Ga dat lezen! Ga dat zien!

Aan het begin van een nieuw boekenjaar wordt de voorziene jaaroogst al gewikt en gewogen voor hij goed en wel geplukt kan worden. Binnen- en buitenlandse redacties wijzen er ons op voor welke boeken we de komende twaalf maanden zeker tijd moeten uittrekken. Het zijn er altijd veel te veel.
Een van de boeken die ik in 2025 zeker wil lezen, vind ik niet terug in die lijstjes. Ergens in het najaar verschijnt de vijfde aflevering van de succesreeks The Thursday Murder Club van de boomlange Brit Richard Osman. Op de universiteit loop ik er niet mee te koop, maar hier kan ik het gerust toegeven: naar dat vooralsnog titelloze boek kijk ik uit als naar geen ander dit jaar.
Tv-gezicht
Voor hij in 2020 als schrijver debuteerde, was Osman al een hele tijd een bekend gezicht bij onze overzeese buren. Hij is/was de bedenker en co-presentator van Pointless, een quiz over zinloze weetjes die al meer dan tien jaar op BBC One loopt.
In 2022 verdween Osman van het scherm om zich te concentreren op zijn uitermate succesvolle schrijfcarrière. Op een half jaar tijd gingen van zijn eerste boek alleen in het Verenigd Koninkrijk al 1 miljoen exemplaren over de toonbank. Intussen verschenen er vier afleveringen van The Thursday Murder Club. Die doen het ook in vertaling meer dan behoorlijk.
Onopgelost
Osmans moordclub bestaat uit vier bewoners van een retirement village waar meer dan bemiddelde gepensioneerden wonen. Cooper’s Chase heet het resort. Het is ergens in het zuidelijke graafschap Kent gelegen, in de buurt van het niet in het echt bestaande kuststadje Fairhaven.
De donderdagse moordclub dankt zijn naam aan het feit dat de vier elke donderdag samenkomen om hun licht te werpen op onopgeloste misdaaddossiers. De andere activiteiten die in Cooper’s Chase worden aangeboden (breien, Frans, ballroom dancing en Zumba for over 80’s) vinden ze veel te saai. Mysteries oplossen zien ze als een geknipte vorm van hersentraining: best nuttig op hun leeftijd, maar altijd prettig en op een spannende manier gevaarlijk.
Protagonisten
Elizabeth, Joyce, Ron en Ibrahim heten ze: twee mannen en twee vrouwen, allen flinke zeventigers. Elizabeth heeft een verleden in de Britse geheime dienst, terwijl Joyce decennialang verpleegster was. Ron stond aan het hoofd van de linkse vakbond en Ibrahim was voor hij met pensioen ging een gerespecteerd psychiater.
De vier protagonisten hebben hun leeftijd en hun omgeving gemeen, maar Osman is zo verstandig geweest ze ook heel verschillend te typeren. Lezers van een verschillende afkomst, geslacht en emotioneel gestel zullen zich gemakkelijk met een van hen weten te identificeren. Elke lezer heeft zijn of haar favoriet. (De mijne is Joyce, vraag me niet waarom.)
De vier
Elizabeth is de leidster, die de anderen blindelings vertrouwen en naar wie ze ook opkijken. Ze is assertief, een beetje roekeloos, maar uitermate professioneel. Ze heeft een echtgenoot (niet haar eerste) die aan alzheimer lijdt. Joyce is de moederkloek. Ze bakt graag, geniet van winkelen en houdt een dagboek bij. Ze is al een tijdlang weduwe. Ze heeft een dochter met een hoge functie, die dus weinig tijd heeft voor haar moeder.
Ron heeft dan weer een zoon, een voormalig professioneel bokser met een bescheiden televisiecarrière. Ron is de ruwe bolster van het gezelschap, een bullebak die door zijn verleden van vakbondsbaas van niemand schrik heeft. Ibrahim (Egyptenaar van geboorte) is de zachtheid zelve, een intellectueel, maar wel van een bijzonder soort: hij houdt zich graag op de achtergrond en heeft de mensen snel door.
Volgorde
In de romans lossen de vier vrienden telkens nieuwe zaken op, altijd in samenwerking met de lokale politie, een jonge zwarte agente en haar baas. Die twee – DCI Chris Hudson en PC Donna De Freitas – hebben snel door dat ze de vier oudjes beter kunnen inschakelen dan ze op een afstand te houden.
Elke roman behandelt een afzonderlijke zaak, die voorlopig althans in de hogere echelons van de misdaadwereld worden geplaatst: de wereld van de internationale drugtrafiek, van duistere vastgoeddeals, van kunst en antiek. Omdat binnen elk individueel boek de zaak wordt afgerond, maakt het niet uit in welke volgorde je Osmans boeken leest. Maar omdat er over de afzonderlijke delen heen ontwikkelingen lopen die het leven van de hoofd- en nevenpersonages bepalen, is het uiteindelijk beter ze toch in volgorde van verschijnen te lezen. (En in het Engels, indien mogelijk.)
Goede vrienden
Zelf las ik het eerste boek in de voorbije kerstvakantie. Ik was meteen verslaafd en las meteen ook de andere drie. Niet zozeer voor de plot, die alles bij elkaar ook voor de schrijver bijzaak lijkt. Wel voor de spitante dialogen, die tonen dat Osman een uitstekend gevoel voor het gesproken woord heeft. Voor de tongue-in-cheek humor die de meeste personages kenmerkt en die het lezen ook tot een echt plezier maakt. Voor de personages zelf, die zo treffend zijn neergezet zonder dat hun psychologie al te diepgaand wordt geduid. Na boek één zijn ze goede vrienden, niet alleen van elkaar, maar ook van de lezer.
Osmans hoofd- en nevenpersonages zijn door en door Brits, maar tegelijk ook de producten van het multiculturele Groot-Brittannië. Een terugkerend personage is een Poolse klusjesman, Bogdan, die geen correct Engels spreekt maar in alle andere opzichten een vintage eilander is geworden. Bogdan speelt schaak met Stephen, de echtgenoot van Elizabeth, wiens geheugen door Alzheimer sterk achteruitgaat.
Osman heeft ook aandacht voor alle facetten van de derde leeftijd: zijn personages zijn niet van bordkarton. Ze worstelen niet alleen met nieuwe technologieën, maar ook met hun ouderdom: Ron en Ibrahim moeten heel vaak naar het toilet.)
Verfilming
Osmans boeken vragen erom verfilmd te worden, ze zijn mogelijk ook om die reden geschreven. En kijk: voor later dit jaar kondigt Netflix de eerste film over The Thursday Murder Club aan. Steven Spielberg kocht de rechten op, Chris Columbus (die naast Home Alone ook twee Harry Potter-films op zijn naam heeft staan) wordt de regisseur.
Helen Mirren zal de rol van Elizabeth vertolken, Celia Imrie die van Joyce, terwijl de mannenrollen voor Pierce Brosnan (Ron) en Ben Kingsley (Ibrahim) zijn. Het wordt vast en zeker een kijksucces. Ik weet nu al dat ik ervan zal genieten. Maar dat ik er hetzelfde soort plezier aan zal beleven als aan de boeken, nee, dat kan niet.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.
De beste boeken zijn die boeken die ik zelf had willen schrijven – als ik maar genoeg tijd en talent had. Zoals The Dog’s Gaze van Thomas Laqueur.






