JavaScript is required for this website to work.
Religie

Forum

Keyvan Shahbazi: spiegelbeeld van Geert Wilders

Paul Cliteur: ‘Keyvan Shahbazi ziet de islam als de bron van kwaad, hekelt de naïviteit van politici, en wijst op de consequenties van islamitisch geïnspireerd geweld. Net als Geert Wilders.’

Paul Cliteur

5/5/2025Leestijd 3 minuten

Keyvan Shahbazi, schrijver en cultureel psycholoog uit Iran, publiceerde recent ‘De prijs van vrijheid’ (2025). Het is een scherpe islamkritische analyse, in het verlengde van zijn eerdere werk ‘De Amerikaan van Karadj’ (2021). Shahbazi is compromisloos in zijn oordeel: de islam zelf – niet alleen het extremisme – is volgens hem de bron van onderdrukking en geweld. Dat het boek in Nederland al heel wat stof deed opwaaien, hoeft daarom niet te verbazen.

Zijn kritiek richt zich niet alleen op religieus fanatisme, maar op de kern van de islamitische leer. Hij noemt de islam een religie van geweld en onderdrukking, en beschouwt de Koran als een inspiratiebron voor terreur. Volgens hem gaat het bij het jihadistische terrorisme niet om een verdorven interpretatie van de islam, maar juist om het ‘zuivere woord van Allah’.

Shahbazi’s centrale boodschap is dat de islam verantwoordelijk is voor geweld dat zich ook in het Westen manifesteert. Hij roept op tot een heldere erkenning van dat feit en hekelt de politiek correcte neiging om islamitische motieven als extremistische daden te verkopen.

Geen nieuwe stem

Shahbazi’s boodschap is niet nieuw. Al in 2001 startte Ayaan Hirsi Ali, bekend schrijfster en voormalig Tweede Kamerlid voor de VVD, het debat over islam en integratie met haar essay ‘Gun ons een Voltaire’. Zij kaartte problemen aan als vrouwenonderdrukking, religieuze intolerantie en geweld tegen critici.

Zelfs Hirsi Ali’s naam spelt hij fout

Na de moord op Theo van Gogh in 2004 verdween ze naar de VS, maar de thema’s die zij aansneed zijn actueler dan ooit. Shahbazi lijkt die voorgeschiedenis evenwel grotendeels te negeren, zelfs Hirsi Ali’s naam spelt hij fout. Dat is op zijn minst opvallend.

Waarom is die voorgeschiedenis belangrijk? Omdat het laat zien hoe beperkt de impact van dergelijke kritiek is in Nederland. Ayaan waarschuwde, Van Gogh werd vermoord, en sindsdien lijkt het maatschappelijk debat te zijn verstomd. De islamisering ging intussen gewoon door. Shahbazi lijkt die lessen niet te hebben meegewogen.

Invloed zonder invloed

Shahbazi werkt al twintig jaar in Den Haag, waar hij politici zou hebben geadviseerd. Maar de namen van de betrokken figuren worden niet genoemd, en ook de impact van zijn werk blijft onduidelijk. Gewezen ministers van Justitie als de christendemocraten Ferdinand Grapperhaus en Piet Hein Donner, die hij mogelijk heeft geadviseerd, stonden juist bekend om hun terughoudendheid in islamkritiek. Het is dan ook de vraag of Shahbazi daadwerkelijk invloed heeft gehad.

Het is dan ook de vraag of Shahbazi daadwerkelijk invloed heeft gehad

Hij uit felle kritiek op de Nederlandse media en academici, maar noemt zelden namen. Zijn conflicten met De Volkskrant en NRC blijven vaag. Die terughoudendheid roept vragen op. Waarom noemt hij geen namen van zijn tegenstanders? Waarom noemt hij geen specifieke gebeurtenissen of personen?

Gemiste kans

Hoewel Shahbazi’s boek bol staat van de radicale uitspraken over de islam, blijft hij binnen de veilige marges van het establishment. Hij adviseert politici achter gesloten deuren, publiceert in mainstream media, maar zijn kritiek krijgt geen politieke vertaling. Hij keert zich zelfs expliciet tegen partijen als de PVV van Geert Wilders en het Forum voor Democratie (FVD) van Thierry Baudet, hoewel die inhoudelijk grotendeels hetzelfde standpunt innemen.

Shahbazi stelt dat het islamdebat begon met Salman Rushdie en de Deense cartoons (2005), maar dat is historisch onjuist. In Nederland begon het met de moord op Theo van Gogh in 2004. Dat was het startpunt van een reeks gebeurtenissen waarin religieuze motivatie centraal stond. Die onderlinge verbanden benoemt Shahbazi niet.

Zijn atheïsme blijft bovendien oppervlakkig. Hij zet zich af tegen religie, maar zonder een serieuze analyse van religieuze tradities of morele concepten als heteronomie en autonomie. Daarmee blijft zijn kritiek eerder retorisch dan intellectueel onderbouwd.

Spiegelbeeld van Wilders

Opmerkelijk is dat Shahbazi’s analyse inhoudelijk vrijwel identiek is aan die van Geert Wilders. Beiden zien de islam als de bron van het kwaad, beiden hekelen de naïviteit van politici, en beiden wijzen op de gevaarlijke consequenties van islamitisch geïnspireerd geweld. Wilders vat het bondig samen in ‘Marked for Death’ (2012): de islam is onverenigbaar met westerse waarden.

Zijn afwijzing van Wilders lijkt eerder ingegeven door strategische overwegingen dan inhoudelijke verschillen

Zinnen uit Shahbazi’s boek zouden letterlijk overgenomen kunnen zijn uit het boek van Wilders. Toch distantieert Shahbazi zich van PVV, die hij beschouwt als ‘doelloos populisme’. Een vreemde kwalificatie, gezien hun gedeelde boodschap. Zijn afwijzing van Wilders lijkt eerder ingegeven door strategische overwegingen dan inhoudelijke verschillen. Mogelijk wil hij zijn positie binnen het Haagse establishment of de media behouden.

Strategisch zwijgen?

Shahbazi erkent overigens zelf de beperkingen die zijn rol als ambtenaar hem opleggen. Zijn eerste opiniestuk moest door meerdere ambtelijke lagen worden goedgekeurd, waarbij zijn tekst grotendeels werd afgezwakt. Zijn keuze om zich te distantiëren van Wilders kan dus ook te maken hebben met zijn afhankelijkheid van het systeem waarin hij functioneert. Openlijke steun aan Wilders zou zijn positie onhoudbaar maken.

Maar dat leidt tot een paradox: Shahbazi zegt inhoudelijk hetzelfde als Wilders, maar distantieert zich tegelijkertijd. Dat maakt zijn werk misschien maatschappelijk ‘veiliger’, maar ook minder geloofwaardig. De discussie komt alleen verder als die open en eerlijk wordt gevoerd.

Shahbazi’s boek bevat rake observaties, scherpe formuleringen en waardevolle bijdragen aan het debat. Maar zolang hij blijft doen alsof zijn standpunten uniek zijn, en zijn inhoudelijke bondgenoten als Wilders diskwalificeert, ondermijnt hij zijn eigen geloofwaardigheid.

Paul Cliteur

Commentaren en reacties