JavaScript is required for this website to work.

Het nut van foute denkers

Frans Crols26/1/2021Leestijd 5 minuten
TitelLangs de Afgrond
SubtitelHet nut van foute denkers
AuteurArnold Heumakers
UitgeverBoom
ISBN9789024430123
Onze beoordeling
Aantal bladzijden349
Prijs€ 29.90
Koop dit boek

Een begrijpelijk geschreven, maar zeker niet oppervlakkig panorama van de ‘politieke niet correcte’ denkers van de laatste eeuw. Onmisbaar.

Een meeslepend boek dat eerlijk is en vrank, als wat ouderwets synoniem van moedig, dat doet deugd. De vloed van ‘politiek correcte’ teksten en gedachten blijft aanhouden, alhoewel het hoogtepunt nadert en de omslag aanbreekt, in de eerst plaats in de literatuur. Als bange wezels zijn alsnog té talrijke hele en pseudo-intellectuelen binnen en buiten de Vlaamse universiteiten. Poco tot in de kist.

Concurrerende peinzers

Zo is niet de Nederlander Arnold Heumakers in Langs de Afgrond: Het nut van foute denkers. Onder de bovenlaag van de geconsacreerde filosofen Kant, Nietzsche, Husserl, Sartre, Derida en co, krioelen onderlagen van denkers die in hun tijd concurrerende reputaties hadden en meetbare invloed. Wie is echter anno 2021 mee in de gedachten van Maurice Barrès, Maurice Blanchot (eerst rechts, daarna een troetel-intello van links), Georges Sorel (in de ogen van Heumakers een omweg waard), Oswald Spengler (met zijn invloedrijke Untergang des Abendlandes, slechts bijna een eeuw later, 2017, vertaald in het Nederlands), Carl Schmitt (een herontdekking van na 2000) en vele anderen van het achtergrondkoor?

Je hoeft het niet met hen eens te zijn, en dat is Heumakers slechts met muizenmaat, om er tegenwoordig meer over te willen weten. Barrès, Blanchot, Spengler zijn de mannen van de loodzware gedachten naast de toegankelijke literatoren Ernst von Salomon, Jean Raspail en Michel Houellebecq, die fout zijn volgens de hedendaagse kosmopolitisch-humanistische dictatuur, en ‘foert’ zeggen tegen de Gutmenschen.

Heumakers moest filteren en gebruikt als criteria diversiteit, diepgang en persoonlijke voorkeur (Georges Sorel drukt hij aan de borst). Het Franse fin-de-siècle opent als smaakmaker, het tweede deel focust op de ‘Conservatieve Revolutie’, waar de Vlaamse journalist, socioloog, senator en partijstichter (Vlaamse Volkspartij; VVP, een eendagsvlieg) Lode Claes, een liefhebber van was, en zo scheer je langs de ondergravers van de Republiek van Weimar.

Een gedeelde ondergangsstemming

Deel drie analyseert schrijvers en een enkele kunstenaar. Het Franse fin-de-siècle weerspiegelt onze tijd want er is naast een gedeelde ondergangsstemming (hier en nu: inwijking, opwarming van de aarde, teruggang van Europa) de brede overtuiging dat de regeerders het contact met het volk volkomen zijn kwijtgeraakt.

Het populisme van het einde van de negentiende eeuw in Frankrijk, met het boulangisme als giftige volksbeweging, ontmoet het populisme van vandaag, met de trumpisten als doodgravers van rechtschapenheid en gemeenschapszin. Maurice Barrès past in dat vroege populisme door zijn vertrouwen in de onbewuste wijsheid en creativiteit van het volk.

Heumakers en het herlevende populisme: ‘Niet alleen beleven we tegenwoordig een ongehoorde revival van de natiestaat en van het nationalisme buiten Europa, in de gedaante van nieuwe grote spelers op het wereldtoneel als China, India en Brazilië, die niet aan humanisme en kosmopolitisme doen, maar ook binnen Europa steken alom nieuwe nationalistische partijen de kop op. Dat laatste is mede te danken aan de waan van het kosmopolitisme, die geen rekening houdt met de realiteit dat in de meeste Europese landen alleen een kleine bovenlaag van ondernemers, bankiers, activisten, kunstenaars en academici alsmede een onderlaag van vluchtelingen, asielzoekers en migranten daadwerkelijk kosmopolitisch kunnen genoemd worden, al is dat bij de onderlaag grotendeels tegen wil en dank’.

Het aangeleerde wantrouwen

Vele jaargangen studenten, weet Heumakers door zijn docentschap aan de universiteit, leerden in hun opleiding hoe scepsis, deconstructie en de gewoonte om veel van wat gold als natuur (sekse, ras, ongelijkheid) te zien als ‘narratief’ of ‘sociale constructie’. Het aangeleerde wantrouwen deerde niemand zolang het gekeerd was tegen de vijanden van de heersende academici: het kapitalisme, het patriarchale en de ‘racistische orde’.

Toen eenzelfde kritiek en wantrouwen zich richtte tegen de dada’s van de postmodernistische hoogleraren, en men traditie, natie en eigen cultuur opnieuw met hartstocht en overtuiging durfde te verdedigen, was het hek van de dam.

Waarheid, Rede, Rechtvaardigheid

Georges Sorel staat boven op het ereschavot in Langs de afgrond. Hij dacht diepgaand na over het verschijnsel geweld, om het vervolgens positief te zien als remedie tegen de decadentie, als bron van deugdzaamheid en als redding van de beschaving. Réflexions sur la Violence, zijn bekendste werk, hakte ideëel het pad voor fascisten en bolsjewieken. Het verhaal gaat dat de familie Sorel, na zijn dood in 1922, een verzoek kreeg van de communistische Sovjet-Unie en tegelijk van het fascistische Italië om uit erkentelijkheid een monument te mogen plaatsen op zijn graf.

Julien Benda is de inspiratie voor een volgend aantrekkelijk hoofdstuk. Hij is bekend om zijn boek over het ‘verraad van de klerken’, de stelling dat de intellectuelen hun roeping ontrouw waren door het niet langer koesteren van eeuwige waarden als Waarheid, Rede en Rechtvaardigheid, en zich lieten meeslepen in de politiek waar deze waarden dienstbaar werden gemaakt aan tijdelijke wereldse belangen als het nationale belang of het klassenbelang. Was Benda een zuivere democraat, een vriend van het volk: neen, hij bekent het volk, zoals ook de bourgeoisie, te dom te vinden voor het algemeen kiesrecht. Hij zelf heeft uit protest nooit gestemd. Benda, joods, betreurde dat de wereld niet bestond uit een ‘immens klooster’.

De Conservatieve Revolutie

Deel twee van Heumakers boek handelt over de Conservatieve Revolutie. Carl Schmitt, jurist en denker, duikt op als voorman, die vandaag opnieuw relevant is, met zijn basisstelling dat het onmogelijk is te geloven in een wereld zonder strijd of oorlog, zonder vijandschap. Schmitt, onder meer orthodox katholiek, had een mensbeeld dat gebaseerd was op een heilig geloof in de erfzonde, die van de mens een onbetrouwbaar wezen had gemaakt.

Schmitt wordt opnieuw gelezen en bestudeerd om zijn hoofdwerk, haast een politieke theologie, Der Begriff des Politischen. Het moslimterrorisme sluit aan bij Schmitts denkwereld: de vijandschap tussen mensen is onuitroeibaar en dus ook het politieke is onuitroeibaar want het wortelt in het onderscheid tussen vriend en vijand. Symbool hiervan is 9/11.

Simon Stevin, Bruggeling, natuur- en wiskundige, vorig jaar herdacht omwille van zijn overlijden voor 400 jaar, passeert bij Heumakers met zijn boek Het burgerlick leven van 1590. Stevin wordt geciteerd wegens zijn vrijpostigheid en de gettovorming van de moslimimmigranten. Stevin: ‘Stel dat een burger die kostgangers heeft hun, alvorens hen aan te nemen, de regels en de gang van zaken die men in zijn huis aanhoudt, uiteenzet… en dat hij daarenboven zegt dat degene die dat niet bevalt, weg kan blijven en naar iets anders kan uitzien. Iedereen begrijpt op grond van een algemeen gevoelen dat zulks passend en redelijk is’. Tot zover Stevin.

Wat op het spel staat

Om de stelling van Stevin, die Heumakers deelt, verwelkomt hij de romans van Raspail (Het legerkamp der Heiligen) en Houellebecq (Soumission) want hun literaire verbeelding neemt een voorschot op de toekomst, niet door die daadwerkelijk te voorspellen, maar door op een indringende en geconcentreerde wijze te laten zien wat op het spel staat.

Schrijven is een vak, schrijven met zwier, toegankelijkheid en hoofse spot is een métier apart. Dat métier beheerst Arnold Heumakers voor het volle gewicht. De essayist, criticus bij NRC Handelsblad en ex-docent cultuurwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam herhaalt met Langs de Afgrond zijn krachttoer van De Esthetische Revolutie van 2015, bejubeld als een vorstelijke studie en uitgeroepen als een standaardwerk in de esthetica.

De titel van het jongste boek is gevonden bij Georges Sorel die ooit filosofie omschreef als slechts ‘een erkenning van de afgronden waartussen het pad zich kronkelt dat de gewone mensen volgen met de gemoedsrust van slaapwandelaars’. Twintig procent van Langs de Afgrond is besteed aan de noten, de bibliografie en een namenregister. Een goudmijn. Wie zijn politiek correcte gemoedsrust wil kietelen, hij leze dit prachtige boek.

Frans Crols was hoofdredacteur en directeur van het economisch magazine Trends en na zijn 65 werd hij vrije pen van ’t Pallieterke, Tertio en Doorbraak.

Commentaren en reacties