Forum
Hoe gezond is Nutri-Score echt?
Rob Lemeire: ‘Zelfs fastfood kan gezonder worden door een focus op minder ultrabewerkte ingrediënten en de angst voor verzadigd vet te laten varen.’
—

Rob Lemeire (1973) woont samen met zijn vrouw en twee dochters. Met passie zet hij zich in voor de Vlaamse Club en schreef hij 12 regels voor opvoeden met autoriteit, een boek dat ouders inspireert. Als ingenieur van opleiding duikt hij in onderwerpen die ertoe doen: opvoeding, cultuur, geloof, klimaat, voeding en het sociale weefsel. Zijn scherpe kijk en heldere pen maken complexe thema’s toegankelijk voor iedereen.

foto © Belga
Fastfood is het nieuwe roken en de overheid moet daar net zo streng tegen optreden als tegen de tabaksindustrie, roepen sommigen. Maar decennialang overheidsbeleid tegen fastfood en andere ongezonde voeding heeft weinig opgeleverd. Integendeel: in plaats van gezonder te worden zijn obesitas, hart- en vaatziekten en andere voedingsgerelateerde aandoeningen net explosief toegenomen.
Ecologist Dirk Holemans pleitte in De Standaard voor het ontmoedigen van ultrabewerkte voeding. Maar wat bedoelt hij precies met ultrabewerkte voeding en hoe herken je gezonde alternatieven? Zonder duidelijke antwoorden is strengere overheidsinterventie riskant, zeker gezien het desastreuze voedingsbeleid van het verleden.
Fastfood
Het is ook niet zo eenvoudig om alle fastfood met een lage nutriscore te bestempelen. McDonald’s bijvoorbeeld biedt vandaag wel degelijk ‘gezonde’ opties aan, zoals kipgerechten met nutriscore A en B, en vegetarische of veganistische opties met nutriscore B en C. De klassieke rundvleesburgers scoren echter lager (C en D).
Deze Nutri-Score, die vrij goed aansluit bij Belgische overheidsnormen, geeft negatieve punten voor verzadigd vet, suiker, zout en totale calorieën, maar niet specifiek voor ultrabewerkte voeding. Ultrabewerkte zaadoliën hebben gekende gezondheidsrisico’s en krijgen toch positieve punten vanwege de onverzadigde vetten.
Zonder een duidelijke definitie van ultrabewerkte voeding is strengere overheidsinterventie riskant, zeker gezien het desastreuze voedingsbeleid van het verleden.
Ook zetmeel, het koolhydraat in frietjes en broodjes, wordt amper afgeraden in de score hoewel onze spijsvertering het afbreekt tot glucose (suiker dus).
Een standaard hamburgermenu (met friet en frisdrank) bevat overigens slechts 25 procent dierlijke calorieën (of 16 procent dierlijk vet). Zelfs de verfoeide McDonald’s-hamburger past dus al goed binnen het algemene overheidsdoel om dierlijk vet te bestrijden.
Conclusie? Fastfoodketens blijken te voldoen aan de heersende gezondheidsnormen, ondanks slechte nutriscores voor de hamburger.
Minder verzadigd vet, meer obesitas
Nutri-Score werd in 2018 ingevoerd in België, maar gelijkaardige richtlijnen bestaan al decennia. Aan het advies om verzadigd vet te mijden hebben verschillende generaties braaf hun eetgewoontes aangepast.
Volgens een peer-reviewde studie in Elsevier daalde de consumptie van verzadigd vet in de VS tussen 1960 en 2011 van 50 à 60 gram tot 25 à 30 gram per dag, terwijl de inname van koolhydraten (suiker en zetmeel) sterk steeg. Toch verdrievoudigde obesitas sindsdien bijna: van 13 procent naar 35 procent. Dat ging samen met een enorme toename van diabetes en hartziekten.
Naarmate de voedingsrichtlijnen uit de VS werden overgenomen en gevolgd door onze bevolking, stegen ook in Europa de gezondheidsproblemen. Ambitieuze symboolwetten doorduwen zonder de effectiviteit ervan te evalueren is blijkbaar van alle tijden.
Gebrek aan kennis
Maar verzadigd vet verhoogt toch de slechte cholesterol (LDL)? Een peer reviewed meta-studie in de vooraanstaande Annals of Internal Medicine vond geen significant bewijs dat verzadigd vet of LDL direct leidt tot hartziekten. Andere factoren, zoals roken, obesitas, hoge bloedsuiker, hoge bloeddruk, inactiviteit en transvetten, zijn veel sterkere risicofactoren. Dit roept verdere vragen op over de focus van onze voedingsnormen op het vermijden van verzadigd vet.
Want ook onze dokters zijn niet voldoende op de hoogte van het onderzoek. Voeding is cruciaal voor de gezondheid, maar artsen krijgen vaak onvoldoende scholing hierover. Een artikel in het gerenommeerde medisch tijdschrift The Lancet meldt dat medische studenten wereldwijd aangeven weinig te leren over voeding. Toch worden jaarlijks 11 miljoen sterfgevallen toegeschreven aan voedingsgerelateerde factoren.
Dat is ook mijn ervaring: bij navraag aan enkele huisartsen en hartspecialisten bleek dat ze een heel beperkte kennis van voedingswetenschap hebben, tenzij ze er zich uit interesse zelf in hebben verdiept. Zelfs als de ziektes die ze behandelen meer dan vaak te maken hebben met voeding. Vraag maar eens aan uw eigen arts.
Van catch 22 tot jojo
Door verzadigd vet te mijden, ontstaat een paradox: door minder vetten en minder calorieën te eten ontstaat in de regel een stevige honger, zelfs bij mensen met overgewicht, waardoor mensen aankomen. Ons lichaam is evolutionair geprogrammeerd om voldoende calorieën binnen te krijgen, zoals onderzoek aantoonde. Na gewichtsverlies stijgt het hongerhormoon ghreline en daalt het verzadigingshormoon leptine, waardoor het lichaam vetreserves probeert te winnen – als het moet tegen de wil van het brein in.
Dit verklaart het jojo-effect: diëten mislukken doordat honger het overneemt. Je lichaam snakt oncontroleerbaar naar calorierijk voedsel zoals fastfood. Na verschillende dieetpogingen merk je ook dat hoe meer moeite je doet, hoe slechter het resultaat, waardoor je misschien wel opgeeft beter te eten.
Dit verklaart ook waarom je een gevecht tegen fastfood niet wint. Velen zitten geprangd in een catch 22 van enerzijds een amper werkend dieet en anderzijds een prangend hongergevoel. Ze kennen geen derde weg.
Gezond verstand
Calorieën tellen, zoals de Nutri-Score aanmoedigt, werkt daarom niet goed. In plaats van alle calorieën als negatief te bestempelen, is het beter om goede van slechte calorieën te onderscheiden. Zelfs fastfood kan gezonder worden door een focus op minder ultrabewerkte ingrediënten en de angst voor verzadigd vet te laten varen.
Al meer dan een halve eeuw strijdt de overheid tegen obesitas, diabetes en hartziekten, maar de resultaten zijn catastrofaal. Toch eten we totaal anders dan honderd jaar geleden, toen verzadigd vet nog een veel grotere rol speelde. Is het dan gezond verstand om verzadigd vet als zondebok aan te duiden?
In plaats van alle calorieën als negatief te bestempelen, is het beter om goede van slechte calorieën te onderscheiden.
Neem nu het dieet van voorhistorische jagers en veetelers: zij aten net rijk aan verzadigd vet, met een voorkeur voor beenmerg, spek, smout (gesmolten varkensvet) en orgaanvlees. Zij hadden weinig moderne ziektes.
Is het niet vreemd dat vooral traditionele voeding wordt gezien als de oorzaak? Want zelfs de recent populairder geworden inzichten tegen ultrabewerkte voeding zijn niet zo sterk als de weerstand van dierlijk vet.
Ik nodig lezers uit om kritisch zelf op onderzoek te gaan en hun eetgewoonten te herzien. Door minder ultrabewerkte voeding en meer onbewerkte voeding te eten mét verzadigde vetten, zoals eieren, boter en rundvlees, raakte ik alvast mijn corona-kilo’s kwijt – met smaak en gemak zelfs.

Rob Lemeire (1973) woont samen met zijn vrouw en twee dochters. Met passie zet hij zich in voor de Vlaamse Club en schreef hij 12 regels voor opvoeden met autoriteit, een boek dat ouders inspireert. Als ingenieur van opleiding duikt hij in onderwerpen die ertoe doen: opvoeding, cultuur, geloof, klimaat, voeding en het sociale weefsel. Zijn scherpe kijk en heldere pen maken complexe thema’s toegankelijk voor iedereen.
Rob Lemeire: ‘De hypothese van een immateriële ziel verklaart veel: onze innerlijke ervaring van eenheid, de veerkracht van bewustzijn bij hersenschade, de bijna-doodervaringen.’
Gekkigheid mag, maar het moet wel gekkigheid blijven.











