academische vrijheid fundamenteel is, is deze niet onbegrensd’. (eigen vertaling)

Wanneer academische artikels mogelijks indirecte schade opleveren, omdat ze door bepaalde actoren kunnen gebruikt worden om specifieke bevolkingsgroepen te stigmatiseren, zullen ze voortaan door de redactie kunnen worden geweerd. De poortwachters bepalen bijgevolg tot welke kennis u toegang zal hebben en welke kennis gedoemd is om eeuwig stof te vergaren op het bureau van de gecensureerde wetenschapper. Deze weigering vindt voor alle duidelijkheid niet plaats op wetenschappelijke gronden, maar op basis van de ethische inzichten van de redactie.

Wetenschap stigmatiseert niet

Wat de redactie van Nature Human Behaviour probeert is om andere schadeveroorzakers – ik veronderstel dat men politieke partijen en bewegingen verdenkt – te snel af te zijn door informatie in een eerder stadium te weerhouden. Het is immers de wetenschap zelf niet die stigmatiseert. Wetenschap is waarheid en die kan kwetsen, maar absoluut niet stigmatiseren.

Men denkt daarmee – misschien goed bedoeld, maar o zo naïef – dat men de wind uit de zeilen haalt van extreme groeperingen in de samenleving. De redactie hoopt zo stigma’s omtrent specifieke kenmerken zoals (vermeend) ras, afkomst, geslacht of geaardheid te doen verdwijnen. Niets is minder waar. Het argument zal veel sterker weerklinken: kunnen we de wetenschap wel nog vertrouwen? Want wat krijgen we eigenlijk niet te lezen?

Wat is dan de waarheid?

Als alle wetenschappelijke tijdschriften dezelfde principes zouden hanteren, kunnen we ons de vraag stellen of we de waarheid wel kennen. Misschien zijn studies die het tegenovergestelde van de huidige stand van de wetenschap beweren wel tegengehouden wegens ‘mogelijks te schadelijk’ voor een bevolkingsgroep.

Misschien is het beleid voortaan dan slechts partially evidence based aangezien we gewoonweg geen toegang hebben tot de ietwat gevoeligere materies. U merkt het, dit speelt gewoonweg in de kaart van zij die de samenleving willen verdelen. Dat is het resultaat van twee belangrijke denkfouten van de redactie van Nature Human Behaviour.

Inductie is geen deductie

De eerste fundamentele denkfout is dat men een inductieve redenering gelijkstelt aan een deductieve redenering. Ik verklaar me nader: vanuit verschillende concrete voorvallen kunnen we trachten een algemene theorie te distilleren. Dat is een voorbeeld van de inductieve methode, waarbij we van concrete voorbeelden naar algemene theorieën gaan. Het probleem is dat men niet steeds zonder meer ook terug van algemeen naar concreet kan, de deductieve methode aldus. De pijl staat dus in de enkele richting.

Een voorbeeld brengt duidelijkheid: stel dat we de criminaliteitscijfers bekijken en vaststellen dat Antwerpenaren disproportioneel veel terugkomen in de misdaadstatistieken. Zij plegen dus meer criminele feiten dan pakweg Gentenaars, gesteld dat de populaties gelijk zijn. Het is dan juist om te stellen – op abstract niveau – dat de kans groter is om Antwerpenaren terug te zien in toekomstige criminaliteitscijfers in vergelijking met Gentenaars. Het is evenwel fout om te zeggen dat – op individueel niveau – één concrete Antwerpenaar gevaarlijker is dan één specifieke Gentenaar.

U hoeft van uw Antwerps contact dus strikt genomen niets te vrezen. Dat sommigen wel die denkfout maken en bijgevolg denken dat elke Antwerpenaar een crimineel is, behoort de redactie er niet van te weerhouden om eerlijk over wetenschappelijke resultaten te berichten.

Universele verklaring

De tweede denkfout is een compleet verkeerde gevolgtrekking uit een lezing van mensenrechtenverklaringen. De redactie van Nature Human Behaviour schermt immers met het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens waar – terecht – wordt gesteld dat mensen vrij en gelijk worden geboren in waardigheid en rechten. Lees: mensen zijn gelijkwaardig en verdienen gelijke rechten. Ja, dat klopt… in gelijke gevallen alleszins.

Gelijke gevallen moeten inderdaad gelijk behandeld worden. Maar mensen zijn nu eenmaal niet gelijk. Als u het mij laat opnemen tegen Remco Evenepoel in pakweg de Ronde van Vlaanderen, wordt mijn punt snel duidelijk. Gelijkheid van kansen mag nooit gelijkgesteld worden met gelijkheid van uitkomsten.

Dat mensen feitelijk ongelijk zijn – in alle disciplines van het menselijke leven – en dat zij bijgevolg andere uitkomsten behalen, is logisch en zal uiteraard blijken uit wetenschappelijk onderzoek. Dergelijk onderzoek weerhouden van publicatie omwille van mogelijke schadelijke gevolgen is dus een verkeerde reflex.

De democratie kan tegen een stootje

Ik pleit dus resoluut voor een ongebreidelde academische vrijheid. Een arena waar wetenschappers elkaar bekampen met valide theorieën en peer reviewed-artikels. De democratie kan heus wel tegen een stootje. Woord en wederwoord is een krachtige combinatie.

De ongetwijfeld goede bedoelingen van de redactie van Nature Human Behaviour ten spijt zullen – vrees ik – leiden tot het censureren van essentiële wetenschappelijke inzichten. Laat die langste tenen niet bepalen wat wetenschappers mogen schrijven. Laat ons, integendeel, pleiten voor een vranke en vrije wetenschap, die niet gebukt gaat onder politieke correctheid. De wetenschap en dus de samenleving vaart er wel bij.

Sven Lievens

De auteur is mandaatassistent Rechten en schrijft in eigen naam