JavaScript is required for this website to work.

Vrienden van de literatuur, maten van het essay

Jürgen Pieters11/3/2026Leestijd 4 minuten
Peter Pelckmans over Samuel Beckett en de stilistiek van de stilte.

Peter Pelckmans over Samuel Beckett en de stilistiek van de stilte.

foto © Het Gemenebest

Trouwe lezers van deze rubriek weten: uw Leesneus heeft het nogal voor diversiteit. Mijn huis van de literatuur is er een met vele kamers. De tuin rond dat huis biedt bovendien een rijk geschakeerde weelde aan tekstenfauna en genreflora: schrijvers van vele talen en gedaanten, met sterk van elkaar verschillende gedachten en gevoeligheden, onder geen eenduidig genderspectrum te vatten.
Deze week wil ik het hebben over een schrijverssoort die in het Laaglandse letterenbedrijf opvallend weinig aandacht krijgt. De soort is nochtans allerminst uitgestorven. In mijn goed onderhouden literaire tuin gedijt ze: de ouder geworden essayist die het niet noodzakelijk over zichzelf moet hebben. Hij schrijft over boeken waarachter hij zich graag verstopt, onverdroten en onopvallend. (Het is een hij, inderdaad, maar dat hoeft verder niets te betekenen.)

Het Gemenebest

Zeggen de namen Fons Buyens, Johan Gezels en Peter Pelckmans u iets? Mij in elk geval wel. Van die laatste twee verschenen de voorbije maanden mooie essays over Proust en Beckett, in de al even mooie reeks boekjes die Buyens intussen al enkele jaren uitgeeft.

Het gaat hier in de eerste plaats om de tekst

Buyens richtte in 1992 een vereniging op: Het Gemenebest. Dat wil door lezingen en studiedagen het beste meegeven wat de literatuur en de filosofie te bieden heeft. Het beste is wat Buyens het beste vindt, maar gelukkig heeft hij een erg goede en rijk gevarieerde smaak.
Toen Het Gemenebest 30 werd, vroeg Buyens een aantal van zijn vaste spreekgasten – Paul Claes, Marc De Kesel, Frank Vande Veire – een essay te schrijven. Van elk van die teksten maakte hij een mooi boekje, fraai vormgegeven door Stéphane de Schrevel. Met het pas verschenen essay van Luc Devoldere telt de reeks precies 40 titels.

Geen verdienmodel

Van elk boekje van een 30-tal pagina’s laat Buyens er 100 drukken. Ze passen perfect in de binnenzak van een jas en liggen met hun smalle, langwerpige formaat uitermate goed in de leeshand. De boekjes stralen tegelijk liefde en bescheiden trots uit. De naam van de auteur staat niet te blinken op het voorplat; hij krijgt zelfs een kleiner korps dan de titel. Het gaat hier in de eerste plaats om de tekst.

Het essay is het resultaat van een vriendendienst: een brief aan een maat die je afsluit met een handtekening

Dat die boekjes niet of nauwelijks in de handel te vinden zijn, is misschien jammer, maar het lijkt een bewuste keuze. Buyens heeft geen nood aan een verdienmodel. Bezoekers van zijn lezingen en studiedagen betalen een klein bedrag, en met dat geld worden de boekjes gemaakt. Ook de auteurs verdienen er geen cent aan: ze krijgen een derde van de oplage, op voorwaarde dat ze elk exemplaar handtekenen. Niet om die hebbedingetjes exclusiever te maken, maar als teken van de overtuiging die Het Gemenebest wil uitdragen dat het essay een resultaat is van een vriendendienst: een brief aan een maat die je afsluit zoals het hoort.

Vriendschap

Vriendschap laat zich niet in geld uitdrukken, al word je er wel rijk van. Rijk in kennis, rijk in de verbinding met anderen, rijk in gedachten. Op de achterflap van het essay van Johan Gezels staat het onomwonden te lezen: ‘La lecture est une amitié.’ Het is een uitspraak die Proust deed in een bekend essay over wat lezen is en kan zijn. Lezen is op je eentje in een boek gedoken zitten, zegt Proust. Ver weg van alles en iedereen, maar toch in gesprek met die vriend die je verder niet kent – de vriend die de tekst geschreven heeft.

Vriendschap laat zich niet in geld uitdrukken, al word je er wel rijk van

In zijn tekst heeft Gezels het over de invloed die de Engelse schrijfster George Eliot op Proust had. De latere auteur van De Recherche was 9 toen zij stierf. Bij haar leven heeft hij haar dus nooit gekend. Maar toch voelde hij een diepe verbondenheid met Eliot: de verbondenheid van vriendschap. Vooral in The Mill on the Floss herkende hij zichzelf, ook al kon hij het boek niet lezen in de taal waarin Eliot het schreef. Twee pagina’s van de roman deden hem al wenen, vertrouwde hij een goede kennis toe.

Invloed

In zijn rijke essay laat Gezels zien hoe Prousts verwantschap met Eliot zich toont in de romancyclus waarmee de Franse schrijver naam zou maken. Net als in The Mill on the Floss staat in de Recherche de herinnering aan een kindertijd centraal die de verteller zijn hele leven meedraagt, als bron van veel goeds maar ook als een obstakel dat de volwassenwording tegenhoudt.
Ook in het essay van Peter Pelckmans staat een kwestie van literaire invloed centraal. In dat geval de invloed die Samuel Beckett onderging van zijn landgenoot James Joyce. Het is invloed waartegen Beckett moest vechten. De toenemende woordenvloed die het oeuvre van Joyce kenmerkt – in Finnegans Wake wordt het een ware taaltsunami – staat in scherp contrast met de stilte die in de stijl van Beckett almaar luider klinkt.

Niets is saaier dan alleen maar vrienden te hebben die zeggen dat je weer eens gelijk hebt

Pelckmans begint zijn essay met een anekdote over het moment waarop Beckett via zijn uitgever het nieuws hoort dat hij de Nobelprijs voor Letterkunde zal krijgen. Beckett is in Tunesië als dat nieuws hem bereikt. Net als zijn vrouw voelt de schrijver het bericht aan als de aankondiging van een catastrofe. Hij staat sowieso niet graag in de belangstelling en is ook bang dat de bekendheid die met de prijs samengaat zijn schrijven zal verlammen.

Net iets anders

Pelckmans en Gezels doen wat van goede essayisten verwacht wordt: ze lezen met aandacht. Ze laten zien dat wat ze schrijven niet zomaar een ideetje is, maar ingebed ligt in lectuur van vele bronnen. In die lectuur gaat het hen niet om het etaleren van de eigen belezenheid, maar om het voorzichtig en vooruitziend uitzoeken en uitzetten van sporen.
Ze doen dat bovendien op een manier die hun lezers uitnodigt om mee na te denken – mogelijk ook om van mening te verschillen. Ook dat is een kenmerk van de vriendendienst die een goed essay kan zijn. Niets leuker dan te ontdekken dat je net iets anders denkt dan je vriend: niets saaier dan alleen maar vrienden te hebben die zeggen dat je weer eens gelijk hebt.

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent. In 2021 verschenen 'Literature and Consolation' (Edinburgh University Press) en 'Een boekje troost' (Borgerhoff & Lamberigts). Hij werkt aan een nieuw boek over lezen in contexten van zorg.

Commentaren en reacties