fbpx


Buitenland, Cultuur

Een getrokken kies

Dagboekaantekeningen (50)


Europese en Aziatische hoornaar

Maandag 5 juli Joy is in Washington zestig geworden; met enige schaamte herinner ik me hoe ik me – decennia geleden – bij een vrouw van die leeftijd een ouwe lappenpop voorstelde. Op de dag van ons vertrek werd het product van ons huwelijk drieëntwintig. Sindsdien zijn tien slaperige dagen verstreken: de verplichte quarantaine na onze reis. De NHS belde: een verlegen meisje las de bekende regels voor en we beantwoordden haar vragen: naam, geboortedatum, lichaamstemperatuur; het protocol werd dagelijks…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Maandag 5 juli

Joy is in Washington zestig geworden; met enige schaamte herinner ik me hoe ik me – decennia geleden – bij een vrouw van die leeftijd een ouwe lappenpop voorstelde. Op de dag van ons vertrek werd het product van ons huwelijk drieëntwintig.
Sindsdien zijn tien slaperige dagen verstreken: de verplichte quarantaine na onze reis. De NHS belde: een verlegen meisje las de bekende regels voor en we beantwoordden haar vragen: naam, geboortedatum, lichaamstemperatuur; het protocol werd dagelijks herhaald: in de mond van een noorderling veranderde de tekst in een aanklacht, in de mond van een cockney in een dijenkletser.
Op de televisie voetbalde Europa.
Ik las tussen de wedstrijden door Fernando Pessoa.
In de tuin tingelden de kelkjes van het vingerhoedskruid en kon ik als niet-covidpatiënt de rozen ruiken.
Engeland versloeg enkele landen.
Het tot heteroniemen versplinterde ik van Pessoa verveelde me: hij wilde van zijn ik af, maar al die schuilnamen hadden alleen maar meer ik voortgebracht, je zag dat magere mannetje achter elk gedicht schuilen als vier tante Sidonia’s achter dezelfde straatlantaarn. Hoe kon je niet samenvallen met je werk en je in dat werk toch als individu uitspreken? (Ik los dit conflict op door een dagboek te schrijven dat niet over mij gaat.)
De NHS vermomde zich achtereenvolgens als Aziaat, Glaswegian, Jamaicaan, huismoeder uit de Midlands, en nog een paar onverstaanbare anderen. Het voordeel van een wereldrijk is dat je taal door de halve wereld wordt gesproken. Het nadeel van een wereldrijk is dat je taal door de halve wereld wordt gesproken.
Ik bestudeerde de mussen, de mezen en de distelvinken die ondersteboven hingen te souperen aan onze uit metaaldraad geweven restaurantjes. Mijn eigen leven – voetbal, thee, andermans ikken, andermans tongval, meer thee – was even klein als dat van die vogels, ingedikt, gecomprimeerd, samengeperst door die vermaledijde quarantaine… ik klampte me vast aan de tv, een gedicht, een theekopje als een vogeltje aan een voedersilo.
‘Ik heet zo, ik ben inderdaad geboren, u hoeft het echt niet allemaal voor te lezen.’
‘Dat is helaas verplicht.’
‘Vindt u het erg als ik intussen iets anders doe?’
Ik gooide de telefoon op de sofa en keerde terug naar het gekreukte literaire supplement van de krant van twee weken geleden, waarin ik las dat de familie van Jane Austen in de slavenhandel betrokken was, wat me geen relevantie voor haar werk leek te hebben. Wat ging er in die Londense hoofden toch om? In Oost-Duitse literatuurgeschiedenissen werd Cicero steevast als de ‘slavendrijver’ opgevoerd… Recensenten! Ze boezemden me evenveel weerzin in als de juffrouw in de broodjeswinkel in Hastings onlangs, die de kaas en de garnering uit de koeltoonbank viste, dezelfde kaas en garnering waarvan andere klanten aten, waarbij haar handen in dezelfde vettig geworden chirurgische handschoenen waren gestoken…
Ik pakte de telefoon op en luisterde, maar de NHS zweeg.
’s Avonds streelde ik de lappen waaruit Joy niet bestond.

Woensdag

De tandarts vond een tijd geleden dat ik een zieke kies maar beter kon laten trekken (de eerste molaar, nr. 36). Maar dat deed ze niet zelf, daarvoor was er een collega in Tonbridge die ze aanbeval. Vandaag is het zover. De specialist is jong en wanneer hij in het schelle licht met zijn almaar monsterlijker naald dichterbij komt, wordt hij nog veel jonger – moet ik nu werkelijk een kind die reusachtige naald in mijn tandvlees laten steken? Na een paar minuten vraagt hij of ik ‘nice and numb’ ben – ik probeer ‘a charming alliteration’ terug te zeggen, maar voor de uitspraak van die woorden heb ik onverdoofd tandvlees nodig.
Hij trekt de kies in vier brokken, propt gaas in het gat en knikt tevreden. Voor de grap had ik mijn kies aan Joy willen geven – ‘Mijn hart had je al!’ – maar de gevierendeelde molaar is in de pedaalemmer verdwenen. Vier stukjes van mijzelf: mijn al eerder beschreven herinneringen aan de animistische fase in mijn kindertijd, toen ik een tijdlang haarlokken en nagelmaantjes in een sigarenschatkistje bewaarde omdat ik een atavistische vrees koesterde mijzelf langzaam kwijt te raken, zoals John Donne in zijn beroemde Meditation XVII – over de mens die geen eiland is – zegt dat de dood van een ander mens je vermindert (maar hier betrof het dus onderdelen van mijzelf)… die herinneringen werden door de tang van de jeugdige tandarts geactiveerd, en ik zag mijzelf in die pedaalemmer liggen als afval dat vier heteroniemen behoefde.
Tot hier mijn bezoek aan ‘The Great Extractor’, zoals Joy hem noemde.

’s Avonds (whisky tegen de pijn)

Onderweg naar huis kwelde mij de gedachte dat ik van mijn zwaar geplombeerde kies geen afscheid had genomen. Was het niet denkbaar dat geamputeerde stukken mens, een been bijvoorbeeld, kwam spoken? Een afgesneden been was dood en als je geloofde dat doden konden komen spoken, waarom dan zo’n been niet? Of die kies? Een kies is heel wat kleiner dan een been, maar evengoed een stuk van de mens die hem af moet staan…
Een ingewikkelde verkeerssituatie onderbrak mijn gepeins, maar thuis brengt de whisky – strikt medicinale whisky – mijn bewustzijnsstroom weer op gang. Natuurlijk, ik ken de door Freud verdedigde stelling dat het ritueel een gesublimeerde dwangneurose is; maar wat is dan het spook? Een onverwerkte rest voorouderverering, die zich manifesteert als rook? Of ben ik gewoon van lotje getikt? Een ik zonder kiespijn denkt: de onzin in mij is het geknetter van de kortsluiting wanneer het artistieke en het neurotische elkaar raken.

Zaterdag 10 juli

Gary en Duncan nemen ons mee naar een concert in een voormalig nonnenklooster aan de kust. Een enorm complex, refters, slaapzalen, een kerk natuurlijk, alles gebouwd rond 1860 (toen het rooms-katholicisme weer getolereerd werd), een enigszins zwakzinnige nabootsing van een of andere grotendeels verzonnen ‘Italiaanse’ stijl… rooms! Roomsheid omringd door grasvelden, waar onder de loofbomen de liefhebbers van Bachs Goldbergvariaties achter een glas zitten te wachten tot de kerk opengaat.
De kerk gaat open. Er wordt een bewerking van de Goldbergvariaties voor een trio van strijkers gespeeld. De cello bromt, de violen vibreren, alles verloopt zoals het hoort, maar wat is dat gepiep, ben ik nu de enige die dat gepiep hoort? Het is die goedkope plastic stoel daar, naast een kerkbank neergezet, en de mevrouw op die stoel zit op de maat mee te wiegen, en de stoel piept zacht, heel zacht, en ik, geluidsneuroot, ben de enige die hoort hoe dat zachte gepiep Bach verpest…
Maar de verpeste Bach is niet alles. We komen thuis. Uit de tuin van de nieuwe buurman klinkt niet voor het eerst muziek. De buurman heet Mark en hoort niet thuis in Brede, waar uitsluitend bedaagde mensen wonen, die in een koor zingen en lid zijn van de National Trust. Deze Mark houdt van een lekkere beat en is geschapen om als pikbroek op een oorlogsbodem ergens ver weg te sneuvelen voor de Koningin, maar de tijden en zeden zitten niet mee. We kloppen niet voor het eerst op zijn tuinpoort. Hij komt te voorschijn, dronken, agressief, luider dan zijn muziek, een parodie: de Engelse taal dient in zijn geval om het woord fuck van enige context te voorzien. Ik overweeg mijn bril aan Joy te geven, maar bedenk dat hij de ontbloting van mijn gezicht als een uitnodiging om te slaan zou kunnen interpreteren. Maar hij is kleiner dan ik en niet bijzonder gespierd en ik heb in Brussel nog als barman gewerkt…
Enfin, wat zou ik u vervelen met de details van deze veldslag. Joy gedroeg zich heldhaftig: ‘Sla mij dan, als je durft!’ De kroegbaas – die de pub net aan het sluiten was – amuseerde ons met zijn oorlogskreet: ‘You wanna hit two pensioners?’ Zijn serveerster belde de politie, die buurman Mark bestraffend kwam toespreken; hij knarste een verontschuldiging.
Thuis feliciteerde ik mijn Jeanne d’Arc met haar moed; in bed lag ik vervolgens plannen te smeden om bij toekomstige geluidsoverlast in onze tuin opera te spelen.

Zondag

Joy die me in de kerk aanstoot: het is vandaag Anna’s vijfde verjaardag op het kerkhof. We steken onze kaarsjes aan; zwak flakkeren de vlammetjes. Ik kniel – ik kniel voor het ontzettende Al en maak het gebaar dat mij in vier stukken verdeelt. (Wat zou Anna gisteren tegen die Mark hebben gezegd? ‘Als je aan papa komt, krab ik je ogen uit’?)

’s Avonds

Engeland mist drie strafschoppen tegen Italië en verliest de finale. Na die theologische keukenmeidenroman van Dostojevski en de versplinterde Pessoa zit ik A Room With a View van E.M. Forster te lezen. U zult onmiddellijk begrijpen waarom ik deze twee vormen van vermaak achter elkaar vermeld: op pagina 116 zegt de fat Cecil tegen de heldin van het verhaal dat hij niet in het openbaar tennist en dat het dorp dus verstoken blijft van de romantiek ‘of me being athletic’. Cecils romantiek, verklaart hij, is die van de met Italië dwepende Engelsman: ‘Inglese Italianato è un diavolo incarnato.’
Cecil is Forsters antiheld. Hij leest boeken, denkt feodaal en draagt een gouden pince-nez. Fat. Dandy. Snob. Allesbehalve diabolisch, maar zo onsympathiek dat ik sympathie voor hem voel. Hij weet niet dat hij homoseksueel is; Forster weet dat ook niet.

Maandag 12 juli

Mij thuis voelen in Engeland, ook als het verliest, juist als het verliest…
Een van mijn schaarse geloofsartikelen is dit: je moet een provinciaal zijn om het tot kosmopoliet te schoppen; je moet een ergens hebben om tot een groter ergens te kunnen behoren. Ook dat grotere Ergens is beperkt. In mijn geval heet het dus Europa – ik kan het nog enigszins halfhartig uitbreiden tot Amerika, het vaderland van Joy, maar in Washington DC voelde ik me – het was geen nieuw gevoel – zo Europees als een Frans drekgedicht of een fles pruimenbrandewijn uit de Balkan (deze reeks mag u zelf uitbreiden).
Maar op welke plek verdicht zich dat allemaal tot baksteen, gras, uitzicht, waar openbaart de geest zich in de geografie?
Nooit meer in het dorp van mijn kinderjaren, nooit meer in het concrete dorp Rozendaal. O, ik heb het in mijn volwassen leven vaak genoeg bezocht. Het blijft heuvelachtig, bosrijk, arcadisch, postfeodaal… Maar die bezoeken aan mijn kindertijd hebben me er alleen maar op gewezen dat ik, opgegroeid in die oude romantische steenklomp van een pastorie, mijn hele volwassen leven heb gezocht naar een bewoonbaar alternatief.
Misschien dat ik dat alternatief hier in Sussex gevonden heb, te midden van de kalmerend om mij heen verrijzende muren van John & Mary West House. Misschien is dit stuk zeventiende eeuw, in een Engels dorp dat langs een of andere wonderbaarlijke natuurkundige kromme in mijn kinderjaren is blijven liggen, inderdaad de best mogelijke imitatie van mijn pastorie…

Donderdag 15 juni

Door de serre vliegt een kleine bommenwerper, een cyclopisch insect, een wesp maar dan twee keer zo groot als een burgerlijke wesp… Wat stond er ook alweer in de krant over een Aziatische hoornaar? Ik vind geen vliegenmepper, geen luchtafweergeschut – dan maar de pacifistische jampot. Wanneer ik hem gevangen heb, vergelijk ik de vijand met de afbeeldingen die ik mijn computer vind: grotendeels zwart, oranje kop, de gebruikelijke segmenten, smalle gele band vooraan, brede oranje band achteraan… Ik twijfel – een rijzende zon zou handig zijn.
Ik voltrek de executie in de wc-pot, een onaangenaam karweitje met antropomorfe associaties. Soms verbeeld ik me dat ik zonder de minste gewetensnood Himmler of Goebbels overhoop zou hebben geschoten; en wat te denken van buurman Mark, wiens schedel op de stoep brak toen ik hem zo hard mogelijk op zijn neus stompte, wat ik daarom niet deed…? Ik staar naar het water, in de kolking waarvan de hoornaar de onderwereld wordt ingezogen.

Later (avondzon)

In de tuin wuiven de margrieten en wordt mijn hoornaar niet gemist.

Zaterdag 17 juni

Op straat in Lausanne hoorde Peter achter zich een vrouwenstem: ‘Weet u dat u een erg knappe man bent?’ De très bel homme draaide zich om en antwoordde: ‘U vergist zich, mevrouw.’
‘En toen?’
‘Toen niks.’
‘Was ze mooi?’
‘Heel aantrekkelijk. Een vrouw van een jaar of vijftig. Maar ik ga toch niet middn in Lausann..’
‘J bnt gk,’ zg ik vrindlijk. Ik drntl door mijn wrkkamr n zi opns n vrlicht virkantje op ht totsnbord van d laptop. ‘Wacht vn, ik bn n lttr kwijt…’

[ARForms id=103]

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.