fbpx


Analyse, Politiek

14 oktober: traditionele partijen en N-VA verliezen



Zoals dat gebruikelijk is na gemeenteraadsverkiezingen is er een debat losgebarsten over de vraag wie de winnaars en verliezers zijn. Ik ga dat hier niet beslechten. Maar ik zou wel even de aandacht willen vestigen op deze gedetailleerde analyse van de provincieraadsverkiezingendie Gert-Jan Put en ikzelf gisteren bij Vives hebben gepubliceerd.

Onderstaande grafiek bevat een vergelijking van het resultaat van de provincieraadsverkiezingen van 2012 en 2018, in Vlaanderen. De grote winnaars zijn Groen (een stijging van 8,4% naar 13,2%) en Vlaams Belang (een stijging van 8,9% naar 13%). De N-VA is de partij die het meest achteruit gaat: van 28,5% naar 24,8%. Maar ook alle drie de traditionele partijen verliezen stemmen. Het markaandeel van de V-partijen blijft quasi constant: 37,4% in 2012, 37,8% vandaag. De N-VA gaat in elke provincie achteruit, maar het meest in West-Vlaanderen (-5,8 procentpunten). Daarna volgen Oost-Vlaanderen (-4,7), Limburg (-4,6), Antwerpen (-3,1) en Vlaams-Brabant (-0,5).

Bart Maddens en Gert-Jan Put

Fijnmazige analyse

Sinds 2012 zijn de resultaten van de provincieraadsverkiezingen beschikbaar per gemeente. Op basis daarvan kunnen we een meer gedetailleerde vergelijking maken tussen de provinciale resultaten van 2012 en vandaag. Bij de gemeenteraadsverkiezingen gebeurt het vaak dat partijen niet opkomen, dat ze opkomen onder een andere naam of in kartel. Die lokale eigenaardigheden vertekenen het totaalbeeld. Voor de provincieraadsverkiezingen daarentegen komen alle partijen op onder eigen naam. Door die resultaten op te splitsen volgens gemeente kunnen we de winst- en verliescijfers van zondag op een zeer zuivere en fijnmazige wijze in kaart brengen.

Op basis daarvan kun je bijvoorbeeld nagaan in hoeveel gemeenten een partij als grootste uit de stembus kwam, en hoe dat is geëvolueerd sinds 2012 (tabel 1 in de nota). Daarbij springt vooral in het oog dat de N-VA nu in minder gemeenten de grootste is dan zes jaar geleden. Toen was dat in 50,7%, vandaag in 45,7%.

Als we dat opsplitsen per provincie, dan zien we dat de N-VA overal terrein verliest, behalve in Vlaams-Brabant. Daar stijgt het aantal gemeenten waar de partij de grootste is van 58,5% in 2012 naar 67,7% in 2018. In alle andere provincies is er stevige daling: -5,8 procentpunten in Antwerpen, -7,8 in West-Vlaanderen, -13,3 in Oost-Vlaanderen en -9,6 in Limburg.

Het is Open Vld die uit deze cijfers als overwinnaar tevoorschijn komt. Die partij was in 2012 de grootste in 10,7% van de Vlaamse gemeenten, vandaag in 15%. Die stijging doet zich voor in alle provincies. CD&V blijft min of meer status quo: in 2012 was de partij de grootste in 33% van de gemeenten, vandaag in 32,3%. Het is enkel in Vlaams-Brabant dat CD&V significant achteruit gaat: van 23,1% naar 12,3%.

N-VA gaat structureel achteruit

We hebben die cijfers nog gedetailleerder geanalyseerd door per provincie het aantal gemeenten te tellen waar een partij in vergelijking met 2012 achteruit ging, vooruit ging, of status quo bleef. Status quo hebben we, toegegeven enigszins arbitrair, gedefinieerd als een verschil van minder dan (plus of min) één procentpunt.

Ook uit deze analyse (tabel 2 in de nota) blijkt dat de N-VA vrij structureel achteruit gaat over heel Vlaanderen. In 77,6% van de gemeenten gaat de N-VA achteruit, tegenover slechts 11,4% waar er vooruitgang is. In Vlaams-Brabant (47,7% achteruit) en Antwerpen (69,6% achteruit) is de achteruitgang minder algemeen. Maar ook hier zijn er beduidend meer gemeenten met verlies- dan winstcijfers.

Deze cijfers wijzen daarnaast ook CD&V en sp.a als verliezers aan: CD&V verloor in 62,5% van de gemeenten (tegenover 15,7% met winst), SP.A verloor in 70,9% (tegenover slechts 8% met winst). Bij Open Vld is het beeld diffuser. Maar ook voor deze partij zijn er meer gemeenten met verlies (47,8%) dan met winst (24,4%). De grote overwinnaars waren overduidelijk Groen (met winst in 98,7% van de gemeenten) en Vlaams Belang (met winst in 89%).

Systematiek

Samengevat boeren de traditionele partijen én de N-VA vrij systematisch achteruit ten voordele van Groen en Vlaams Belang. Maar niet in die mate dat ze door een van de twee laatstgenoemde partijen worden onttroond als grootste partij. In 97% van de gemeenten blijven N-VA of de traditionele partijen het grootst.

Al bij al kunnen we uit deze analyse concluderen dat de achteruitgang van de N-VA vrij systematisch was, in alle provincies. Maar zou het resultaat hetzelfde geweest zijn mochten er zondag federale of regionale verkiezingen geweest zijn? Ongetwijfeld heeft het lokale karakter van de huidige verkiezing het resultaat van de N-VA naar beneden getrokken. Het provinciale resultaat is tot op zekere hoogte besmet door de gemeenteraadsverkiezingen. Het zijn de partijen met een historisch sterke lokale verankering die daarvan profiteren. Dit speelt zeker in het nadeel van de N-VA, en zelfs nog meer in het nadeel van Vlaams Belang, met een nog zwakkere lokale verankering.

Die lokale handicap was er echter even goed bij de provincieraadsverkiezingen van 2012. Toen haalde de N-VA over het algemeen een hogere score dan vandaag. En dit ondanks het feit dat de partij toen uit het niets verscheen in veel gemeenten, met onbekende kandidaten. Intussen heeft de partij zes jaar lang de tijd gehad om zich lokaal te consolideren. Toch was het resultaat zondag beduidend slechter dan in 2012. Stof tot nadenken voor de partijtop, dunkt me.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Bart Maddens

Bart Maddens is politicoloog en germanist.