fbpx


Cultuur

Houellebecq, consolateur extraordinaire?




Op mijn werktafel belandt een boek waarvan de titel me toch wat verbaast: Houellebecq, l’art de la consolation. De meester-cynicus van de Franse letteren die troost brengt: de komma doet dienst als gelijkheidsteken. Zou een point d’interrogation niet meer op zijn plaats zijn? Déprimiste De titel laat geen twijfel toe: Houellebecq beoefent de aloude kunst van de consolation. De auteur – de mij onbekende Agathe Novak-Lechevalier, ‘ancienne élève de l’École normale supérieure’ en docente in Paris-Nanterre – is stellig. Naar…

Niet ingelogd - Plus artikel - log in of neem een gratis maandabonnement

U hebt een plus artikel ontdekt. We houden plus-artikels exclusief voor onze abonnees. Maar uiteraard willen we ook graag dat u kennismaakt met Doorbraak. Daarom geven we onze nieuwe lezers met plezier een maandabonnement cadeau. Zonder enige verplichting of betaling. Per email adres kunnen we slechts één proefabonnement geven.

(Proef)abonnement reeds verlopen? Dan kan u hier abonneren.


U hebt reeds een geldig (proef)abonnement, maar toch krijgt u het artikel niet volledig te zien? Werk uw gegevens bij voor deze browser.

Start hieronder de procedure voor een gratis maandabonnement





Was u al geregistreerd bij Doorbraak? Log dan hieronder in bij Doorbraak.

U kan aanmelden via uw e-mail adres en wachtwoord of via uw account bij sociale media als u daar hetzelfde e-mail adres hebt.








Wachtwoord vergeten of nog geen account?

Geef hieronder uw e-mail adres en uw naam en we maken automatisch een nieuw account aan of we sturen u een e-mailtje met een link om automatisch in te loggen en/of een nieuw wachtwoord te vragen.

Uw Abonnement is (bijna) verlopen (of uw browser moet bijgewerkt worden)

Uw abonnement is helaas verlopen. Maar u mag nog enkele dagen verder lezen. Brengt u wel snel uw abonnement in orde? Dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Heeft u een maandelijks abonnement of heeft u reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw abonnement bij voor deze browser en u leest zo weer verder.

Uw (proef)abonnement is verlopen (of uw browser weet nog niet van de vernieuwing)

Uw (proef)abonnement is helaas al meer dan 7 dagen verlopen . Als uw abonnementshernieuwing al (automatisch) gebeurd is, dan moet u allicht uw gegevens bijwerken voor deze browser. Zoniet, dan kan u snel een abonnement nemen, dan mist u geen enkel artikel. Voor 90€ per jaar of 9€ per maand bent u weer helemaal bij.

Als "Vriend van Doorbraak" geniet u bovendien van een korting van 50% op de normale abonnementsprijs.

Reeds hernieuwd, maar u ziet toch dit bericht? Werk uw gegevens bij voor deze browser of check uw profiel.


Op mijn werktafel belandt een boek waarvan de titel me toch wat verbaast: Houellebecq, l’art de la consolation. De meester-cynicus van de Franse letteren die troost brengt: de komma doet dienst als gelijkheidsteken. Zou een point d’interrogation niet meer op zijn plaats zijn?

Déprimiste

De titel laat geen twijfel toe: Houellebecq beoefent de aloude kunst van de consolation. De auteur – de mij onbekende Agathe Novak-Lechevalier, ‘ancienne élève de l’École normale supérieure’ en docente in Paris-Nanterre – is stellig. Naar inhoud mag het werk van Houellebecq dan al gitzwart zijn, schrijft ze, onder die donkere grondlaag gloort een bijzonder licht, het licht van de eeuwenoude traditie van de troostliteratuur.

Novak-Lechevalier sloopt de clichés. Van bij de publicatie van Elementaire deeltjes (1998) werd Houellebecq in de Franse literaire pers als een déprimiste bestempeld, een depressieve pessimist. De term dook voor het eerst op in de Figaro littéraire en hij bleef hangen.

De stem van de auteur

Het label slaat tegelijk op de auteur en zijn werk. Houellebecq doet immers geen enkele moeite om zijn persoonlijke geschiedenis van terugkerende depressies voor zijn lezers te verbergen. Ook de protagonisten in zijn romans zijn allesbehalve zonnetjes in huis. Ze zijn ongelukkig, zien het leven donker in en vinden enkel zin in reflecties over de zinloosheid van het bestaan.

In interviews laat Houellebecq wel eens uitschijnen dat hij zich goed herkent in zijn protagonisten. Net als zij gaat hij sjofel gekleed en gedraagt hij zich lusteloos. Als zijn personages geluid konden voortbrengen, zouden ze zonder twijfel net zo lijzig spreken als de man die hen woorden in de mond legt.

Het leven is lijden

Het centrale punt van Novak-Lechevalier is dat het werk van Houellebecq nochtans veel meer biedt dan deprimerend nihilisme en ongeluk. Zijn boeken zijn voor haar de arbeid van een schrijver voor wie het schrijven een persoonlijk gevecht is tegen het lijden dat het leven is.

In de inleiding tot haar studie verwijst Novak-Lechevalier naar een vroeg essay van Houellebecq, Rester vivant (1991). Daarin heeft die het over zijn pogingen om te ontsnappen aan de zinloosheid van een troosteloos bestaan. Om met het lijden te kunnen omgaan, schrijft Houellebecq, moet je structuur geven aan je depressie en in de articulatie ervan een manier vinden om het lijden draaglijk te maken. Als dat niet lukt, besluit hij, ‘vous êtes foutu’. Dan kun je er even goed een eind aan maken.

Stig Dagerman

De woorden van Houellebecq roepen het tegenvoorbeeld op van Stig Dagerman, de Zweed die door Jeroen Brouwers ooit werd getypeerd als ‘de schrijver van een volledig zwart, door de dood beademd oeuvre’. In de diepe herfst van 1954 – de auteur was amper 31 – beroofde Dagerman zich van het leven: vergast in zijn garage, de motor van de auto draaiend. De laatste tekst die hij schreef, is een klassieker geworden in de moderne troostliteratuur: ‘Onze behoefte aan troost is onverzadigbaar’ is de veelzeggende titel ervan.

In nogal wat moderne reflecties over troost staat de moeilijkheid, ja de onmogelijkheid van de troost centraal. Bij Dagerman is dat niet anders: troost is broodnodig, geeft de titel van zijn essay al aan, maar o zo lastig te vinden. Ik zit de troost achterna, schrijft hij, zoals een jager het wild: als ik ergens troost vermoed, schiet ik naar wat ik hoor en zie, maar meestal raak ik alleen de leegte.

De motor van het schrijven

In tegenstelling tot Dagerman is Houellebecq blijven leven, althans voorlopig. In zijn geval is de diepe overtuiging van de zinloosheid van het bestaan geen obstakel voor het schrijven, maar net de motor ervan. Romans over mannen die mislukken in alles wat ze doen, voor Houellebecq en zijn uitgever is dat een succesformule, niet enkel in het Franse taalgebied overigens.

Het is vooral dat laatste dat Novak-Lechevalier aan het denken zette. Als de boeken van Houellebecq werkelijk zijn wat de Franse kritiek ervan maakt – troosteloos, deprimerend, leeg – waarom zouden miljoenen lezers hem dan lezen? Waarom zouden die lezers van zijn werk blijven houden en zich met het denken van die troosteloze personages blijven voeden?

Sand v. Flaubert

Toen ik aan het lezen was over de troostende Houellebecq moest ik voortdurend denken aan de spraakmakende discussie die George Sand en Gustave Flaubert in de winter van 1876 voerden. De auteur van Soumission (2015) en Serotonine (2019) is een zelfverklaard kenner van de Franse literatuur uit de negentiende eeuw. Hij zal dus ook wel vertrouwd zijn met de tegengestelde standpunten die Flaubert en Sand in hun brieven ontwikkelen.

Voor Sand is de tegenstelling eenvoudig. Tegenover haar eigen ‘literatuur van de troost’ plaatst ze de ‘troosteloze’ teksten van haar goede vriend Flaubert. Consolation versus désolation: boeken vol hoop die het feest van het leven celebreren tegenover boeken die dat datzelfde leven voorstellen als een bron van wanhoop en ongeluk.

Modder

‘Je maakt de mensen die je lezen triester,’ schrijft Sand. Ze kan Flauberts overwegingen met de beste wil van de wereld niet volgen. Waarom zou een schrijver enkel modder willen tonen wanneer er ook zoiets als zonlicht bestaat? De auteur van Madame Bovary reageert gepikeerd: ‘Ik schrijf ‘al die troosteloze dingen’ niet omdat ik het zo leuk vind,’ laat hij Sand weten. ‘Maar ik kan mijn ogen niet veranderen.’ Ik zie wat ik zie, zegt Flaubert: het leven is geen feest, het is modder.

Voor Sand is het zonneklaar. Als haar goede vriend het soort boeken blijft schrijven waarin mensen fataal mislukken, zal hij nooit een publiekslieveling worden. Sand weet wat Flaubert te doen staat als hij meer boeken wil verkopen: hij moet zijn lezers verhalen vertellen die een balsem voor de ziel zijn, verhalen vol hoop en warmte.

De les van de literatuur

De geschiedenis van de literatuur heeft Sand in vele opzichten ongelijk gegeven. Niet zij, maar Flaubert is als grote overwinnaar uit hun literaire troostdebat gekomen. Zijn troosteloze boeken lezen we nog steeds, terwijl we haar zeemzoete werk zo goed als vergeten zijn.

Bovendien heeft Flaubert met zijn literatuur van de ‘désolation’ de weg geruimd voor twintigste-eeuwse groten als Joyce, Kafka, Beckett en Coetzee. Over het werk van die laatste wordt door sommigen hetzelfde gezegd als wat Novak-Lechevalier over de boeken van Houellebecq beweert: ze zijn troosteloos naar inhoud, maar brengen troost in hun vorm.

En Coetzee en Houellebecq bewijzen ook feitelijk het ongelijk van Sand: van tristesse overlopende boeken kunnen wel degelijk goed verkopen. Indien niet toen, dan toch nu.

[ARForms id=103]

Jurgen Pieters

Jürgen Pieters doceert literatuurwetenschap en 'Creative criticism' aan de Universiteit Gent.