fbpx


Actualiteit, Geschiedenis, Politiek
federalisme

Wankelende regering-Eyskens dreigt met ontslag

Stapstenen naar een staatshervorming (5)



Anderhalf jaar na het aantreden van de rooms-rode regering-Eyskens (juni 1968) leek er eindelijk schot te komen in haar plan het ‘door de gebeurtenissen achterhaalde’ unitaire België te vervangen door  ‘vernieuwde staatsstructuren’ waarin ‘de gemeenschappen en de gewesten  hun plaats [moeten] innemen’. Nadat de in de zomer van 1969 in het parlement vastgelopen bespreking van de grondwetsherziening door overleg in de ‘Werkgroep der 28’ was vlotgetrokken, had eerste minister Gaston Eyskens op 18 februari 1970 in een regeringsverklaring de 35…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Anderhalf jaar na het aantreden van de rooms-rode regering-Eyskens (juni 1968) leek er eindelijk schot te komen in haar plan het ‘door de gebeurtenissen achterhaalde’ unitaire België te vervangen door  ‘vernieuwde staatsstructuren’ waarin ‘de gemeenschappen en de gewesten  hun plaats [moeten] innemen’. Nadat de in de zomer van 1969 in het parlement vastgelopen bespreking van de grondwetsherziening door overleg in de ‘Werkgroep der 28’ was vlotgetrokken, had eerste minister Gaston Eyskens op 18 februari 1970 in een regeringsverklaring de 35 punten voorgesteld van het communautair akkoord dat zijn regering twee dagen eerder had gesloten – ‘een nationaal vergelijk dat van aard is om de eenheid der Belgen op hernieuwde grondslagen te vestigen’.

Bijzondere meerderheid

Twee weken later, op 4 maart 1970, diende Eyskens nieuwe ontwerpen voor de herziening van de grondwet bij het parlement in.

Om de werkzaamheden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat te coördineren en eventuele tekstaanpassingen op elkaar af te stemmen, werd een gemengde parlementaire commissie opgericht, bestaande dus uit Kamerleden en senatoren. Ze besliste de ‘communautaire’ grondwetsbepalingen (taalgebieden, cultuurautonomie, gewestvorming, alarmbel, taalpariteit in de ministerraad, …) eerst in de Senaat te behandelen; de Kamer zou als eerste de nieuwe grondwetsartikelen over de agglomeraties en federaties bespreken, inclusief de bepalingen over de agglomeratie Brussel.

Verder dan die afspraak reikte de eensgezindheid niet. Twee vergaderingen lang (14 en 25 maart) discussieerde de commissie vruchteloos over de invulling van het concept ‘bijzondere meerderheid’. Dat ‘gevoelige’ institutionele wetten met een meer dan gewone meerderheid (de helft plus één) zouden moeten worden goedgekeurd, daarover was er ruime overeenstemming. Maar over de vraag hoe die ‘bijzondere’ meerderheid er moest uitzien – een tweederde meerderheid, een meerderheid in elke taalgroep of beide samen –, daarover werden de commissieleden het niet eens. Voor de regering, die op steun van minstens een deel van de oppositie was aangewezen om in het parlement aan de vereiste tweederde meerderheid voor een grondwetsherziening te komen, was dat geen goed teken.

Weerbarstige PVV

Tussen de commissievergaderingen van 14 en 25 maart in, kreeg ze nog een tegenvaller te verwerken. Op 20 en 21 maart hield de PVV, de nog unitaire maar communautair verdeelde liberale partij, een congres om het regeringsakkoord van 15 februari te bespreken. Meestal in een stemming van Franstaligen tegen Vlamingen, stelde het congres verschillende wijzigingen aan Eyskens’ ‘nationaal vergelijk’ voor. Zo eiste het ook taalpariteit voor de staatssecretarissen (en dus niet alleen de ministers), de uitbreiding van het toepassingsgebied van de ‘alarmbelprocedure’ tot de begrotingen, en de uitbreiding van de Brusselse agglomeratie van 19 tot ten minste 25 gemeenten.

Om te voorkomen dat het communautaire virus zijn partij nog meer zou besmetten, stelde PVV-voorzitter Pierre Descamps voor om de grondwetsherziening in de koelkast te stoppen tot na de gemeenteraadsverkiezingen van 11 oktober 1970. De regering wilde daar echter niet op ingaan.

Muggenzifterij

De tegenwind kwam niet alleen van de oppositie, ook de regeringspartijen maakten het Eyskens moeilijk. In de Senaatscommissie voor de Herziening van de Grondwet, die aan zowel meerderheids- als oppositiezijde nogal wat gezaghebbende juristen herbergde, onder anderen Frans Baert (Volksunie), Willy Calewaert (BSP), André Lagasse (FDF), Marc-Antoine Pierson (PSB) en Herman Vanderpoorten (PVV), schoten de werkzaamheden maar traag op. Eyskens, een meer zakelijke econoom, vond hun bemerkingen en spitsvondigheden ‘juridische muggenzifterij’.

In de bijzondere Senaatscommissie die ‘wetsontwerp 125’ besprak, strooide zijn eigen CVP zand in het raderwerk. Het wetsontwerp regelde de ‘economische decentralisatie en planning’ en was al in juni 1969 door de Kamer goedgekeurd. In de Senaatscommissie diende de CVP amendementen in om de planning uit te breiden tot de sociale sector (huisvesting, gezondheidszorg, …) en vroeg ze duidelijkheid over de bevoegdheid van de op te richten Gewestelijke Economische Raad voor Vlaanderen (GERV) voor de zes Vlaamse randgemeenten-met-faciliteiten van Brussel.

Het wetsontwerp was daarover vaag. In de omschrijving van het werkingsgebied van de GERV noemde het de arrondissementen Leuven en Halle-Vilvoorde, maar niet het bijzonder arrondissement waar in 1963 de zes randgemeenten (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem) waren ondergebracht en die veel Franstaligen bij Brussel wilden voegen. In de Kamer hadden Hugo Schiltz (VU) en Leo Lindemans (CVP) elk een amendement ingediend om ook ‘de zes’ uitdrukkelijk in het werkingsgebied van de GERV op te nemen. Pas nadat Eyskens de vertrouwenskwestie had gesteld, had Lindemans zijn amendement ingetrokken; dat van Schiltz werd verworpen.

VU zet CVP onder druk

De socialisten verzetten zich tegen een wijziging aan ‘hun’ wetsontwerp 125 omdat het dan terug naar de Kamer zou moeten en de goedkeuring ervan vertraging zou oplopen. De regeringstop en de leiders van de meerderheidspartijen bespraken de kwestie op 21 en 24 april. Hun overleg eindigde met de afspraak het wetsontwerp ongewijzigd en snel goed te keuren, de gevraagde uitbreiding van de planning in een uitvoeringsbesluit te regelen en het werkingsgebied van de gewestelijke economische raden in een aanvullend wetsontwerp (‘125bis’) te bepalen.

De VU-senatoren Edgard Bouwens en Wim Jorissen, die niet aan de afspraak gebonden waren, dienden in de commissievergadering van 6 mei 1970 een amendement in om in wetsontwerp 125 zelf en ondubbelzinnig te bepalen dat de zes randgemeenten in het werkingsgebied van de GERV vallen – én om de Vlaamse christendemocraten onder druk te zetten, met succes: de Brusselse CVP-senator Raf Hulpiau diende meteen, en tot ongenoegen van Eyskens, een gelijkluidend amendement in. Hulpiau was een overtuigde cultuurflamingant en was van 1951 tot 1965 voorzitter geweest van het ACW, de koepel van de christelijke arbeidersbeweging.

Hoogspanning

De commissie besliste eerst over het amendement-Hulpiau te stemmen. Zoals verwacht keurden enkel de senatoren van de CVP en de Volksunie het goed. Het amendement was verworpen, maar het voorval zette de Wetstraat onder hoogspanning en deed de regering wankelen.

Eyskens zocht in overleg met de top van de meerderheidspartijen koortsachtig naar een uitweg. Robert Vandekerckhove, de eerste voorzitter van de autonome CVP, en Robert Houben, die nog tot 1972 ‘koepelvoorzitter’ van CVP en PSC zou zijn, vonden dat hij zijn regering maar beter liet vallen, zij het op een manier dat de zwartepiet bij de socialisten zou liggen. De premier en de andere CVP-ministers wezen dat van de hand.

De regering vond in haar reguliere vrijdagvergadering van 15 mei een zoveelste compromis. De Senaat zou de wet op de economische decentralisatie (‘125’) ongewijzigd goedkeuren, de regering zou op 19 mei het aanvullende wetsontwerp (‘125bis’) indienen over het werkingsgebied van de GERV (inclusief de zes randgemeenten) en de Conseil économique régional wallon, en beide wetten zouden op hetzelfde ogenblik van kracht worden. Om er zeker van te zijn dat het vergelijk zou standhouden, dreigde de regering ermee op te stappen indien de meerderheidsfracties haar niet zouden volgen.

Taalgebieden

De CVP en de socialisten aanvaardden het vergelijk, de PSC zag in ‘wetsontwerp 125bis’ een toegeving aan de Vlamingen en maakte haar instemming afhankelijk van de goedkeuring van de grondwetsartikelen die voor de Franstaligen gunstig waren (taalpariteit in de ministerraad, alarmbelprocedure).

Het ‘ultimatum’ van de PSC maakte weinig indruk op Eyskens. Op 21 mei diende de regering het aanvullende wetsontwerp in de Kamer in. Het bepaalde dat het werkingsgebied van de GERV samenviel met het Nederlandse taalgebied, dat van de CERW met het Franse en het Duitse taalgebied. Daarmee vermeed de regering het bijzonder arrondissement van de zes randgemeenten expliciet te vermelden en liep ze vooruit op de in het vooruitzicht gestelde wet die het bijzonder arrondissement zou opheffen en ‘de zes’ bij het arrondissement Halle-Vilvoorde zou voegen.

Nog op 21 mei keurde de bijzondere Senaatscommissie wetsontwerp 125 ongewijzigd goed. De regering-Eyskens was uit de gevarenzone – voorlopig toch.

Mark Deweerdt

Mark Deweerdt (1952) was journalist bij De Standaard en De Financieel-Ekonomische Tijd/De Tijd, en schreef als kabinetsmedewerker toespraken en teksten voor Yves Leterme, Kris Peeters, Herman Van Rompuy en Geert Bourgeois.