JavaScript is required for this website to work.
post

Brexit op z’n Italiaans

De begroting van de regering-Conte

Elisabeth Alteköster1/11/2018Leestijd 3 minuten
Minister van Economie en Arbeid Luigi Di Maio, eerste minister Giuseppe Conte,
minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in de Italiaanse Kamer.

Minister van Economie en Arbeid Luigi Di Maio, eerste minister Giuseppe Conte, minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in de Italiaanse Kamer.

foto © Reporters

Salvini en De Maio spelen hoog spel. Het Italiaanse begrotingsprogramma staat haaks op de wensen van de EU. Wie trekt aan het kortste eind?

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

‘For somebody as Salvini the financial crisis is not a threat but a promise’. Wolfgang Münchau van de Financial Timesheeft het Italiaanse probleem op een juiste manier samengevat:

De provocatie van het door de Europese Commissie afgekeurde Italiaanse begrotingsvoorstel ligt niet in de overtreding van de regels van het Europese Stabiliteits- en Groeipakt. Italië is niet het eerste en niet het enige land dat hiermee in aanraking komt. Frankrijk op herhaalde manier, België, ook Duitsland, om er maar een paar te noemen.

De schokgolf gaat eerder uit van het sociaaleconomisch programma dat achter het Italiaanse begrotingsvoorstel schuilt: de introductie van een ‘basisinkomen’ van 780 euro per maand, de verlaging van de pensioensleeftijd, de introductie van een flat tax en het terugdraaien van een ‘jobs act’, met wie men destijds probeerde de uitermate verstarde arbeidsmarktstructuren te liberaliseren. Het Italiaanse programma staat haaks op de ‘Economic Governance’ principes, die de EU sinds 2012 had ontwikkeld: bezuinigen en de structurele zwakheden in maatschappij en economie grondig aanpakken.

Eerste populistisch sociaaleconomisch programma in EU

Deze maatregelen van de nieuwe Italiaanse regering zijn nog niet eens het resultaat van een doordacht keynesiaans concept. Ze zijn de uitdrukking van een radicale anti-establishmentgezindheid die zich niet alleen tegen de elite in Italië maar tegen heel Europa richt. Het kan Salvini en De Maio duidelijk geen moer schelen wat anderen in Europa denken. Zij doen gewoon wat zij willen, wat de Britten eigenlijk al lang willen. Alleen, Italië blijft in de EU, en sterker nog, is deel van de eurozone.

Op een fraaie populistische manier pakt de huidige Italiaanse regering alle ‘basic instincts’ van de Italianen op. De Italianen zijn een vrij traditioneel volk wat vele buitenstanders ‘charmant’ lijkt. Zij hebben nooit verteerd dat men hun de lira afgepakt en de euro opgedrongen heeft. Het is nooit tot de gemiddelde Italiaan doorgedrongen dat de introductie van de euro de kosten van hun leningen heeft laten zakken van haast 15% in 1995 naar minder dan 4% in 2005. In feite heeft de introductie van de euro Italiës financiële speelruimte van de jaren 1999 tot 2008 dermate vergroot, dat de schuld van zowel particulieren als overheid in een adembenemend tempo konden verhogen.

Een tweede element is de opvallende breuk tussen opleiding en de feitelijke job waarin een gemiddelde Italiaan vaak verzeild raakt. De consequentie hiervan uit zich in een hoge jobontevredenheid. Die leidt op haar beurt een sterke behoefte om zo vroeg als mogelijk met pensioen te kunnen gaan. Die wens is in Italië nog sterker aanwezig dan in alle andere EU-landen. De vroegere ‘babypensioenen’ waren dan ook een geliefd middel, om uit een ongeliefde baan te kunnen uitstappen, om dan, in het zwart, ergens anders te kunnen werken.

Samen met het algemeen heersende ressentiment, dat anderen voor hun ellende schuldig zijn (‘grazie alla Merkel, siamo nella merda!’), verwerkt de regering-Conte diep gewortelde wensen in een programma dat op geen doodenkele manier betaalbaar is, maar ook niet, zoals beloofd, naar een economische groei zal leiden.

‘Italy first!’ of ‘EU first!

UIteindelijk gaat het niet over cijfers, over 2,4% begrotingstekort in plaats van 0,8 % of een staatsschuld van 130%van het bbp. Het gaat over de brutaliteit met dewelke regeringspartijen stemmen naar zich toe willen trekken terwijl zij hun eigen land naar de afgrond duwen.

In het voordeel van de andere EU-lidstaten speelt het feit dat het grootste gedeelte van de Italiaanse staatsschuld in eigen land blijft. De schuld wordt dus in hoge mate door eigen bedrijven, banken en particulieren financiert. Er doen al voorstellen de rondeom Italië financieel te ‘isoleren’. Dit houdt in dat buitenlandse staatsschuldhouders zich zo snel mogelijk zouden moeten terugtrekken. Hiervoor is een signaal nodig van de fiscale toezichthouders dat, in het geval van een Italiaans staatsbankroet, zij de betrokken banken niet zullen steunen.

In zo’n scenario zou de Italiaanse regering verantwoording moeten afleggen voor haar eigen kiezers. In het alternatieve scenario zou de EU ideëen op tafel moeten leggen om Italië uit te financiële misère te helpen. Onafhankelijk van de vraag of dit mogelijk is, zouden de andere lidstaten hierdoor chanteerbaar worden.

Italië kaduuk? Euro kaduuk?

Als de Italiaanse overheid haar hoge staatsschuld niet kan afbouwen of herfinancieren, en als de economie niet op gang komt, implodeert het systeem. Er bestaan Europese krachten die Italië hulp willen aanbieden bij de noodzakelijke structurele hervormingen of de immigratie-overlast. Het angstwekkende is dat leiders als Salvini hier geen zin in blijken te hebben. Hij wil zijn beleid aan de rest van de EU opdrukken. Een aanpak van coördinatie of coöperatie met andere lidstaten of de Europese Commissie is voor hem geen optie.

Een bankroet van Italië zou niet alleen economische gevolgen voor de EU hebben. Het idee, van een eurozone met een gemeenschappelijke kapitaalmarkt en een spreiding van risico’s onder de lidstaten zal dan definitief op de klippen lopen.

Nieuwe afspraak binnen twee weken. Het is niet te verwachten dat Italië compromissen zal willen sluiten.

 

 

 

Oud-directeur EU Begroting en Financiën in de Raad van de Europese Unie.

Commentaren en reacties