JavaScript is required for this website to work.

Het jaar van de Woolf: nieuw licht op het vroegste werk

Jürgen Pieters5/11/2025Leestijd 4 minuten
Woolf beschouwde haar teksten over Violet als een volwaardig literair
experiment.

Woolf beschouwde haar teksten over Violet als een volwaardig literair experiment.

foto © Publiek domein/Princeton University Press

2025 is in veel opzichten het jaar van Virginia Woolf. Precies honderd jaar geleden verscheen haar eerste grote klassieker: Mrs. Dalloway. In de top 100 van de Engelstalige romans aller tijden staat die titel op de derde plaats, meteen na een andere roman van Woolf, het twee jaar later verschenen To the Lighthouse.

Helemaal bovenaan in die Engelstalige canon (de mannen moeten er duidelijk hun plaats kennen) staat Middlemarch van George Eliot, een schrijfster die door Woolf bijzonder werd bewonderd. Die roman verscheen een halve eeuw vóór de twee  meesterwerken van Woolf, in 1871 meer bepaald, de hoogdagen van het victoriaanse Engeland.

Verteller

Het verschil tussen beide schrijfsters wordt duidelijk als je de openingspagina’s van Middlemarch naast die van Mrs. Dalloway legt. In Middlemarch spreekt een vertelstem die alles weet en die daarom ook slimmer is dan de personages die de roman bevolken. Die begrijpen zichzelf niet altijd even goed, maar voor Eliots lezer is dat geen probleem: de verteller duidt alles haarfijn, met oog voor nuance, maar afgemeten aan een morele meetlat die alle twijfel wegneemt. De verteller kent en doorgrondt de personages, die van buitenaf worden weergegeven.

Bij Woolf is de verteller geen gids, geen baken van moraliteit of wijsheid.

In Mrs. Dalloway krijgen we een heel ander soort verteller, een die van de hak op de tak springt en in de karakterisering van de personages vooral niet oordeelt. We lezen hun springerige gedachten en moeten er zelf iets van maken: we zitten dan ook in het hoofd van de personages, waar niemand ons de weg wijst. Bij Woolf is de verteller geen gids, geen baken van moraliteit of wijsheid. De verteller is een camera die registreert, zonder commentaar.

Lachebek

Er is nog een groot verschil tussen de twee romans, een dat mogelijk voortvloeit uit de persoonlijkheden van beide schrijvers. Middlemarch is met zijn kleine 900 pagina’s een brok bittere ernst, terwijl Mrs. Dalloway bij momenten bijzonder grappig is. Dat laatste is iets wat lezers die voor het eerst een boek van Woolf lezen mogelijk niet zullen verwachten. De schrijfster heet een duistere ziel te zijn, een donkere denker die het leven zelden van de zonnige kant kon zien en daarom ook een einde maakte aan dat leven.

Woolf was een scherp ironicus voor wie humor en tragiek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Wie ooit dagboeken, brieven en essays van Woolf las, weet beter: in haar romans kon ze het nog goed verbergen, maar in wezen was Woolf een lachebek, een scherp ironicus voor wie humor en tragiek onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Net omdat er in haar leven doorgaans weinig te lachen viel – Woolf was vaak ziek, niet zelden op het depressieve af – had ze haar lach broodnodig.

Onaffe oefeningen

Dat laatste wordt goed duidelijk in drie heel vroege verhalen van Woolf die onlangs voor het eerst samen in boekvorm verschenen. De teksten dateren van 1907-1908, vijftien jaar vóór Mrs. Dalloway, zeven jaar voor Woolfs eerder conventionele debuutroman The Voyage Out.

Onder Woolf-kenners stonden de drie verhalen bekend als onaffe oefeningen. Maar een paar jaar geleden dook er een ander typoscript van die verhalen op, waaruit bleek dat Woolf verder had gewerkt aan haar teksten, en ze die zelf beschouwde als een volwaardig literair experiment.

Violet Dickinson

Sinds een goede maand zijn de verhalen in hun nieuwe vorm op de markt bij Princeton University Press onder de titel The Life of Violet. Die titel verwijst naar een goede vriendin van de jonge Woolf, van wie de drie teksten samen een literaire pseudo-biografie vormen, een mock biography zoals men dat in het Engels noemt, een genre dat hier in het teken staat van de lieflijke overdrijving. Niet de gebiografeerde wordt belachelijk gemaakt, wel het genre, met al zijn valse vooronderstellingen.

Niet de gebiografeerde wordt belachelijk gemaakt, wel het genre.

De Violet in kwestie is Violet Dickinson. Woolf leerde haar kennen in 1902: ze was toen 20, Dickinson 37. Twee jaar later was Dickinson Woolfs ware toeverlaat, toen haar vader stierf en ze wees werd. Op haar dertiende al verloor Virginia haar moeder; de dood van haar vader zorgde voor een zware mentale crisis: de eerste van wat later een reeks van zelfmoordpogingen zou worden.

Verliefd?

Violet Dickinson kwam, net als de meeste kennissen van Woolf, uit een welstellende familie. Ze werd haar eerste echte hartsvriendin. Woolfs talrijke brieven aan Violet doen vermoeden dat ze ook verliefd was op haar. Aan de vriendschap kwam een einde in 1912, toen Virginia trouwde met Leonard Woolf.

Dickinson speelde volgens de meeste Woolf-biografen een belangrijke rol in de ontwikkeling van Woolfs schrijverschap. Niet alleen moedigde Violet Virginia aan bij haar eerste stappen in de literaire journalistiek, uit deze nieuwe editie blijkt dat ze Woolf ook bijstond in het schrijven.

Reuzin

Violet Dickinson was een onconventionele vrouw, een erg grote vrouw ook. Het is een detail waarvan Woolf in de groteske logica van haar mock biography dankbaar gebruik maakt. In het eerste van de drie verhalen vertrekt ze van het wonder van Violets geboorte: het kind blijkt meteen een reuzin, die enkel kan uitgroeien tot een ‘Beacon of Goodliness’, een vuurtoren van voortreffelijkheid.

Het is natuurlijk verleidelijk om in deze vroege teksten vooraankondigingen te zien van Woolfs latere werk. De stijl van deze verhalen – grotesk, sprookjesachtig, heel exuberant – verschilt sterk van die van de romans waarmee Woolf twee decennia later bekendheid verwierf.

Vita

Wat de verhalen wel gemeen hebben met het latere werk, is de focus op het leven van een buitengewone vrouw. Elke roman van Woolf valt onder die noemer: of de schrijfster het nu heeft over Clarissa Dalloway, over Mrs. Ramsay (de protagoniste van To the Lighthouse) of over het wonderlijke, eeuwen overspannende androgyne wezen dat in Orlando (1928) centraal staat, haar onderwerp is de ervaring van vrouwen.

Terzijde en ter afronding: die laatste roman is geïnspireerd door een nog andere vrouw die Woolfs emotionele leven niet minder heeft bepaald dan Violet Dickinson: Vita Sackville-West. Van Woolfs brieven aan Vita verscheen onlangs bij Van Oorschot een fraaie Nederlandse vertaling (Liefst schepsel). De lectuur daarvan kan ik al even hard aanraden als die van The Life of Violet. Het jaar van de Woolf kan niet lang genoeg duren.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties