fbpx


Literatuur

Gedachten van een kozak

Dagboekaantekeningen (12)


Engelse regenwolken

Zondagavond (regen)

Wie het ancien régime niet heeft gekend, weet niet wat het goede leven is, althans volgens graaf de Talleyrand. Maar wat is mijn ancien régime?

Ongetwijfeld een gelukkige kindertijd. Was ik niet de Zonnekoning van mijn eigen verbeelding, in de jaren die voorafgingen aan de revolutie, toen het kind zijn hoofd verloor? Mijn Robespierre was de man in het kind; mij overkwam datgene wat in romans van voor de Eerste Wereldoorlog het ‘ontwaken’ wordt genoemd. Seksueel verlangen dus.

Veel later zou ik samen met mijn generatiegenoten verzwolgen worden door de vortex van de duizend meningsverschillen.

Mijn nostalgie is een slappe poging het onuitstaanbare heden in overeenstemming te brengen met de gouden glans die de ondergaande zon over mijn kinderjaren legt. God sta me bij. De nostalgie weeft webben in mijn hersens. Ik voel me soms net als die kleverige Marcel Proust in zijn bed, omringd door nutteloze drankjes, opgesloten in een kamer waarvan de wanden met kurk geluiddicht zijn gemaakt.

Dinsdag (ouwe wijven met klompen)

Durf ik te zeggen wat ik te zeggen heb? Zoals de kozak gooi ik mijn hart naar de overkant van de kloof en geef mijn paard vervolgens de sporen…

Later

De filosoof Bertrand Russell kreeg een kind. Iemand vroeg hem: ‘Is het een jongetje of een meisje?’

‘Yes, of course. What else could it be?’

Maar in werkelijkheid kreeg hij geen zoon of dochter, het betrof een door hem gegeven voorbeeld uit de logica.

Nog later

Er bestaan mensen met het chromosomenpaar XX en mensen met het chromosomenpaar XY. Een geneticus zegt vandaag in mijn Engelse krant dat er bijgevolg ook maar twee biologische geslachten bestaan. Dit in reactie op een juridische uitspraak.

Onlangs is in Londen namelijk een mevrouw ontslagen die, buiten haar werk om, in een tweet hetzelfde zei als de geneticus. Ze daagde haar werkgever voor de rechter. Maar de edelachtbare gaf de werkgever gisteren gelijk: een transvrouw was een volwaardige vrouw en het was geen filosofisch houdbare stelling het tegendeel te beweren. Volgde nog iets over transfobie en een moderne democratie.

Verbluft liet ik de krant zakken. Mijn thee verkilde. Nineteen Eighty-Four viel van zijn plank. Een Y-chromosoom wipte nerveus op en neer.

’s Avonds

Mag ik u even streng berispen? Ik bedoel helemaal niet dat transmensen van mij op welke manier dan ook achtergesteld mogen worden! Ik veracht elke haat tegen de afwijking – ik zeg enkel dat je een X niet in een Y kunt veranderen.

Dinsdag (katten en honden)

Christopher schrijft tot mijn verbazing de zoveelste lange brief aan zijn cowgirl in Colorado. Papieren brieven! Nooit hebben Joy en ik die gewisseld: ik ben schrijver dus heb ik een hekel aan schrijven: als het even kan mijd ik pen en papier.

Ik herinner me één brief, in de late jaren tachtig door mij aan al die blonde lieftalligheid gestuurd; de aanhef luidde ‘Joy of man’s desire!’ (Bij Bach staat daar ‘Jesu’ voor.)

Woensdag (zondvloed)

De pannetjes worden erg nat, maar de honden moeten toch naar buiten. De heuvels achter het huis geleiden het overtollige hemelwater naar de voetpaden, meer en meer waad ik in mijn laarzen door kleine beken. Roffel en Sammie trekken zich er niets van aan, vechten om een stok, beschrijven al ronddollend arabesken in het zeiknatte gras, drijven een imaginaire schaapskudde bijeen…

Ik waad en poog de zin te completeren die ik op mijn computer achter heb gelaten; het is moeilijker dan anders, al dat water – splasj, splasj – verhindert dat mijn voeten iets van ritme ontwikkelen. Een fysiek ritme is noodzakelijk voor geslaagd proza. Proust schreef veel te lange zinnen doordat hij tegen zijn kussens leunde.

’s Avonds (het drupt na)

O hond te zijn en het heden te omhelzen! Ik kan het niet meer sinds mijn kinderjaren, ook dat vermogen is met het oude regime vernietigd.

Donderdag

In Zingen en creperen citeer ik een dichtregel die op mijn bureau is beland:

‘Wir kommen immer einen Traum zu spät’. We kennen allemaal die ervaring, maar één persoon was uitverkoren deze regel te schrijven, een vrouw met een naam als een begin van dronkenschap: Olly Komenda-Soentgerath, 1923-2003, Duitstalige uit Praag, in 1946 uit Tsjechoslowakije verjaagd.

Het koolstof van de collectieve ervaring; door een dichter tot de sprankelende tijdloosheid van diamant verhard.

Op het internet vind ik haar nergens.

Maar nu bemoeit Carl Gustav Jung zich ermee, in de gedaante van Geert van Istendael, die tijdens een expeditie door de binnenlanden van Internet heeft ontdekt dat haar gedichten nog verkrijgbaar zijn bij uitgeverij BACOPA, gevestigd in het Opper-Oostenrijkse gehucht Schiedlberg.

Ik google. Ook googlen is een soort dromen…

Verkrijgbaar in dezelfde reeks Lyrikbände zijn de Griek Ritsos Jannis, de Zweed Karl Vennberg, de Amerikaanse Rita Dove…

De Vlaming Herman de Coninck.

Ik stap een Oostenrijkse Bierstube binnen en daar zit Herman doodleuk in zijn slechtste Duits een pul bier te drinken. ‘Waar was je al die tijd, zak die je bent!’ zeg ik, terwijl de regen over mijn wangen stroomt.

Op de tapkast zijn de dichtbundels uitgestald. Van Olly Komenda-Soentgerath ligt er Unerreichbar nahe. Nu draait de gebogen oude man naast Herman zich om.

Het is mijn vader. Hij zegt: ‘Maar jongen toch, weet je dan niet meer dat ik na de dood van mama mijn gedichten over haar heb gebundeld in Onbereikbaar nabij?’

Badend van de synchroniciteit word ik wakker.

Later

Aan het slot van de film Heimat komen alle doden samen in een schuur, maar een Bierstube met geweien, houten meubilair en serveersters met veel hart in veel boezem is aantrekkelijker voor Herman en mijn vader.

Vrijdag

In het raam van de alternatieve winkel hangt een poster met de tekst A New Word Is Possible!

Een neurotransmitter vonkt, een synaps gebaart, ik buig me nieuwsgierig naar het kleinere lettercorpus eronder… Pas dan zie ik dat ik de l in World heb gemist. A New World Is Possible!

Verveeld keer ik me af.

Maandag

Ik moet bloedwaarden laten controleren. Daarvoor bestaat in het ziekenhuis van Hastings de afdeling Phlebotomy. Ik volg de bordjes. Het woord betekent ‘aderlating’. Terwijl ik me afvraag hoe die afdeling in de Nederlanden heet, roept dat aderlaten bloedzuigers en hardhandige chirurgijnen op: in de lift ziet mijn geestesoog een negentiende-eeuwse gravure voorstellende premoderne geneeskunde met een hoge mortaliteit.

Maar de lift voert me naar Debbie, die blond en beeldig uit het clair-obscur van mijn victoriaanse fantasie opdoemt. Een nieuwe fantasie begint. Phlebotomist staat op haar naamkaartje.

Ze noteert mijn gegevens en lacht als ik naar haar bloedzuigers vraag. Ze prikt in plaats daarvan met een naald. Als ik een kwartiertje kan wachten, heeft ze de resultaten voor me.

Ik wacht een kwartiertje. Ik denk aan Debbie. Ik zou best even met haar getrouwd willen zijn. ‘If only I had kissed… Debbie the phlebotomist…’

Mijn INR bedraagt 3,5 en is daarmee geheel in orde, jammer genoeg.

Dinsdag

Over het vrouwelijk geslacht zei wijlen Herman ooit: ‘Pertang, ’t is op dat gebied mee van het beste.’ Hij had geen idee wat dat ‘mee’ in de 21ste eeuw allemaal zou gaan bevatten, maar zo rond 1990 was het een geestige opmerking.

Woensdag 10 december

Een plastisch chirurg houdt een lezing voor het Katholiek Vlaams Hoog Studentenverbond in de schaduw van het Gentse rectoraat en beklaagt zich over de onwil van vrouwelijke wezens om hun benen te openen. Ik heb het filmpje gezien: in zijn stroperige Limburgs klonk het alsof hij kwaad was op verkeersagenten die het drukste kruispunt uit de geschiedenis met een willekeur aan rode lichten bewaakten.

Tumult in de pers en op de publieke tribune.

De tolerante liberale universiteit van Gent schorst de studentenvereniging, een onaangename club trouwens, van ratachtige jongetjes met stompzinnige petjes en de nodige wonderlijke meningen. Dom, nee, kwalijk van de tolerante liberale universiteit. Want de chirurg heeft geen wetten overtreden, aangezien slechte smaak geen juridische kwestie is, anders waren de Kardashians en de gedichten van N.N. wel verboden.

Later

Dit alles zeg ik mede als gevolg van het etentje gisteren, waar ik een stoel achteruitschoof voor een vrouw van mijn leeftijd, die even geestig als intelligent was, en mijn galanterie prees (het was overigens een automatische handeling, mijn Natuurlijke Intelligentie is geprogrammeerd door mijn vooroorlogse moeder).

‘Die feministe daar,’ zei ze, met een knikje naar een dame aan de andere kant van de zeer lange tafel, ‘vindt dat soort chivalry seksistisch.’

‘Maar u blijkbaar niet.’

‘Ik heb al minstens dertig jaar geen feminisme meer nodig. U zou het toch niet in uw hoofd halen mij als de tweede sekse te beschouwen?’

Ik haalde het niet in mijn hoofd. Voelde me integendeel een tikje inferieur aan haar, alsof de ridder in mij zichzelf uit het zadel had gelicht. Daarna mocht ik haar tutoyeren. Ook in het Engels is dat mogelijk, al komt er geen persoonlijk voornaamwoord aan te pas.

Nog later

De plastisch chirurg verveelt me. De universiteit verveelt me. Alle grote overtuigingen vervelen me. Dat vervelende gelijk van iedereen!

Een lezer van Zingen en creperen fronste zijn wenkbrauwen bij een passage waarin ik (mijn dagboek-ik) een Franse serveerster ‘in de art nouveau van haar kont’ knijp. Het betrof onmiskenbaar een verzonnen gebeurtenis, dat begreep hij ook wel, maar om zo over ‘de vrouw’ te schrijven…

O die verkramping omdat het over ‘de vrouw’ gaat, die immers haar kont heeft ingeruild voor een y-chromosoom!

Donderdag 12 december

Verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk.

Ondertussen lees ik dit in het krantje: ‘Als land worden we nu verteld dat recht zegevierde maar dit soort justitie is fake.’

Ik ben wordende geïrriteerd door dit soort Engels, halfverteerd, rauw nog.

Vrijdag 13

Onvermijdelijk volgt op de verkiezingen de uitslag van de verkiezingen.

Eton en Oxford hebben gewonnen, met de onverwachte steun van de voetbaltribune.

Een van de zelden doorgronde mysteriën van dit land is het traditionele respect van de arbeidersklasse voor de adel, die iedere marxistische revolutie bij voorbaat uitsluit (vergeet u niet dat ik elke week naar het voetbal ga). Corbyn snapt niets van arbeiders, Boris wel, ziehier de verkiezingsuitslag voor intellectuelen verklaard. Nou ja, wat weet ik van politiek.

Die verdomde Schotten intussen hebben niet gestemd maar gemokt, met de irrationaliteit die eigen is aan het nationalisme van een volk dat ooit onderdrukt is geweest. 60% van de Schotse handel is met de rest van het land, 18% met de EU, dus de belangrijkste open grens… maar wat weet ik van politiek.

Maandag 16

Corbynistas hebben in Whitehall gedemonstreerd tegen de verkiezingsuitslag.

Ik snap best dat je teleurgesteld kunt zijn door de uitslag, zoals ik dat ben door de Schotten, maar het blijft een demonstratie tegen de mogelijkheid dat je in een parlementaire democratie verliest. Het is alsof je in een kraamkliniek betoogt tegen de kans dat je kind niet zo intelligent is.

Dinsdag

Ik doe mijn best mijn verwarde gevoelens tot morgen uit te stellen. De schepping is onbegrijpelijk, en dat zeg ik in de hoop dat ze inderdaad geschapen is.

Woensdag 18 december 2019 (derde verjaardag van Anna’s dood)

Ze kwam uit India en stierf in Amerika. Ze trok voorbij: een leven als een komeet, met een staart die nu drie jaar lang is. Het gissen naar haar afkomst en de vervreemding in ons gezin geven haar een allure van oeroud leven, van uiteindelijke tijdloosheid. Ziet u die vreemde knik in de verticale lijn die de doden via de levenden met de ongeborenen verbindt? Dat zijn wij, dat is ons gezin.

Op de steen leggen Christopher, Joy en ik om zeven uur steentjes. We steken drie kaarsen in een glazen pot aan. Nu is de tekst rosbruin verlicht in het aardeduister dat ons en de steen omringt. Rosbruin glimt de zandsteen met de ondemocratische data; rosbruin glanzen onze natte ogen. En zo spelen we het onverbiddelijke van toen na: we zijn de ingekrompen menigte met haar honderd kaarsen. We omhelzen elkaar en in die omhelzing prevelen we moeizaam het oude gebed. We zijn samen de man in het hiëratische gewaad, die in januari 2017 het kistje met haar as droeg.

We maken het gebaar dat onze beschaving in vier stukken verdeelt. We zijn elk vier stukken. De kastanje bij de kerk kreunt in de avondwind.

Donderdag

Zijn wij op de proef gesteld?

Misschien is mijn bereidheid te leven op de proef gesteld, maar mijn geloof is gebaseerd op de gedachte dat je zonder geloof te veel dood overhoudt: credo ut intelligam, ik geloof om er iets van te begrijpen. Maar het intellegere verloopt intuïtief – en hoe meer je praat, hoe onverwoordbaarder het wordt.

Stel u het haardvuur voor, we zitten op een winteravond bij elkaar, drie maal vier stukken mens, schertsend, allengs ernstiger, en gaande dat gesprek bereiken we een punt waarop de tijdloosheid een seconde lang volkomen helder is… maar ik kan er achteraf, misschien door de drank, geen zin van reconstrueren.

Zo ook ben ik met mezelf in gesprek.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.