JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

Mankracht en middelen vliegen de deur uit, maar digitale justitie blijft droom

Horizon 2024Wannes Bok17/4/2023Leestijd 4 minuten
Justitieminister Vincent Van Quickenborne.

Justitieminister Vincent Van Quickenborne.

foto © Belga Image

Het digitaal transformatieplan voor Justitie bevat veel mooie ideeën, maar worden die straks ook effectief uitgevoerd?

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

De digitalisering van justitie in België is een ramp, toen en nu. Dat meent ook de Europese Commissie. De verschillende grote hervormingspogingen draaiden allen uit op miljoenenblunders, en ook onder de huidige minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) is voorlopig weinig verandering merkbaar. Nu de verkiezingen dichterbij komen, loont het de moeite om te kijken waar de problemen zich situeren, in de hoop op een digitale ommekeer.

Miljoenenblunder

Belgische beleidsmakers probeerden meermaals een grondige digitalisering van justitie door te voeren. De meest bekende projecten om dat te verwezenlijken waren Phenix, Cheops en Mammoet. Meer dan twintig jaar geleden, in 2001, kreeg het Amerikaanse technologiebedrijf Unisys de opdracht van de Belgische overheid om het Phenix-project te ontwikkelen. De doelstellingen groots: verouderde systemen zouden worden gemoderniseerd, alle rechtbanken zouden met één systeem werken (in plaats van de toen dertien bestaande, red.) en informatietechnologie zou de bergen A4’tjes in rechtbanken vervangen door elektronische dossiers.

Nog straffer was de korte tijdspanne die beleidsmakers nodig dachten te hebben om een volledige staatsmacht om te toveren tot een moderne instantie: in 2007 zou het Phenix-project klaar zijn, maar niets bleek minder waar. Toenmalig minister van Justitie Laurette Onkelinx (PS) kondigde in maart 2007 aan dat de samenwerking met Unisys werd stopgezet. De stekker werd definitief uit het project getrokken, waardoor jarenlange inzet van mankracht en talloze middelen verloren ging.

Onkelinx zei toen aan haar kabinet dat ‘de contractbreuk onvermijdelijk was, aangezien de vertragingen zich opstapelden en er bovendien een manifest gebrek aan kwaliteit was bij de geleverde prestaties’ — daarmee met de vinger wijzend naar het Amerikaanse techbedrijf. Unisys volgde Onkelinx’ redenering niet, en legde op haar beurt de schuld van het verloren project bij de Belgische regering. Kostenplaatje van dat hele gebeuren? Niet minder dan 28 miljoen euro.

Cheops

Phenix werd opgevolgd door het Cheops-project (waarschijnlijk vernoemd naar de bekende piramide in Egypte met dezelfde naam, gezien een piramidestructuur als basis werd gebruikt). Officiële documenten zouden voortaan digitaal worden bezorgd en verwerkt, dus sloot men tussen 2008 en 2011 alle rechtbanken aan op het nieuwe systeem. Het moderniseringsbudget telde 36 miljoen euro, later met nog maar eens 9 miljoen euro verhoogd. Maar toen bleek dat het eerder zo geprezen piramidemodel niet praktisch genoeg was.

Ten slotte was er nog de zogeheten ‘Mammoet-software’, die door de rechtbanken en hoven werd gebruikt tijdens de ontwikkeling van Phenix en Cheops. Maar ook dat programma liep — veelal door een gebrek aan onderhoud door de hoop op een succesverhaal rond de andere twee projecten — uit op een klisser, al besloot men later de Mammoet-software toch nog (gedeeltelijk) te moderniseren.

Waar het fout ging

Waar het precies fout ging in die drie grote projecten is in de Belgische pers nooit écht duidelijk naar voren gebracht. In een interview aan TechPulse licht Jan Deprest, de voorzitter van Fedict (de waakhond van het Phenix-project, red.) een tipje van de sluier. Het hele project draaide om het vervangen van dertien bestaande systemen door één geheel, dat alle rechtbanken konden gebruiken. Een prototype kwam er, maar faalde in 2005 voor een test bij het parket in Turnhout. Ook latere deadlines zou Unisys niet halen.

Volgens Deprest slaagde het Amerikaanse bedrijf er niet in iets ‘voltooid of bruikbaar’ af te leveren. Ook zou bijvoorbeeld de communicatie tussen de verschillende belangengroepen, waaronder de programmeurs en de functionele en technische analisten moeizaam zijn verlopen. Zeker is alvast dat zo goed als het volledige eindresultaat voor de vuilbak was. De Belgische staat diende nog een schadeclaim van 28 miljoen euro tegen Unisys in, maar een vergoeding kwam er nooit. Het project strandde met opeenstapeling van vertragingen, gebrekkige kennis van de interne processen bij de rechtbanken en een verlies van vertrouwen bij de eindgebruikers.

Vandaag nog steeds

Vandaag, meer dan twintig jaar na de start van de digitale heisa verder, staat België nog steeds maar muizenstapjes verder. De Europese Commissie bestempelde ons land in 2021 als ‘een van de meest digitaal achtergestelde landen in Europa’, te vergelijken met Griekenland, Cyprus en Kroatië. Het orgaan volgt de digitale vooruitgang van de lidstaten aan de hand van jaarlijkse verslagen over de index van de digitale economie en samenleving (DESI). ‘Van de 27 EU-lidstaten staat België op de zestiende plaats in de editie 2022 van de DESI. De relatieve groei van het land op het gebied van digitalisering ligt, rekening houdend met de uitgangspositie, onder het EU-gemiddelde. België wijkt dus enigszins af van de algemene trend in de Europese Unie’, aldus de Europese Commissie ook vandaag.

Vreemde vaststellingen, want zijn wij Belgen niet topbelastingbetalers, zowel in de Europese Unie als in Europa? Beschikken wij niet over enorme massa’s politici, met nog eens zoveel mandaten, zeker in vergelijking met onze omliggende buurlanden? Aan een gebrek aan mankracht en middelen lijkt het uitblijven van grondige hervormingen niet te liggen. Misschien hebben de talloze verschillende belangengroepen, bevoegdheidsverstrengeling en het gebrek aan een politieke langetermijnvisie een vinger in de pap te brokken…

Verandering

Gelukkig komt er verandering in de zaak, althans als we de bevoegde instanties mogen geloven. Volgens Erwin Dernicourt, procureur-generaal bij het hof van beroep in Gent, zal er 100 miljoen euro worden geïnvesteerd in de digitalisering van justitie. Een deel van het budget zal naar moderne IT-structuren met een governance-aanpak gaan. Geen overlappende, versnipperende, niet te linken IT-projecten, maar projecten met duidelijk overleg door een strategische stuurgroep.

Ook het kabinet van Van Quickenborne stemt ons hoopvol. De minister zou in 2021 al een realistisch plan hebben uitgewerkt om justitie ‘de 21ste eeuw binnen te loodsen’. Uit hetzelfde statement van justitie bleek dat meer dan 8.000 medewerkers een computer hebben die ouder is dan acht jaar, en er nog steeds gebruik werd gemaakt van Office 2013… ‘Driekwart van de diverse dossierbeheersystemen van de rechterlijke orde zijn meer dan vijftien jaar oud. De externe bedrijven die aangesteld zijn om deze te onderhouden, vinden zelfs geen informatici meer die met deze verouderde systemen kunnen werken’, klinkt het nog.

Ditmaal verandert de aanpak echter, want in plaats van een nieuwe ‘grote revolutie’ koos de huidige regering voor het verder bouwen op bestaande bouwstenen om ze vervolgens in te passen in een nieuw systeem. Welke die mogen zijn, blijft een raadsel. Ook zouden de ‘actoren op het terrein volop worden betrokken’, aldus Team Justitie. Mooi in theorie, maar datzelfde zou gebeuren met de toekomstige zesde staatshervorming door middel van een burgerbevraging. Die leverde — buiten een extra gat in de staatsportemonnee — echter weinig op. Het digitaal transformatieplan bevat veel mooie ideeën, waaronder het aankopen van nieuw materiaal, digitale dossiers (die er écht komen) en andere nieuwigheden. Maar een oud gezegde over het verkopen van een vel voor de beer geschoten is, stemt ons eerder grimmig. Hopelijk is er écht verandering te zien aan de horizon van 2024.

Wannes is eindredacteur en journalist. Hij werkt sinds 2021 mee aan Doorbraak.

Meer van Wannes Bok

Was hij een kloosterbroeder die toevallig schilderde? Of was hij een kunstschilder die toevallig in een klooster woonde? Dit is het verhaal van broeder Luc-Peter Crombé.

Commentaren en reacties