fbpx


Cultuur
polanski

Taalgenie Delphine Lecompte hekelt puriteinse Humo-column

En Heleen Debruyne in het bijzonder


Dinsdag 2 maart verscheen, naar wekelijkse gewoonte, de column van Heleen Debruyne in Humo. Daarin reageert ze op lichtjes hysterische wijze op de toekenning van een César aan de Pools/Franse regisseur Roman Polanski. Hij is bedoeld als hommage aan zijn nieuwe film J’accuse en zijn prachtig filmoeuvre, niet aan zijn seksuele voorkeur. Maar een scheiding tussen kunst en aard zag de columniste niet. Opzettelijk? Het zou me niet verbazen. Vermeend fout gedrag van mannen tegenover jonge vrouwen wordt met beide handen aangegrepen om ze te kruisigen.

Wilde gedachten & gedichten

In de boeggolf geeft ze haar oordeel over Polanski’s nieuwe film: ‘Tijdens het kijken van het stijve, nooit echt op gang komende kostuumdrama heb ik me stierlijk verveeld.’ Duidelijk het oordeel van iemand met een vooroordeel en weinig kennis van het oeuvre van Polanski. Dat moet mademoiselle Delphine Lecompte, bekend om haar wilde gedichten en gedachten, ook gedacht hebben. Ze rende naar haar laptop en ramde haar mening over het dwaas gedaas van Debruyne de machine in en verstuurde hem naar het weekblad. En naar ondergetekende die na lezing toestemming vroeg om hem te publiceren bij Doorbraak. Wat het geval is. Hieronder vindt de lezer haar reactie.

Is de botsing tussen de twee dames het begin van een ‘sacochengevecht’? Het is te hopen. Al te lang ruikt de literaire wereld naar goedkope shampoo. Goede literatuur, net als eender welke kunstvorm, leeft bij de gratie van emoties. Delphine Lecompte bewijst dit nogmaals met haar opinie over de mening van Heleen Debruyne. Lees maar aandachtig. Er staat meer in dan er staat te lezen.


Polanski, je t’aime – Delphine Lecompte

Zes jaar was ik toen ik voor het eerst de onnozele hilarische vampierenpastiche The Fearless Vampire Killers zag. Onvergetelijk de scène waarin een homoseksuele vampier Polanski (hij speelt het hulpje van de professor) tracht te verleiden. Ik heb die film zeker honderd keer bekeken, ik zag hem nog liever dan Billy Budd! Later ontdekte ik ook de andere films van het genie Polanski. Ik was vaag op de hoogte van een misstap in de Verenigde Staten, wilde tijden.

Ondertussen leven we helaas niet meer in wilde tijden; ondertussen leven we (opnieuw) in puriteinse tijden, en wordt er blijkbaar verwacht dat kunstenaars moreel onberispelijk zijn. Ze mogen niets op hun kerfstok hebben. En als ze toch iets op hun kerfstok hebben dan moeten ze desnoods meer dan vier decennia na de misstap alsnog gestenigd worden.

Ik was gedegouteerd door de fanatici die betoogden tegen Polanski bij de uitreiking van de Césars. De mediocre actrice Adèle Haenel verliet ostentatief de zaal en riep bij het verlaten van het gebouw: ‘Bravo la pédophilie!’  De fanatieke doch erg hippe Heleen Debruyne (die schrijft als een dweil) vond het ook nodig om haar steentje bij te dragen. Wat een benepen antipathiek kortzichtig mens (ik blijf mild). Dat ze zich ‘stierlijk verveelde’ tijdens het bekijken van J’accuse laat ik voor haar rekening.

Polanski is monster noch pedofiel. Het volstaat om een gulzige blik (al zijn die nu ook al verboden) te werpen op zijn voluptueuze vrouw Emmanuelle Seignier om dat door te hebben.

Polanski heeft ongetwijfeld een heel arsenaal aan perversies en grilligheden. Gelukkig voor ons.

Polanski overleefde Auschwitz en hij overleefde de ongelooflijk brute moord op zijn vrouw Sharon Tate en hun ongeboren kind.

Hoe lang moet hij nog boeten voor die ene misstap?

Ik word er razend van.

Ik herlees momenteel Gerrit Achterberg. Dat mag natuurlijk niet, want Achterberg heeft zijn hospita vermoord.

Céline en Lucebert waren fout in de oorlog, dus ook weg ermee.

Hanlo en Reve prutsten graag aan hele jonge jongetjes, die vallen ook af.

Sinds wanneer moeten kunstenaars fatsoenlijke mensen zijn?

Dermatologen, glasblazers, zadelmakers, imkers, tuinmannen, garnalenpellers, zeepzieders, taxidermisten, en baggeraars moeten fatsoenlijk zijn. Tenminste: tijdens hun werkuren, daarna mogen ze wat mij betreft naar hartenlust minderjarige fagottisten en analfabetische jongenshoeren bezoedelen.

Van mijn kunstenaars verwacht ik smerigheid, wellust, drift, opvliegendheid, obsessie, koorts… Kortom: schone ziekelijkheid, zalige vunzigheid, uitbundige gortigheid, compromisloze walgelijkheid!

Leve de perverse geesten die mijn leven verrijken! Dankzij jullie voel ik mij minder alleen.

Zo, dan ga ik nu een blindencentrum in brand steken, tweehonderd euro’s stelen van een dementerende orgeldraaier, en het scrotum van een imbeciele vogelwichelaar doorspietsen met de scherven van een aan diggelen geslagen Mariabeeldje.

Lichte kost, maar de dag is nog jong.

Delphine Lecompte

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Guido Lauwaert

Guido Lauwaert is regisseur, acteur, auteur, columnist en recensent voor o.a. Het Laatste Nieuws, NRC Handelsblad, Knack en Doorbraak.