Eerst zien, en dan geloven.
Lessen leren uit ons verleden.

foto © Uitgeverij Thoth
Het mooiste boek dat dit jaar onder mijn kerstboom ligt, is er een dat bijna aan mijn aandacht was ontsnapt. Het blijft een hardnekkige trend in de Vlaamse boekenwereld: terwijl er almaar meer titels verschijnen, worden er in de boekenkaternen almaar minder besproken.
Je ziet dat ook in de actualiteitsprogramma’s op televisie. Van de werkelijkheid wordt gezegd dat ze in toenemende mate divers en heterogeen is, maar de programma’s over die werkelijkheid worden almaar homogener. Almaar dezelfde mensen met almaar dezelfde meningen die almaar dichter bijeen liggen. Of het nu in De Afspraak is of in De Tafel van Gert.
Maar goed, laat ik het vooral hebben over dat mooie boek, tegelijk een lees- en kijkboek: Kunst als instrument voor de ziel. De ondertitel doet het nog meer buiten de tijd vallen: Meditatie in West-Europa 1450-1650.
Verzamelaars
Auteur en samensteller van het boek is Annelies Vanwalleghem, een Kortrijkse kunsthistorica die haar interesse voor de kunst van de periode die ze in haar boek behandelt met de paplepel kreeg ingegoten. Vader Henk is de eigenaar van Old Master Print, een West-Vlaams veilinghuis waar drukwerk uit voorbije eeuwen wordt verhandeld.
Vanwalleghems boek is in de eerste plaats een bijzondere catalogus: de werken die erin verzameld staan, maken deel uit van haar eigen collectie. Zelf noemt ze die ‘excentriek’. Het adjectief slaat niet zozeer op die werken zelf (die waren in hun tijd zeer mainstream), dan wel op de keuze van de verzamelaarster: devotionele beelden uit de overgang van de late middeleeuwen naar de vroege moderniteit.
Hiëronymus
Een van die beelden siert de kaft van het buitengewoon mooi vormgegeven boek. Het is een detail uit een schilderij dat ergens tussen 1530 en 1550 werd gemaakt in de kring van de Zuid-Nederlandse schilders Joos van Cleve en Pieter Coecke van Aelst. De heilige Hiëronymus kijkt ons zelfzeker aan. Zijn ene hand heeft hij op de eigen slaap, en met de wijsvinger van zijn andere drukt hij op de slaap van een schedel die op zijn werktafel staat.
De blik van Hiëronymus is indringend: er spreekt een dwingend advies uit. Memento mori: besef dat ook jij ooit zo’n schedel zal zijn. En besef ook dat je er net als Hiëronymus goed aan doet om het onvermijdelijke van de dood te zien zoals de kerkvader dat zag: de dood is het moment waarop je verlost wordt van het aardse en eindelijk de mogelijkheid krijgt om bij God te zijn, ‘aangezicht tot aangezicht’, zoals het in de Eerste Brief van Paulus aan de Korintiërs staat.
Vulgaat
Van Hiëronymus bestaan verschillende wereldberoemde portretten uit diezelfde periode. Leonardo da Vinci schilderde de kerkvader als kluizenaar in de Syrische woestijn, terwijl onder meer Dürer en Carpaccio hem afbeeldden in zijn studievertrek, omringd door boeken, net als op het schilderij op de kaft van Vanwalleghem.
Hiëronymus stond inderdaad bekend als studax. In de overgang van de 4de naar de 5de eeuw maakte hij de bekende Bijbelvertaling die bekendstaat als de Vulgaat; de vertaling naar het volkse, alledaagse Latijn waarmee de kerkvader het woord van God voor de gewone sterveling openbaarde.
Verlossing
In haar analyse van dat schilderij wijst Vanwalleghem op de vele andere details die de devotionele boodschap onderstrepen: de zandloper die op het vervlieden van de tijd wijst, de net uitgedoofde vlam van de kaars, de broze dagvlinder die maar weinig toekomst heeft.
Maar tegenover die symbolen van het onbeduidende aardse leven plaatst de schilder het beeld van Christus aan het kruis: de toeschouwer moet beseffen dat zijn lijden er kwam om onze verlossing te bewerkstelligen. De toeschouwer moet zich identificeren met de zoon van God, moet leven naar diens voorbeeld, en doen zoals ook Hiëronymus deed: boetvaardig en devoot het geloof in God in de praktijk brengen.
Actief kijken
Zoals Vanwalleghem overtuigend aantoont, biedt dat schilderij niet zomaar een religieuze gedachte. Het doet wat het toont: het brengt de toeschouwer tot een manier van kijken die tot geloof leidt. Hetzelfde geldt voor de tweehonderd andere beelden in dit boek: stuk voor stuk zijn het instrumenten voor de ziel.
Het begeleide kijken dat hier vooropstaat, is in de religieuze logica van toen geen passief gebeuren. Het is actief; een activiteit die moeite vraagt: de finale verlossing krijg je niet zomaar; ze moet worden verdiend, ze moet actief verworven.
Gids
In het uitvoerige tekstmateriaal bij de vele afbeeldingen, toont Vanwalleghem zich een goed gedocumenteerde gids die steunt op recente studies van internationale experts. Ze gaat ook dieper in op de spanning tussen katholieke en protestantse beeldcultuur, op het belang ook van de mystieke traditie.
Op het einde van haar boek behandelt ze de verzuchting die ongetwijfeld bij veel lezers zal opkomen: hoe verschillend is het diepe kijken dat hier besproken wordt van onze hedendaagse, snelle, oppervlakkige en weinig bedachtzame omgang met beelden?
In een tijd waarin het almaar vaker gaat over de effecten van kunst en cultuur op ons welzijn, is het goed dat dit boek ons herinnert aan onze antieke, en in wezen diep religieuze wortels.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.
De beste boeken zijn die boeken die ik zelf had willen schrijven – als ik maar genoeg tijd en talent had. Zoals The Dog’s Gaze van Thomas Laqueur.






