JavaScript is required for this website to work.

Frivoliteit: een vergeten deugd

Jürgen Pieters13/4/2025Leestijd 4 minuten
Peter Venmans.

Peter Venmans.

foto © RV

Als ik de baas van een natie was, ik bevorderde Peter Venmans gelijk tot denker van mijn vaderland. Hij is de geknipte kandidaat: mijn land zou immers een land zijn waarin het grote gelijk geen bestaansrecht heeft. Of althans: waar mijn landgenoten dat gelijk met gepaste scepsis zouden benaderen.

Het zou ook een land zijn waar de zin voor ironie geen kwalijke geur heeft en waar moraalridders enkel voor het eigen kleine kerkje zouden mogen prediken. Een praatprogramma op televisie zou in het land van mijn dromen tegengestelde meningen aan de orde brengen. En Bart Schols zou het niet mogen presenteren.

Peter Venmans zou zich in dat land misschien te goed in zijn sas voelen om nog het soort boeken te schrijven waarop hij nu al meer dan anderhalf decennium een patent heeft. Het zijn boeken die voortkomen uit een noodzaak, uit een gevoel van onvrede.

‘Edele verontwaardiging’, noemde de auteur het in een eerder werk. Verontwaardiging ontstaan uit redelijke boosheid die met waardigheid gedragen wordt en op beheerste wijze getransformeerd wordt tot afstandelijk maar toch doorvoeld denken.

Ex negativo

In 2008 verscheen ‘Over de zin van nut’, het eerste deel van een respect afdwingende reeks waarin de auteur altijd dezelfde oefening maakt. In verschillende van die boeken gaat het over een begrip dat onze tijd ten gronde kenmerkt, maar dan in zekere zin ex negativo. Omdat we te weinig nadenken over dat begrip. Omdat we de betekenis ervan voor het gemak reduceren. Of omdat we de deugd waarvoor het begrip staat te vanzelfsprekend nemen.

Of neem ‘Gastvrijheid’, Venmans vorige boek, dat in 2022 verscheen en een jaar later bekroond werd met de Socratesbeker voor het beste filosofische werk van de Lage Landen

Neem bijvoorbeeld het in 2019 verschenen ‘Discretie’. Een ‘essay over een vergeten deugd’ noemde Venmans dat zelf. We leven in tijden waarin alles op tafel moet komen, met naam en toenaam en in alle details. De onderste steen moet omgekeerd worden, vinden we met z’n allen. Niet zo Venmans: discretie is wat het leven waardevol maakt, schrijft hij. Soms is het beter om iets wat geheim is, geheim te houden.

Of neem ‘Gastvrijheid’, Venmans vorige boek, dat in 2022 verscheen en een jaar later bekroond werd met de Socratesbeker voor het beste filosofische werk van de Lage Landen. In een tijd die gekenmerkt wordt door massamigratie en massatoerisme is de aloude deugd van de gastvrijheid verloren gegaan, stelt Venmans, en dat is om verschillende redenen een kwalijke zaak.

Frivoliteit

Venmans nieuwste boek heet ‘Frivoliteit’. ‘Waarom we niet altijd ernstig kunnen zijn’ is de ondertitel ervan. Opnieuw een boek dus over een uit de aandacht verdwenen kernwaarde, over iets wat we verloren zijn geraakt zonder dat verlies misschien goed te beseffen. Venmans ziet het als zijn taak om ons daarop te wijzen.

Zijn aanpak is intussen herkenbaar, maar daarom niet minder doeltreffend. Vooral de breedheid van zijn bereik valt op, zowel in de tijd als in de ruimte. Venmans heeft oog voor ontwikkelingen van de ‘longue durée’ (zijn betoog overspant het begin en einde van de moderniteit) en ook al blijft het vizier deze keer gericht op het Westen, zijn referenties zijn meertalig (Frans, Duits en Engels). In een almaar monomaner op het Angelsaksische gerichte publicatiecultuur is dat niet minder dan verfrissend.

Joie de vivre

Frivoliteit betekent niet in alle westerse talen exact hetzelfde, zegt Venmans in het openingshoofdstuk. In het Engels houdt iets wat frivolous is een overtreding in van het nutsbeginsel. Het is iets zinloos, iets wat enkel plezier oplevert voor wie een frivole daad stelt.

In het Duits klinkt de term nog strenger: frivool is in de taal van Luther hetzelfde als gewetenloos. Frivool zijn is iets wat je gewoonweg niet doet. Het Frans kijkt volgens Venmans (hij is romanist, dus hij kan het weten) het meest positief naar frivoliteit. In de taal van Molière is het begrip synoniem van lichtheid. Wie in Frankrijk frivoliteit in zijn leven toelaat, weet wat joie de vivre is. Maar ook bij onze zuiderburen geldt: té frivool is geen goed idee, nooit.

Zuiverheid

Dat in elk van deze talen frivoliteit een verre van eenduidig positief begrip is, heeft volgens Venmans te maken met twee grondstromen die de moderniteit in het Westen sterk hebben bepaald: het puritanisme en het rationalisme. Beide zijn een vorm van zuiverheidsdenken die alles wat frivool is verdacht maken.

Dat de filosofen die volgens Venmans het meest zinvol over frivoliteit hebben geschreven juist de beperkingen en de gevaren van een zuiver rationalisme hebben belicht, is geen toeval

Venmans traceert de westerse kritiek op het frivole in het verleden, in de opkomst van de Reformatie (een reactie op de frivoliteit van de Roomse Kerk, zegt hij) en in de Verlichting, die in haar eenzijdige gerichtheid op de rede alles wat frivool was (want van de orde van het lichaam en de emoties) probeerde uit te schakelen.

Dat de filosofen die volgens Venmans het meest zinvol over frivoliteit hebben geschreven juist de beperkingen en de gevaren van een zuiver rationalisme hebben belicht, is geen toeval. Aan een van hen – Nietzsche, pleitbezorger van een ‘vrolijke’ (en dus frivole) wetenschap – wijdt de auteur een heel hoofdstuk.

Woke

Voor alle duidelijkheid: Venmans beperkt zich niet tot een historische discussie over zijn sleutelbegrip. Zijn sterkste passages zijn die over hedendaagse vormen van denken die tonen dat enige zin voor frivoliteit ook vandaag weer uit den boze is.

Het hedendaagse ecologisme en de woke-beweging noemt Venmans vormen van puritanisme die hij als ‘de nieuwe ernst’ typeert: ook in dit denken is het frivole verdacht, zelfs verboden. Raak is het contrast dat hij schetst tussen het verzet van een beweging als de ‘gay pride’ die in het laatste kwart van de vorige eeuw opkwam (en in vele opzichten door en door frivool was) en het verstikkende van de woke-beweging die, in de woorden van Venmans ‘geen vrolijk weten wenst te kennen’.

‘Frivoliteit’ nodigt net als eerdere boeken van Venmans uit tot nadenken en meedenken. De auteur is een essayist, geen apologeet. Hij reikt sporen aan en zoekt naar verbanden. Hij dicteert niet wat we moeten doen, maar suggereert dat het anders kan.

Sommige recensenten vinden dat een boek over dit onderwerp best wat frivoler had gemogen. Ik denk dat ze zich vergissen: frivoliteit en ernst gaan idealiter best samen, betoogt ook Venmans. Met zijn boek geeft hij alweer het goede voorbeeld.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties