Italo Calvino over het spel van de politiek

Aan het eind van de maand verschijnt bij uitgeverij Cossee een boekje waarvan ik U de lectuur niet genoeg kan aanbevelen. Een dag op het stembureau is de titel ervan. Het is van de hand van een schrijver die tot de allergrootsten van de twintigste eeuw behoort: Italo Calvino.
Van al mijn literaire helden is Calvino degene die ik het liefst had willen ontmoeten. Ik droom graag dat we goede vrienden hadden kunnen zijn. Jammer genoeg overleed hij voor ik een letter van hem las – in 1985 alweer. Op 19 september zal het exact 40 jaar geleden zijn.
Een dag op het stembureau is een vroeg werk van de auteur dat niet voor het eerst in het Nederlands verschijnt. Het kwam in de fraaie vertaling van Linda Pennings al in 1994 op de markt. Het boek geniet een blijvende relevantie die de auteur mogelijk zelf zou hebben verbaasd. Het toont de wereld van de politiek zoals hij de voorbije decennia was en vandaag in de ogen van velen nog veel meer is geworden: een spel waarover de spelers niet alleen de controle zijn verloren, maar waarbij ook het diepere inzicht in de regels van de kunst verdwenen is.
Scrutatore
Het Italiaanse origineel verscheen in 1963 onder de titel La giornata d’uno scrutatore. Niet ‘een’ dag bij Calvino dus, maar ‘de’ dag, de niet nader bepaalde dag meer bepaald van degene die toezicht houdt op de stemverrichtingen. De ‘scrutatore’ in kwestie is Amerigo Ormea, bescheiden lid van de Communistische Partij die bij de verkiezingen van 1953 in Turijn een stembureau toegewezen krijgt in het ‘Cottolengo’, een grote religieuze zorginstelling voor mentaal en fysieke andersvaliden uit de achterbuurten van de stad.
Bij het begin van het boek gaat Amerigo om half zes ’s ochtends de deur uit. Het regent stevig (‘Hij zou de hele dag met natte schoenen zitten.’) en dat is voor de oppositie waartoe zijn partij behoort goed nieuws. De verwachting is immers dat veel kiezers die meer uit gewoonte dan overtuiging op de christendemocratische partij stemmen thuis zullen blijven.
Ontstaan
In werkelijkheid vonden de nationale verkiezingen van 1953 plaats op zondag 7 juni. De schrijver stond toen zelf op de lijst van de communistische partij – ergens achteraan, ‘om de lijst vol te krijgen’, zoals hij in een interview zei.
Als kandidaat ging hij toen langs bij vele stembureaus, ook in het Cottolengo. Zo deed hij de eerste inspiratie op voor het boek dat zijn ontstaan dankt aan de plek waar het verhaal zich afspeelt. Bij latere verkiezingen, in 1961, slaagde Calvino erin zich te laten benoemen als ‘scrutatore’ in de instelling waar zijn roman zich afspeelt. Toen pas kreeg het boek, dat al die jaren in schetsvorm was blijven liggen, zijn definitieve vorm.
Illusie
Calvino’s roman gaat niet over de verkiezingen in jaar x. De focus ligt op het spel van de democratie dat de kiezers de illusie van de macht voorschotelt. Vandaag beslissen wij en wij alleen, denken ze, wij met z’n allen, wij elk afzonderlijk. Onder degenen die Amerigo Ormea ziet passeren in het stembureau, zijn ook veel zieken en zwakzinnigen. Hen is ingeprent dat hun keuze vanzelfsprekend is: de christendemocratie rekent op hen.
Een dag op het stembureau is evenwel geen politieke satire en ook geen ideeënroman. Het is in de eerste plaats de fijne en precieze schets van het denken van een mens. ‘Ideeën op zich zijn niet interessant voor mij’, zei Calvino ooit: ‘Ideeën hebben altijd ogen, een neus, een mond, armen en benen.’ In dit geval het gezicht en het lichaam van Amerigo Ormea.
Buitenstaander
Amerigo is nochtans niet de verteller van de roman: we bekijken zijn gedachten van buitenaf en krijgen ze dus indirect te lezen. ‘Amerigo was geen man die graag op de voorgrond trad’, vertrouwt de verteller ons van bij het begin toe: ‘Hij neigde naar een beschouwende levenshouding.’ Het zijn de gedachten van iemand die het niet in zich heeft een politicus te zijn. Amerigo is een buitenstaander die nog net voldoende deelneemt aan het systeem dat hij met de nodige afstand beschrijft.
Door zijn keuze voor dat soort protagonist kan Calvino de rituelen en de idealen van het politieke bedrijf beschrijven op de manier die zijn hoofdpersonage kenmerkt: ‘half ironisch, half serieus’. Zo ziet Amerigo zichzelf: hij is tegelijk onder de indruk van de idealen van de democratie en bedroefd door de realiteit waartoe ze zijn verworden.
Communist
Calvino behoorde zelf lange tijd tot de partij van Amerigo. Het communisme werd hem met de paplepel ingegeven door ouders die hevige tegenstanders van het fascisme waren. Hij was 22 toen de Tweede Wereldoorlog eindigde. De keuze voor links was een evidentie voor de jonge schrijver, die in het communisme ook een cultureel ideaal zag – het ideaal van de ontvoogding, van de opvoeding van een nieuwe heersende klasse die het in alle opzichten beter kon doen dan de vorige generaties.
Calvino brak met de partij in 1957, om redenen die ook in deze roman worden beschreven. Tijdens zijn dag op het stembureau ziet Amerigo twee mensen die hem diep raken: een non die haar leven wijdt aan de zieken en een oude man die elke dag zijn zoon in het Cottolengo komt bezoeken. Twee iconen van onbaatzuchtigheid die Amerigo’s geloof in de politiek aan het wankelen brengen.
Mijn stem
‘De essentie van wat ik hier vertel is waar’, schrijft Calvino in een noot die aan zijn roman voorafgaat. ‘De personages zijn echter geheel verzonnen.’ Het is een omschrijving van het wezen van de fictie waaraan niets moet worden toegevoegd. De verzinsels van de schrijver laten een waarheid zien, de waarheid van een mens die even goed echt zou kunnen zijn.
Een dag op het stembureau blijft actueel, ik zei het al. Niet alleen als kritische analyse van een politiek model dat volgens velen op zijn grenzen botst, maar ook als hoopvolle beschrijving van wat dat model idealiter vermag. Calvino’s roman is aanbevolen lectuur voor iedereen die van ver of dichtbij iets met politiek van doen heeft. Bij de volgende verkiezingen gaat mijn stem naar een kandidaat die Amerigo Ormea zo dicht mogelijk benadert.
Het boek Een dag op het stembureau kan u hier bestellen.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.
De beste boeken zijn die boeken die ik zelf had willen schrijven – als ik maar genoeg tijd en talent had. Zoals The Dog’s Gaze van Thomas Laqueur.






