fbpx


Geschiedenis, Politiek

De jakobijnen voor dummies

Waarom jakobinisme rijmt met centralisme en terrorisme



In zijn stuk 'De droom van de jakobijnse republiek is niet wat hij lijkt', gaat historicus Stefaan Marteel in op duidingen van Mark Elchardus over het jakobinisme in zijn boek Reset. Als Frans-Vlaming kan ik niet anders dan enkele kanttekeningen plaatsen bij deze revisionistische spreidstand. De club der jakobijnen De geschiedenis van deze club begint reeds in april 1789. Drie maanden voor de bestorming van de Bastille. Bretoense afgevaardigden verzamelen onder de naam 'Bretoense club'. Bij de verhuizing van de…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


In zijn stuk ‘De droom van de jakobijnse republiek is niet wat hij lijkt‘, gaat historicus Stefaan Marteel in op duidingen van Mark Elchardus over het jakobinisme in zijn boek Reset. Als Frans-Vlaming kan ik niet anders dan enkele kanttekeningen plaatsen bij deze revisionistische spreidstand.

De club der jakobijnen

De geschiedenis van deze club begint reeds in april 1789. Drie maanden voor de bestorming van de Bastille. Bretoense afgevaardigden verzamelen onder de naam ‘Bretoense club’. Bij de verhuizing van de Nationale vergadering naar Parijs, in oktober, gaan ze zich Genootschap der vrienden van de grondwet noemen. Ze vinden een onderkomen in het voormalig Dominicaanse klooster van de jakobijnen, in Parijs.

In 1792 worden ze de machtigste drukkingsgroep onder de naam ‘Genootschap der jakobijnen, vrienden van vrijheid en gelijkheid’. In Parijs zijn ze niet de enige revolutionaire club. ‘De Feuillants’, hun rivalen, benutten de gebouwen van een ander Parijs klooster. De jakobijnen wisten na enkele jaren in de catacomben, als geen andere groep uit te groeien tot een beduchte, politieke denktank. En, op nationaal vlak, als een goed geoliede netwerk. Eind 1793 schat men het aantal clubs op meer dan 5000 in heel Frankrijk.

De eerste terroristen

Vòòr 14 juli 1789 kreeg het streven van deze oproepkraaiers slechts steun van een minderheid. De club wordt voornamelijk bezocht door de gegoede burgerij maar voedt zich, tijdens de felle debatten, met de stem van de straatrevolutie.

In hun zogenaamde gematigde fase waren de Jakobijnen dus alles behalve gematigd. Reeds in 1790 verstoot de club geleidelijk aan haar minder radicale leden. Blijven nog over de meest fanatieke en vastberaden leden: Grégoire, Saint-Just, Fouché, Sieyès, Collaut d’Herbois, Billaud-Varenne, en hun leider Robespierre. Zoek deze namen even op in de geschiedenisboeken. Elk zal een hoofdrol spelen bij de meeste bloedige en barbaarse bladzijden van de Franse Revolutie.

Tijdens deze ‘heroïsche’ tijden bereiden ze een totalitair bewind voor. Het wordt omgezet in het Schrikbewind van de jaren 1793-1794, van zodra de jakobijnen de totale macht naar zich kunnen trekken. De uitvoerders van dit Schrikbewind of Terreur, worden, als eersten, letterlijk ’terroristen’ genoemd. Stalin en Pol Pot worden later hun vurigste bewonderaars.

Ware totalitaire karakter

Het ware totalitaire karakter van de jakobijnse doctrine is ook waar te nemen in de oorspronkelijke, volledige versie van de leuze  van de Franse Republiek: ‘vrijheid, gelijkheid, broederschap of de dood’. Het dook voor de eerste keer op in 1790, in een ‘Discours sur l’organisation des gardes nationales’. Dat is een geschreven spreekbeurt van de jakobijnse leider Robespierre. Reeds in zijn oerversie toonde het jakobinisme enkele opvallende trekken:

1- de geschiedenis wissen

2- het Frans  verplichten

3- alle macht in Parijs centraliseren

4- echte of gemeende tegenstanders uitroeien

De geschiedenis wissen

Het utopisch denken is al vroeg aanwezig. Het eerste radicale voorstel om alle historische benamingen en indelingen af te schaffen kwam in september 1789 van een zekere Thouret. Hij stelt een Cartesiaanse geometrische indeling van Frankrijk voor in tachtig gelijke, volmaakte vierkante departementen. Elk verdeeld in negen vierkante gemeenten, die op hun beurt zijn ingedeeld in negen eveneens vierkante kantons.

Wat definitief werd weerhouden was al niet veel beter. Een van de stichters van de jacobijnen, Sieyès, een priester, stond aan de wieg van het concept van de huidige departementen. Het idee ging verder dan alleen maar een administratieve herindeling van Frankrijk. Het was er vooral om te doen alle historische benamingen definitief van de kaart te vegen. En hiermee, het geheugen van de Fransen uit te wissen.

Een Artesiër verloor hierdoor zijn identiteit en een anonieme inwoner van het departement Pas-de-Calais te worden. En mijn Vlaamse voorouders werden plots wakker in ‘le Nord’. Zo zouden hun kleinkinderen voor altijd vergeten dat ze Vlamingen in Frankrijk waren.

De taal van de Revolutie

Een taai lid van de club der Jakobijnen was ook al een priester. Henri Grégoire was zijn naam, maar hij zou de geschiedenis ingaan als ‘Abbé Grégoire’. Grégoire besefte dat de boodschap van de Revolutie nooit helemaal zou doordringen omdat veel Fransen ze niet verstonden.

In 1790 telde Frankrijk 28 miljoen inwoners. Amper 6 miljoen Fransen spraken Frans en nog 6 miljoen konden het enkel verstaan. De overgrote meerderheid gebruikte toen tientallen andere talen en dialecten.

Reeds in 1790 begon Grégoire met een omvangrijke enquête om te weten welke talen en dialecten werden gesproken op het Frans grondgebied. Niet om ze te beschermen zoals sommige naïevelingen dachten, maar om ze te verbieden. Op 4 juni 1794 publiceert hij zijn berucht ‘Rapport over de noodzaak en de middelen om de streektalen uit te roeien en het universeel maken van het gebruik van de Franse taal’. Let op het woord ‘uitroeien’, het lievelingswoord van de jakobijnen.

Grégoire is de vader van de mythe dat het Frans als taal van de Revolutie, de enige taal van de Franse natie is en dat alle andere talen op het grondgebied dienen te worden bestreden. Dat is de reden waarvoor deze jakobijn van het eerste uur op het eind van zijn leven door Napoleon in de adelstand werd verheven. En dat de Franse président François Mitterrand, ondanks protesten, zijn stoffelijk overschot in 1989 naar het Panthéon liet overbrengen.

Alle macht aan Parijs

Mijn oude mentor Nicolas Bourgeois, jurist, historicus en oud leerling van de Ecole Normale Supérieure schreef ooit spottend: ‘het jakobinisme is een authentieke vrucht van Parijse bodem zoals de Vaudeville op de boulevards of de geest van Montmartre’.

Niet zo zeer het koningschap, dan wel de Franse Revolutie heeft de Franse regio’s voor lang verlamd. Het, door de jakobijnen, fysisch liquideren van de Girondijnen, de meer gematigde  revolutionaire groep regionalisten, had tot gevolg dat Parijs het centrum werd van een dictatoriale macht tegen de provincies.

De pretentie om vanuit de hoofdstad de provincies onder de revolutionaire knoet te houden zou snel tot verzet, en tot een burgeroorlog leiden. De breuk was niet altijd de steun aan het koningschap, dan wel de opstand tegen de verplichte conscriptie. De repressie die er op volgde leidde tot een escalatie van geweld en een bloedige terreur in bepaalde provinciesteden. En vooral in de Vendée.

Napoleon, het vrijgevochten geestelijk kind van de Franse revolutie, zal enkel die centralistische politiek van de oude jakobijnen overnemen en verfijnen. Hij versterkt ze met een politioneel en controlerend staatsapparaat met een oppermachtig prefect die, tot op vandaag, boven de verkozenen van het volk staat. En zijn opdrachten krijgt van de centrale machthebbers.

De Systematische uitroeiing: beknopte voorgeschiedenis

Een vergeten voordenker van de Franse Revolutie is de priester-dichter Etienne-Gabriel Morelly (1717-1778) met zijn ‘Code de la Nature ou le Véritable esprit de ses lois de tout temps négligé ou méconnu’. Het boek werd in 1755 uitgegeven en nog wel in Nederland.

Deze ‘méconnu des Lumières’, zoals hij werd genoemd, stelde daarin o.m. de oprichting van concentratiekampen voor andersdenkenden voor. In de voormalige Sovjet-Unie werden scholen naar hem genoemd. Morelly, waarvan boze tongen beweren dat het een pseudoniem voor Diderot was, kan als de vader van het utopisch socialisme, of moet ik schrijven communisme, worden bestempeld.

Een van de voorzitters van de Club der Jakobijnen, Pierre-Antoine marquis d’Antonelle (1747-1817), stond een ‘égalité approximative des propriétés’ voor als grondslag voor de republiek. En daarvoor moest men, ik citeer, ‘een derde van de bevolking doen verdwijnen’. Dit was dan weer nog niet genoeg voor de calvinistische dominee André Jeanbon Saint-André (1749-1813) die de helft van de Franse bevolking wilde uitroeien. Winnaar is evenwel Armand-Joseph Goffroy (1742-1801) die in Frankrijk maar vijf miljoen inwoners wou overlaten.

De systematische uitroeiing: enkele cijfers

Historici zijn het niet met elkaar eens over het aantal slachtoffers van de Franse Revolutie. De schattingen gaan van 400 000 tot 1 000 000 slachtoffers, en dat is 1 à 3% van de totale Franse bevolking van toen. In Parijs alleen telt men al 50 à 75 000 slachtoffers in amper drie maanden tijdens de terreurweken van 1793-1794.

Het gaat hier niet alleen over politieke tegenstanders maar ook over kinderen, adolescenten, geesteszieken, gevangenen van gemeen recht, prostituées die men afslacht, … Gewoon omdat de gevangenissen overvol waren. Voor deze onschuldige slachtoffers was er geen tijd genoeg voor de guillotine. Er werd massaal, en op sadistische wijze gemoord, met bijlen, speren noem maar op, na vreselijke mishandelingen, verkrachtingen, enz.

Georganiseerde verdrinkingen

Vanuit Parijs bevolen en geleid zijn ook de revolutionaire en militaire acties in Lyon of de georganiseerde verdrinkingen in Nantes (4 000 slachtoffers) tijdens de opstand van de Vendée. De Vendée waar, volgens een schatting, 250 000 doden vielen. Dit stemt overeen met 20 a 25% van de bevolking van de betrokken regio toen.

Volledige dorpen werden in brand gestoken, vrouwen, kinderen en ouderen beestachtig afgeslacht. Lijken werden gevild door legerchirurgen. General Turreau, bevelhebber van de zogenaamde ‘Colonnes infernales’,  zal later in de Nationale Raad een verslag uitbrengen en de barbaarse zin uitspreken:  ‘Ik heb de kinderen verpletterd onder de poten van mijn paarden’.

Turreau zal hiervoor, na de Terreur, amper worden gestraft. Enkele jaren later  gaat hij vlekkeloos over naar het keizerlijke leger onder Napoleon. De naam van de beul van de Vendée staat ook op de Arc de Triomphe vermeld, stel je voor. Een land heeft de helden dat het verdient.

Blijft tenslotte nog de vraag of het sleutelen aan de verklaring van de mensenrechten, waarvoor Lafayette grotendeels de mosterd haalde in Amerika, een certificaat van goed gedrag en zeden oplevert. Alsook verzachtende omstandigheden voor alle misdaden van  de oude jakobijnen. Mijn antwoord is zoals de leuze  van de jakobijnse republiek: één en ondeelbaar, neen.

Wido Bourel

Wido Bourel (1955) is Frans-Vlaming, publicist en promotor van de Nederlandse taal en cultuur in zijn geboortestreek.