JavaScript is required for this website to work.
Binnenland

De illusie van de besparingen – Waarom de EU België buist

Christian Floru26/11/2017Leestijd 4 minuten
Snoeien om te groeien?

Snoeien om te groeien?

België kreeg van de EU een buis voor zijn begroting. Terecht, oordeelt Christian Floru, besparing zijn in België niets anders dan een illusie.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

België werd gebuisd door de EU omdat het zijn begroting niet in orde brengt.

De laatste 10 jaar steeg het BBP, wat we met zijn allen samen produceren in dit land, van 344 naar 423 miljard. Dat is 23%, minus inflatie van 20%, komt men op een groei van 3% in 10 jaar, hetzij 0.3% per jaar. Over dezelfde periode steeg de bevolking van 10.625.000 naar 11.340.000, hetzij met 7%. Bijgevolg daalde het BBP per hoofd met 4% over de beschouwde periode.

Kleinere koek

De basis voor de inkomsten is dus niet groter geworden. Opmerkelijk is de maatschappelijke teneur over de ‘tegenvallende fiscale inkomsten’, dewelke zeker moeten veroorzaakt worden door bedrijfswagens, ontwijking, ontduiking, fiscale spitstechnologie en waarvan ‘de vermogens’ verdwenen in de Bermudadriehoek. Dagelijks lezen we wel een pleidooi voor een nieuwe belasting of belastingverhoging, hoewel de belastingen in dit land de hoogste ter wereld zijn. De koek is simpelweg niet groter geworden, maar kleiner.

In dezelfde periode (2007-2016) stegen de uitgaven van 48 naar 54% van het BNP, (van 170 naar 230 miljard). Een stijging met 12%. Het Europees gemiddelde is van 45 naar 47% van het BNP, een stijging met 4%. In onze buurlanden zien we eenzelfde stijging met 4%. De uitgaven zijn in ons land bijgevolg 8% van het BNP extra gestegen, hetzij 40 miljard per jaar bijkomend op het Europees gemiddelde. Alleen in Griekenland, waar men de lucht uit het BNP liet, steeg het overheidsbeslag meer. Zelfs in het Frankrijk van François Hollande steeg de verhouding ‘slechts’ 9%. .

Waar is het geld naartoe?

En waar is dat geld allemaal naartoe? Is er dan niet bespaard? Op het leger en zijn uitrusting, op infrastructuur en op intresten van de schuld is bespaard, dit laatste ironisch op kosten van de spaarders.

Met een staatsbeslag van 54% van 423 miljard belopen de uitgaven van alle overheden samen dus 230 miljard, per jaar. Het gros daarvan, meer dan 120 miljard, gaat naar de sociale zekerheid, waarvan meer dan 30 miljard naar gezondheidszorg. De kosten voor gezondheidszorg stegen sneller dan het BNP, maar dit is in overeenstemming met onze buurlanden. De stijging van deze kosten is structureel.

Anders is het gesteld met de inkomensvervangende uitkeringen waar de scheefgroeiingen tot een fenomenale ontsporing van de staatsfinanciën leiden. Voor al deze posten zijn de verschillen tussen de cijfers van de NBB en de Oeso of Eurostat opvallend. Volgens de Oeso besteedt ons land 14 miljard aan werkloosheid. Per hoofd van de bevolking, ongeveer het dubbele van onze buurlanden. Volgens de NBB wordt 8 miljard aan werkloosheid, loopbaanonderbreking en brugpensioenen besteed. Nu Griekenland de club verlaten heeft, blijft België als enig land ter wereld over waar werkloosheidssteun onbeperkt in de tijd uitgedeeld wordt. Aan kindergeld wordt 9 miljard besteed volgens de Oeso en 6 miljard volgens de NBB.

Volgens de Oeso gaat ruim 10 miljard naar uitkeringen voor zieken, volgens de NBB 8 miljard. Sinds 2006 verdubbelden de ziekte- of invaliditeitsuitkeringen. In andere Europese landen zien we dergelijke evolutie niet.

Pensioenen van 20 jaar

De grootste post in de sociale uitgaven zijn de pensioenen met ongeveer 45 miljard, deze stegen ruim 50%. De voornaamste reden hiervoor is dat we steeds ouder worden. Ontworpen in een tijd dat men dacht een pensioen gedurende 5 jaar uit te betalen, is dat thans meer dan 20 jaar geworden. De maandelijkse uitkeringen werden nooit aangepast. Gelijkgestelde periodes, dat zijn periodes waarvoor niets bijgedragen werd, leveren wel pensioenrechten op (behalve voor zelfstandigen). Nergens in Europa ligt de gemiddelde aanvangsleeftijd lager dan in België: 59 jaar. In geen enkel van onze buurlanden steeg het aantal gepensioneerden zo sterk als in België. Nochtans is het aantal 65+ z er globaal genomen niet anders gevolueerd.

De sociale uitgaven in ons land stegen afgelopen decennium met 45%, ruim 20% meer dan het BBP, of 20 miljard extra per jaar. In onze buurlanden stegen die uitgaven 30%, hetzij 15% sneller dan het BBP. Alle Westerse landen zijn min of meer in hetzelfde bedje ziek: uitkeren van pensioenen waarvoor onvoldoende bijgedragen werd, doordat de uitkeringen onvoldoende aangepast werden aan de gestegen levensduur ,hetgeen op te lossen is. In tegenstelling tot de vooruitgang in de medische sector, een zegen, waarbij kostenbeheersing uiterst moeilijk is. België springt eruit: alle posten in de sociale uitgaven stegen veel sneller dan elders en liggen op een hoger pijl dan onze buurlanden. Nochtans propageren verschillende organisaties al jaren dat we aan sociale afbraak doen, terwijl het wegsnijden van de Belgische anomaliën nog altijd een stevig en duurzamer sociaal net overeind zou kunnen houden.

Onderwijs en bedrijfssubsidies

In de overige overheidsuitgaven vallen bijvoorbeeld de stijging van de onderwijsuitgaven op (27 miljard). In nagenoeg alle Europese landen bleef de verhouding van de onderwijsuitgaven tot het BNP dezelfde. In België steeg die verhouding in 10 jaar met 20%. De uitgaven, in verhouding tot het BNP, zijn 30% hoger dan het Europees gemiddelde, onze buurlanden en Zwitserland.

De post ‘subsidies aan het bedrijfsleven’ vergt wel enige verduidelijking: dit betreft voornamelijk de lastenvermindering voor sociale bijdragen. Deze speciale statuten worden thans grotendeels opgeheven en vervangen door een algemene verlaging van de patronale bijdragen.

Besparingen binnen de overheid

Een ander punt, nauw gelieerd met de andere is de stijging van het aantal mensen op de loonlijst van de verschillende overheden. Alle overheden samen hebben meer dan 1.500.000 (NACEcijfers RSZ) mensen op de loonlijst: ongeveer 400.000 voor het bestuur, nog eens 400.000 voor onderwijs en 600.000 in gezondheidszorg. Dan is er nog cultuur, sport en overheidsbedrijven. Volgens Eurostat hebben onze overheden 850.000 mensen op de loonlijst. In onze buurlanden blijkt enkel Frankrijk een grotere loonlijst te hebben (berekend op 850.000). Met dergelijke discrepanties in aggregaten is een vergelijking met de buurlanden een studie op zich. Voor ons land is het duidelijk dat afgelopen decennium op het vlak van personeelsbestand globaal genomen niet structureel hervormd of bespaard werd. De loonlijst werd langer, wat er rekening houdende met de natuurlijke afvloeiing op wijst dat 400.000 mensen aangeworven werden.

De ‘buis’ van de EU is terecht. Besparingen zijn in ons land niets anders dan een illusie. Globaal genomen heeft ons land grotere uitgaven, dewelke bovendien veel sneller stegen dan in onze buurlanden. De groei per capita is onbestaande. De belastingsontvangsten stegen wel sneller dan het BBP. De vele belastingverhogingen en bijkomende belastingen leiden steevast tot minder ontvangsten -een fenomeen dat uitgelegd werd door Laffer- wanneer je te hoge belastingen heft, de hoogste van de Oeso.

Doorbraak publiceert graag en regelmatig artikels die door externe auteurs worden aangebracht. Deze auteurs schrijven uiteraard in eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid.

Commentaren en reacties