fbpx


Literatuur, Mijmering

God, mens, dier

Dagboekaantekeningen (22)


god mens dier

Vrijdag 15 mei (zon) Sinds de Magna Charta heeft de tweevoeter in Engeland het recht voetpaden te gebruiken die over landgoederen en boerenerven leiden, door tuinen, door groen, groen knollenland en de openbare ruinte die de gesublimeerde status van ‘land van de Koningin’ geniet — alles bij elkaar is dat ongeveer 140.000 mijl, bij benadering een half miljard stappen. Sommige van die paden zijn al in het stenen tijdperk uitgesleten geraakt, door naakte voeten, schoenen gemaakt van berkenbast, dierenhuid, een…

Plus artikel - gratis maandabonnement

U heeft een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U heeft reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement



Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.







Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder je email adres en je naam en we maken een nieuw wachtwoord (als je een account hebt) of we maken automatisch een account aan.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Vrijdag 15 mei (zon)

Sinds de Magna Charta heeft de tweevoeter in Engeland het recht voetpaden te gebruiken die over landgoederen en boerenerven leiden, door tuinen, door groen, groen knollenland en de openbare ruinte die de gesublimeerde status van ‘land van de Koningin’ geniet — alles bij elkaar is dat ongeveer 140.000 mijl, bij benadering een half miljard stappen. Sommige van die paden zijn al in het stenen tijdperk uitgesleten geraakt, door naakte voeten, schoenen gemaakt van berkenbast, dierenhuid, een onafzienbare stoet van meso- en neolithische wezens, de onvoorstelbare voorouders van deze of gene buur; en de boerderijen, tuinen en landgoederen zijn duizenden jaren later delen van die paden gaan incorporeren, terwijl ze tegelijkertijd nieuwe noodzakelijk maakten.

Joy gelooft in de regel van tienduizend stappen per dag en raadpleegt na iedere wandeling haar telefoon. Als zij en ik morgen aan een wandeling rond heel Engeland begonnen, met inachtneming van dat geloofsartikel, dan waren we omstreeks het jaar 2170 weer thuis in Brede.

Maar op de wandeling van vandaag komen we niet verder dan het veld achter Brede Place, dat rechts van ons uitzicht biedt op de vallei, maar voor ons afgesloten wordt door een heuvel met één wit paard, dat verstijfd tegen de flank lijkt te hangen, alsof het gras is weggesneden en we een paardvormig stuk kalkgrond zien, een openluchtkunstwerk zoals je dat elders in Engeland aantreft.

‘Wat een raar paard,’ zegt Joy.
‘Het graast zijn schaduw,’ zeg ik.

Poëzie, zegt u? Dat zegt u alleen maar omdat het iets vaag romantisch heeft, zoals de vallei, het bewustzijn van de Steentijd, het blonde haar van mijn vrouw, dat net een halve seconde wordt opgetild door een lauwe zuidenwind, die zich een weg baant door de tunnel van de vallei.

We volgen de honden, ze kauwen op de moerasplanten die hier groeien dankzij de overstromingen van het riviertje. Om een of andere reden liggen er overal botten en schedels, das, vos, ooi, een kraaienschedel met de snavel nog intact; en ook de wervelkolom van een schaap, soepel nog, alle onderdelen in elkaar klikkend, als geprepareerd voor een biologieklas…

Waarom dit knekelveld hier, dorre beenderen in een dal dat van een groenblauw is zoals enkel uit regen en Engeland gemaakt kan worden? Omdat er ook een arcadische dood bestaat?

Zaterdag (meer zon)

Een bevriend schrijver, in wiens tekst ik twee woorden had veranderd, reageert aldus: ‘Ik begrijp nu ook beter wat ik bedoelde te zeggen.’
Dat is een uitspraak die enkel van een schrijver kan komen.

‘Taal dient om te communiceren’: de meeste mensen zagen die gemeenplaats nog een beetje verder af, zonder ooit te begrijpen dat de taal ook dient om tot de schepping bij te dragen en met jezelf te communiceren.
Ik zeg hem dat.

Hij antwoordt: ‘Als ik kijk wat ik graag lees, brieven van Joseph de Maistre over zaken waar ik niets van afweet, aan mensen die ik niet ken, of het geschrijf van kardinaal Retz, over intriges waar ik evenmin iets van afwist voor ik hem las, of de beschrijving van schilderijententoonstellingen in Rome of elders in Italië (Stendhal)… of in Parijs (Heine)… wat kan mij dat eigenlijk allemaal schelen, en waarom lees ik nooit eens een stichtende roman van Hertmans…?
Soms denk ik dat ik cynisch ben (dat ben ik ook, zullen sommigen zeggen) en dat inhouden me niet echt interesseren, en dat de vorm, de allure, de stijl, de taalbeheersing, ja wat eigenlijk?… mij altijd weer dwingen om bepaalde mensen te lezen.
Om je maar te zeggen wat mijn avond kan goedmaken: als Stendhal schrijft aan Sainte-Beuve dat Italiaanse galeiboeven alles verkiezen boven de dood, want “La galère où l’on vit fort gaiement n’est rien ; la peine de mort les effraye excessivement, car ils croient fermement en la Madone, et en Dieu par amour pour la Madone, comme son beau-frère.”
Dat God ook de schoonbroer is van Maria, en niet enkel haar zoon, daar had ik nog niet aan gedacht.’

God als broer van de Heilige Geest en zwager van Maria… die trinitaire kwinkslag is aan mij wel besteed. Een rijk vak, theologie, mits je er wat Franse scepsis en esprit doorheen mengt.

Bij een stichtend glas wijn

We correspondeerden verder over de doodstraf.
Uit zijn snoepwinkel vol citaten kreeg ik dit zuurtje op de tong gelegd: ‘Voor een mooie onthoofding moet je bij Stendhal zijn, die als jongen in Grenoble er een bijwoonde. (De onthoofding van Louis XVI in Parijs later keurde hij goed, want hij was een republikein, op algemene gronden dus)…’

Ik moest aan Papillon denken, die naar een strafkamp in Frans Guyana wordt gestuurd, waar ook een guillotine staat. Op iets te jeugdige leeftijd heb ik de film gezien, inclusief het wanhopige gestribbel van de gevangene die naar het tuig wordt gesleept – de beelden van die onechte onthoofding zijn blijven spoken alsof er een echte was gefilmd.

Veertig jaar geleden heb ik op de Brusselse sinksenfoor bij het Zuidstation een rariteitenkabinet bezocht, waar ze een rond 1900 legaal afgesneden hoofd op sterk water bewaarden. Het leek me authentiek. De gestrafte misdadiger kneep een eeuw na zijn onthalzing nog steeds de ogen dicht.

De doodstraf… de bijl valt zoals de uil omlaagzweeft om de muis van de aarde te graaien; maar de muis wist van niets en de uil valt niet: dat doden heeft een macabere schoonheid. Het vooraf weten is de werkelijke straf (zie ook Camus) en de guillotine, de galg, de elektrische stoel zijn enkel afstotelijk. Ze belagen mijn bewustzijn als grote duistere gedichten.

17 mei (nog meer zon)

De bewonderaars van De toverberg en A la recherche du temps perdu doen gewoonlijk alsof hun gelijk objectief is. Maar in de kunst heb je niets aan objectiviteit, de volzin is niet zoiets als de platina meter in Parijs. Ik, en niet een of ander instituut, slaag er niet in dat zwoegende, humorloze proza te lezen… het is allemaal ongetwijfeld briljant en belangwekkend, maar ik lepel lusteloos van die pap.

Sowieso vind ik lezen moeilijk: schrijver zijnde zit ik vrijwel altijd te zuchten: de naald van mijn lectuur oscilleert tussen ‘geniaal en bijgevolg onuitstaanbaar’ en ‘beslist minder goed dan wat ik zelf doe, dus tijdverkwisting’. Bij de modernisten verveel ik me meestal, omdat het geniale me verveelt. Ik houd ook niet echt van Bach (behalve de cantates): het is te subliem mathematisch verheven bovenmenselijk platonisch et cetera enzovoorts en dat alles zonder komma’s. Ik ben te aards voor die zaken, geef mij maar Purcell en zijn dansende boeren, geef mij maar de ironie en weemoed van de realist Joseph Roth, een tijdgenoot van die modernistische monumenten, maar behalve schrijver ook journalist en in die laatste functie toch weer schrijver.

Volgt u me, of hoort u enkel vloeken weerschallen in de kathedraal waar u de eredienst pleegt bij te wonen? Ik neem u niet op de hak – het is mijn gebrekkige susceptibiliteit!

Later

Laten u en ik het eens hebben over de verburgerlijking van de ouwe avantgarde van het modernisme. Echt vrije seks vind ik prima, maar het dogma heeft geresulteerd in ongelukkige kinderen; al mijn respect voor oprechte verachting van de kerk, maar het dogma is uitgemond in uitgebluste geesten; lang leve de gedurfde, vernieuwende kunst, de koppen van Picasso en de typografie van Apollinaire, maar het dogma is gestrand in het onopgemaakte bed van Tracey Emin en de wartaal van miljoenen onbegrijpelijke gedichten…
Bah, jij conformistische goegemeente met je collectieve orthodoxie!

Nog later

Achter de ezel van Otto Dix zit Luc Tuymans foto’s na te schilderen; aan het bureau van Bertolt Brecht zint Tonnus Oosterhoff op een gebrek aan samenhang.

Welke hedendaagse kunst waardeer ik dan wel, vraagt u?
Tussen het modernisme en het postmodernisme hangt een bergwand, waarlangs eenzame Sisyphussen hun kunst als het ware achterwaarts omhoogrollen. Een componist als Simeon ten Holt, een beeldend kunstenares als Marlene Dumas, een dichter als Huub Beurskens… wanneer het rotsblok hun ontglipt, verplettert het mij!

Waar is mijn horloge?

Lezer: ‘Meneer, u spreekt zichzelf om de haverklap tegen!’
Ik: ‘Drinkt u iets van me?’

Dinsdag 19 mei

Ik volgde een van de ontelbare paden door de velden van Sussex en mijn oog streek over de voren die de boer onlangs had geploegd en ik bewonderde de abrupte curven aan de uiteinden van het veld (in de lengterichting), en omdat cultuur begint met landbouw dacht ik aan een weetje uit de oude doos: zo’n wending heet versus in het Latijn, hoewel het eigenlijk een enjambement is: de volgende voor is de versregel.

‘s Avonds

Als kind bootste ik de klanken en de woordenschat van mijn ouders na, wat in de Saksische oren van mijn klasgenoten erg bekakt klonk. In mijn Vlaamse jaren zou het niet anders zijn.
Krijg je het stempel anders eenmaal opgedrukt, dan blijf je de rest van je leven met een leprozenratel zwaaien.

Woensdag 20 mei

Er is een nieuwe vertaling van Radetzkymars van Joseph Roth verschenen. Els Snick is de vertaalster en zij zegt in een interview: ‘Roth besteedde enorm veel zorg aan details. De kledij en gebruiken van toen, de manier waarop buffetten werden verzorgd, het kapsel van kranten lezende heren in de koffiehuizen: Roth heeft het allemaal minutieus beschreven. Dat maakt van zijn boeken echte tijdsdocumenten. Het is niet eenvoudig om zo’n archaïsch tijdsbeeld te vatten in een vlotte, hedendaagse Nederlandse taal. Woorden als chambrees voor een soldatenkamer, bijvoorbeeld, kun je nu nog moeilijk gebruiken zonder de lezer te vervreemden van het boek.’

Niets tegen de vertaling van Frau Snick, die ik nog niet gezien heb, maar de bestaande vertaling bevalt me. Ik wil juist woorden als chambree, zodat ik die kan opzoeken, alvorens in gemijmer over het oude Europa te verzinken. Het is een droevig genot deze Roth te lezen, niet alleen om de mogelijke actualiteit van zijn linkse conservatisme, maar eerst en vooral om zijn onhedendaagsheid, om de naglans van die dode wereld in zijn boeken.

Hemelvaartsdag

Stendhal over een moderne (dus negentiende-eeuwse) kerk: ‘Ik voel me nog niet geleerd genoeg om het lelijke te beminnen, om in een zuil enkel de gedachte te zien, waarvan ik blijk kan geven door erover te kletsen.’
Als kunst ons zonder geklets niet kan overweldigen, is alles al bij voorbaat naar de vaantjes.

Op deze gedachte hef ik het glas. Ook op Jezus die naar Vader is vertrokken, wat dat ook precies moge betekenen. Hoe langer je je met het oneindige bezighoudt, hoe oneindiger het is – je zult je moeten laten overweldigen.
‘Verlos ons van onze fobie!’ zingt het orthodoxe koor van de hedendaagsheid

Vrijdag 22 mei

Terwijl ik televisie zit te kijken, is Sammie over de rugleuning van de bank naar me toe gekropen; en nu drapeert ze zich rond mijn nek als een vosje. Mijn moeder bezat zo’n gedateerd vosje, dat ze in de jaren vijftig nog placht te dragen bij gelegenheden die champagne impliceerden, toen een zeldzaamheid. Als kind mocht ik er mee spelen, of misschien niet, maar ik speelde ermee. Roodbruin, klein, stoffig, mottig, bek met gele tandjes, zwarte kraaltjes als ogen, dit huisdier fascineerde me mateloos – en nu is een warm, levend teefje van twee in mijn moeders vestimentaire ornament veranderd en likt mijn oor.

Zaterdag 23 mei

Wandeling met Gary en Duncan.
Hoeveel mijl van die 140.000 zou ik sinds het begin van de coronacrisis hebben afgelegd? Een paar honderd? Vergeleken met de wandelingen van William Wordsworth stellen mijn inspanningen niets voor, nog gezwegen van het feit dat mijn eigen eenwording met de natuur anders dan de zijne niet per se tot bevlogenheid leidt…
Volgens zijn bewonderaar Thomas de Quincey had mijn hooggeachte collega onsierlijke benen, wat bij het wandelen geen bezwaar was, maar helaas moest hij ook regelmatig verschijnen op soirées in Grasmere en omgeving; een dame aldaar zou tersluiks hebben opgemerkt hoe jammer het was dat hij niet over een extra paar voor sociale gelegenheden beschikte.

De Quincey heeft op grond van betrouwbare gegevens berekend dat Wordsworth met deze zelfde benen een afstand van tussen de 175.000 en 180.000 mijl moet hebben afgelegd (ik haal dit uit het nawoord van Anneke Brassinga bij Jan Kuijpers vertaling van The Prelude, een voortreffelijk boek).

The Prelude, zeg je?’ zegt Duncan. ‘Oh there is blessing in this gentle breeze…’
‘That blows from the green fields and from the clouds,’ zegt Gary.

Maandag 25 mei

Een Belgische studente heeft vanuit Peru een kat mee naar huis gesmokkeld. Die kat zou aan rabiës kunnen lijden (die ziekte is dodelijk voor de mens) en moet daarom worden afgemaakt. Dat is verdrietig, maar het betreft een kat, dus gelieve niet te zeiken.

Dat is buiten de moraalwetenschap gerekend. Iemand die deze tak van wetenschap in Gent heeft gestudeerd, en nu in Oostenrijk doctoreert in de filosofie, argumenteert in het krantje dat ‘ook niet-menselijke dieren’ pijn en plezier ervaren, wat beslist waar is en wie zou zo wreed zijn een hulpeloos op zijn rug spartelend kevertje niet op zijn pootjes te helpen? Leve de antropomorfie!
Maar de belangen van de kat ‘krijgen niet het gewicht dat ze verdienen, wat het dier slachtoffer maakt van speciesisme: iemand uitsluiten op basis van de soort of species waartoe hij/zij behoort,’ volgens de auteur.

Dit soort sentimentele gezwets is zijn eigen satire. De zeven miljoen Engelse katten vormen een ernstige bedreiging van het zangvogelbestand – wat vindt de moraalwetenschap daarvan? Ik zal u zeggen wat ik ervan vind: als een van mijn eigen honden een dergelijke bedreiging vormde, zou hij gedood moeten worden, en bij zijn executie zal ik alle aan mijn menselijkheid verschuldigde tranen storten. Want ik ben een mens, een niet-dierlijk mens. En de mens is biologisch gesproken een dier, maar vormt cultureel, historisch, taalkundig, emotioneel, religieus, kunstzinnig en bovenal moreel een volstrekt eigen soort. Hij kan lachen om zichzelf.

En als er nu een neanderthaler bij me aanklopte en het risico van hondsdolheid meebracht? Een voorouder uit de Steentijd? Stop!

Benno Barnard

Benno Barnard is een schrijver die meent dat het heden gewoonlijk ongelijk heeft.