fbpx


Cultuur, Fictie

Céline in Frans-Vlaanderen

Een omstreden schrijver met een geniale pen



In Frankrijk was het  de literaire ontdekking van het jaar 2021. Er doken meer dan 6.000 handgeschreven pagina’s van de controversiële auteur en enfant terrible Louis Ferdinand Céline op, deels, tot dan ongepubliceerde manuscripten. Guerre, het eerste boek uit die kubieke meter hoge berg paperassen en nota’s, verscheen in mei jl. De verkoop loopt als een trein, goed voor 150.000 verkochte exemplaren. Opvallend toch voor een verbrande en uitgesproken antisemitische en collaborerende auteur.  Een goudmijn voor uitgever Gallimard die onlangs  een tweede titel, Londres uitgaf. En er zullen nog publicaties volgen. Guerre is een, deels, autobiografische roman die zich in de Westhoek,  aan het front, in de buurt van Ieper afspeelt, vervolgens in een noodziekenhuis in Frans-Vlaanderen.

Gestolen door de weerstand

De manuscripten van Céline gingen verloren in 1944. Hij moest toen in allerijl vluchten voor de repressie. Céline en echtgenote verdwenen richting Duitsland, vervolgens naar Denemarken. ‘Ik liet mijn manuscripten boven op een kast staan’, vertelde hij later. Naar alle waarschijnlijkheid werden ze door de weerstanders die zijn appartement plunderden, gevonden en meegenomen. Weerstanders die zich gedroegen als ordinaire dieven in de euforie van de overwinning. Een van hen zou zelfs in het appartement van Céline gaan wonen. Tachtig jaar later, en veertig jaar na zijn dood, doken deze verloren gewaande manuscripten terug op. Afstammelingen van de betrokken weerstander wachtten tot de dood van de echtgenote van Céline om ze vrij te geven.

De echte oorlogsfeiten

Achter de roman Guerre schuilt het levensverhaal van de auteur bij de aanvang van wereldoorlog I. In 1912 engageerde de achttienjarige Louis-Ferdinand Destombes, de echte naam van Céline, zich in het Franse leger. Hij  promoveerde tot brigadier, vervolgens tot wachtmeester. In het begin van wereldoorlog I werd hij bevorderd tot onderofficier.  In de eerste weken van de oorlog geraakte hij met zijn eenheid betrokken bij de zware gevechten rond Ieper. Tijdens een gevaarlijke missie in de buurt van Poelkapelle werd hij door kogels en door de slag van een sabel  zwaar gewond aan de rechterarm.

Céline kreeg het Franse militaire ereteken en het oorlogskruis met zilveren ster. Niet dat  hij hiermee opschepte want het was zijn ding niet. Het hoorde bij de tragikomedie. Hij werd verschillende keren geopereerd, herstelde, maar zou zijn arm nooit meer volledig kunnen gebruiken. De oorlog was voor hem voorbij. Hij werd voor 75 % invalide verklaard en nam vervolgens dienst bij het Franse Consulaat in Londen.

De fictie

Dit zijn de ware oorlogsfeiten die de achtergrond van Guerre vormen.  Het boekje van 130 pagina’s, werd wellicht  in 1932 geschreven, toen al in de unieke, gesproken taal die van Céline een vernieuwer van de Franse literatuur maakt. Je moet van hem geen apologie van de oorlog verwachten, geen heldendom en ook geen heldendaden. Volgens Céline kon er niets goeds komen uit zoveel  menselijke gruwel en lafheid. Hij noemde de oorlog een vuiligheid, een slachting. Jaren later schreef hij nog:

‘Voor een arme drol in deze wereld bestaan er twee manieren om te creperen: of in de totale onverschilligheid van uw medemensen in vredestijd, of, eens de oorlog gekomen, in de moordende passie van dezelfde dwazen.’

Hazebroek

Eerst werd Céline achter het front, naar Duinkerke, gevoerd. Door de ernst van zijn blessures werd  hij vervolgens naar het Frans-Vlaamse  stadje Hazebroek overgebracht. In het boek heet de stad Peurdu-sur la-Lys. Merkwaardig want Hazebroek ligt helemaal niet aan de Leie. Het noodhospitaal nummer 6 waar hij verbleef, heette ook niet ‘Le virginal secours’ zoals in de fantasie van de auteur, maar  College Saint Jacques. Deze befaamde school bestaat nog steeds. Tijdens de eerste wereldoorlog deed ze dienst als noodpost van het Rode Kruis.

Oorlogszuchtig

Opvallend: ik lees in de geschiedenis van de school dat deze plaats reeds in 1912 door het Franse leger als noodhospitaal was voorzien. Want Frankrijk voorzag al jaren minutieus haar revanche voor de verloren oorlog van 1870-1871, tegen Duitsland. Men zou kost wat kost Elzas-Lotharingen terug bij Frankrijk krijgen, al moest heel Europa hiervoor bloeden. In het College Saint-Jacques, net als in alle Franse scholen van toen, werden de leerlingen voorbereid op de oorlog tegen de Duitse erfvijand. Ze leerden de eerste oefeningen en in de pas lopen op de speelplaats van de school. De lessen geschiedenis dienden om het één en ondeelbare vaderland op te hemelen.

De slaapzaal waar Céline lag bestaat vandaag nog, goed herkenbaar op de vergeelde postkaarten van toen en de foto’s van nu. Het  doet tegenwoordig dienst als bibliotheek en archief van het college. Celine  noemde de ruimte waar hij met 25 andere patiënten lag, ‘Saint Gonzef’, soldatentaal voor een zaal genoemd naar een of ander heiligenbeeld.

Céline zou een maand in Hazebroek verblijven. Eens terug op de been verkende hij de stad. In zijn boek vertelt hij over een mastodont van een stadhuis in empirestijl, compleet ongepast op de markt van een Vlaamse stad als Hazebroek. Het onding verving het oud stadhuis in elegante Vlaamse renaissance stijl dat in het midden van de markt stond, maar in 1801 door een brand  werd verwoest. Céline beschrijft de maandagse markt, de rijke Vlaamse  burgerhuizen en de cafés die soldaten regelmatig bezochtten. Veel is sinds die tijd rond de grote markt van Hazebroek niet veranderd. Hazebroek, beslist een bezoek waard, ook  om in de sfeer van het boek te komen.

Verpleegsters

Céline werd er even verliefd op een verpleegster. In het boek heet ze juffrouw Lespinasse, in het echte leven Alice David, een deftige dame van veertig jaar, dochter van de directeur van de lokale krant l’Indicateur des Flandres. Weekblad dat nog steeds bestaat. En hier schakelt Céline in zijn roman over naar wilde, seksuele soldatenfantasieën met verpleegsters die de patiënten goed verzorgen, en zelfs meer dan dat.

Grof en geniaal

Zelf  erken ik in Céline een groot schrijver. Al  ben ik geen fan van zijn grove taal en het onverteerbaar, rabiaat antisemitisme van zijn latere boeken. Ik erken wel de geniale pennentrek om de kleinheid van het menselijk bestaan te beschrijven. De romans van Céline beklijven door hun aanklacht tegen de zelfgenoegzaamheid, de arrogantie en de straffeloosheid van de machthebbers, of ze nu democraten, dictators of generaals zijn. Onlangs is het vervolg op Guerre verschenen, nu wel een kanjer van meer dan 500 pagina’s, met als titel Londres, de stad waar Céline terechtkwam na zijn gedwongen verblijf in Hazebroek.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel, cartoon of podcast wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels, podcasts, cartoons of video-uitzendingen op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Wido Bourel

Wido Bourel (1955) is Frans-Vlaming, publicist en promotor van de Nederlandse taal en cultuur in zijn geboortestreek.