fbpx


Cultuur

Kunst in tijden van corona

De eerste gemaskerde opera


Ook in woelige tijden gaat het leven door. Gabriel García Márquez schreef een wondermooi boek over hoe liefde overwint in tijden van cholera. De culturele sector is bijzonder hard getroffen door het vermaledijde coronavirus. Dat is erg, want zonder kunst is het moeilijk overleven als het gewone leven niet meer mogelijk is. Zelfs in precaire omstandigheden hebben mensen behoefte om een zingeving aan een beproeving te geven. In het getto van het Tsjechische Theresienstadt schreef Victor Ullmann Der Kaiser von Atlantis, een indrukwekkende opera over de dood die in staking gaat. Zijn opera overleefde de kampen. Ullmann werd vermoord in Auschwitz.

Dramatisch overlijden

De opera Is This the End van de Belgische componist Jean-Luc Fafchamps, die dit weekend zijn wereldpremière beleefde in de Brusselse Munt heeft een thematiek die wonderwel aansluit bij wat we nu beleven. Het werk is het eerste deel van een ambitieuze trilogie. De andere delen zullen de volgende seizoenen te zien zijn. Alle vertellen ze in een ‘mis voor halflevenden’ het verhaal van een personage dat tussen leven en dood ronddwaalt in het hiernamaals, in het voorgeborchte van de dood.

Dit somber onderwerp werd een week voor de première op een dramatische wijze versterkt door het overlijden aan een hartaanval van dirigent Patrick Davin, bij de aanvang van een repetitie. Men kan zich gemakkelijk voorstellen in welke gemoedsgesteldheid alle medewerkers aan de productie zich hierdoor voelden, zo dicht bij de eerste uitvoering van deze opera. Na lange emotionele gesprekken werd besloten om toch door te gaan, als eerbetoon aan Davin. Zijn assistent nam de moeilijke taak op zich om tijdens deze beladen dagen het orkest te motiveren om de wekenlange arbeid van Davin voort te zetten.

Acteurs achter de schermen

Het resultaat was vorig weekend in de Munt te zien en was zeker de moeite meer dan waard. Ook al omdat de Munt toont wat misschien door de coronabeperkingen voor lang de toekomst van theater en opera zal zijn. Voor deze seizoensopener, traditioneel toch een feestelijk moment, was er geen publiek toegelaten. Het bleef dus bij een virtuele beleving. Regisseuse Ingrid von Wantach Rekowski kon geen gebruik maken van de scène van de Munt, waar orkest, koor en drie zangers alle ruimte innamen. Zij loste dit probleem op door vooraf scènes met acteurs op te nemen, achter de schermen, in de gangen en onbekende ruimtes van de opera. Die werden tijdens de voorstelling ingepast in de muziek die live gebracht werd.

In een door het overlijden van dirigent Davin emotionele inleiding zei Muntdirecteur de Caluwé dat de productie onvermijdelijk beïnvloed is door de dramatische beelden uit Noord-Italië van bij het begin van de coronacrisis. Die parallel is ook duidelijk bij de personages in de opera die geen contact met elkaar hebben, omdat ze tot verschillende werelden behoren. Dat uitgangspunt past perfect bij de verplichte sociale afstand die vanwege de pandemie verplicht is.

Evenwicht

Daardoor wordt het ‘labyrinth van het hiernamaals’ een metafoor voor onze huidige wereld. De theatrale dwaaltocht tussen leven en dood van het hoofdpersonage doet onvermijdelijk denken aan de velen die in de eenzaamheid van de verplichte isolatie stierven, zonder afscheid van hun geliefden te kunnen nemen. In één scène dragen de acteurs coronamaskers; Alleen al daarom heeft dit werk zijn plaats in de kunstgeschiedenis verzekerd als eerste ‘gemaskerde’ opera.

Het is niet gemakkelijk een evenwicht te vinden tussen de opgenomen beelden, waar een niet-zingende actrice een adolescente uitbeeldt die verdwaalt in de onderwereld, en de drie zangers die als bij een recital geen theatraal spel toevoegen aan hun zang. Misschien was een betere dosage van de videobeelden beter geweest om de zangers meer gewicht te geven. Nu waren de uitstekende soprane Sarah Defrize en mezzo-soprane Albane Carrère lange momenten visueel afwezig. Slechts in het laatste deel kregen ze de volle aandacht, wat dan weer tot gevolg had dat het visuele aspect van de mise-en-scène wegviel.

The Doors

De muziek van Fafchamps, die zijn trilogie een ‘pop-requiem’ noemt, verraste door een gedurfde vermenging van klassieke en rock-elementen met duidelijke musical-invloeden. Hij citeerde daarbij zowel Wagner als The Doors, met een door popfolkzanger Amaury Massion sterk gezongen fragment uit de song ‘The End’ waarnaar de titel van de trilogie verwijst. Die momenten verlenen een lichte toets aan een opera over ons onvermijdelijke einde.

De originele benadering wordt nog onderlijnd door grappige muzikale ‘commercials’, die als op televisie de opera onderbreken en het onder meer hebben over de dood als oplosser van alle problemen. Die kijk op de dood doet terugdenken aan de eerder genoemde opera van Ullmann, die de dood beschreef als de ultieme troostbrenger.

Als eerste opera-experiment in tijden van corona is ‘Dead Little Girl’ meer dan geslaagd. Directeur Peter de Caluwé toont met deze productie aan dat opera ook in moeilijke tijden een belangrijke maatschappelijke taak te vervullen heeft. En dat heimwee naar oude, vertrouwde vormen het betreden van nieuwe paden nooit in de weg mag staan.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Luckas Vander Taelen

Luckas Vander Taelen (1958) werkte als tv-regisseur, en was voor Groen schepen, Vlaams en Europees Parlementslid en senator.