JavaScript is required for this website to work.
Europa

Kunnen we nog een weg uit? (VII)

Peter De Roover25/3/2012Leestijd 8 minuten

Enkele dagen de media grondig volgen, kan de mentale gezondheid ernstige schade toebrengen. Leidt die bezigheid al niet tot een depressie en moedeloosheid, dan toch minstens tot stevig verlies aan vaste grond onder de voeten.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

(Na de vorige bijdrage – die al dateert van de voorlaatste dag van voorbije jaar – trad er een zekere vermoeidheid op. Ik schreef daarover een opiniestuk in De Standaard (27 februari 2012 en ook raadpleegbaar door hier te klikken) met daarin toch nog de belofte om deze reeks af te werken. Ziehier…)


Sedert nieuwjaar vloeide er veel water door Rijn, Po, Donau en andere Europese wateren. ‘Crisisgevoel ebt weg’, kopt in De Standaard van 21 maart 2012. In De Morgen van 19 maart 2012 lezen we dat Christine Lagarde, topvrouw van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), een stabilisatie ziet van de wereldwijde economie. De verschillende beleidsmaatregelen ‘beginnen hun vruchten af te werpen’ en ‘de recente economische indicatoren beginnen gunstiger te evolueren’. We mogen geen vals gevoel van veiligheid koesteren, vindt ze, maar misschien zijn we wel door de donkere tunnel aan het komen.


In diezelfde krant beweert de Franse presidentskandidaat voor de socialistische partij, François Hollande, dat het hoog tijd is ‘voor een Europese renaissance’. Want om ‘Europa weer op het spoor te krijgen, moet het roer om’. Uiteraard bepleit Hollande een ommekeer, want de gevolgde koers wordt door tegenstanders graag neoliberaal genoemd. Zo’n weg – dan nog mee uitgestippeld door concurrent Nicolas Sarkozy – kan en mag uiteraard niet de juiste zijn voor Hollande.


Krijgt Lagarde gelijk, dan zijn al die hoog-gespecialiseerde critici er wel aan voorde moeite, want die voorspelden dat de aanpak van de crisis door de Europese (volgens hen non-)leiders geen soelaas zou bieden.


De druk lijkt vandaag wat van de ketel, maar het is anderzijds wellicht toch wat vroeg om het ‘gelijk’ van Lagarde officieel te gaan proclameren. Daarvoor zijn de positieve economische signalen te pril en niet eenduidig genoeg.


Eurokritiek mag dus toch


In de periode tussen vorige en deze bijdrage is ook gebleken dat in zowaar ook in België Euro-kritische stemmen opklinken. Zo pakte PS-zwaargewicht Paul Magnette zwaar uit met de intussen gevleugelde woorden ‘Wie kent Olli Rehn?’. Die strenge, orthodox-liberaal genoemde Finse eurocommissaris staat symbool voor de volgens tegenstanders te zeer op besparen gerichte aanpak. Magnette, in zijn kritiek op de EU-aanpak niet veel later gevolgd door Di Rupo, gaf tekst en uitleg in De Standaard (24 januari 2012).


Zijn bedenkingen klonken niet onzinnig. Een samenvatting:


1) De leden van de Europese Commissie zijn onbekend en leggen geen echte verantwoording af voor de kiezer. Daarom is het ‘vandaag democratisch logisch’ dat ‘het economisch toezicht op regeringen van de eurozone in essentie binnen de kring van de regeringen zelf blijft’, waarmee hij de Europese Raad van ministers bedoelt.


2) De dominantie van het eenheidsdenken stoort. ‘In de afgelopen dagen is er meer dan eens op gewezen dat tegenwoordig in Europa in het algemeen en België in het bijzonder een vrij verontrustende vorm van eenheidsdenken heerst in het debat over de economische crisis’. Magnette wijst er op dat vele economen anders denken dan de Europese Commissie. Hij bedoelt natuurlijk ook en wellicht vooral dat hij vreest dat ‘zijn’ oplossingen het in Europa momenteel niet halen.


3) Magnette spreek over een subsidiariteitscrisis. ‘Ik heb altijd gevonden dat Europa moet vermijden tot in de details te gaan omdat zijn legitimiteit grotendeels indirect is.’ Hij bepleit resultaatsverplichtingen, waarbij de lidstaten wel zelf de middelen kiezen.


4) ‘In België lijkt Europa vrijgesteld te zijn van iedere vorm van debat.’ Hopelijk staat Europa intussen sterk genoeg ‘om te mogen aannemen dat ze niet langer boven het democratische debat verheven is maar er middenin staat.’ Magnette wijst de there is no other choice-benadering af.


René Cuperus, medewerker van de denktank van de Nederlandse PvdA, vindt dat Magnette geen domme praat verkoop (De Morgen, 17 januari 2012): ‘Magnette heeft, onvermijdelijk en terecht, ook in België het taboe doorbroken dat er op Europakritiek bestond.’ Hij noemt dat taboe de ‘verplichte ideologie van het europisme’. Volgens Couperus wordt er te weinig ruimte geboden voor nuance. ‘Men is Europagezind of men is nationalist. (…) Geen keuzes, nuances, opties. Zwart of wit.’


Dat kan wel kloppen als men de reactie van Bart Sturtewagen leest op de milde bedenkingen op de werking van de Europese Unie (De Standaard, 28 januari 2012): ‘De energie die verloren gaat in de verkettering van Europa…’. Vrij debat wordt verloren energie genoemd en bedenkingen meteen als verkettering weggezet.


Volgens Sturtewagen is een kleine lidstaat ‘bij uitstek gebaat bij een verdere uitbouw van een volwaardig democratisch, politiek Europa. De alternatieven daarvoor zijn immers de catastrofale verbrokkeling of een verdere evolutie in de richting van een Unie die gedomineerd wordt door het machtsspel tussen enkele grote lidstaten, vooral Duitsland en Frankrijk.’ Veel ruimte voor andere meningen blijft er blijkbaar niet over.


René Cuperus zet daar tegenover: ‘Maar dat men een technocratisch centralistisch bestuur van een imperium van 500 miljoen inwoners, een hybride mix van superstaat én supermarkt, niet zou mogen kritiseren, dat is totaal strijdig met de Europese democratische tradities.’


Niet de hele Belgische regering volgt het Euro-kritische pad van de PS’sers. In De Standaard van 28 januari 2012 geeft Vincent Van Quickenborne (Open VLD) aan wat zijn Derde Weg is voor Europa. De twee andere wegen, falende crisisaanpak wegens doorwegend nationaal eigenbelang en euroscepticisme, bieden volgens hem geen oplossingen. We kunnen zijn tekst alleen maar lezen als een Europees-nationalistisch manifest. Hij wil in Europa ‘een echte regering die steunt op een meerderheid in het Europese parlement.’ Van Quickenbornes verhaal leunt nauw aan bij dat van Guy Verhofstadt, die door Cuperus ‘hyper-eurofiel’ wordt genoemd. In De Morgen van 3 december 2011 noemt Verhofstadt Europa zowaar een way of life. Wie zou het vandaag nog wagen Vlaanderen, Frankrijk of Duitsland of enige andere politieke constructie een way of life te noemen?


Voor Europa als het ons Europa is


Cuperus nog eens: ‘Nationale, democratische volkshuishoudingen komen op een ongekende manier onder curatele te staan van de eurocratische expertgemeenschap, die er een neo-liberaal monetair fundamentalisme als levensfilosofie op na houdt. Het is daartegen dat Paul Magnette met reden protesteert.’ Verder hekelt hij het ‘antidemocratische en neoliberale karakter van de EU’. Hier ontstaat onduidelijkheid. Wat is het grootste probleem: het eerste of het tweede?


Lieven Tack, gastprofessor Europese economie aan het Europacollege in Warschau schrijft in De Standaard (25 januari 2012): ‘Behoudsgezinde krachten houden niet van bezuinigingen, hervormen en investeren. Ze houden simpelweg niet van Europa. Het gevaar voor Europa komt van links.’


Dat laatste – links is een gevaar voor Europa – lijkt te kloppen als we Magnette en Cuperus oppervlakkig lezen. Soms klinkt Magnette principieel Euro-kritisch: ‘We wonnen in Brussel en Wallonië. Toch zouden we van Europa een conservatieve politiek moeten voeren. Dat lijkt me echt een democratisch probleem.’ Hier plaatst Magnette de lokale democratie (Franstalig België) als argument tegen de pan-Europese besluitvorming. Diezelfde gedachtegang, van Magnette dus, wordt overigens wel eens gebruikt als argument tegen de Belgische constructie.


Maar Magnette schrijft ook: ‘Principieel zijn we niet tegen Europa, er moet meer integratie komen. Het communautaire model blijft onze doctrine. Maar op dit moment is Europa te liberaal en te conservatief. Bijgevolg veranderen we het geweer van schouder.’ Inderdaad, ‘op dit moment’.


Bart Brinckman bevestigt op 28 januari 2012 in De Standaard: ‘De frustratie over de liberale koers van Europa doet ook bij de SP.a het euroscepticisme flink toenemen.’


De socialisten zijn niet tegen een Europese aanpak, maar tegen een liberale benadering, die het EU-beleid vandaag kenmerkt volgens hen. Kortom, hun Euro-kritiek is pragmatisch (‘op dit moment’) en alleen van toepassing als het Europese beleid hen niet zint. Wordt Open VLD een stuk Euro-kritischer mochten de socialisten de macht de volgende jaren overnemen in Parijs, Berlijn en Rome?


Hier dient erkend dat Verhofstadt een stuk consequenter is, aangezien hij voluit de supranationalistische klok luidt, ook wanneer hij daarmee het liberale belletje overstemt. Uit een dubbelinterview met hem en Daniël Cohn-Bendit in De Tijd van 24 maart 2012 halen we volgende toch opmerkelijke woorden van Verhofstadt: ‘We moeten een autobaan uittekenen waarop iedereen vooruitgaat. Het maakt dan niet zoveel uit of je links of rechts rijdt. Zolang we maar in dezelfde richting rijden.’


Magnette zou zoiets nooit zeggen. Hij is eerst socialist en dan, als het even kan en niet teveel botst met zijn socialisme, ook wel voor een eengemaakt Europa. Verhofstadt wil in eerste instantie volwaardige Europese staatsstructuren invoeren en dat project overheerst zijn liberale standpunten, die er zowaar niet zo veel meer toe doen. Je zal als liberaal Europees Parlementslid maar een fractieleider hebben die het eigen inhoudelijk project grotendeels irrelevant vindt. Ook hier weer klinken uitgesproken Europees-nationalistische tonen in Verhofstadts discours.


De regel is bij de meesten echter dat wie de macht in handen heeft in Europa eerder een Europese aanpak voorstaat. Wie de eigen politieke boodschap op Europees niveau in het gedrang ziet, wordt kritisch. Dat wispelturig pragmatisme – of past hier het begrip ‘opportunisme’? – komt niet echt authentiek over.


Shit happens


Socialisten, liberalen en anderen, ze zijn allemaal zo overtuigd van hun gelijk. Ze denken over hét recept te beschikken dat naar succes leidt. Spijtig genoeg gaat het over verschillende recepten, die soms en deels tegen elkaar in gaan. Maar er is meer aan de hand dan een keuzeprobleem.


Het wordt de hoogste tijd volgende wijsheid hier op te voeren. Beste lezer, laat ze even doordringen: ‘shit happens’. Van wie deze belangrijke frase oorspronkelijk stamt, is niet meer na te gaan, maar ze verdient haar plaats in elk menswetenschappelijk standaardwerk (als ze die al niet grotendeels zou kunnen vervangen).


‘Shit happens’, ook in Europa. Vele politici willen de illusie wekken dat ze een beleid kunnen voeren dat het adagium ‘shit happens’ zal opheffen. (Verhofstadt is bijvoorbeeld heel erg optimistisch in De Tijd: ‘De oplossing ligt voor onze neus. En ze kost niets.’) Ze dwalen en wie hen gelooft al evenzeer.


Echte staatslui zouden beter rekening houden met die natuurlijke wetmatigheid en voldoende aandacht besteden aan de vraag hoe we de gevolgen van de onvermijdelijke ‘shit’ in toom kunnen houden.


Dé vraag die vandaag te weinig aandacht krijgt: hoe houden we de schaal van de ramp beheersbaar wanneer ze plaatsvindt? Want dát ze zal plaatsvinden, is zowat de enige les die de geschiedenis ons leert. Vooral de schaal bepaalt of een ongelukje uitgroeit tot een ramp.


De fouten die werden gemaakt in Griekenland, Italië of België brengen de Europese constructie aan het wankelen. Maar de omvang van de gevolgen van fouten die in en voor het geheel van de Europese ruimte zouden worden gemaakt, laat zich gemakkelijk raden. Die crisis dreigt dan helemaal onbeheersbaar te worden. Tot welke interplanetaire constructie richten we ons dan om de ellende verder te bekampen?


Het is niet alleen niet denkbeeldig dat er op Europees niveau fouten worden gemaakt. Volgens velen – en niet de minsten, zie hierboven – is dat nu volop bezig.


Problemen oplossen door ze over te hevelen naar een hoger niveau, biedt geen enkele waarborg op een goede regeling. Op die manier verschuiven de problemen dikwijls slechts, om zo op termijn alleen maar de omvang ervan te vergroten.


Daarbij wordt een cruciale wetmatigheid van verstandig handelen uit het oog verloren: verdeel de risico’s; of wat volkser uitgedrukt: leg niet alle eieren in dezelfde mand.


Fouten worden gemaakt, daar kunnen we niet buiten. ‘Tot dusver hebben de Europese politici zowat alles verprutst waar ze zich aan gewaagd hebben, en daarom dendert deze crisis maar verder.’ Dat schrijft de gerenommeerde economist Melvyn Krauss in De Tijd van 1 februari 2012. Als Lagarde gelijk krijgt, had Krauss het natuurlijk zelf verkeerd voor.


De Nederlandse psychologe Anna Dijkman zegt dat economische crisissen onvermijdelijk zijn, want ‘het zit in de mens ingebakken om financiële fouten te maken’ (De Morgen, 7 januari 2012). Ze schreef daarover het boek ‘Waarom we stoppen met denken als we beginnen met uitgeven’. Ze klinkt nog optimistisch. We maken ook fouten als we niet beginnen met geld uitgeven. Mocht die ene onbetwistbare en rationeel ontdekbare juiste weg al bestaan, dan toont de Britse psycholoog Stuart Sutherland in zijn werk ‘Irrationaliteit’ mooi aan dat we daar met z’n allen – ook de verstandigsten onder ons – dan nog eens massaal tegen zondigen.


Welke feiten tonen aan dat er per definitie minder fouten gemaakt worden op hoog niveau dan op laag? Maar fouten op heel-Europees niveau hebben natuurlijk wel veel tragischere gevolgen dan stommiteiten op kleinschaliger niveau.


Als het argument dat Europees beleid per definitie een verlies aan democratische legitimiteit inhoudt niet overtuigt, dan blijft het feit dat ‘shit happens’ en Europese shit veel harder stinkt dan lokale shit.


Uiteraard heeft Europa een rol te spelen. We nemen echter zeer grote risico’s door teveel eieren in de Europese mand te leggen. Falen zou dan geen optie meer mogen zijn, terwijl falen altijd een optie blijft. De kakofonie die opklinkt uit de meningenstrijd tussen experts doet ernstig twijfelen aan het geloof dat de ene juiste weg zou bestaan. Nochtans is dat de noodzakelijke voorwaarde om een verregaande Europese eenheidsaanpak te verantwoorden.


Het geloof in het groot gelijk is de motor van elke vorm van ongezonde machtsuitbreiding. Twijfel is het grootste argument tegen centralisme. Deze reeks wil geen pleidooi zijn tegen Europa als zodanig, wel een bede om vanuit een gezonde twijfel aan verantwoord risicobeheer te doen. Maar zeker ook een oproep om het hoge goed van democratische inspraak niet zomaar op te offeren aan een blind geloof in technocratie en grootschaligheid.


Tot daar… voorlopig wellicht.


Mortsel, 25 maart 2012


Peter De Roover


Eerdere bijdragen:


http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/kunnen-we-nog-een-weg-uit-i


http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/kunnen-we-nog-een-weg-uit-ii


http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/content/kunnen-we-nog-een-weg-uit-iii


http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/kunnen-we-nog-een-weg-uit-iv


http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/kunnen-we-nog-een-weg-uit-v


http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/kunnen-we-nog-een-weg-uit-vi

Peter De Roover was achtereenvolgens algemeen voorzitter en politiek secreteris van de Vlaamse Volksbeweging , chef politiek van Doorbraak en nu fractievoorzitter voor de N-VA in de Kamer.

Meer van Peter De Roover
Commentaren en reacties