‘Het idee dat de hele wereld in Europa asiel kan aanvragen is onhoudbaar’
Fabrice Leggeri, ex-topman Europees grensbewakingsagentschap Frontex

Gewezen Frontex-topman Fabrice Leggeri is ondertussen lid van Rassemblement National.
foto © Belga
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementRuim zeven jaar lang – tussen 2015 en 2022 – stond de Fransman Fabrice Leggeri (57) aan het hoofd van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex. Hij stapte er gefrustreerd op en zetelt nu in het Europees Parlement voor het Rassemblement National. Daar ziet hij de politieke wind rond migratie stilaan draaien. ‘We moeten te allen tijde de keuze kunnen maken wie we hier al dan niet willen verwelkomen.’
Als Frontex-topman bleef Leggeri – die eerder ook verantwoordelijk was voor de strijd tegen illegale migratie in Frankrijk – niet altijd even onbesproken. In 2020 kwam hij in opspraak nadat een aantal linkse Europarlementsleden hem ervan beschuldigden mee verantwoordelijk te zijn voor verboden pushbacks van asielzoekers uit Griekenland, richting Turkije. Hij zou zich volgens de Griekse media ook verzet hebben tegen de aanwerving van een veertigtal mensenrechtenofficieren door Frontex, omdat hij dat zelf geen prioriteit vond voor het grensbewakingsagentschap.
Medio 2022 nam Leggeri ontgoocheld ontslag. Nog geen twee jaar later lijfde het radicaal-rechtse Rassemblement National hem in en in juni 2024 werd hij op die lijst verkozen voor het Europees Parlement. Leggeri deed later op zijn beurt een boekje open over de druk die hij tijdens zijn Frontex-mandaat ervaarde. Voornamelijk vanuit de Europese Commissie, die niet wilde dat hij al te repressief optrad tegen migranten die de EU illegaal binnenkwamen. ‘De toenmalige Europese commissaris voor Migratie en Asiel, de Zweedse sociaal-democrate Ylva Johansson, liet er geen twijfel over bestaan dat het níét mijn taak was om illegale migranten buiten de EU te houden. Ik moest hen verwelkomen.’
U kwam aan het hoofd van Frontex in 2015, het jaar dat de de grote migratiecrisis uitbrak en de EU plots miljoenen vluchtelingen moest opvangen. Hoe ver reikte het mandaat van Frontex op dat moment?
Fabrice Leggeri: Het agentschap moest de nationale grensbewaking aan de buitengrenzen – ook op zee dus – van de Schengenzone versterken. Tegelijk moest het ook optreden tegen mensensmokkelaars. Met het oog daarop heeft Frontex er de voorbije jaren ook flink wat mensen en middelen bijgekregen. Vandaag hebben we het over ruim 2.500 manschappen. Dat gezegd zijnde: al van bij de oprichting was er sprake van een zekere dubbelzinnigheid over dat takenpakket. Ter linkerzijde lag de nadruk vooral op de bijstand aan migranten, terwijl het voor mij duidelijk was dat de focus vooral op de hulp aan de lidstaten moest liggen.
Dat is een nogal lastige spreidstand, hoe werd daar binnen Frontex intern mee omgegaan?
Toen ik er in 2015 aan de slag ging, viel het me al vlug op dat er – naast de puur administratieve medewerkers – twee grote strekkingen waren onder het personeel. Enerzijds was er een grote groep ex-politiemensen of -militairen, voor wie het duidelijk was dat Frontex de grenzen moest bewaken en de strijd moest opvoeren tegen mensensmokkel richting EU. Anderzijds waren er op het hoofdkwartier in Warschau ook nogal wat zogenaamde migratie-experten aan de slag, mensen die vaak een verleden hadden bij ngo’s, bij de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), noem maar op.
Ik werd binnen én buiten het agentschap actief tegengewerkt
De migratiecrisis van 2015 en de zware golf van islamitisch terrorisme in Europa de daaropvolgende jaren – waarbij we een duidelijke link konden leggen tussen populaire migratieroutes en sommige terroristen – heeft de zaken op scherp gesteld. Daardoor is er ook een politiek momentum ontstaan. De lidstaten beseften dat ze de bewaking van de buitengrenzen ernstiger moesten nemen. Maar, zoals al gezegd: zelf werd ik binnen én buiten het agentschap actief tegengewerkt.
Zou u zeggen dat de neuzen over en binnen Frontex vandaag wél in dezelfde richting wijzen?
Helaas niet. De zogenaamde mensenrechtenofficieren zijn talrijker en hebben meer macht gekregen, onder meer onder invloed van de Europese Commissie. Toch stel ik vast dat het politieke discours rond het takenpakket van Frontex stilaan verandert. Onder meer onder impuls van de huidige Europese commissaris voor Binnenlandse Zaken en Migratie, de Oostenrijker Magnus Brunner. Hij heeft – als christendemocraat – een duidelijker rechts profiel, maar tegelijk blijft ook hij deels gevangen zitten in het bestaande systeem.
Wat moet er dan concreet gebeuren om dat systeem te veranderen?
Men spreekt nu van een korps met 30.000 EU-grenswachten, en ook het budget zou opnieuw fors de hoogte ingaan. Maar we moeten de kar niet voor het paard spannen. Eerst moet de politiek het eens raken over de échte missie van Frontex. Gaan we blijven focussen op de rechten van de migranten of kiezen we resoluut voor een forsere beveiliging van de grenzen? Illustratief op dat vlak was het voornemen van de vorige Europese Commissie om Frontex terug te trekken uit Griekenland en Litouwen omdat beide landen de basisrechten van migranten zouden hebben geschonden. Welnu, ik vind net dat we de mensenrechtenofficieren uit de Frontex-werking moeten halen. Dat zou die officieren dan ook toelaten om in volledige onafhankelijkheid te werken, wat in mijn ogen ook wenselijk is.
Is het geen illusie te denken dat we de EU-grenzen ooit echt volledig kunnen dichtspijkeren? Ik was ooit in Ceuta, de Spaanse enclave in Marokko waar wachttorens, prikkeldraad in zee en metershoge wachttorens migranten uit zwart-Afrika uit de EU moeten houden. En ik zag daar met grote ogen hoe dat vaker niet dan wél lukt.
Ik volg je daarin, en net daarom moeten we vooral onze aanwezigheid en communicatie in de belangrijkste landen van herkomst fors opdrijven. We moeten daar al de strijd tegen de mensensmokkelaars aangaan, maar ons tegelijk ook moeien in de ideeënstrijd. Daarmee bedoel ik: actief meewerken aan lokale ontradingscampagnes die jongeren waarschuwen om niet in de val van de mensensmokkelaars te trappen.
We moeten onze aanwezigheid in de belangrijkste landen van herkomst fors opdrijven
En we moeten ook veel meer de dialoog aangaan met de regeringen van die landen. Het is toch niet normaal dat een regering haar eigen onderdanen al die risico’s laat nemen, en dat ze de ogen blijft sluiten voor de duizenden slachtoffers die illegale migratie langs risicovolle routes jaarlijks eist? Voor die regeringen zelf is er wat mij betreft ook een veel grotere operationele rol weggelegd. Dat kan in samenwerking met Frontex, bijvoorbeeld via drones en snelle patrouilleboten die migranten nog vlakbij de kust kunnen onderscheppen in landen zoals Senegal of Mauritanië. We moeten ook het breed aanvaarde idee doorprikken dat een flink deel van die migranten asielzoekers zijn die naar Europa vluchten om daar asiel aan te vragen. En dat we hen, vanuit die onzekerheid, dan meteen ook maar moeten toelaten in de EU.
In een poging om het Europese asielbeleid eindelijk een stuk efficiënter en daadkrachtiger te maken, werkt de EU al twee jaar aan de voorbereiding van het nieuwe asiel- en migratiepact, dat in theorie in juni 2026 zou moeten worden uitgerold. Gelooft u zelf in de slaagkansen van dat pact?
Voor mijn partij én voor de fractie waarvan wij in het Europees Parlement deel uitmaken – de Patriotten voor Europa – is dat pact niet de oplossing. Om de eenvoudige reden dat we hiermee het idee in stand blijven houden dat desnoods de hele wereld eerst ook fysiek naar Europa mag komen om hier vervolgens asiel aan te vragen. In onze ogen spelen we met dat beleid enkel criminele mensensmokkelaars in de kaart. Op de koop toe gaan we zo ook nog eens kritiekloos mee in het discours van de ngo’s én van sommige bedrijfsleiders die op zoek zijn naar goedkope werkkrachten. Daar moeten we toch niet naïef over zijn?
Welk alternatief stellen jullie dan zelf voor?
Om asiel te vragen, zouden mensen zich voortaan vooral moeten wenden tot Europese asielcentra in derde landen in de directe omgeving van hun land van herkomst. In zo’n scenario zou de EU wel mee de schouders moeten zetten onder die asielcentra, maar zouden kandidaat-asielzoekers dus niet langer massaal naar Europa moeten afzakken om hun aanvraag te doen. De recente goedkeuring op Europees niveau van een lijst van zogenaamde veilige derde landen buiten de EU kan op dat vlak alvast een eerste stap in de goede richting zijn.
De Italiaanse premier Giorgia Meloni experimenteert vandaag al met opvangcentra voor asielzoekers in Albanië. Ze botst daarbij wel op dwarsliggende Italiaanse rechters én op een fors oplopend prijskaartje?
Zodra we op EU-niveau het juiste juridische kader hebben goedgekeurd, zullen ook die activistische rechters zich daarbij moeten neerleggen. En wat dat prijskaartje betreft: we moeten beseffen dat de illegale migratie richting Europa ons vandaag ook al gigantisch veel geld kost. Maar omdat het prijskaartje daarvan verspreid zit over zowat de hele samenleving, hebben we daar amper zicht op. Sommigen schatten het zelfs op 50 miljard euro per jaar. En dan zwijg ik nog over de niet-financiële, maar wel uitermate belangrijke politiek-maatschappelijke kost: de ontwrichting van onze samenleving.
We moeten natuurlijk ook niet naïef zijn: voor heel veel landen van herkomst is het geld dat migranten vanuit Europa of de VS naar hun achtergebleven familie overmaken een bijzonder belangrijke bron van inkomsten. En mensen die de tocht al hebben aangevat zijn bijzonder lastig te overhalen om op hun stappen terug te keren, omdat dat voor hen ook een vorm van gezichtsverlies is.
Dat laatste klopt absoluut, maar ik weet uit ervaring dat er in tal van Afrikaanse landen intussen ook al organisaties bestaan die terugkerende gelukszoekers opvangen en begeleiden. Niet zelden ook via projecten om hen te re-integreren en ook aan een lokale job te helpen. Die organisaties zouden we vanuit Europa ook meer kunnen ondersteunen. Ook onze ontwikkelingssamenwerking zou meer gekoppeld moeten worden aan de heropname van illegale migranten door de landen van herkomst.
De politieke wind in Europa is de voorbije twee jaren fors gedraaid, en dat resulteert stilaan ook in een andere visie op migratie. Gelooft u dat dat op termijn zal volstaan om op het terrein ook écht iets in beweging te zetten?
Kijk, in het Europees Parlement zijn de rechtse fracties intussen goed voor zowat een derde van de stemmen. Daar komt nog bij dat ook sommige christendemocraten vandaag een duidelijk rechts profiel hebben, soms bijna rechtser dan wijzelf. Tegelijk neigen ook almaar meer nationale regeringen nadrukkelijk naar rechts, waardoor er ook binnen de Europese Raad een andere wind waait. Onder meer hierdoor neemt de druk op de Europese Commissie toe om het asiel- en migratiepact nog bij te sturen.
Ook binnen de Europese Raad waait een andere wind
Nog niet zo lang geleden schreven 15 EU-regeringen – waaronder ook de Belgische – samen een brief naar de Europese Commissie. Daarin bepleitten ze maatregelen waardoor asielzoekers voortaan asiel zouden moeten aanvragen buiten de EU. Dat is dus echt wel een ingrijpende koerswijziging, en het toont ook perfect aan dat we het huidige pact echt nog wel kunnen bijsturen via politieke druk.
Uw politieke fractie in het Europees Parlement krijgt niet zelden het verwijt constant te schermen met de Europese waarden, maar die waarden tegelijk ook zelf op de helling te zetten met een te repressief migratiebeleid. Wat is uw antwoord daarop?
Onze waarden gelden uitsluitend voor mensen die legaal in Europa zijn en die zich hier vervolgens zelf ook bereid tonen om onze wetten te respecteren. Maar we moeten te allen tijde de keuze kunnen maken wie we hier al dan niet willen verwelkomen. En zou u iemand in uw huis verwelkomen wanneer hij of zij vervolgens uw huisraad vernielt of uw ramen uitbreekt?
| Categorieën |
|---|

Filip Michiels is zelfstandig journalist/auteur en schreef ruim 20 jaar voor diverse Belgische kranten, weekbladen en websites. Hij won tweemaal de Citi Persprijs voor economische journalistiek en was eenmaal genomineerd voor de Belfius Persprijs. In 2022 publiceerde hij de biografie van Bessel Kok: "Chaos & Charisma". Hij werkt sinds 2019 voor Doorbraak en coördineert ook Doorbraak Magazine.
Een katholieke school in Borgerhout discrimineert al jarenlang niet-moslimleerkrachten. Minister van Onderwijs Demir laat de zaak onderzoeken.
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons, klinkt het geregeld. Dat we ook het duurste natuurbeleid van Europa hebben wordt zedig verzwegen.











