fbpx


Cultuur
Belsey

Catherine Belsey had altijd gelijk, dat wisten we allemaal

In loving memory Kate - 1940-2021



Op de ochtend van Valentijn overleed in een palliatieve zorginstelling in Cambridge Catherine Belsey, ‘Kate’, voor wie haar graag zag. Een paar maand geleden was ze na een beroerte die haar voor een deel verlamde in de kliniek terechtgekomen. Hoewel ze opnieuw moest leren spreken, leek het de voorbije weken weer de goede kant op te gaan. Maar dan plots niet meer. Week na week kreeg ik korte medische updates, in e-mailberichten die een bevriend collega uit Wales steevast op…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Op de ochtend van Valentijn overleed in een palliatieve zorginstelling in Cambridge Catherine Belsey, ‘Kate’, voor wie haar graag zag. Een paar maand geleden was ze na een beroerte die haar voor een deel verlamde in de kliniek terechtgekomen. Hoewel ze opnieuw moest leren spreken, leek het de voorbije weken weer de goede kant op te gaan. Maar dan plots niet meer.

Week na week kreeg ik korte medische updates, in e-mailberichten die een bevriend collega uit Wales steevast op zaterdag aan een groepje getrouwen bezorgde. Het voorlaatste bericht maakte melding van een mogelijke toekomst in een verzorgingstehuis. We konden het ons met z’n allen moeilijk voorstellen: Kate moest kunnen lezen en schrijven en, vooral, omringd zijn door studenten.

Op de dag voor ze overleed, was de post uit Wales voor het eerst weinig hoopvol. Toen die zondag van Valentijn het scherm van mijn telefoon een Brits nummer toonde, wist ik meteen hoe laat het was.

Coryfeeën van de internationale literatuurwetenschap

Kate stierf precies een week na J. Hillis Miller, over wie ik het hier vorige keer had. Wees gerust: ik zal er geen gewoonte van maken, want voor je het weet ben je de André Vermeulen van Doorbraak. Maar het kan nu even niet anders.

De internationale literatuurwetenschap is op zeven dagen tijd twee van haar meest innemende coryfeeën kwijtgeraakt. Twee mensen die niet alleen richting gaven aan een vakgebied, maar dat ook deden met een zeldzame mix van persoonlijkheid en pedagogisch engagement. Leraren met persoonlijkheid. En daardoor betere leraren.

Binnen het vakgebied zijn ze met velen, degenen die Kate Belsey op handen droegen. Toen haar overlijden breder bekend raakte, kwamen er op sociale media veel getuigenissen in die zin. Niet alleen uit Engeland, overigens. Doctoraatsstudenten van over heel de wereld bleken hulp te hebben gekregen van Kate. Aanmoedigingen, leestips, maar ook de nodige vingerwijzingen. Als Kate iets niet goed vond, wond ze er geen doekjes om.

Cultural studies

Samen met een aantal anderen heeft Kate Belsey vanaf het begin van de jaren 80 een nieuwe wind laten waaien in de Engelstalige literatuurwetenschap. Haar inspiratie kwam uit Frankrijk. Ze steunde sterk op het werk van Althusser, Barthes, Foucault en Lacan. En ze maakte hun vaak moeilijke teksten begrijpelijk voor verschillende generaties lezers.

Kate pleitte systematisch voor een verbreding van het vakgebied. Ze werd zo een van de pleitbezorgers voor een aanpak die we vandaag cultural studies zouden noemen. In een van haar boeken analyseert ze naast liefdespoëzie uit de Renaissance ook grafmonumenten. In beide soorten bronnen leer je volgens haar iets over hoe men in de zeventiende eeuw naar het ideaal van de familie keek.

Maar evengoed hield Belsey zich bezig met moderne teksten en culturele fenomenen. In weer een ander boek heeft ze het over hoe zowel in ‘grote’ literatuur als in Hollywoodfilms wordt nagedacht over wat ‘verlangen’ is. En in haar laatste boek, Tales of the Troubled Dead (2019), schrijft ze over griezelverhalen en hoe ‘ghost stories’ zowel vroeger als vandaag iets zeggen over dingen waar een maatschappij maar moeilijk vat op krijgt.

Good cop bad cop

Ik heb in mijn vakgebied nog maar weinig mensen ontmoet bij wie de innerlijke good cop en bad cop zo goed in evenwicht bleven als bij Kate Belsey. Als ze kritisch was (en dat was ze altijd), was ze telkens ook aanmoedigend. En als ze je zei dat het echt goed was (dat was het eigenlijk nooit), wist ze je meteen te vertellen hoe het nog beter kon. Ze had altijd gelijk — een kwaliteit die haar zelf meer leek te irriteren dan anderen.

Vorig jaar had ik haar een hoofdstuk toegestuurd uit een boek dat ik aan het afwerken was. Over Shakespeare, een van haar specialismen. Mijn knieën knikten terecht toen ik haar gedetailleerde leesverslag doornam. Ze was enthousiast, maar wees me ook gedecideerd op mijn plichten. Sommige stukken konden echt wel beter.

Jammer genoeg zal ze het boek niet meer kunnen lezen. Toegegeven, ik hoef niet bang te zijn om te horen wat ze er nog steeds niet goed aan zou vinden. Maar ze zal me ook niet meer kunnen vertellen waarom het toch belangrijk was dat ik het schreef. ‘Het volgende boek moet beter zijn — nog beter.’ Dat was de lat die ze telkens voor zichzelf legde.

Passie en interesse

Kate had in de loop van haar carrière niet alleen indruk gemaakt met de boeken die ze schreef, maar ook door haar persoonlijkheid. In 2018 was ze voor een zoveelste keer in Gent te gast. Ze nam deel aan een studiedag die vooral bedoeld was om beginnende onderzoekers op het goede spoor te zetten, met tips and tricks, zoals het institutionele jargon dat tegenwoordig noemt. Verschillende jonge doctores kwamen aan de nieuwelingen vertellen hoe zij het hadden aangepakt. Kate was om een slotwoord gevraagd. Ze verbaasde me door voordien geen enkele keer tussen te komen.

Tijdens de koffiepauze werd meteen duidelijk waarom: ze was werkelijk in alle staten. Alle verhalen die ze gehoord had, gingen over wat voor haar randfenomenen van de wetenschap waren. Naar welke conferenties je moest gaan. Bij welke zogenaamde A1-tijdschriften je het meeste kans had om het snelst een artikel aanvaard te krijgen. Hoe je een goed idee kon opsplitsen in verschillende publicaties. Wanneer je best naar waar ging om dat zo belangrijke buitenlands verblijf op je cv te zetten. Of het wel zinvol was om ook les te geven als je toch onderzoeker wou worden.

Kate wist niet wat ze hoorde. Voor haar ging onderzoek in de eerste plaats over passie en interesse in het onderwerp. Over je tijd nemen om wat je over dat onderwerp te zeggen had zo precies mogelijk en met enthousiasme te formuleren. De idee dat beginnende onderzoekers al een publicatie moesten hebben om een onderzoekbeurs te kunnen krijgen kon er bij haar gewoonweg niet in.

Boekenvrouw bij uitstek

Je moest eerst twee jaar goed en aandachtig lezen wat er te lezen viel, vond Kate. Hoe kon je anders al iets zinvols te zeggen hebben? (Lees geen boeken, was het advies van de dag. Skim de tekst, werk met zoekfuncties, selecteer. Ik vrees dat het in de menswetenschappen steeds meer de realiteit van het onderzoek is geworden. Ik heb een collega die verlof zonder wedde nam…. om weer boeken te kunnen gaan lezen.)

Natuurlijk begreep ze best dat de sprekers op de studiedag ook wel de nodige passie voor hun onderwerp hadden, maar ze kon er niet bij dat er in het spreken over dat onderzoek blijkbaar geen plaats meer mocht zijn voor die passie.

Ze kon er evenmin bij dat gesprekken over onderzoek in de eerste plaats over mogelijkheden van financiering, netwerken en publicaties gingen. Zij, boekenvrouw bij uitstek, begreep niet dat in de geesteswetenschappen artikels die door groepen onderzoekers samen werden geschreven steeds meer de norm gingen worden.

‘You have to stop this!’, zei ze aan de organisatoren van de studiedag tijdens de koffiepauze. Correctie: ze zei het niet, ze droeg het ons op. We wierpen meteen op dat men het de jonge onderzoekers toch niet kwalijk kon nemen dat ze zich lieten leiden door een systeem dat hen later een vaste baan kon bezorgen. Maar we wisten met z’n allen dat Kate gelijk had. Ze had altijd gelijk.

Een merel

In het laatste bericht dat ik uit Wales ontving, staat een detail dat me niet loslaat. Op de ochtend van haar dood heeft de verpleegster het bed van Kate naar het venster gedraaid, ‘opdat ze de vogels zou kunnen zien’.

Het detail doet me denken aan het gedicht dat Bertolt Brecht schreef op zijn sterfbed in de witte kamer van een Parijse kliniek. De dichter hoort een merel en beseft plots iets beter dat hij al geruime tijd niet meer bang is voor de dood – ‘da ja nichts / Mir je fehlen kann, vorausgesetzt, / Ich selber fehle’. Er kan nooit meer iets ontbreken, aangezien ik er zelf niet meer ben. Kate blijft onder ons in de vorm van herinneringen en boeken. Ze doen ons nu al beseffen dat we haar erg zullen missen.

[ARForms id=103]

Jurgen Pieters

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent.