Papier hier: Irene Vallejo over boeken en lezen

Irene Vallejo, de beroemde Spaanse schrijfster.
foto © Belga
Van boeken over boeken kan de Leesneus erg gelukkig worden. Zeker als die boeken geschreven zijn door Irene Vallejo, een Spaanse classica die columns schrijft voor El País en een paar jaar geleden een werk op de wereld losliet dat in deze bijzondere categorie in mijn top tien aller tijden staat.
Papyrus heette dat boek in de meeste talen waarin het intussen werd vertaald. Het zijn er meer dan dertig, zegt mijn Engelse uitgave, waaronder ook het Nederlands. In het Spaanse origineel heet het boek El infinito en un junco, ‘de oneindigheid in een rietstengel’.
De stengel in kwestie is die van de papyrusplant die ergens in de oudheid in de Nijldelta tot een ontdekking leidde die tot vandaag de geschiedenis van de mensheid bepaalt: bewerkte en aan elkaar vastgemaakte bladen van die plant maakten het mogelijk langere geschreven documenten te bewaren. Heel veel kennis kon op die manier niet alleen worden vastgelegd maar ook aan latere generaties doorgegeven. Voordien lukte dat met gebakken kleitabletten niet zo goed. Die waren niet alleen minder makkelijk hanteerbaar, ze konden ook niet de hoeveelheid informatie bevatten die op een rol papyrusbladen paste.
Bibliotheek
Het verhaal dat Vallejo in Papyrus vertelt, begint bij de oprichting van de legendarische bibliotheek van Alexander de Grote. In de naar hem genoemde stad Alexandria, aan de monding van de Nijl, werd in de vierde eeuw voor Christus ter ere van de dan al overleden legendarische keizer een bibliotheek gebouwd die alle tot dan toe verzamelde kennis van over de hele wereld moest bevatten.
Vallejo doet in haar boek wat maar weinigen vermogen. Ze koppelt gedegen historische kennis aan een inspirerende beschrijving van de doorwerking van die kennis in het heden
Vallejo doet in haar boek wat maar weinigen vermogen. Ze koppelt gedegen historische kennis aan een inspirerende beschrijving van de doorwerking van die kennis in het heden. Het verhaal van de opkomst van boeken in het Westen (de bestudeerde periode omvat de Griekse en Romeinse Oudheid) verbindt ze in Papyrus ook aan haar eigen levensverhaal, dat de liefde voor het boek als rode draad heeft.
Als kind raakt ze gebiologeerd door de boeken die haar vader haar voorleest, een aan het kinderoor aangepaste versie van Homerus. Als onderzoeker leeft ze op in de vele bibliotheken die ze tijdens haar studies bezoekt: van Florence tot Oxford. En al die tijd bewaart ze haar kinderlijke nieuwsgierigheid: bibliotheken zijn voor Vallejo schatkamers, speelplaatsen, plekken van leesplezier.
Manifest
Eerder dit jaar verscheen in het Nederlands een als nieuw aangekondigd essay van Vallejo. Uit liefde voor het lezen heet het. ‘Van de auteur van Papyrus’ staat er op de kaft. Natuurlijk mogen reclameslogans een loopje nemen met de werkelijkheid, maar toch is hier enige omzichtigheid geboden. Toen ze dit essay publiceerde, was Vallejo nog niet de auteur van de bestseller die haar naam wereldwijd op de kaart zette. Het gaat immers om een oudere tekst, een in 2020 geschreven ‘manifest’ zoals de titel van de oorspronkelijke publicatie aangeeft.
In de Nederlandse vertaling heet Uit liefde voor het lezen een ‘pleidooi’. En dat is dit boekje ook: een kleine vijftig pagina’s lang wordt hier de lof gezongen van de activiteit waarvan Vallejo haar levensdoel heeft gemaakt: teksten lezen uit al dan niet vervlogen tijden, als voedsel om de eigen tijd beter te doorgronden.
Gevaar
Essayisten die de lof van het lezen onder woorden willen brengen, lopen alvast één groot gevaar: dat van de idealisering. Lezen is goed, klinkt het dan unisono, van lezen word je een beter mens — sowieso, altijd, en in minstens 95 procent van de gevallen. Wie veel leest, zal het daar snel mee eens zijn. Wie nooit leest, zal het niet eens geweten hebben.
Ook herinnert Vallejo ons eraan (de grote George Steiner deed het haar voor) dat er ook onder de kopstukken van het nazisme grote liefhebbers van grote literatuur rondliepen
Zelfs de grootste pleitbezorgers van het lezen konden dat gevaar niet ontlopen: Proust niet, Borges niet. Beiden werden er in hun lofzang van het lezen het slachtoffer van. Wellicht is idealisering in dit soort teksten onvermijdelijk. Maar net daarom moet je het proberen temperen.
Kampliteratuur
In Papyrus doet Vallejo dat ten andere meer dan voorbeeldig. Telkens als ze het in haar geschiedenis van de geboorte van het boek over de grote waarde van dat nieuwe product heeft, relativeert ze dat meteen. Door er bijvoorbeeld op te wijzen dat Alexander de Grote behalve een vurig verdediger van het boek ook een massamoordenaar was. Hij las Homerus onder begeleiding van Aristoteles, maar maakte met zijn leger miljoenen slachtoffers.
Ook herinnert Vallejo ons eraan (de grote George Steiner deed het haar voor) dat er ook onder de kopstukken van het nazisme grote liefhebbers van grote literatuur rondliepen. Zelfs in de concentratiekampen waren er bibliotheken, lezen we in Papyrus. Die dienden in een vroege fase als propaganda om aan te tonen dat het leven in die kampen toch niet zo slecht kon zijn als de critici van het nazisme durfden te beweren.
Paradox
Vallejo is zich in Papyrus terdege bewust van wat Jonathan Gotschall ‘the story paradox’ noemt. Wie beweert dat het vertellen van verhalen het mooiste in de mens naar boven haalt – de kracht van onze verbeelding, onze bereidheid om ons te verplaatsen in het denken van anderen en de warme aandacht die daarvoor nodig is – moet beseffen dat er ook verhalen zijn die het slechtste in de mens naar boven halen en aanleiding geven tot vernietiging en blinde haat.
In Uit liefde voor het lezen lijkt Vallejo die keerzijde van de medaille over het hoofd te zien. Lezen is hier in alle omstandigheden een vorm van genezen; boeken altijd vuurtorens die ons op de juiste weg zetten, de weg van het herstel, de weg naar een ideaal dat we ergens verloren waren geraakt.
Uit liefde voor het lezen bevat voor wie daar nood aan heeft voldoende citaten en verwijzingen om de eigen leeshonger mee te verantwoorden. Maar wie op zoek is naar een meer genuanceerd en diepgaand verhaal over het belang en gevaar van boeken, kan beter Papyrus lezen. Dat is niet alleen zes keer zo omvangrijk als het net verschenen essay, het is ook vele keren rijker, gelaagder en creatiever. Alles wat je vandaag van een goed boek mag verwachten, quoi.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.
De beste boeken zijn die boeken die ik zelf had willen schrijven – als ik maar genoeg tijd en talent had. Zoals The Dog’s Gaze van Thomas Laqueur.






