JavaScript is required for this website to work.
post

De kameel in de kamer

ColumnChris Janssens17/2/2015Leestijd 3 minuten

Durf een kameel een kameel te noemen. Chris Janssens over de islam en het gebrek aan discussie daarover.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

In het najaar van 2014 besliste het Vlaams Parlement hoorzittingen te organiseren over het toenemend islamitisch extremisme. Daartoe werd zelfs een speciale parlementaire commissie opgericht: de ‘Commissie voor de bestrijding van gewelddadige radicalisering’ (in de officiële benaming zoekt u tevergeefs naar een verwijzing naar de islam…). De beslissing om dit thema prominent in het parlement te bespreken, dateert van voor de gruwelijke aanslag op de cartoonisten en redacteurs van Charlie Hebdo. Dat is niet verwonderlijk: Vlaanderen staat aan de bedenkelijke top inzake het aantal moslimterroristen dat in het buitenland de jihad gaat strijden. Voor heel België zou het volgens officiële cijfers om zo’n 400 à 450 jongens én meisjes gaan. Zowaar een bonte verzameling ‘enkelingen’, een snel in omvang toenemende roedel ‘eenzame wolven’.

Inmiddels hebben vier hoorzittingen plaatsgevonden waarbij een twintigtal sprekers uit diverse beleidsdomeinen zijn gepasseerd. islamcritici mochten echter niet aan bod komen. De sprekers die het Vlaams Belang voorstelde – onder meer de eminente hoogleraar islamkunde Urbain Vermeulen – werden een voor een van tafel geveegd. De conclusie van de hoorzittingen – de self-fulfilling prophecy – moet en zal immers luiden dat het moslimterrorisme niets met de islam an sich te maken heeft. Intussen is het aantal islamcritici en humoristen/cartoonisten dat spot met de profeet en moet vrezen voor zijn leven, amper nog bij te houden.

Wie sommige sprekers aanhoorde, zou nochtans kunnen denken dat er een virus van ‘radicalisering’ door onze samenleving waart, waarvoor zowat iedereen die een religie – of zelfs een politieke strekking – aanhangt, vatbaar is. Gelukkig is dat niet het geval, tenzij u in uw omgeving weet heeft van radicaliserende en gewelddadige hindoes, boeddhisten, joden, katholieken, protestanten, sikhs …?!

De vraag moet dus gesteld worden hoe de jihadistische geestdrift in jonge moslims die in een relatief welvarende en uiterst gastvrije regio als Vlaanderen opgroeien, ontbrandt? Waarom laten zij zich meezuigen in islamitische haatpropaganda en nemen zij deel aan barbaarse shariapraktijken? Moslimextremist word je in elk geval niet zomaar. Het is een bewuste daad die inspiratie, toewijding en bewuste keuzes vergt. Inspiratie vinden de ‘moslimjongeren’ naar eigen zeggen in de Koran. Toegewijd is men aan de geloofsbroeders die wereldwijd het heft en helaas ook al te vaak het zwaard in eigen handen nemen. De jihadi’s trekken naar eigen zeggen ten strijde ‘uit liefde voor Allah’. In hun ogen is er een fundamentele oorlog gaande tussen het Westen en de islam. Indien het Westen daarvoor blind blijft, heeft het de strijd bij voorbaat verloren.

Niettemin was tijdens de voorbije hoorzittingen het aantal sprekers dat de oorzaak voor radicalisering veeleer zocht bij sociaaleconomische achterstand, racisme, discriminatie en dergelijke meer, in de meerderheid. Nochtans moeten ook zij de gruwelijke beelden gezien hebben van de onthoofdingen door jihadisten van Islamitische Staat. En dan stel ik hen de vraag: ‘Ga je je werkelijk aansluiten bij een organisatie die massaal hoofden van onschuldige burgers afhakt omdat je niet meteen een job vindt? Omdat je een discotheek niet mag betreden? Omdat een eigenaar zijn woning liever aan een Vlaming verhuurt?’

Het is pervers om de oorzaak voor het gewelddadig moslimextremisme te zoeken bij de samenleving, de zogenaamd discriminerende werkgevers of de vermeende negatieve beeldvorming over de islam en niet bij het individu dat verantwoordelijk is voor zijn eigen bewuste keuzes. Zo maak je van de daders slachtoffers. Zolang dat de heersende mentaliteit is, zal aan de kern van het probleem niets veranderen en zullen vele parlementen nog vele commissies ‘ter bestrijding van gewelddadige radicalisering’ mogen oprichten.

Het is tot slot mijn overtuiging dat niet (enkel) de zogenaamde deradicalisering van individuele moslims een beleidsprioriteit moet zijn, maar wel – en vooral – de de-islamisering van onze cultuur en samenleving. Dat het daarvoor hoog tijd is, blijkt overigens ook uit een onderzoek van het Berlijnse Centrum voor Sociale Wetenschap dat aantoonde dat 70% van de bevraagde moslims in België de regels van de Koran belangrijker vindt dan de hier geldende wetten (De Morgen, 11/02/2015). Dat mag geenszins verbazen, gezien de enorme fundamentalistische invloed van Saoedi-Arabië op de hier gevestigde, door salafisten gefinancierde en vaak zelfs door de Vlaamse regering erkende en door de overheid gesubsidieerde moskeeën.

Maar de islam ter discussie stellen, zelfs in het kader van moslimterrorisme, is voor de beleidsmakers ‘not done’. De kameel in de kamer mag niet genoemd worden. Met het probleem te ontkennen, zal het echter niet verdwijnen.


De auteur is Vlaams Parlementslid voor het Vlaams Belang en heeft een tweewekelijkse column op Doorbraak. 

Foto: © Reporters

Chris Janssens werd geboren in het jaar van het Egmontpact dat leidde tot de stichting van het Vlaams Blok. Sinds 2009 zetelt hij in het Vlaams Parlement, waar hij momenteel de Vlaams Belang-fractie voorzit. Hij is tevens partijbestuurslid van het Vlaams Belang en fractieleider in de Genkse gemeenteraad.

Commentaren en reacties