JavaScript is required for this website to work.
post

Open brief KVHV Leuven: stop de verengelsing aan de universiteit

KVHV Leuven5/5/2023Leestijd 6 minuten
KU Leuven Universiteitsbibliotheek.

KU Leuven Universiteitsbibliotheek.

foto © WikiMedia Commons

Gedreven door een toenemende bezorgdheid over de verengelsing binnen met name de KU Leuven schreef KVHV-Leuven deze ondertekende open brief.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Gedreven door een toenemende bezorgdheid over de omgang met taal in onze hoger onderwijsinstanties — en dan voornamelijk binnen de KU Leuven — schreef KVHV-Leuven deze open brief.

Vandaag is er een ontwikkeling bezig binnen het hoger onderwijs, waarin het Nederlands als universitaire taal in Vlaanderen stapsgewijs vervangen wordt door het Engels. Vlaamse studenten zullen de grootste dupe zijn van de toenemende verengelsing van het hoger onderwijs, maar zij zijn niet de enigen die deze evolutie met lede ogen aanzien. Enkele toonaangevende professoren hebben daarom besloten de open brief van het KVHV-Leuven te ondertekenen, en zij tonen daarmee hun blijk van ongenoegen over het huidige verengelsingsproces. De volgende professoren hebben deze brief ondertekend:

Prof. lic.. An De Moor, taalcoördinator Odisee en KU Leuven campus Brussel

Prof. dr. Zeger Debyser, hoogleraar Faculteit Geneeskunde

Prof. dr. Bart Maddens, hoogleraar politicologie Faculteit Sociale Wetenschappen

Prof. dr. Matthias Storme, hoogleraar Faculteit Rechtsgeleerdheid en Criminologische wetenschappen

Prof. dr. Hildegard Warnink, decaan Faculteit Kerkelijk Recht 

De open brief

7 februari 1968: de regering-Vanden Boeynants I valt over de kwestie Leuven Vlaams, de splitsing van de Katholieke Universiteit wordt onafwendbaar. De gebeurtenissen van 1968 creëren een blijvend besef dat taal in België allesbehalve een evidente aangelegenheid is. Vlaanderen heeft doorheen zijn geschiedenis letterlijk en figuurlijk gevochten voor zijn recht om Nederlands te mogen gebruiken in de straten en bij de overheid. Het is hartverscheurend om vast te stellen dat juist de KU Leuven, waar het hoogtepunt van die strijd zich afspeelde, blind in een ongewenste taalomwenteling stapt.

Deze keer dweept men echter niet met Frans, maar papt men aan met het Engels. Dat het Engels in Vlaanderen aan een opmars bezig is, is geen nieuwe evolutie. Overal, zowel in het onderwijs als in het straatbeeld, is de invloedssfeer van deze taal voelbaar. Het is geenszins onze bedoeling om het gebruik van het Engels te demoniseren, maar waakzaamheid (vooral bij onnodig gebruik) is wél op zijn plaats.

Voor Engelstalige vakken is het volgens de Codex Hoger Onderwijs verplicht een expliciete motivatie te geven waarom dat vak beter in het Engels dan het Nederlands wordt gegeven (art. II 261, §2, 4°). In het merendeel van deze vakken is deze motivatie echter niet te vinden. Waarom worden veel van deze vakken dan toch in het Engels gegeven? Studenten verdienen het om niet in een mallemolen van kafkaiaanse taalwetgeving terecht te komen, ze verdienen transparantie en oprechtheid.

De KU Leuven zet vooral de sluizen voor Engels open omdat ze vindt dat de toekomst in internationalisering ligt, en Engelstalige vakken zorgen voor meer buitenlandse studenten. Een treffend voorbeeld ter verduidelijking: toen de psychologieopleiding aan de Universiteit van Amsterdam voor het eerst uit een volledig Engelstalig programma bestond, vertwintigvoudigde (!) het aantal buitenlandse studenten.[1] Nederlandse studenten waren plots in de minderheid op hun eigen Nederlandse universiteit, en de onderwijskwaliteit verslechterde zienderogen (onder meer door de toegenomen grootschaligheid).

De geldkist van de universiteit stroomde echter over. Het internationaal toegankelijk maken van de universiteit is dan ook vaak een financiële beleidskeuze: een hoog aantal buitenlandse studenten zorgt voor een groter internationaal marktaandeel voor de universiteit in een bepaalde opleiding. Zo komt er door studenten uit het buitenland vaak meer geld in het laadje dan door louter te focussen op Vlaamse studenten. We worden dus geconfronteerd met een doorgedreven neoliberaal internationaal project waarin het Nederlands zonder enige wrok aan de kant wordt gezet ten voordele van winstbejag.

Buitenlandse studenten zijn op zich geen probleem, ze zetten de KUL internationaal op de kaart en zorgen voor een diverse wind binnen faculteiten. Internationalisering biedt zelfs interessante opportuniteiten voor de Nederlandse taal en het biedt de kans om het Nederlands op wereldvlak te promoten als een volwaardige academische taal. Wat wél een probleem vormt, is onze overdreven welwillendheid om de hele leeromgeving van de universiteit te schikken naar buitenlandse studenten ten koste van onze eigen Vlaamse studenten.

Een interessant onderzoek van Nuffic toont aan dat slechts een absolute minderheid van de internationale studenten (rond de 24 procent) na zijn/haar studies in het land van die studies blijft.[2] Bijdragen aan de Vlaamse economie doen internationale studenten dus amper. Door dit proces van schaalvergroting en verengelsing krijgen Vlaamse studenten echter het gevoel dat niet hun vorming en goede opleiding centraal staan, maar wel de (op hoog toerental draaiende) pr-molen van de KUL. Als student word je meer dan ooit een nummer in een boekhouding — zolang het inschrijvingsgeld maar op tijd op de rekening van de universiteit staat.

Voor Vlaamse studenten, die wél in Vlaanderen blijven wonen en werken na hun studies, wordt zowel de studie van het Nederlands als het gebruik van de Nederlandse taal op de universiteit gedwarsboomd. Nederlands wordt gezien als minder waardevol dan Engels voor je verdere carrière. Bizar, als je in het achterhoofd houdt dat het overgrote deel van deze studenten later in een puur Nederlandstalige werkomgeving terecht zal komen.

Vandaag de dag is er een limiet van 9 procent op anderstalige opleidingen in de bachelor (een stijging van 3 procent t.o.v. 2019), in de master 35 procent. Daarnaast stipuleert de taalwetgeving dat iedere Engelstalige opleiding in Vlaanderen een Nederlandstalige ‘spiegelopleiding’ moet hebben, met maximum 50 procent anderstalige vakken. Jammer genoeg slaagt de universiteit erin om deze wetgeving telkens te omzeilen of heel breed te interpreteren, onder andere door het bedrieglijke gebruik van de zogenaamde spookvakken. Men richt vakken in als Nederlandstalig, maar in feite worden alle werkcolleges of monitoraten door Engelstalige assistenten gegeven, of is de syllabus in het Engels.

Het sjoemelbeleid spreidt zich uit over het hele studietraject, maar in de eerder vermelde ‘spiegelopleidingen’ is de problematiek het schrijnendst: vele vakken in zulke opleidingen zijn zelfstudie, maar de Engelstalige hoorcolleges zijn noodzakelijk voor verdere begeleiding. Nochtans is het Nederlands de taal van de Vlaamse studenten, en moet het Nederlands voor hun ontwikkeling dus niet alleen de iure, maar ook (en vooral) de facto de standaardtaal van universiteiten zijn. Wat, in godsnaam, is de toegevoegde waarde van Engelstalige vakken in de bachelors psychologie, rechten, handelsingenieur, wiskunde, bio-ingenieur, enzovoort, waarin Vlaamse studenten onnodig met elkaar in het Engels discussiëren? Het creëert vooral een extra (overbodig) obstakel tussen de professor en zijn studenten en draagt niet bij aan de beheersing van de leerstof van het vak.

Hiermee beweren we overigens niet dat het onredelijk is om binnen een opleiding een zekere aandacht te besteden aan de lingua franca van het domein. Het is echter wel onredelijk hieruit te besluiten dat het Engels het Nederlands moet overheersen. Vaak leiden lessen in het Engels tot onnodig kwaliteitsverlies. Doceren in het Engels vergt meer van docenten (die niet meer in hun moedertaal complexe leerstof kunnen overbrengen). Tot overmaat van ramp is het Engels van de docerende professoren allesbehalve goed: ‘Vlengels’ vloeit gevleid doorheen de colleges. Ook in de interne communicatie van de universiteit steken symptomen van de verengelsing de kop op, die communicatie gebeurt de laatste tijd namelijk steeds meer eentalig in het Engels (voornamelijk inzake wetenschapsbeleid).

Tegelijkertijd moeten de studenten meer tijd en moeite besteden aan het verwerken van de leerstof. Onderzoek toont aan dat er gemiddeld 20 procent rendementsverlies is bij het verwerken van leerstof in een vreemde taal. Rendement dat men verliest puur omwille van taal, niet omwille van de complexiteit of onderwijsmethode van het vak dat men volgt. Een andere statistiek zegt dan weer dat de studiesnelheid 17 procent daalt bij Engelstalige vakken.[3] Taal moet de verwerking van leerstof faciliteren, niet onnodig moeilijk maken. Het mag u niet verbazen dat het beste begrip van leerstof tot stand komt in de eigen taal. Een vreemde taal, hoe goed men die ook beheerst, is onvermijdelijk een extra drempel of rem op een dieper begrip van de leerstof.

Progressieve academici in het bijzonder zien vaak geen graten in de opmars van het Engels en lobbyen er volop voor. Jammer, want juist zij zouden het hoog niveau van het onderwijs veilig moeten stellen. Taal is dé sleutel tot een degelijke inburgering voor jongeren die thuis een andere taal spreken dan Nederlands, vaak migranten, en voor jongeren die opgroeien in povere omstandigheden. Het Engels kan voor veel studenten (vooral uit lagere sociale klassen) een extra drempel zijn om hogere studies aan te vatten.

Voorts is er vanuit een cultureel perspectief ook tegenkanting tegen de verengelsing: taal en cultuur gaan hand in hand. Wanneer Nederlands niet meer ten volle op het hoogste (academische) niveau de standaard blijft, volgt een depreciatie van het Nederlands met als gevolg een culturele verpaupering. Een zekere liefde voor de eigen cultuur, voor onder meer onze auteurs en componisten (en het cultureel erfgoed dat zij voortbrachten), is echt geen overbodige luxe. Het is zelfs primordiaal voor de algemene vorming als staatsburger.

Toch doen we het in Vlaanderen beduidend beter dan bijvoorbeeld in Nederland. Daar is men zo van het padje af dat twee oorspronkelijk Nederlandstalige universiteiten zijn overgeschakeld naar volledig Engelstalige opleidingen. De taalstrijd tegen het Frans heeft in Vlaanderen gelukkig een blijvend (onder)bewustzijn en een blijvende waakzaamheid doen ontstaan in de academische wereld. Spijtig genoeg moeten we vaststellen dat dat bewustzijn nu dus op de helling staat.

Het verwerven van het recht op onderwijs in eigen taal is jarenlang een strijdpunt geweest van de Vlaamse studentenbeweging. Het is onacceptabel dat deze verworvenheden langzaam maar zeker richting de vuilnisbak worden geduwd. Een volk dat zijn taal verliest, verliest zijn identiteit en kwijnt langzaam weg. Universiteiten en hogescholen worden gefinancierd door de samenleving, ze zijn het de samenleving dan ook logischerwijs verschuldigd haar taal te behartigen. Er is geen draagvlak voor onnodig Engels, Nederlands moet in Vlaanderen de emancipatorische en democratiserende kracht behouden die het altijd heeft gehad.

Scripsimus,

De Verbondswacht van K.V.H.V.-Leuven (Cedric Gunsing, Britt Huybrechts, Ruben Crauwels, Héloïse Smets, Reinout Kersemans, Winand Fonteyn)

[1] A. WIGGERS, ‘Verengelsing universiteiten gaat ten koste van student en samenleving’, Het Parool, 10 september 2021,

[2] NUFFIC Factsheet internationale studenten

[3] Onderzoek KRIS VAN DEN BRANDEN, Verantwoordelijke Specifieke Lerarenopleiding Letteren

Doorbraak publiceert graag en regelmatig artikels die door externe auteurs worden aangebracht. Deze auteurs schrijven uiteraard in eigen naam en onder eigen verantwoordelijkheid.

Commentaren en reacties