Analyse, Multicultuur & samenleven
Essay
Essay

Wat is sharia? Het ongegronde schrikbeeld

Deel 3 van 3
islam

Hudud: limieten om te vermijden

Na het schetsen van de historische context en het uitleggen van wat sharia wél inhoudt, zullen we het nu hebben over wat sharia vooral níet betekent.

‘Maar wat met de stenigingen’, hoor ik u verschrikt vragen. ‘En het afhakken van de handen, en de zweepslagen? De dingen uit Iran en andere kwaadaardige landen die we op televisie zien!’. Het spijt me te moeten zeggen dat ze niet helemaal niets te maken hebben met sharia.

Neen, ik ben geen voorstander van die praktijken, klik niet weg. Sta me toe er uitleg bij te geven. De hudud (meervoud van hadd, letterlijk ‘grens’ of ‘limiet’) zijn de straffen die expliciet vermeld staan in de Koran of Hadith. Daarmee maken ze volgens de bovenstaande definitie wel deel uit van sharia. Zoals de naam echter suggereert was het nooit de bedoeling deze lijf- en doodsstraffen toe te passen: ze vormden de straflimieten.

Ik weet het, het klinkt als een cop-out voor moderne seculiere oren — we weten immers dat iedereen die voor de late 20ste eeuw leefde compleet achterlijk was en iedereen levend wilde verbranden, toch? Het is net zoals met creationisme: al wie durft beweren dat het beeld dat geschetst wordt in het Bijbelboek Genesis slechts als metafoor bedoeld was, doet aan geschiedkundige vervalsing en is eigenlijk stiekem bang van Dawkins.

Procedurefouten en bewijslast

Zoals Sint-Augustinus echter dat idee in de 4de eeuw n.Chr. ontkrachtte met zijn metaforische interpretatie van het genesisverhaal, zo ook toont de islamitische geschiedenis aan dat de hudud wel degelijk nooit voor implementatie bedoeld waren. Zo is er bijvoorbeeld een bekende overlevering waarin de Profeet rechters aanmaant om de hudud te vermijden door het vinden van shubuhat, ambiguïteiten of procesfouten.

De belangrijkste manier waarop echter verzekerd werd dat de strenge fysieke straffen in de Koran niet toegepast werden, was door de loodzware bewijslast die nodig was om ze af te dwingen. Neem bijvoorbeeld overspel, waarop de straf van steniging staat (en dit is, in tegenstelling tot wat sommigen denken, het geval voor zowel mannen als vrouwen). Er is een overlevering bekend waarin een man naar de Profeet komt bekennen dat hij overspel gepleegd had en dat hij dus gestenigd dient te worden. De Profeet vroeg de man of hij  gestoord was, en wanneer de man bleef aandringen, suggereerde de Profeet dat hij de vrouw misschien alleen gekust had. Ook stelde de Profeet dat het noodzakelijk was dat getuigen van overspel niet louter hadden geobserveerd dat man en vrouw op elkaar lagen, maar ‘de penis in de vagina hadden zien penetreren, zoals een oogpotlood in zijn potje treedt’. Slechts nadat de man 4 keer bleef aandringen, vond de steniging plaats. Daarom concludeert Rudolph Peters, islamoloog aan de Universiteit van Amsterdam, dat het ‘bijna onmogelijk is voor een dief of echtbreker om veroordeeld te worden, behalve indien hij dit wenst en bekent’, teneinde de straf in het hiernamaals te ontlopen.

Per ongeluk dronken?

Islamitische geleerden namen dit zeer serieus. Ik zou allerhande ogenschijnlijk belachelijke voorwendselen kunnen citeren op basis waarvan ze een zaak te ‘twijfelachtig’ achtten om de hudud toe te passen (voor een overzicht zie de fantastische paper ‘Stoning and Hand Cutting: Understanding the Hudud and Shariah in Islam’ van Jonathan Brown voor het Yaqeen Institute).

Dat iemand stonk naar wijn, of zelfs wijn overgaf, werd niet aanvaard als bewijs voor zijn schuld, aangezien hij die wijn ook per ongeluk gedronken zou kunnen hebben. Als een vrouw zwanger werd terwijl haar man op reis was, kon het zijn dat hij bij wijze van wonder getransporteerd was om bij haar te zijn voor een nacht, hoewel zulke wonderen normaliter niet werden toegelaten in een rechtszaak. Als laatste voorbeeld volgt hier de fatwa die de geleerde Al Subki gaf over het toepassen van de hadd-straf op diefstal (het afhakken van de hand):

‘Men is het erover eens dat de hadd verplicht is voor degene die diefstal heeft gepleegd en [voor wie de volgende voorwaarden van toepassing zijn]:

  • het ontheemde voorwerp werd gestolen uit een plaats die over het algemeen als veilig beschouwd wordt
  • het ontheemde voorwerp werd niet verkregen als oorlogsbuit
  • het ontheemde voorwerp werd niet verkregen uit de staatskas
  • de dief stal het met zijn eigen hand
  • de dief gebruikte geen werktuig bij de diefstal
  • de dief handelde alleen
  • de dief was handelsbekwaam en rationeel
  • de dief was volwassen
  • de dief was vrij [geen slaaf]
  • de dief was een moslim
  • de dief was niet in de Haram [het heiligdom van Mekka]
  • de dief bevond zich niet op niet-moslims grondgebied [dar al-harb]
  • de dief had niet regelmatig toegang tot het voorwerp [omdat hij bijvoorbeeld een dienstknecht zou zijn]
  • de dief stal het niet van zijn vrouw (of van haar man indien het om een vrouw gaat) of een familielid langs moederskant
  • de dief was niet dronken
  • de dief was niet gedwongen door hongersnood
  • de dief handelde niet onder dwang
  • het ontheemde voorwerp was iemands bezit [geen publiek bezit]
  • het ontheemde voorwerp moet verkocht kunnen worden aan moslims [dus halal zijn]
  • het ontheemde voorwerp is niet oorspronkelijk op onrechtmatige wijze verkregen
  • de waarde van het ontheemde voorwerp is groter dan 10 dirham
  • het ontheemde voorwerp was geen vlees, of een geslacht dier, of iets eetbaars of drinkbaars, of gevogelte, of een hond of kat, of dierlijk excrement [mest] of vuil
  • het ontheemde voorwerp bestond niet uit rode oker of arseen
  • het ging niet om kleine of grote stenen, glas, kool, brandhout, riet, hout, fruit, een ezel, een grazer, een exemplaar van de Koran, een plant wiens wortels uit de grond getrokken werden
  • het ging niet om de producten van een omheinde tuin, of om een boom, of een vrije persoon [kidnappen], of een slaaf
  • de feiten zijn vastgesteld door 2 mannelijke ooggetuigen, die niet onderling verschilden van versie of hun getuigenis introkken
  • de dief zelf geeft niet aan dat wat hij gestolen heeft eigenlijk zijn bezit is [!]
  • de linkerhand en de voeten van de dief zijn gezond, en hij mist geen enkel lichaamsdeel
  • het slachtoffer van de diefstal geeft hem het ontheemde voorwerp niet als geschenk [vergeeft hem niet]
  • de dief werd niet de rechtmatige eigenaar van wat hij gestolen had na de diefstal [bijvoorbeeld door erfenis]
  • de dief bracht het ontheemde voorwerp niet terug [!]
  • het slachtoffer had geen openstaande schuld bij de dief
  • het slachtoffer is aanwezig in de rechtszaal en eist amputatie, voor de dief berouw toonde [!]
  • de ooggetuigen zijn aanwezig in de rechtszaal
  • er is geen maand verstreken sinds de diefstal [!]’

 

Ziet er niet uit als een lijst die opgesteld werd door bloeddorstige mensen, toch?

Moderne afkeer van lijfstraffen

Waarom vinden stenigingen en amputaties dan nog plaats in de moslimwereld? Hier zijn verschillende verklaringen voor. Om te beginnen plegen niet-Europese volkeren over het algemeen een hogere tolerantie voor lijfstraffen te hebben. De sterke afkeer van fysiek geweld als straf in Westerse juridische systemen is in feite een zeer recent fenomeen, dat onder andere met industrialisatie te maken heeft. Daarvoor waren lijfstraffen gangbaar in het Westen (jawel, ook zweep- en stokslagen).

Men moet begrijpen dat industriële samenlevingen heel wat zaken hebben geproduceerd die we nu vanzelfsprekend vinden, maar die dat allerminst zijn. Langeafstandscommunicatie en -transport maakten een centralisatie van de staatsmacht mogelijk die voordien ongekend was, en produceerden het efficiënte moderne rechtssysteem. In voorindustriële maatschappijen was het achterhalen van een misdaad, laat staan het voorkomen ervan, zeer moeilijk. Hoe moest de centrale regering van het Ottomaanse Rijk in Istanboel bijvoorbeeld in godsnaam een dief in een of ander dorp in Centraal-Tunesië betrappen en bestraffen? Of in Sanaa? Of Koeweit?

Premoderne afschrikmiddelen

Omdat de kans op straf klein was, moesten de straffen zelf zeer streng zijn. Daarom waren alle ta’zir-straffen — de straffen die niet expliciet zijn opgenomen in de heilige teksten, maar vastgelegd worden door de discretie van de heersende autoriteiten — eveneens lijfstraffen. Gevangenissen dienden alleen voor het vasthouden van mensen die wachtten op hun rechtszaak of executie. De harde straffen waren dus dreigementen die potentiële misdadiger moesten afschrikken, en die tijdens een rechtszaak zouden worden verzacht. Historisch werden ze vrijwel niet toegepast.

Engeland had voor 1832 bijvoorbeeld meer dan 200 misdaden die met de dood bestraft werden, waaronder diefstal van brandhoud of het stropen van vis. Professor John H. Langbein van de Chicago Law School schrijft hierover in zijn paper The Historical Origins of the Sanction of Imprisonment for Serious Crime (pdf) het volgende:

‘English law was notorious for prescribing the death penalty for a vast range of offenses as slight as the theft of goods valued at twelve pence.’

Maar:

‘As on the Continent, the decline in England’s ‘penal death rate’ came about because of the development of an alternative to the blood sanctions: transportation of convicts for terms of labor as indentured servants in the overseas colonies. (…) Transportation was by no means the only mechanisms for avoiding the imposition of the death penalty. Benefit of clergy permitted many first offenders to escape with their lives after being whipped and branded. Sympathetic juries might acquit the guilty or undervalue stolen goods in order to convict culprits of noncapital petty larceny. Royal pardons were surprisingly frequent.’

De Engelsen waren geen barbaren, vanzelfsprekend wilden ze geen mensen executeren voor petty crimes. De hoge straffen waren symbolisch, het afschrikmiddel van een samenleving die de middelen niet bezat om aan preventief politiewerk, rehabilitatie en massale bestraffing te doen. Wanneer men iemand berechtte, zouden allerhande bijkomende onzekerheden en verzachtende omstandigheden worden aangehaald om zijn straf te verminderen.

Interne hervorming, niet van buitenaf

Voor het islamitisch recht komt dit erop neer dat de hudud-straffen vrijwel nooit uitgevoerd dienen te worden. Onder invloed van de industrialisatie, modernisering en centralisatie van moslimlanden en de heropleving van de islamitische identiteit, zijn de hudud symbool komen te staan voor islamitische legitimiteit, een beeld dat versterkt werd door de luidkeelse ongenuanceerde oproepen van Westerse mensenrechten-ngo’s om ze af te schaffen. Hervorming gebeurt intern, nooit van buitenaf.

Het Ottomaanse Rijk was begonnen aan een dergelijke hervorming: het Ottomaanse strafboek van 1858 verving de meeste bestaande lijfstraffen door dwangarbeid, boetes en opsluiting, afgeleid uit de Franse tegenhanger ervan. In de eerste alinea van het document wordt echter zeer duidelijk vermeld dat er hier sprake is van de hervorming van de ta’zir-straffen, en dat het kleine strafrechtelijke deel van sharia (de hudud) en sharia-rechten niet zouden worden geschonden.

Conclusie

In ieder geval is het minuscule strafrechtelijke gedeelte van sharia compleet irrelevant voor moslims op persoonlijk niveau. De paar straffen die expliciet vermeld staan in de heilige teksten zijn volkomen nutteloos zonder een breder strafrechtelijk kader, dat bestaat uit ta’zir.

Voor de individuele moslim is sharia dus het recht dat betrekking heeft op rituelen en levenswijze, gedrag en karakter. Het vormt daarmee een belangrijk onderdeel van het geloof. Daarom ervaar ik het ook als beledigend wanneer bepaalde politici het als een afkorting gebruiken voor islamitisch extremisme. Sharia kán de wet van het land zijn, zeker, maar dat geldt evenzeer voor bijvoorbeeld de katholieke moraal. Eén bepaalde levenswijze kan altijd ingevoerd worden als de wet, ongeacht haar afkomst.

Misschien bestaat de indruk dat dat de ambitie zou zijn van moslims die sharia praktiseren — groepen als Sharia4Belgium en de algemene angst voor alles wat Arabisch klinkt zullen daaraan bijgedragen hebben. Hopelijk is nu echter duidelijk dat die angst ongegrond is, en dat een Vlaming praktiserend moslim kan zijn zonder op enigerlei wijze afbreuk te doen aan het staatsbestel of de rechtsorde. België en Vlaanderen zijn seculiere, democratische staten waarin de wetten die gestemd worden door het parlement de enige zijn die universele legitimiteit hebben, en hebben voorrang op elke andere wetgeving of moraal. Daar bestaat geen enkele twijfel over.

Othman El Hammouchi

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Othman El Hammouchi?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.

Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel
Hoofdredacteur: Pieter Bauwens
Webbeheer: Dirk Laeremans