JavaScript is required for this website to work.

Filosofie als wachtverzachter

Jürgen Pieters31/12/2025Leestijd 4 minuten
Psychiater Dirk De Wachter pleit voor vertraging en onthaasting.

Psychiater Dirk De Wachter pleit voor vertraging en onthaasting.

foto © Belga

Ik ben in Parijs, de stad van het denken en de filosofie. In de kelderverdieping van boekhandel La Compagnie – in de straat waar de Sorbonne en het Collège de France elkaar raken, Roland Barthes werd er het slachtoffer van een verkeersongeluk – staat een tafel met tientallen nieuwe vakpublicaties waarover het in onze boekenbijlagen vooralsnog stil blijft.

Een postuum uitgegeven seminarie van Derrida (Témoigner), een nieuwe ‘inédit’ van Foucault (Les Hermaphrodites), de aangevulde uitgave van L’intrus, het wonderlijke boek waarin Jean-Luc Nancy het principe van de gastvrijheid verbindt met de harttransplantatie die hij in 1991 onderging.

Aandoenlijk

Voor dat laatste boek ben ik in Parijs. Ik ben uitgenodigd voor een studiedag over die opnieuw verschenen tekst. Ik hoor er sprekers doordenken op de reflecties van Nancy, voortbordurend op woorden die de taal doen denken in plaats van de spreker. Het is een stijl die alleen Fransen goed blijken te beheersen: een Amerikaanse doet een bijna aandoenlijke poging.

Van mijn Parijsreis heb ik, naast dat van Nancy, ook het nieuwe boek van Dirk De Wachter meegenomen: Wachten. Een levenshouding. De Antwerpse psychiater houdt van Parijs, dat weten we uit zijn eerder werk en uit de vele interviews. Het is de stad waar hij stage liep en waar de graven liggen van zovele doden die hij bewondert: Sartre, Baudelaire, Gainsbourg en Lévinas.

Levinas en Heidegger

Die laatste is wellicht de belangrijkste maître à penser van De Wachter. Levinas is de filosoof die in zijn hoofdwerk (Totalité et Infini) van de herkenning van de ander het wezenskenmerk van de mens heeft gemaakt. We zijn pas wie we zijn in verbinding met elkaar, stelt Levinas, en De Wachter zegt het hem graag na.

Ook bij Heidegger vindt De Wachter de gedachte terug: ‘Dasein ist mit einander sein.’ We hebben anderen nodig om waarlijk onszelf te zijn. De Wachter leerde de voor hem fundamentele gedachte kennen van zijn mentor Sam IJsseling, de grote Leuvense filosoof die generaties Vlamingen inleidde in het werk van zovele Franse postmoderne denkers. (De aandachtige lectuur van IJsseling had onze premier voor een paar domme uitspraken over dat denken kunnen behoeden.)

Aan diezelfde Heidegger ontleent De Wachter het concept dat in zijn nieuw boek centraal staat: ‘Das Warten ohne Erwartung’, het wachten zonder verwachting. Het is een wachten dat op niets uit is en zich daardoor ook laat verrassen en verwonderen. Het is het wachten van de wandelaar die geen ander doel heeft dan het maken van de wandeling.

Plus ultra

In zijn boek houdt De Wachter in de hem bekende stijl een warm pleidooi voor dat soort wachten. We leven in haastige tijden die ons het gevoel geven dat niets genoeg is. Plus ultra: de wapenspreuk van Karel V die ooit het devies van de nieuwsgierige wetenschapper kon zijn, is vandaag verworden tot een dodelijk vermoeiende imperatief. Nog een boek, nog een concert, nog een film. Sneller, hoger, verder.

De Wachter pleit tegen dat alles in voor vertraging en onthaasting. Voor het nemen van de tijd. Dat hij dat doet in een al bij al dun boekje dat een vlotte lezer in twee uur tijd uit heeft, is een van de paradoxen van dit werk. De schrijver lijkt zelf in de ontwikkeling van zijn betoog niet de tijd te nemen die de sleutelgedachten van zijn gidsdenkers nochtans verdienen.

Sartre

Dat er al bij al weinig nieuws te rapen valt in dit boek, zal voor de meeste lezers van De Wachter geen bezwaar zijn. Ook de niet-filosofische verwijzingen zijn degene die je verwacht – Nick Cave, Leonard Cohen – en verschillende van de anekdotes die De Wachter in zijn boek vertelt, klinken vertrouwd.

Zoals het op zich vermakelijke verhaal over zijn bezoek aan het graf van Sartre: met diens uitspraak dat de ander de hel is, is De Wachter het hartsgrondig oneens. Daarom gaat hij op de tombe van de Franse filosoof een kaartje leggen waarop diens stelling wordt aangevuld: ‘L’enfer, c’est le manque des autres.’ De hel is de afwezigheid van de ander.

Wandelen

De Wachter heeft natuurlijk gelijk. We wachten wat af in ons leven. Ik had Parijs niet nodig om het te beseffen: wachten op de TGV die te laat vertrekt, wachten met de taxi in de file, wachten op de koffiepauze tijdens te lange saaie lezingen. Ook hier zit een paradox: De Wachter nodigt uit om dat wachten nuttiger te maken, aangenamer ook, en iets te doen. Kunnen we het wachten wel echt wachten laten zijn? Of moeten we ook ons wachten voldoende verzachten?

Voor De Wachter bestaat er een analogie tussen wachten en wandelen, althans het wandelen waarin het doel niet vooropstaat, het ‘flaneren’ zoals dat in het Parijs van Baudelaire is uitgevonden. De flaneur is een ambivalente criticus van de moderniteit, die afstand wil nemen van de stedelijke omgeving, maar niet buiten de stad raakt.

Babbelen

Wachten gaat niet alleen over wandelen, het boek leest ook alsof je intussen een wandeling aan het maken bent, in het gezelschap van de auteur die je al pratend onderhoudt. Dat De Wachter niet echt een schrijver is, bedoel ik allerminst negatief: zijn schrijven heeft iets gewild babbelends. Door het boek heen worden verhalen en anekdotes verteld en bon mots geciteerd. Van de ene oneliner gaat het naar de andere: De Bond zonder Naam is niet altijd ver genoeg weg. Bij momenten lijkt de tekst ook letterlijk te zijn ingesproken en daarna uitgeschreven.

Denkherders

Wie het denken graag wat meer laat schuren en wrijven, zal in het nieuwe boek van De Wachter evenmin zijn gading vinden als in ouder werk van de auteur. De Wachter – nomen est omen – is in wezen een waker: zijn denken heeft iets pastoraals, zoals dat van zovele Vlaamse Denkherders (Loobuyck, Devisch, Vermeersch, De Ceulaer, …) van wie het werk raakpunten vertoont met de filosofie.

Op de conferentie in Parijs vertelde de nieuwe uitgever van Nancy (de vorige is intussen failliet) dat er van de nieuwe editie van L’Intrus 800 exemplaren zijn gemaakt. Ik ben er gerust op dat men bij Lannoo de lat voor deze De Wachter een stuk hoger heeft gelegd.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties