fbpx


Brussel, Geschiedenis
Brussel

Historicus Paul De Ridder: ‘Brussel was ooit Nederlandser dan Gent, Brugge en Ieper’

Brussel is voor de Nederlandstaligen als Jeruzalem voor de Joden



Al jarenlang worden discussies over de stad Brussel gevoerd. Velen verwarren het begrip met allerhande andere instanties, beschouwen Brussel als een verfranste stad en hekelen het Belgisch middelpunt. Doorbraak sprak met Paul De Ridder. Hij kan als historicus, politicus én bovenal geboren Brusselaar een heldere blik op de zaken geven. Waarom is Brussel vaak het middelpunt van een discussie? ‘Eigenlijk is Brussel voor de Nederlandstaligen wat Jeruzalem betekent voor de Joden. Toch vormt datzelfde “Brussel” voor vele Vlamingen de steen…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Al jarenlang worden discussies over de stad Brussel gevoerd. Velen verwarren het begrip met allerhande andere instanties, beschouwen Brussel als een verfranste stad en hekelen het Belgisch middelpunt. Doorbraak sprak met Paul De Ridder. Hij kan als historicus, politicus én bovenal geboren Brusselaar een heldere blik op de zaken geven.

Waarom is Brussel vaak het middelpunt van een discussie?
‘Eigenlijk is Brussel voor de Nederlandstaligen wat Jeruzalem betekent voor de Joden. Toch vormt datzelfde “Brussel” voor vele Vlamingen de steen des aanstoots. De stad is — om het zacht uit te drukken — niet erg geliefd, maar dat is eigenlijk een algemeen verschijnsel.’

‘In vele landen heerst er nogal wat wrevel tegenover de “bemoeizieke hoofdstad en haar bureaucraten”. Dat geldt niet alleen voor Brussel, maar evenzeer voor Berlijn, Parijs, Londen, Rome, Madrid, Moskou en Washington. In die machtscentra treft men nu eenmaal een aantal beslissingen die het leven van de brave burger verzuren. Zo worden er bijvoorbeeld niet alleen wetten en reglementen uitgevaardigd, maar ook belastingen geheven. Mede daarom leeft er (in Vlaanderen evengoed als in Wallonië) ongenoegen tegenover de hoofdstad.’

Begripsverwarring

Zicht op Brussel vanaf de Kunstberg.

U vertelde mij dat de term ‘Brussel’ vaak op een verkeerde manier wordt gebruikt. Wat bedoelt u daarmee?
‘Velen gebruiken “Brussel” wanneer zij “de overheid” of “de politiek” bedoelen. Die begripsverwarring valt trouwens te begrijpen. In Brussel zijn inderdaad niet alleen het federale en het Vlaamse parlement gevestigd, maar ook de Belgische en de Vlaamse regering met bijbehorende administratieve diensten. Zelfs het Europees parlement vergadert regelmatig in Brussel.’

Toch bestaat “de politiek” — op enkele uitzonderingen na — uit mensen die niets met Brussel te maken hebben. Die beleidsvoerders kregen hun mandaat van burgers die ver buiten de Zennestad wonen. Zij, en niet de veelgesmade Brusselaars, zijn verantwoordelijk voor al die wetten, reglementen en verordeningen die zoveel wrevel opwekken.’

‘De naam Brussel wordt dus voortdurend ten onrechte gebruikt en velen zien daar allerminst graten in. Zij vergissen zich schromelijk, want de gewone burger gaat uiteindelijk geloven dat Brussel hetzelfde is als “de staat”, “de overheid” of “Europa”. Bovendien draagt dergelijke populistische en demagogische slogantaal in niet geringe mate bij tot het uitgesproken negatief imago van Brussel. De stad krijgt steevast de schuld van al wat er misloopt in Vlaanderen, in België en in Europa. Toch lijdt het uiteraard niet de minste twijfel dat ook andere factoren Brussel niet erg geliefd maken, waaronder de onveiligheid, de criminaliteit en de vervuiling.’

Van Nederlandse tot verfranste stad

In welke mate is Brussel nog een Nederlandse stad?
‘Geen redelijk mens zal betwisten dat Brussel een historisch Brabantse en Nederlandse stad is. Wie een blik werpt op een landkaart ziet dat Brussel ten noorden van de Nederlands-Franse taalgrens ligt. Vandaag vormt Brussel een meertalige enclave in het Nederlandse taalgebied. Alle historische plaatsnamen in deze stad zijn, zonder één enkele uitzondering, Nederlands. Dat geldt ook voor de naam Brussel zelf: die komt van “broeck” en “saal”, wat zoveel betekent als “nederzetting in het moeras”. Ook in Duitsland, meer bepaald in Baden-Württenberg, ligt er een Brussel. In de Bundesrepublik Deutschland heet die stad echter Bruchsal. Het Brabantse Brussel omvat wijken en buurten met namen als Warmoesbroeck, Ruysbroeck, Orsendael (vallei van de paarden, nvdr) en Coudenberch.’

‘Tijdens de middeleeuwen droegen de vermogende Brusselse patriciërsfamilies namen als Uten Steenweghe, Rodenbeke, Van Coudenberch en Van Ruysbroeck. Uitgerekend die patricische geslachten monopoliseerden eeuwenlang de macht in de Zennestad. Deze gegoede burgers bestuurden hun stad in het Nederlands. In de ambtelijke documenten ruimde het Latijn vanaf het einde van de dertiende eeuw stilaan plaats voor het Dietsch, Duutsch of Duytsch. Bij het begin van de 21ste eeuw lijkt Brussel echter een overwegend Franstalige stad te zijn. Het ligt dan ook voor de hand dat er zich in de loop der tijden een evolutie heeft doorgezet ten gunste van het Frans.’

Franstalige revolutie

Wat is er dan gebeurd?
‘Aan het einde van de achttiende eeuw onderzocht de advocaat J.B.C. Verlooy die evolutie. Hij schreef het beroemde Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden (1788), over de verwaarlozing van de Nederlandse taal en cultuur. Als volleerd rationalist gaat Verlooy op zoek naar de oorsprong van de verfransing.’

‘In navolging van auteurs uit de zestiende eeuw, legt hij de verantwoordelijkheid voor de teloorgang van het Nederlands bij de hertogen van Bourgondië. Die Franse vorsten waren — na het uitsterven van de autochtone Brabantse dynastie (1406) — aan de macht gekomen in Brabant. Zij maakten er het Frans tot bestuurstaal in hun centrale administratie. Met andere woorden: sinds het Bourgondisch bewind was in heel de Nederlanden het Frans de voertaal, niet alleen van het hof en de adel, maar ook van de centrale staatsadministratie. De Brabantse regionale instellingen en de plaatselijke instellingen bleven evenwel verder het Nederlands gebruiken. Die toestand bleef bewaard onder de andere vorsten die in de daarop volgende eeuwen over de Nederlanden regeerden.’

‘Niet Brussel of de Brusselaars waren verantwoordelijk voor de verspreiding van het Frans in de Nederlanden, integendeel. Vreemde machthebbers hebben in Brabant het Frans ingevoerd. Met andere woorden: in tegenstelling tot wat kortzichtige flaminganten later zullen beweren was Brussel allerminst de “boze dader”, maar integendeel het eerste en ergste slachtoffer.’

Gevolgen vandaag

Heeft die evolutie gevolgen tot op de dag van vandaag?
‘Het gebruik van een verkeerde terminologie en een simplistische slogantaal zorgde ervoor dat Brussel stilaan uitgroeide tot de ideale zondebok voor al wat er misliep in de Zuidelijke Nederlanden. Op de koop toe werd die afkeer nog vergroot doordat het centrale overheidsapparaat zich van het Frans bediende.’

‘Ook vandaag zijn vele Vlamingen er heilig van overtuigd dat de Brusselaars altijd al “arrogante lieden” zijn geweest. Zij heulden samen met de buitenlandse machthebbers die onze gewesten regeerden: de Bourgondiërs, de Spaanse en de Oostenrijkse Habsburgers, en de Franse republiek. Volgens het klassieke anti-Brusselse vooroordeel zouden de Brusselaars van oudsher een blinde bewondering gekoesterd hebben voor al wat Frans is en een grondige afkeer voor al wat Vlaams is. Het door velen geaccepteerde besluit ligt dan ook voor de hand: Brusselaars zijn lieden die vanuit Vlaams opzicht niet te vertrouwen zijn. Men is hen beter kwijt dan rijk.’

Verfransing

Hoe ver ging de verfransing van Brussel?
‘Vooral de Vlamingen zijn geneigd de verfransing van Brussel tijdens het Ancien Régime schromelijk te overschatten. Informatie en vorming blijven dan ook broodnodig, uiteraard gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Op dat vlak werd tijdens de laatste jaren heel wat werk verricht, vanuit diverse disciplines. Sinds 1977 vormt het taalgebruik te Brussel vóór 1794 het voorwerp van systematisch archiefonderzoek. Uit dat onderzoek blijkt dat de Brabantse stad Brussel beduidend Nederlandser was dan Vlaamse steden als Gent, Brugge en Ieper.’

‘In 1980 startte een tweede fase van dit grootschalig onderzoek naar het taalgebruik in Brussel. Dat zeer uitgebreid bronnenonderzoek laat toe een gefundeerd oordeel te vormen over het taalgebruik te Brussel tijdens het Ancien Régime. Samengevat kan men stellen dat Brussel een Brabantse en Nederlandse stad is waar, vooral sinds de zestiende eeuw, een Franstalige hofhouding en centrale staatsadministratie verblijft. Dat is echter allerminst typisch voor Brussel. In heel wat steden in Europa leefde er destijds een soortgelijke Franstalige minderheid: van Londen tot Berlijn en van Rome tot Sint-Petersburg. Ook te Brussel woonde een beperkte francofone bovenlaag. Die had zich voornamelijk teruggetrokken in de aristocratische de buurt rond de Koudenberg en de Zavel. Toch was in 1788 nog steeds ongeveer 95 procent van de bevolking van Brussel Nederlandstalig.’

Taalgevoeligheid

Filips van Kleef.

Waren de Brusselaars tevreden met de intrede van het Frans?
‘Al op het einde van de vijftiende eeuw vindt men in Brussel duidelijke sporen van een zekere taalgevoeligheid. De Bourgondische kroniekschrijver Jean Molinet verhaalt hoe in 1488 Filips van Kleef de Brusselaars ter hulp kwam in hun strijd tegen de Habsburger Maximiliaan van Oostenrijk.’

‘De troepenmacht van Filips van Kleef omvatte echter ook een aantal Waalse huurlingen. Toch werd de heer van Kleef te Brussel met vreugde begroet. Dat verwonderde Jean Molinet ten zeerste. Want, aldus de kroniekschrijver, tijdens de voorbije oorlogen hadden de Brusselaars steeds de Fransen gehaat. Een paar jaar later, tijdens de zestiende eeuw, luchtten de Brusselaars andermaal hun ongenoegen over de “rotte Walen”. In zijn dagboek (1549-1602) hekelt de Brusselaar Jan De Potter de hertog van Alva.’

‘Ook tijdens de zeventiende en de achttiende eeuw gaven de Brusselaars meermaals uiting aan hun ongenoegen over al wat Frans was. De imperialistische oorlogen die Frankrijk in die tijd tegen de Nederlanden voerde, waren zeker niet van aard om bij de Brusselaars sympathie te wekken voor Frankrijk en haar inwoners. Vooral tijdens het laatste kwart van de zeventiende eeuw hadden Brussel en omgeving zwaar te lijden onder het oorlogsgeweld. Het tragische hoogtepunt was het bombardement van Brussel in 1695.’

Ook later vertoonden de Brusselaars nog verschillende vormen van verzet, maar dat is voor een andere keer.

Wannes Bok

Wannes is een zelfstandige en onafhankelijke journalist. Zijn interesses gaan uit naar de juridische wereld, de economie, tech en het internationale gebeuren. Hij werkt sinds 2021 mee aan Doorbraak en vervolledigt in de tijd die rest zijn studie in de rechten.