Cultuur
kersentuin

De Kersentuin

Sterk spel ondanks rommelige regie

Drie toneelstukken van de 20ste eeuw schieten boven alle andere uit. In volgorde van opkomst, De Kersentuin, Wachten op Godot en Wie is er bang voor Virginia Woolf. Een merkwaardig punt van verwantschap is dat een boom in de drie stukken een cruciale rol speelt. In het derde stuk als dodend element, in het tweede als tijdsverstrijking en in het eerste als cultuuromslag. Of hoe cultuur en natuur een eenheid vormen; kunst en geschiedenis niet te scheiden zijn.

Het verhaal

Alvorens verder te hollen, de korte inhoud van dit beroemde toneelstuk, voor de minder vertrouwde lezer met het werk van de Russische auteur Anton Tsjechov. Een arm geworden maar nog levendige weduwe van lagere adel komt met haar dochter uit Parijs terug op haar landgoed. Wegens schulden moet ze het landgoed, met de beroemde kersentuin, verkopen. Haar broer is een nietsnut. Twee personen willen de handen uit de mouwen steken. Een rijk geworden koopman en een jonge student. De eerste wil waarlijk helpen omdat hij wegens familiebanden gehecht is aan het domein en de bewoners. De student ziet wat er sociaal staat aan te komen. Helaas, een sfeer van lusteloosheid en fatalisme domineert de sfeer in de familie. Gevolg: het domein wordt gekocht door de koopman en de kersenbomen worden omgehakt om plaats te maken voor zomerhuizen. Die brengen geld op, waardoor het domein in zijn oude staat hersteld kan worden. Even blind voor de realiteit als dat ze weergekeerd zijn, vertrekt de familie terug naar Parijs. Met hun laatste centen.

De versie ITA

In De Kersentuin van Internationaal Toneel Amsterdam (ITA), en in het raam van het Holland Festival – krijgt de boom de aandacht die hij verdient, verbaal en virtueel. Hij verschijnt op het achterdoek bij aanvang. In volle bloei, in trouwgewaad, zoals Guido Gezelle dichtte.

In het toneelstuk van Anton Tsjechov zit er weinig poëzie in de kersenboom, maar heel wat drama. Dat wordt meteen duidelijk, de voorstelling is maar een paar minuten aan de gang, met de uitspraak: ‘Het vriest, het is drie graden onder nul, en de kersenbomen staan volop in bloei. Ik vind het maar niks, dat klimaat van ons.’

Is de weerstoestand belangrijk? Neen! Maar wel een proevertje van wat er aan ellende staat aan te komen. Dat wordt even later versterkt met de uiting: ‘Daar zul je ze hebben! Wat is er met mij aan de hand… Ik heb het ineens zo koud.’ Vertaald naar de werkelijkheid: het noodlot, wat verwacht wordt, klopt aan de deur.

Een paar minuten later ten derde male, deze keer om de maatschappelijke wantoestand te verbeelden, met de opmerking ‘De trein was twee uur te laat. Hoe komt dat? Wat zijn dat voor toestanden?’

Ontbrekende dimensie

In de bewerking van Robert Icke voor ITA stralen deze drie schakels geen kracht uit. Wat jammer is. Maar er is meer jammerlijks aan deze productie. Het miserabele zit hem vooral in de regie. Waar Tsjechov met een scalpel focust op het zielenleven, op de kwalen van de personages (stuk voor stuk, op de koopman na, zijn ze in wezen enkel met zichzelf begaan), geeft regisseur Simon McBurney de spelers de vrije hand. Ze mogen zich uitleven, elk naar hun eigen acteeraard. Het levert prachtig spel op, helaas met een verlies aan inhoudelijke kracht. De wisselwerking tussen verhaal en kabaal ontbreekt.

De auteur bestempelde zijn stuk als een komedie. Van de eerste tot de laatste regisseur die met het stuk aan de slag ging, zag het eerder als een tragedie. McBurney heeft dat euvel willen herstellen. In het eerste van de vier bedrijven lukt dat aardig, in de daaropvolgende houdt hij dat echter niet vol. Bewust? Dan ontbreekt er een dimensie aan. De magische dimensie, om precies te zijn.
Het centrale speelvlak is een opstap die de vloer van een kamer verbeeldt. De acteurs doen alsof ze de deuren openen en sluiten/dichtslaan. Het bijpassende geluid komt via klankkasten. Een trucje ouder dan de eerste Romeinse heirweg en eigen aan amateurgezelschappen door de eeuwen heen. In een boulevardstuk werkt het (soms), in een klassieker is het een rochelende vloek.

Meerwaarde

Het ruimtegebruik is ten volle geslaagd, het decor eenvoudig maar treffend. De kostumering tijdloos, dus passend. De gekozen muziek logisch, hij brengt geen kras aan op de voorstelling. Mooie belichting, op het romantische af.

De meerwaarde van de voorstelling zit hem dus in het acteren. En dat is van een hemels niveau. Hoewel ze de vrije hand kregen, trappen ze niet in de val, genaamd schmieren. Typisch voor elke vorm van komedie, maar gelukkig houden ze het spel strak, met een licht gekruide toevoeging van humor uit de eigen voorraadkast.

Chris Nietvelt is van nature een stijlvolle dame; ze voegt er een edele staat aan toe. Een weduwe om verliefd op te worden. Gijs Scholten van Aschat speelt de koopman op zulke wijze dat je hem na de voorstelling je portefeuille zou willen geven, in de zekerheid dat je hem de volgende dag terugkrijgt, heel wat gevulder. Een integer, eerlijk koopman dus, zonder poeha. Geen enkele andere acteur heeft een kras op het spel. Al zijn hun rollen ondergeschikt/aanvullend met die van de twee dragende personages, ze weten het oor en het oog van de toeschouwer zo te verwennen dat het geheel van woord en daad een muzisch concert is.

Besluit

Het spel van de acteurs is dus de uitblinkende factor van deze productie. Dat de regisseur het gegeven naar de jaren tachtig heeft verplaatst, is aardig, maar onvoldoende onderbouwd. Door een niet verfijnde regie haalt deze productie niet het niveau dat we gewend zijn van ITA (wijlen TGA). Jammer.

Wat uw verslaggever bijzonder stoorde, was de zwakke aandacht voor een uitspraak van de huisknecht Frits. Hij wordt vrij vroeg gemaakt in het stuk en raakt de kern van wat Tsjechov met dit stuk bedoelde: het verval van de normen en waarden van Rusland eind van de 19de, begin van de 20ste eeuw, die zullen leiden naar de revolutie; van 1905 (mislukt) en 1917 (gelukt). Hier gaan we. ‘Vroeger, zo’n veertig, vijftig jaar terug, toen werden de kersen gedroogd, ingemaakt, op sap gezet, er werd confiture van gemaakt. … Toen wisten ze nog hoe dat moest. … Vergeten. Niemand weet meer hoe het moet.’

DE KERSENTUIN                          ***
Auteur: Anton Tsjechov
Regisseur: Simon McBurney
Bewerking: Robert Icke
Dramaturgie & vertaling: Peter van Kraaij
Productie: Internationaal Theater Amsterdam (ITA)
Co-productie: Holland Festival, Barbican Centre, Festival Printemps des Comédiens Montpellier
www.ita.nl

 

Guido Lauwaert

Guido Lauwaert is regisseur, acteur, auteur, columnist en recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Knack en Doorbraak.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Guido Lauwaert?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans