Cultuurpessimist en historicus
Hermann Walther von der Dunk overleden
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementOp 19 augustus overleed Henk Wesseling. Amper drie dagen later ging historicus H.W. von der Dunk op 89-jarige leeftijd heen. In nauwelijks een week tijd verloor Nederland twee vooraanstaande publieke intellectuelen.
Hitler
Hermann von der Dunk was een exponent van de verhalende geschiedschrijving in de traditie van Johan Huizinga, Jan Romein en Pieter Geyl die zijn leermeester was. Hij kon, zolang daartegen geen bezwaar rees, Hitler en Kaiser Wilhelm II treffend imiteren. Von der Dunk bezat het vermogen om zijn vak, de Europese geschiedenis van de 20ste eeuw, toegankelijk te maken.
Hermann Walther von der Dunk werd op 9 oktober 1928 in Bonn geboren. Het gezin vluchtte in 1937 uit Duitsland weg omdat zijn moeder een joodse was. Zijn vader kreeg een baan als docent op de Werkplaats Kindergemeenschap in Bilthoven, de school van onderwijsvernieuwer Kees Boeke. Hermann ging daar als leerling heen, en ontwikkelde er onder meer zijn liefde voor het toneelspel.
Utrecht
De jonge von der Dunk studeerde geschiedenis aan de universiteit van Utrecht en promoveerde in 1966 op de dissertatie Der deutsche Vormärz und Belgien, 1830-1848. Zijn promotor was de beroemde historicus Geyl. Een jaar later werd de pas afgestudeerde hoogleraar in de eigentijdse geschiedenis en cultuurgeschiedenis. Met zijn gezin woonde hij in Bilthoven. Hij liet zich graag interviewen over de actualiteit – tot aan de verkiezing van Donald Trump en de brexit toe – en publiceerde voor een breed publiek in dagbladen en allerhande tijdschriften.
Von der Dunk dacht zijn leven lang na over de aard van zijn vak. Mettertijd maakte hij zich bezorgd over het verdwijnen van het persoonlijke verhaal uit de geschiedenis. Hij omschreef dat als volgt: ‘Er dreigt een scheuring te ontstaan tussen structuralisten, die net doen alsof de historie alleen uit anonieme machten bestaat en het brede publiek, dat niet ten onrechte het gevoel heeft, dat de dingen in het leven tenslotte door mensen worden gedaan en beslist. En het publiek zal dan, omdat de anti-individualistische vakhistorici het op z’n droogje laten, dorstig grijpen naar werken, waarin men kan lezen dat Hitler maar één testikel had en graag slagroom nuttigde’.
Tegen politieke correctheid
Ondanks het leed dat zijn familie – een deel ervan werd uitgemoord tijdens de Holocaust – aangedaan werd, was professor Von der Dunk wars van de modieuze neiging om rechts-extremisme, fascisme en nationaalsocialisme op een hoop te gooien. Ook NSB-leider Anton Mussert was naar zijn oordeel eerder een ‘potsierlijke kopie van buitenlandse voorbeelden, een doorgeschoten padvinder en een puberale romanticus’ dan een nazi en landverrader. Neen, hij had een broertje dood aan het politieke correcte denken dat tegenwoordig alom heerst in de media.
In 1990, drie jaar voordat hij 65 werd, nam hij afscheid als hoogleraar cultuurgeschiedenis. Uit bitterheid over de weg die de universiteit (niet alleen die van Utrecht) de voorgaande jaren was ingeslagen. Eerst was er de woeste democratisering van de jaren 1960 en 1970. Toen moest er drastisch worden bezuinigd. ‘En nu is daar ook nog die vreselijke koopmansgeest bij gekomen’, klaagde von der Dunk na zijn afscheid in NRC-Handelsblad. ‘Telkens komen er nieuwe commissies bij die erop moeten toezien hoeveel gepubliceerd wordt. Wetenschappers worden opgehitst om elkaar te controleren. De vrijheid wordt op allerlei manieren aan banden gelegd.’
Thomas
Destijds klonk de erudiete Von der Dunk behoudsgezind. Maar hij liep met zijn kritiek vooruit op de recente studentenprotesten tegen het ‘rendementsdenken’. Tegelijkertijd relativeerde hij ook het belang van de wetenschap en zijn aandeel daarin. ‘Tegen een Bachcantate verbleekt mijn hele bibliotheek vol vakliteratuur.’
Zijn wellicht meest bekende boek Conservatisme verscheen in 1976 maar zijn meest productieve jaren braken aan toen hij zich na 1990 in zijn Bilthovense studeerkamer kon terugtrekken. In 2000 verscheen zijn tweedelig magnum opus: De verdwijnende hemel: over de cultuur van Europa in de twintigste eeuw. Zijn laatste boek, De wereld als getal (2016) was een aanklacht tegen de vervlakking, die het gevolg was de almacht van het getal in de westerse consumptiemaatschappij. Een maatschappij die volgens hem leidde naar een ‘infantiele’ en ‘sentimentele cultuur’. Tevens stelde hij dat het ontbreken van een wezenlijke, gedeelde geschiedenis de maatschappij, in deze tijden van mondialisering, ons lelijk kan opbreken: ‘Bij een land dat een soort vennootschap is geworden met verwaarlozing van zijn eigen culturele substantie, valt er voor nieuwkomers niet veel te integreren.’
Zijn zoon Thomas trad in de voetsporen van zijn vader en ontwikkelde zich inmiddels tot een debatvaardige en getalenteerde cultuurhistoricus.
| Tags |
|---|

Pieter Jan Verstraete (1956) is sinds 2019 als bibliothecaris met pensioen. Zijn hele leven al wijdt hij zich aan de geschiedschrijving van de Vlaamse beweging. In 2025 publiceerde hij een tweedelige biografie van de VNV-leider Staf de Clercq. Momenteel werkt hij aan een reeks biografieën van Europese collaborateurs (uitgeverij Aspekt).
Hendrik de Man ontwikkelde zich tot een van de meest veelzijdige en invloedrijke linkse denkers van de 20ste eeuw. Een sublieme biografie.
Nergens in Europa is het met de natuur slechter gesteld dan bij ons, klinkt het geregeld. Dat we ook het duurste natuurbeleid van Europa hebben wordt zedig verzwegen.











