Binnenland, Communautair

Het uitmesten van de Brusselse augiasstal

1.      IN BRUSSEL IS ER EEN ONKIES SYSTEEM VAN vzw’s

De afgelopen week is de bom gebarsten in Brussel. Het stond in de sterren geschreven dat dit ooit zou gebeuren. De bal ging aan het rollen nadat Alain Maron in het Brussel parlement gevraagd had of de bestuurders van de vzw Samusocial zitpenningen ontvingen en zo ja, hoeveel? Het gevolg is bekend, de burgemeester en de OCMW-Voorzitter van Brussel moesten ontslag nemen. Er is echter veel meer aan de hand dan de verloning van de bestuursleden van vzw’s. Dat er niet weinig geld omgaat in de raden van bestuur van deze vzw’s volgt uit de verklaring van Philippe Close, kandidaat-burgemeester. Om het vertrouwen van de burgers terug te winnen gaat hij al de mandaten die niet rechtstreeks te maken hebben met het burgemeestersambt stopzetten, waardoor hij 30 tot 40 procent minder zal verdienen.

De stad Brussel, zoals andere Brusselse gemeenten werkt graag, zelfs heel graag met vzw’s. Het statuut van daarvan is in Brussel onduidelijk. Nu eens spreekt men over een vzw, dan weer over een ‘gemeentelijke vzw’. In tegenstelling tot Vlaanderen, is er in Brussel geen regeling voor de figuur van de ‘gemeentelijke vzw’. Om van een ‘gemeentelijke vzw’ te kunnen spreken moet de gemeente in Vlaanderen steeds de meerderheid hebben, zowel in de algemene vergadering als in de raad van bestuur (artikelen 245-247 Gemeentedecreet). Brussel zit juridisch nog in het niemandsland. Lange tijd heeft men zich daarbij goed en vooral almachtig gevoeld, alsof de zeden niet evolueren. De vzw wordt in het Brusselse vooral gebruikt, wanneer men er de kantjes van de wettigheid af wil lopen. Zo gebruikte de vroegere staatssecretaris en FDF-burgemeester van Sint-Lambrechts-Woluwe François Persoons in zijn gemeente de vzw om de taalwetgeving te omzeilen. Het systeem van vzw’s in het Brusselse is een systeem van ‘ons kent ons’. Het gaat helemaal niet om ‘gemeentelijke vzw’s’, maar om volledig privaatrechtelijke verenigingen. Eén ervan is Samusocial. De webstek van deze vereniging bevestigt dat het gaat om een privé-vzw op initiatief van Yvan Mayeur, Alain Hutchinson samen met mensen uit de privésector. Terecht merkte staatssecretaris Bianca Debaets op, dat er op die manier geen enkele democratische controle is door de gemeenteraad.

2.      SAMUSOCIAL: PRIVATISERING VAN EEN DEEL VAN HET WELZIJNSBELEID

Samusocial vindt zijn oorsprong in een Franstalige vzw – het Centre d’Action sociale d’Urgence (C.A.S.U) – die in 2011 van naam veranderd is. In strijd met de wet vermeldt de vereniging nergens dat het om een vzw gaat, en wordt ook het ondernemingsnummer niet vermeld. Daarmee wordt de schijn gewekt dat het om een overheidsinstelling gaat. De samenstelling van die vzw maakt het duidelijk dat dit een Franstalige aangelegenheid is. Bij de ‘privé-partners’ van de vereniging, dient de Koning Boudewijnstichting zich uitsluitend in het Frans aan. Enkel het Franstalige Rode Kruis blijkt bij de werking van de vereniging betrokken te zijn. In het Jaarverslag 2015 (het laatste dat op de website staat), wordt gesteld dat de interventies gebeuren op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, en in de omliggende gemeenten. Uit dat zelfde jaarverslag blijkt dat de vzw ook optreedt in de Vlaamse regio. Waar de uitbreiding van Brussel niet gaan kan, kruipt ze.

Volgens zijn statuten heeft Samusocial als opdracht ‘onmiddellijke hulp te bieden aan daklozen die in een sociale crisis- of noodsituatie verkeren door op hen toe te stappen, hen een luisterend oor te bieden en ze te begeleiden.’ De taken die Samusocial op zich neemt zijn beleidsuitvoerende taken van Gemeenschapsbelang en van gemeentelijk belang. Op de webstek van de vereniging staat ook onomwonden dat Samusocial een ‘stedelijke voorziening’ is. De Franstalige gemeenschap en de (tweetalige) Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie zijn uiteraard niet bevoegd op het grondgebied van het Vlaamse Gewest, waar de Vlaamse Gemeenschap deze bevoegdheid uitoefent. In het Jaarverslag 2015, zal men met die woorden wel iets anders bedoeld hebben, maar inderdaad Samusocial treedt op buiten het bestaande kader! Het gaat hier om een heuse privatisering van een deel van de welzijnszorg. Die privatisering betekent dat er ook geen taalkaders zijn. De bewuste miskenning van de staatstructuur en de daaraan inherente taalwetgeving kan moeilijk anders gezien worden dan een aanslag op de inwendige veiligheid van de staat of een samenspanning tegen de Grondwet en de bijzondere Wetten op de Staatshervorming.

Deze privaatrechtelijke vereniging ontrolt jaarlijks een ‘Winterplan’, en dat zowel in opdracht van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie als in opdracht van de Federale Staat. De vereniging krijgt opdrachten van Fedasil. Verschillende overheden subsidiëren de vereniging. De private vzw krijgt infrastructuur ter beschikking gesteld van het OCMW van Brussel. De private vereniging krijgt ook personeel van Brusselse OCMW’s ter beschikking gesteld. De privatisering van deze belangrijke overheidstaak, en het doorschuiven van overheidsmiddelen om weer maar eens de taalwetgeving niet te hoeven toepassen, gebeurt bovendien zonder enige vorm van concurrentie. Er is hiervoor geen aanbesteding geweest. Dat aspect moet bijgevolg (strafrechtelijk) onderzocht worden.

Na het ontslag van de Raad van Bestuur van de vzw is het toekomstig beheer, volgens de webstek van de vzw, overgedragen aan de ‘regionale autoriteiten’. Als men die overheidstaak weer binnen het wettelijk kader wil brengen, dan hoort die thuis bij de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie.

Over het personeelskader, de ontvangen middelen en de besteding daarvan legt Samusocial geen verantwoording af. Op dat vlak gedraagt de vereniging zich volkomen als een private persoon. Men zou dus kunnen denken dat wat die vzw aan zijn bestuurders uitbetaalt, een loutere privéaangelegenheid is. Vzw’s dienen evenwel niet ter verrijking van hun leden. In de statuten van Samusocial staat dat de vereniging alle middelen die zij ter beschikking heeft, moet benutten voor haar doel. Wanneer een belangrijk deel van die middelen gebruikt worden om leden van de raad van bestuur te betalen, dan rijst de vraag of de middelen van de vereniging niet afgewend zijn. Het afwenden van de middelen van een vereniging of een vennootschap is een misdrijf. Daarover ging destijds bijvoorbeeld ook de kredietkaartenzaak van de stad Antwerpen. Als bovendien zou blijken dat de vergoedingen werden uitbetaald voor vergaderingen die niet hebben plaatsgevonden, dan is er ook schriftvervalsing.

3.      BRUSSELS EXPO : PLATTE COMMERCE, BELANGENNEMING

Nog erger is het gesteld met ‘Brussels Expo’, nog zo’n vzw, en deze voert zowaar handel! Ze organiseert megaconcerten en expo’s, en baat concertzalen uit. Uit de inschrijving in het Register van Ondernemingen blijkt dat de vzw actief is in de sector immobiliën, kantoorgebouwen en bedrijfsgebouwen en dat ze zich bezighoudt met de organisatie van congressen en beurzen. Dat zijn commerciële activiteiten. Hoe dit al die jaren is kunnen gebeuren is verbluffend, want dat kan volstrekt niet. Laat dit nu uitgerekend het werkterrein zijn van toekomstig burgemeester Philippe Close.

Het is duidelijk dat het stadsbestuur in geen geval aan handel kan doen en zich als concurrent op de markt begeven. Blijkbaar heeft iemand bedacht om het dan maar met een vzw te doen, Brussels Expo. Ook deze vzw is een privaatrechtelijke vereniging.

Of de heer Close zich ook terugtrekt uit de vzw Brussels Expo, valt nog te bezien, de vroegere burgemeester maakte immers ook deel uit van deze vzw.

Zonder enige mededinging had de stad Brussel het Koninklijk Circus in exploitatie gegeven aan de vzw Brussels Expo. Dat kan vanzelfsprekend niet en dus moest de Raad van State tussenkomen opdat de stad dit zou begrijpen. Er werd vervolgens wel een mededinging georganiseerd en wat verwacht kon worden, kwam er ook: inderdaad, de vzw Brussel Expo kreeg de concessie opnieuw toegewezen. Er werd namelijk geen onafhankelijke jury bestaande uit deskundigen ingesteld: de beoordeling van de kandidaturen werd gemaakt door de Grondregie van de stad zelf.

Er is echter meer. Doordat de stad Brussel een concessie verleent aan een vzw met de burgemeester en verschillende schepenen in haar raad van bestuur, is er sprake van belangenneming. Op diezelfde basis schorste recent de gouverneur van Vlaams-Brabant het besluit van de gemeenteraad van de stad Leuven van 26 september 2016 (punt 19), waarbij de stad een recht van opstal op de Abdij van de Keizersberg, die zij in erfpacht heeft, toekende aan het bedrijf Vinobelga, omdat Rik Daems, (oppositie)gemeenteraadslid in Leuven, aandeelhouder is van dat bedrijf. Hoewel de heer Daems niet aan de stemming deelgenomen heeft, blijkt wel uit het verslag van de gemeenteraad dat hij de zaak toch helemaal belopen heeft. Dat is nu precies wat zich ook heeft voorgedaan bij het verlenen van de concessie van het Koninklijk Circus aan de vzw Brussels Expo. Schepen Close heeft een belang genomen in de concessie van het Koninklijk Circus waarover hij als lid van het schepencollege toezicht had, door met de vzw Brussels Expo, waarvan hij (betaald) voorzitter is, mee te dingen naar deze concessie. Het feit dat de voogdijoverheid hier niet is opgetreden is, roept ook weer vragen op.

In een bijlage bij de Omzendbrief 11/2015 van het College van Procureurs-Generaal bij de Hoven van Beroep wordt als voorbeeld van belangenneming gegeven, de beleidsmaker die in zijn naam cadeaus schenkt aan het personeel van een vzw die gefinancierd wordt met overheidsmiddelen en waarvan hij voorzitter is.

Het is niet bekend of de tegenkandidaat die zich benadeeld achtte, naast of in zijn procedure bij de Raad van State, ook de belangenneming heeft aangeklaagd. Als de belangenneming opgeworpen is, moet die, althans volgens het college van de Procureurs-Generaal, bij prioriteit behandeld worden. In afwachting van dat onderzoek, is het een gebruik van goed bestuur dat de persoon tegen wie een dergelijk onderzoek loopt, niet benoemd wordt tot burgemeester.

4.      HET ‘KADASTER’ VAN MANDATEN IS NIET GENOEG

De ultieme oplossing voor dit alles zou een kadaster van de mandaten zijn. Een dergelijk kadaster is al heel lang opgelegd door de Europese wetgeving, als onderdeel van de strijd tegen fraude. Het komt niet geloofwaardig over dat men dit nu aanvoert als oplossing. Het oplijsten van mandaten volstaat volstrekt niet.

Het is duidelijk dat de Brusselse wetgever moet optreden. Daartoe moeten de bevoegdheden worden uitgebreid van de parlementaire onderzoekscommissie wat betreft Samusocial. En het gaat niet alleen over Samusocial. De toestanden met vzw’s moeten ten gronde aangepakt worden. De lijst van alle vzw’s in het Brusselse Gewest waarin politici zetelen moet worden opgesteld. Vervolgens moet de verhouding tussen die vzw’s en het bestuur getoetst worden om een einde te maken aan situaties van machtsafwending, belangenneming, omzeiling van de taalwetgeving, verdoken handel drijven enzovoort. Het verdient aanbeveling dat er in de wet duidelijk gesteld wordt wat een gemeentelijke vzw is en wat niet. Verder is er onderzoek nodig naar het falen van alle soorten toezichtsmechanismen waardoor een vzw handel kan drijven en overheidsopdrachten ongestoord kunnen worden geprivatiseerd. Het is duidelijk dat het hier gaat om een systeem dat uitlopers heeft tot ver buiten de gemeentebesturen.

Jan GHYSELS, is advocaat, en lid van de Vakgroep Grondwettelijk Recht UGent.

Foto (c) Reporters

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans