Doorbraak
Miel ten tijde van Tliedboek

In Memoriam Miel Swillens

mijn HBV

‘Tiens, wie we daar hebben, de Miele’ dacht ik, toen er enkele jaren terug een lezersbrief bij Doorbraak binnenkwam met wat welgemeende redactionele goede raad. Mijn eerste reactie is dan bijna altijd: goed, kom bij ons en doe het zelf ook maar een keer. Maar deze man kende ik al van in ’68, van het muziektijdschrift Tliedboek. En eind van de jaren zeventig zijn we vijf jaar lang collega’s op hetzelfde Gentse college geweest. Ik kon hem dus gemakkelijk ‘forceren’. Hij stribbelde een beetje tegen en antwoordde dat hij niet meer schreef, maar kom, hij zou eens een proeve insturen. Het resultaat kennen we: twee jaar lang geregeld die typische Swillens-stukken in Doorbraak, beknopt, gevat, doordacht, van een stilistische zuiverheid die men zelden nog ontmoet, geschreven door een paresiast, een waarheidspreker die direct op het hart van de zaak mikt.

Dat hij dat kon wist ik van het katholieke weekblad Tertio, waar hij zich ontpopt had tot een conservatief criticus van de tijdgeest en van de linkserige ideologie die tot vandaag alle media teistert. Zolang zijn stukken daar verschenen vond ik Tertio de moeite waard (om het gratis te lezen). Hij geneerde zich niet om in een oecumenisch blad de waarheid te zeggen over die andere abrahamitische godsdienst-van-het-boek, de islam. Dat was Tertio op zijn best. Tot er dus een nieuwe hoofdredactie aan boord kwam die zich eerder met de Belgische unité bezighield dan met de katholiciteit. Swillens schreef niet meer en ik las het blad niet meer. Niet meer nodig. Laten we dus terugkeren naar Tliedboek, want daar is het dat we de ziel van Miel kunnen betrappen. Bijna alles wat Miel Swillens bij ons in Doorbraak kenmerkte staat daar al in.

Op een goeie keer wil de Gentse Germanistenbond zijn jaarlijkse vergadering wijden aan de geschiedenis van dit ‘kritisch en informatief tijdschrift voor volks- en luisterlied’. Ik haal mijn oude nummers van op zolder en organiseer in de Vlaamse Academie in Gent een panelgesprek met de ware Tliedboekers Johan Thielemans, Lieven Tavernier en Miel Swillens. Waarbij Miel zichzelf inleidt met de onsterfelijke woorden dat van ons vieren hij de VOV was, de ‘Volslagen Onbekende Vlaming’, voor altijd anoniem. Hij had dat graag. Het was als het ware zijn betrachting om ver van alle aandacht stil te leven. Terwijl hij voor mij al in 1968 een HBV was, een Heel Bijzondere Vlaming, en dat zijn verdere leven ook gebleven is. Als student had ik de grootste bewondering voor die mannen (meestal germanisten) die het muziektijdschrift Tliedboek redigeerden en ook volschreven.

Dat blad streed een dubbele strijd: een voor het Vlaamse lied, en een ertegen. Het was ontstaan om het Nederlandstalige lied te promoten, te steunen en te interpreteren. En het ging om de Kleinkunst, het Luisterlied en het Protestlied. Deze drie genres maakten eigenlijk ons leven uit, want ook toen al werd een mens gedefinieerd door datgene waarnaar hij luisterde.

Dat viel allemaal mee tot de redactie ontdekte dat ze zo iemand als Miel Cools aan het promoten waren, want die was fout want hij zong in parochiezalen en was veel te ‘Vlaams’. Deze verscheurende ontdekking kwam er juist op het moment dat ook de linkse Leuvense actievoerders zich plots gingen realiseren dat ze de verkeerde, want Vlaamse en nationalistische strijd aan het voeren waren.

Eigenlijk beschikte Miel over voldoende kosmopolitische geloofsbrieven om aan die kant te blijven staan. Ten eerste schreef hij zelf een zestal protest-achtige liedteksten voor het koppel Miek en Roel (met of zonder Roland). ‘Het verdronken land van Saeftinghe’ is er een van. Ten tweede was hij de ware internationalist van het blad: hij was het die begonnen was met een ware exegese van die moeilijke liederen van Bob Dylan, ‘Desolation Row’ voorop.

En precies hij ging dan buiten de politiek-correcte opinie staan. Hij was een 68’er op een andere manier. Wie, zoals vandaag vaker gebeurt, 68 alleen invult als een linkse, Das Kapital bestuderende studentenstroming heeft het mis. Aan 68 zaten zoveel facetten als aan het leven zelf. Er zat poëzie en kunst in, magie en mystiek en enorm veel zin voor zingeving. Op die wijze was Miel beslist een 68’er, en dus begon hij de ideologische kant (die niet toevallig ook de anti-Vlaamse kant was) te bekritiseren. En dan nog in Tliedboek zelf (dat mocht). Maar hij bleef daar de uitzondering. In een bitter stuk distantieerde hij zich van de gemiddelde Tliedboeker. Door zijn Rechtswende groeiden ze uit elkaar. Het werd hem kwalijk genomen. Tegen de stroom in word je dan vanzelf een VOV want wie verkeerd denkt wordt niet meer gevraagd. Niet dat dit Miel een fluit kon schelen.

Net zoals zijn Tliedboek-collega Lieven Tavernier had hij ‘68’ bekeken, en hield hij het ook voor bekeken. Lieven had deze periode op een melancholische en poëtische wijze van zich afgeschreven in Over Water en in alle latere Luisterliederen die daarin al vervat zijn. Miel hield het rationeler, want hij was al heel jong en heel snel in staat om aan ideologiekritiek te doen, sterker nog, hij verwierp ieder ideologisch uitgangspunt. Ik had nooit de indruk dat hij daar veel boeken voor nodig had. Het kwam grotendeels uit ‘eigen zelfs ervaren’, en het was al heel vroeg volledig doordacht en verwoord in sobere, treffende formuleringen. Daarvan hebben we bij Doorbraak de finale mogen meemaken.

Twee jaar geleden had hij me verteld dat hij niet meer zou schrijven. Ik heb hem ervan kunnen overtuigen dat dit een verkeerde beslissing was. Ik vrees dat vandaag mijn overtuigingskracht te kort zal schieten. Maar mijn heel Bijzondere Vlaming sluit ik in mijn hart.

(Met dank aan Ronny de Schepper, een oud-leerling van Miel, die naar aanleiding van diens 70ste verjaardag een lange beschouwing over hem schreef met veel citaten uit de Tliedboek-tijd: ‘Miel Swillens wordt zeventig’)

Herlees Miel Swillens stukjes op Doorbraak: https://doorbraak.be/auteurs/miel-swillens

Reacties

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans