fbpx


Geschiedenis
Hitler

1920: nationalisme en ‘socialisme’ onder één hoed

Honderd jaar geleden lanceerde Hitler zijn partij


Op 24 februari 1920 kon niemand van de tweeduizend toehoorders in het Hofbräuhaus te München vermoeden waarheen de politiek van de besnorde man, die in naam van een kleine radicaalnationalistische partij sprak, zou leiden: naar een nieuwe wereldoorlog die Europa in brand zou steken, naar de Holocaust en tenslotte naar de ondergang van Duitsland. Dit alles nauwelijks twintig jaar nadat de Duitse regering na een verloren oorlog, de Eerste Wereldoorlog, het voor het land vernederende Verdrag van Versailles had moeten ondertekenen.

Zijn naam prijkte niet op de affiche, toch zou de omdoping van de kleine partij die avond, precies honderd jaar geleden, de springplank vormen voor de duizelingwekkende ‘carrière’ van de spreker. ‘Hitler – Eine Karriere‘, zo heet niet voor niets de documentaire die de bekende journalist en historicus Joachim Fest 32 jaar na diens dramatische ondergang zou maken (gebaseerd op zijn eerder verschenen biografie).

Sovjetrepubliek Beieren

Duitsland was na de wapenstilstand van november 1918 door een woelige periode gegaan. Er hing revolutie in de lucht, soldaten en arbeiders richtten in vele steden ‘Räte’ (raden) op naar het model van de Oktoberrevolutie die een jaar tevoren het tsarenrijk in een Sovjetrepubliek had omgevormd. Ook in Beieren riepen links-revolutionairen begin april 1919 een radenrepubliek uit: ‘Das erste Stück von Deutschland, das zum Bolschewismus übergeht‘, noteerde de publicist Harry Graf Kessler in zijn dagboek.

De rijksregering kon dit ‘carnaval van de waanzin’ (dixit Reichswehrminister Gustav Noske) niet laten doorgaan. Begin mei heroverden regeringstroepen München nadat ze een waar bloedbad onder de linkse verdedigers van de stad hadden aangericht. Daarna voltrok er zich in de hoofdstad van Beieren een ‘Rechtsruck’, een ruk naar rechts. Tientallen extreemrechtse groepjes zagen het daglicht. Een daarvan was de Deutsche Arbeiterpartei (DAP) die al in januari 1919 door de slotenmaker Anton Drexler en de sportjournalist Karl Harrer was opgericht, maar nog enige tijd een schemerig bestaan zou leiden.

Begenadigd redenaar

Adolf Hitler had als vrijwilliger deelgenomen aan de oorlog en was na afloop ervan niet gedemobiliseerd. Zijn militaire oversten gaven hem de opdracht vergaderingen van extremistische partijen in München bij te wonen en er verslag over uit te brengen. Zo bezocht hij op de avond van 12 september 1919 een activiteit van de DAP. Hij mengde zich in het debat en maakte als vlotte spreker zoveel indruk op Drexler dat deze hem vroeg lid van de partij te worden. Hitler had zijn roeping gevonden. Als begenadigd redenaar wist hij in het najaar meer en meer toehoorders naar de activiteiten van de DAP te lokken. Dat maakte hem ‘onontbeerlijk’, stelt Hermann Graml van het Institut für Zeitgeschichte, en wie onontbeerlijk wordt, bepaalt.

Het ogenblik brak aan om een grotere sprong te wagen. Tot dan toe had Hitler voor een paar honderd mensen gesproken, maar hij en Drexler wilden meer, wilden duizenden mensen op de been brengen. Harrer daarentegen droomde van de partij als een kleine voorhoede, kon zich echter niet doorzetten en trad gedesillusioneerd af als voorzitter. De kleine partij moest voor de nieuwe voorzitter Drexler en voor ‘Werbeobmann‘ (‘reclamechef’) Hitler een massabeweging worden. Op een massavergadering zouden ze het 25-punten-programma van de partij voorstellen. En zo huurden ze de feestzaal van het beroemde Hofbräuhaus af voor de avond van 24 februari 1920. Voor tweeduizend toehoorders verkondigde de partijtop dat de DAP vanaf nu NSDAP zou heten: Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei. Eenmaal aan de macht zou Hitler die dag elk jaar laten herdenken als de ‘Geburtsstunde‘, het moment waarop de partij was geboren.

Voor elk wat lekkers

De fusie van nationalisme en ‘socialisme’ was een slimme zet: dat waren de twee stromingen die het meest de mensen in beweging zetten én tegen elkaar pleegden op te zetten. De fusie zou een einde moeten maken aan die verdeeldheid tussen burgerij en proletariaat en de mensen mobiliseren op weg naar de ‘Volksgemeinschaft’. Het 25-punten-programma bood voor elk wat wils, voor rechts en links, voor alle klassen die uiteindelijk verenigd dienden te worden onder de vlag van het nationaalsocialisme.

Het was wat de historicus en NSDAP-kenner Armin Nolzen (Bochum) een ‘catch-all-program‘ noemt: de arbeiders kregen lekkers toegeworpen in de zin van nationalisatie van de grote ondernemingen en deelname aan de winst (artikelen 13 en 14), de middenstand mocht rekenen op het onder controle van de gemeente brengen van de grootwarenhuizen en hun verhuring aan kleine ondernemers (artikel 16), de gewone landbouwers werden onteigening van het grootgrondbezit en de strijd tegen bodemspeculatie voorgespiegeld (artikel 17). Samen met het breken van de ‘Zinsknechtschaft‘ (de verknechting door de rente), het afschaffen van het moeiteloze inkomen uit kapitaal, vormden deze punten het ‘sociale programma’ van de NSDAP. Gedomineerd werd het hele programma door nationalisme (de strijd tegen Versailles en het streven naar Groot-Duitsland) en onversneden racisme en antisemitisme: ‘Staatsbürger kann nur sein, wer Volksgenosse ist. Volksgenosse kann nur sein, wer deutschen Blutes ist (…). Kein Jude kann daher Volksgenosse sein.’ (artikel 4).

Voorafspiegeling

Hitler droeg als medeopsteller het programma voor. Punt voor punt werd het op bijval onthaald, schreef hij later in Mein Kampf. Zelfs linkse tegenbetogers zouden zich erdoor hebben laten overhalen. Het politierapport laat een ander geluid horen: de laatste woorden van Hitler zouden ondergegaan zijn in het luidkeelse protest van een honderdtal communisten en sociaaldemocraten. Een kleine groep protesteerde, de massa ging mee: een voorafspiegeling van wat zou komen. Zowel voor- als tegenstanders hadden die avond, precies honderd jaar geleden, gehoord wat Hitler en de zijnen zinnens waren. Ook al waren vele artikelen vaag geformuleerd, diegene die gingen over de strijd tegen het Verdrag van Versailles, tegen de parlementaire democratie en tegen de joden lieten aan duidelijkheid niets te wensen over. In het Duitsland van de jaren ’20 zou de botsing der ideologieën een alsmaar gewelddadiger karakter aannemen. De Republiek van Weimar (1919-’33) zou verscheurd worden door geweld, haar democratisch bestel vernietigd worden.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Dirk Rochtus

Dirk Rochtus is hoofddocent internationale politiek en Duitse geschiedenis.