JavaScript is required for this website to work.
Wetenschap

Negatieve overtuigingen maken ouder wordende mensen ziek

Guido Guyvers26/4/2023Leestijd 4 minuten

foto © Pixabay

Uit onderzoek blijkt dat 41 procent van de 60-plussers negatief staat tegenover de eigen toekomst. Er is nog slecht nieuws.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Uit recent gepubliceerd onderzoek van de Koning Boudewijnstichting blijkt dat 41 procent van de 60-plussers negatief staat tegenover de eigen toekomst als oudere. Er is meer slecht nieuws. Uit een wereldwijd onderzoek in opdracht van de Wereldgezondheidsorganisatie, besloot professor Becca Levy van de Yale-universiteit dat ouder wordende mensen die negatief staan tegenover hun toekomst gemiddeld zeven en een half jaar minder lang leven dan mensen die hun ouderdom positief beleven.

Het gaat niet goed

Bekijken we de resultaten van het KBS-onderzoek wat gedetailleerder, dan is de 41 procent een gemiddelde voor alle leeftijden van 60 tot 84 jaar. Bij de jonge ouderen, tussen 60 en 64 jaar, staat zelfs 48 procent negatief tegenover het ouder worden, tegenover 32 procent bij de oudste leeftijdsgroep.

Bij de niet-Belgische inwoners blijkt 71 procent het moeilijk te hebben met het ouder worden. Bovendien blijkt dat het  aantal mensen dat negatief staat tegenover het ouder worden toenam  van 32 procent in 2017 tot 41 procent in 2022. Dat een zo grote groep ouderen negatief staat tegenover hun toekomst moet ons zorgelijk stemmen en roept twee vragen op. Hoe komt dat? Welk zijn daarvan de gevolgen? Een groot internationaal onderzoek onder auspiciën van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) geeft op beide vragen een antwoord.

Negatieve stereotypes en overtuigingen

Becca Levy onderzocht met haar team welke invloed overtuigingen (stereotype beelden en vooroordelen over oud worden zoals ouderen zijn zwak, afhankelijk, star, …)  hebben op het gedrag en de gezondheid van ouderen. Vooreerst verduidelijkt ze hoe overtuigingen tot stand komen. Opvoeding, media, onderwijs, sprookjes en kinderliteratuur, en ook het dagelijkse gepraat tussen mensen zijn belangrijke kanalen in het doorgeven van die negatieve overtuigingen over oudere mensen. Die beïnvloeding begint al op zeer prille leeftijd zodat die overtuigingen echt ingebakken geraken.

Volgens Levy bepalen die overtuigingen vooreerst hoe ouderen over zichzelf en anderen gaan denken en hoe ze zich in overeenstemming daarmee gaan gedragen. Daarnaast bepalen ze ook hoe anderen, de samenleving in het algemeen, zich tegenover ouderen gedragen. Mensen verinnerlijken die overtuigingen over ouderen van jongs af aan geruisloos omdat die voor jongeren nog niet bepalend zijn voor hun identiteit. Die beelden worden onbewust geactiveerd telkens men een oudere mens ziet. Belangrijk is dat de leeftijdsstereotypes meer dan racistische en genderstereotypes gemakkelijk getolereerd in de samenleving worden omdat mensen de effecten ervan pas voelen als ze zelf ouder worden.

Die overtuigingen worden dus pas relevant voor het gedrag en de beleving van mensen wanneer ze zelf ouder worden. Pas dan bepalen die overtuigingen hoe ouder wordende volwassenen hun ouderdom beleven, welke verwachtingen ze daarover hebben, of ze nog gemotiveerd zijn om  zelf actief hun oudere leven vorm te geven. Wanneer je bijvoorbeeld als twintigjarige niet meer weet waar je je autosleutels gelaten heb, ga je je daar waarschijnlijk geen zorgen over maken. Wanneer dat gebeurt als je 75 jaar oud bent, dan is de kans groot dat je je angstig afvraagt of dat niet te maken heeft met je leeftijd. En erger nog, of je niet stilaan begint te dementeren.

Dat eist een tol

De negatieve houding op basis van die  destructieve leeftijdsstereotypen eisen hun tol op drie vlakken: psychologisch, gedragsmatig en biologisch. Oudere volwassenen die de negatieve stereotypen verinnerlijkten kunnen daardoor een negatief zelfbeeld ontwikkelen gekoppeld aan een lage zelfwaardering: ‘We zijn niets meer waard.’ Het gevolg voor het gedrag blijkt te zijn dat ze zich terugtrekken uit relaties en verenigingen, dat ze hun medicatie niet meer accuraat innemen en dat ze minder fysieke oefeningen doen. Blijkbaar doen die negatieve opvattingen ook de biologische markers voor stress toenemen wat tot een vroege dood kan leiden.

De effecten op de gezondheid van ouderen die negatief staan tegenover het ouder worden zijn desastreus: een verminderde levensverwachting van liefst zeven jaar en een half, psychiatrische problemen zoals depressie, en een reeks fysieke gezondheidsproblemen zoals diabetes, hartfalen, hersenproblemen zoals geheugenproblemen en een toegenomen kans op Alzheimer.

Sociale problemen

Naast de effecten op de fysieke en mentale gezondheid, leiden de negatieve overtuigingen tot een reeks sociale problemen, zoals discriminatie, onder meer in de toegang tot gezondheidsdiensten. Zo is gebleken dat ook zorgprofessionals oudere volwassenen behandelen volgens die overtuigingen. Bijvoorbeeld dat veel geld en moeite spenderen aan ouderen een verspilling van middelen is, omdat oud zijn nu eenmaal toch gepaard gaat met allerlei narigheden zoals depressie.

Ook op de arbeidsmarkt geldt het beeld dat oudere werknemers in feite niet meer mee kunnen en dus alleen maar een kost zijn voor een bedrijf. Andere discriminaties die samenhangen met stereotype opvattingen over ouderdom zijn onder meer het feit dat men geen verzekeringen of leningen meer kan krijgen, dat bepaalde medische ingrepen niet meer uitgevoerd worden vanaf een bepaalde leeftijd. Uiteindelijk draait de samenleving als geheel op voor de kosten die het gevolg zijn van dergelijke negatieve visie op ouder worden. Levy berekende dat voor de Verenigde Staten dat een jaarlijkse bijkomende kost van 63 miljard dollar betekende.

Het kan ook anders

Het goede nieuws is evenwel dat de negatieve opvattingen volgens Levy niet in steen gebeiteld zijn en dus kunnen veranderen. Vooreerst verschillen ze tamelijk radicaal van cultuur tot cultuur. In heel wat niet-westerse culturen is ouderdom het hoogtepunt van het leven, een doel waar mensen naartoe leven, want  de bron van wijsheid en eerbied. Bovendien veranderen leeftijdsstereotypes doorheen de geschiedenis.

Het is mogelijk ook om oudere volwassenen kritisch te leren staan tegenover die negatieve opvattingen als ze zich maar bewust worden van de noodzaak om positief naar oud worden te leren kijken. Wie positief naar het ouder worden kijkt, presteert beter fysiek en mentaal en leeft gewoon langer, gemiddeld zeven en een half jaar. Maar eerst is nodig dat de stereotype opvattingen zelf aangepakt worden. Dat kan door meer positieve verhalen en visies van jongs af aan te promoten en door tevens de negatieve stereotypen systematisch te ontkrachten via onderwijs, cultuur en media.

Eind vorig jaar verscheen als knipoog naar het ouder worden, het boek Het beste moet nog komen van Guido Cuyvers, verkrijgbaar in onze webwinkel.

De auteur is schrijver.

Commentaren en reacties