Het Heilig Land mag geen christelijk Disneyland worden
De stille verdrijving van de levende Kerk uit Israël

Een beeld van Jeruzalem, het epicentrum van Israël.
foto © Unsplash
Aangeboden door de abonnees van Doorbraak
Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Neem zelf ook een abonnement en lees alle plus-artikelen én ons driemaandelijks magazine.
Ik neem ook een abonnementDe christelijke aanwezigheid in Israël, die al meer dan tweeduizend jaar onafgebroken standhoudt, staat onder druk. Incidentele pesterijen zijn uitgegroeid tot structureel geweld, intimidatie en economische verstikking. De lokale gelovigen vrezen dat de regio zal veranderen in een religieus themapark met monumenten en historisch belangrijke kerken, maar zonder ziel.
De beelden, gefilmd door een bewakingscamera, van de brute aanval op een 48-jarige Franse zuster op 28 april 2026 in Jeruzalem gingen al snel viraal. De zuster werd tegen de grond geduwd en herhaaldelijk geschopt door een 36-jarige Joodse extremist. De christelijke gemeenschap was niet verrast door dit geweld. Voor de ongeveer 180.000 christenen in Israël en de 10.000 in Oost-Jeruzalem is intolerantie een onderdeel van het dagelijkse leven geworden.
De benedictijn Nikodemus Schnabel is verantwoordelijk voor de kloosters bij het Cenakel, traditioneel geassocieerd met het Laatste Avondmaal, Pinksteren en Tabgha (aan de Zee van Galilea, waar Christus zou zijn verschenen). Hij sprak over zijn angst met de hulporganisatie Kerk in Nood. ‘Mijn vrees is dat het Heilig Land een soort christelijk “Disneyland” zou kunnen worden’, zei hij. Een scenario waarin de heilige plaatsen keurig onderhouden blijven, bemand door een handvol monniken en priesters voor de toeristen, maar waar geen christelijke gezinnen meer wonen, geen jongeren opgroeien en het normale christelijke leven volledig is verdwenen.
Een ‘dagelijkse routine’ van haat
Het Rossing Center for Education and Dialogue registreerde in 2025 maar liefst 113 aanvallen op individuen en kerkelijke eigendommen in Israël en Oost-Jeruzalem. Daarbij zaten 61 gevallen van fysieke mishandeling. Voor het eerste kwartaal van 2026 meldt het Religious Freedom Data Center 44 incidenten: van spugen tot het bekladden van kerkgebouwen. De cijfers zouden een sterke onderschatting zijn.
Veel incidenten — denk aan verbale agressie en vandalisme — worden niet meer gemeld omdat gelovigen vrezen voor hun verblijfsvergunning
Priester Olivier Catel vertelt in The Times of Israel dat toen hij ruim tien jaar geleden in Jeruzalem arriveerde, het bespuwen van geestelijken nog een zeldzaamheid was die hooguit eenmaal per jaar voorkwam. ‘Vandaag de dag is het een dagelijkse gebeurtenis geworden’, klinkt het.
Sami El-Yousef, de algemeen directeur van het Latijns Patriarchaat van Jeruzalem, benadrukt in het katholieke nieuwsmedium Crux dat de situatie verergert door de passiviteit van de Israëlische autoriteiten. Veel incidenten — denk aan verbale agressie en vandalisme — worden niet meer gemeld omdat gelovigen vrezen voor hun verblijfsvergunning of geen enkele hoop hebben op een eerlijke afhandeling door de politie.
De rol van politieke verschuivingen
De verschuiving in het Israëlische politieke klimaat is een belangrijke katalysator voor de vijandigheid tegen christenen. Onder de huidige regering van premier Benjamin Netanyahu spelen extreme stemmen, die vroeger in de marge van de samenleving werden gehouden, een centrale rol in regering. Hana Bendcowsky, programmadirecteur bij het Jerusalem Center for Jewish-Christian Relations, merkt op dat de daders zich tegenwoordig ‘vrijer voelen om christenen lastig te vallen’ omdat ze minder bang zijn voor internationale sancties of een veroordeling.
Die verandering in de maatschappelijke sfeer wordt gevoed door een ‘suprematistische’ retoriek, soms tot in de hoogste kringen van de overheid. Er zijn gelukkig ook tegenstemmen. Meni Even-Israel, directeur van het Steinsaltz Center, noemt in een opiniestuk in The Jerusalem Post het geweld tegen christenen een ‘chillul hashem’, een ontheiliging van de naam van God. Volgens hem staat stilzwijgen gelijk aan medeplichtigheid. ‘Een soldaat van Israël die een heilig beeld verbrijzelt… Hij verdedigt de Thora niet. Hij ontheiligt haar’, schrijft Even-Israel. Hij verwijst naar een incident in Zuid-Libanon waarbij een Israëlische soldaat gefilmd werd terwijl hij met een moker een standbeeld van Jezus vernielde.
Een gemeenschap onder druk
De christelijke gemeenschap in Israël en de Palestijnse gebieden is extra kwetsbaar omdat ze geen eenheid is, zegt Schnabel. Hij deelt de gemeenschap op in drie groepen. De eerste groep bestaat uit de Arabischsprekende Palestijnse christenen die al millennia in het land geworteld zijn, maar te maken hebben met strenge bewegingsbeperkingen en een gebrek aan politieke rechten.
De derde en ook de grootste groep wordt gevormd door de meer dan 100.000 migranten en asielzoekers
De tweede groep bestaat uit Hebreeuwssprekende katholieken, een kleine maar groeiende gemeenschap die probeert een brug te slaan tussen haar Israëlische identiteit en haar geloof. De derde en ook de grootste groep wordt gevormd door de meer dan 100.000 migranten en asielzoekers. Die groep leeft vaak in de schaduw. Zij werken in sectoren als de zorg en de landbouw onder omstandigheden die Schnabel zonder aarzelen bestempelt als ‘een moderne vorm van slavernij’, vaak met minimale rechten.
Tegelijk worstelt de inheemse christelijke bevolking met een economische catastrofe. Ongeveer 60% van de Arabischsprekende christenen is voor een inkomen afhankelijk van het pelgrimstoerisme. Een sector die sinds 2020 door de pandemie en de voortdurende oorlogvoering bijna volledig is ingestort. ‘De mensen vertrekken omdat ze geen enkele economische toekomst meer zien voor hun kinderen’, waarschuwt Schnabel. Bijna de helft van de christelijke jongeren onder de dertig jaar zou serieus overwegen om naar het buitenland te emigreren.
De kerk als ‘promenselijke’ getuige
Maar waar staan die christenen dan politiek? ‘Wij zijn noch pro-Israël, noch pro-Palestina, maar pro-menselijk’, stelt Schnabel. Hij haalt ter illustratie het voorbeeld aan van de katholieke migrantenverzorgers die op 7 oktober 2023 weigerden de Joodse ouderen voor wie zij zorgden te verlaten tijdens de gewelddadige aanvallen, zelfs toen dat hun eigen leven in gevaar bracht.
De boodschap van de gezamenlijke kerkleiders is een noodkreet: het Heilig Land mag geen museum worden. Aartsbisschop Atallah Hanna van de Grieks-Orthodoxe Kerk waarschuwt dat de agressie deel uitmaakt van een ‘terugkerend patroon dat de christelijke aanwezigheid in haar kern bedreigt’. Hij roept de internationale gemeenschap op om niet langer weg te kijken.
| Categorieën |
|---|

Pieter Bauwens is sinds 2010 hoofdredacteur van Doorbraak. Journalistiek heeft hij oog voor communautaire politiek, Vlaamse beweging en religie.
Pete Hegseth duwt daar waar het pijn doet in Europa: op de gevolgen van de ongecontroleerde migratie en de verwaarlozing van Defensie.
Pete Hegseth duwt daar waar het pijn doet in Europa: op de gevolgen van de ongecontroleerde migratie en de verwaarlozing van Defensie.










