Geschiedenis
kinderen van de kolonie

Kolonisering door antikolonialisten

Na 'Kinderen van de Kolonie'

Met Kinderen van de Collaboratie, een reeks programma’s over de nazaten van Vlaamse ‘zwarten’, scoorde Canvas vorig jaar opvallend hoge kijkcijfers. De voorbije weken hebben we op hetzelfde net kunnen kijken naar Kinderen van de Kolonie. De flauwe echo in de titel hebben de makers bewust gewild. De kolonie is de volgende historische fout waar wij, via getrapte herinneringen, mee in het reine moeten komen.

Wie zijn de Kinderen van de Kolonie?

Wie zijn dan de ‘kinderen van de kolonie’? In de lijn van Kinderen van de Collaboratie zouden dat de nazaten moeten zijn van de relatief kleine groep Belgen die in Belgisch Congo hebben geleefd en gewerkt. In 1959 waren ze daar met 88.000, vrouwen en kinderen inbegrepen. Een groot aantal daarvan, de missionarissen en missiezusters heeft, par la force des choses,, helemaal geen nazaten. Dus hebben ze bij Canvas de formule bij gesteld. Tot de ‘kinderen van de kolonie’ behoren nu ook een paar ‘collaborateurs’ zelf (een oud-gewestbeheerder en twee weduwen van gewestbeheerders).

Hoewel het leger, de bedrijven en de missies de kolonie mee recht hielden komt er geen enkele oud-militair, missionaris of ondernemer aan het woord. De slachtoffers van de collaboratie treden wel aan: een groepje bejaarde en minder bejaarde Congolezen, de meeste al lang in België gevestigd. De koloniale slachtoffercertificaten zijn erfelijk doorgegeven aan een tweede en derde generatie. Twee ‘getuigen’ zijn minder dan dertig jaar oud. Er is ook één authentiek ‘kind van de kolonie’, een Belgische man die tot zijn 16de in Congo heeft gewoond, tot hij in 1959 werd geëvacueerd. Die mensen vormen samen het ‘koor’ dat ons tot de essentie van de koloniale onderneming moet brengen.

Het mankt

Een anonieme stem herhaalt het bij het begin van elk programma: ‘Vijf afleveringen lang vertellen Congolezen en Belgen over hun persoonlijke herinneringen aan de kolonie en de gevolgen ervan op hun leven.’ De zin mankt een beetje , net als dit hele herinneringsproject. Al in de eerste minuten ‘herinnert’ een man die in 1962 geboren is zich dat ‘de kolonisatie zo brutaal was dat de mensen er in berustten’. Een vrouw , geboren in 1955, die naar eigen zeggen al 45 jaar in België woont, wordt emotioneel bij de ‘herinnering’ aan de vernederende omgangsvormen tussen blank en zwart voor 1960. De Belgische man die Congo in 1959 verlaten heeft ‘herinnert’ zich precies hoe goed de Belgen in Congo zich voelden toen Mobutu de macht greep (1965).

De interessantste getuigen spreken alleen uit eigen ervaring, maar daar lijkt het de programmamakers niet om te doen. De echte en valse herinneringen worden opgehangen aan een vertoog dat zich niet laaft aan het herinnerde verleden, maar er een stalen raster van koloniaal schuldbewustzijn op drukt. Klinkt er in de ‘getuigenissen’ af en toe nog wat positiefs over de Belgische koloniale doctrine, dan wordt in het afsluitende programma, waarin historici aan het woord zijn, alle twijfel weggenomen.

VUB-historicus Guy Vanthemsche definieert daar het kolonialisme als ‘de verkrachting van een hele samenleving door een andere samenleving.’ Dat er nooit meer dan 1% van de Belgen direct betrokken is geweest bij Belgisch Congo, maakt niets uit. De ‘hele samenleving’ is schuldig aan de’ koloniale verkrachting’ en die gruwelijke zonde van onze voorouders is blijkbaar erfelijk. Niks geen ‘genade van de late geboorte’. Ook wie jonger is dan zestig is medeschuldig, al was het maar door helemaal niets te weten van de historische koloniale gruwel.

Er schijnt wel wat genadig licht aan de einder. We kunnen van die zwarte erfenis af geraken als we beginnen met alle standbeelden van Leopold II te verwijderen, koloniale straatnamen te schrappen en een ‘breed maatschappelijk debat’ te voeren.

Koloniale feiten

Ik denk dat aan dat alles nog iets voorafgaat, namelijk de rustige studie , sine ire et studio, van de koloniale feiten. Koloniale geschiedenis is geen onderafdeling van de moraalwetenschap. Op dit punt tonen de Kinderen van de Kolonie ons een adembenemende stap achteruit. Los van de bedenkelijke omgang met ‘herinneringen’ krioelt de commentaartekst van de fouten, weglatingen en simplismen. De lijst is te lang om hier te kunnen boeien. Het stalen raster van het koloniale schuldbewustzijn laat geen plaats voor ongemakkelijke feiten. Sommige episodes, zoals de verkiezingen van 1965, zijn met Stalinistische precisie weggegomd.

In het eerste programma gaat de Congo Vrijstaat haast naadloos over in de Belgische kolonie. ‘Decennialang verandert er niets voor de Congolezen’ zegt de vertelster. Dwangarbeid blijft bestaan! Toch kreeg de kolonie een koloniaal charter waarvan artikel twee luidde: Niemand mag worden gedwongen te arbeiden voor rekening of ten voordeele van bijzondere personen of vennootschappen.’ Was dat pure retoriek? Mogelijk, maar ook retoriek is een deel van de geschiedenis. De omgang met ‘la main d’oeuvre indigène’ was in ieder geval een permanent gespreks- en discussiethema binnen het koloniale bestuur.

Als beschavers verklede rovers

Maar dat er in Belgisch Congo überhaupt ergens over gediscuteerd werd, dat er ook maatschappelijke ontwikkelingen waren en dat er ideeën werden geformuleerd, kortom, dat Belgisch Congo ook een echte eigen geschiedenis heeft, lijken de programmamakers niet te willen weten. Het koloniale systeem is er in 1908 ineens en het blijft vijftig jaar hetzelfde. Het is in wezen niet meer dan een grote berovingsmachine.

Alfabetisering, gezondheidszorg, kerstening-, alles wordt genadeloos ontmaskerd als perfide instrumenten van als beschavers verklede rovers. Wanneer het over de vraatzucht van de Belgische kapitalisten gaat, slaat de antikolonialistische fantasie van de tekstschrijvers echt op hol: ‘ tot in de jaren vijftig is 40% van de winst van alle Belgische bedrijven afkomstig uit Congo’. 40%, van ALLE Belgische bedrijven. Ik heb dat echt gehoord. Waar was Guy Vanthemsche toen de scenarioschrijvers hem nodig hadden? In zijn solide boek Congo. De impact van de kolonie op België (2007) citeert de VUB historicus een studie die aangeeft dat Congo in 1956 goed was voor 75.000 Belgische jobs, d.w.z. 2,1% van de actieve bevolking en voor 3,3% van het nationale inkomen.

De beschrijving van de post-koloniale periode is zo mogelijk nog pijnlijker dan die van de kolonie zelf. Fouten, weglatingen en simplismen blijven elkaar opvolgen in de immer schuldbewuste dreun van de commentaartekst, al zijn de kolonisators van het terrein verdwenen. Aan geen enkele zwarte leider gunnen de programmamakers ook maar enige persoonlijke verantwoordelijkheid voor wat er sinds 1960 met Congo is gebeurd. Tshombe wordt een ‘vazal’ genoemd, omringd door knechten. Mobutu is ‘een creatuur van de Belgische financiële machten’. Alleen Lumumba dacht en handelde voor zichzelf, zonder dat er een blanke man aan de touwtjes trok. Maar hij werd dan ook snel vermoord, door de ‘Belgen’ uiteraard.

Jacques Presser (of was het Winston Churchill) heeft eens geschreven dat de fascisten snel zouden terugkeren als antifascisten. De propagandisten van de kolonie hebben wat langer moeten wachten, maar met Kinderen van de Kolonie wordt hun geduld beloond. Het kolonialisme is teruggekeerd als antikolonialisme.

Bert Govaerts

Bert Govaerts was van (eind)redacteur van het Canvas-programma Histories (1997-2005), dat geregeld aandacht besteedde aan koloniale geschiedenis, o.a. met een tweeluik over de moord op Patrice Lumumba(1999). Hij is ook de auteur van een biografie van Albert De Vleeschauwer (Ik Alleen!, Houtekiet 2012), die lange tijd Minister van Koloniën was. In 2016 verscheen zijn biografie van Ernest Claes (Houtekiet).
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans