JavaScript is required for this website to work.
Fictie

The Lost King: geschiedenis herschreven

Als je kan kiezen tussen waarheid en legende, kies dan de legende

Karel Deburchgrave31/3/2023Leestijd 6 minuten
‘What would improve things at work?’ – ‘A penis!’

‘What would improve things at work?’ – ‘A penis!’

foto © Trailer 'The lost king'

Nadat Philippa Langley in 2012 het lichaam van Richard III terugvindt, krijgt de meest verguisde koning uit de Engelse geschiedenis eerherstel.

Aangeboden door de abonnees van Doorbraak

Dit gratis artikel wordt u aangeboden door onze betalende abonnees. Als abonnee kan u ook alle plus-artikelen lezen. Doorbreek de bubbel vanaf €4.99/maand.

Ik neem ook een abonnement

Was de Engelse koning Richard III nu een gewetenloze kindermoordenaar of een nobele mensenvriend? In The Lost King van veteraan Stephen Frears gaat ene Philippa Langley op zoek naar de verloren gewaande lichamelijke resten van die beruchte koning en wil hem in ere herstellen.

De Belgische Hitler of…

Je zou de status van Richard III kunnen vergelijken met die van onze koning Leopold II. Was Leopold II de Belgische Hitler, tussen 1880 en 1910 verantwoordelijk voor de halvering van de bevolking van Congo-Vrijstaat, een gebied 76 keer groter dan België? Gerechtvaardigd met het argument dat de Arabische slavernij zou worden bestreden en de Belgen het beschavingsniveau van Afrika zouden verhogen, stonden er tijdens de Congolese Holocaust twee dingen centraal: de ivoorhandel en de exploitatie van rubber. De afgehakte handen werden daarbij het symbool voor een koning die 23 jaar lang verantwoordelijk was voor tien miljoen doden.

Door Leopold II staat België in Sunday Roast News op de vierde plaats als land met het brutaalste beleid. In eigen land was hij een soort Jeffrey Epstein avant la lettre die fortuinen besteedde aan minderjarige meisjes. En hij had een affaire met de zestienjarige Parijse prostituee Blanche Delacroix, die na de dood van Leopolds vrouw zijn echtgenote en ook zijn erfgename werd. Dat geloven we nu, anno 2023.

Een visionaire held met ambitie

Stel nu dat er in 2123 een toneelstuk verschijnt dat het volgende verdedigt: het verlies aan mensenlevens in het voormalig Belgisch Congo kunnen wij toeschrijven aan een combinatie van hongersnood, ziekten en dalende geboorten. De meeste schattingen zijn tussen de drie en vijf miljoen, geen tien miljoen. Racisme was toen de norm en fouten moet je ‘in hun tijd’ zien, door de ogen van de blanke van toen: zwarten werden immers als wilden beschouwd, als untermenschen. Trouwens, Britse, Franse en Duitse kolonies deden het niet beter.

Leopold II was een visionaire held met ambitie en een meer dan gezonde seksuele appetijt! Dankzij deze Koning-Bouwheer werden de inkomsten van zijn kolonie gebruikt voor de bouw van musea, dierentuinen, culturele instellingen en spoorwegen. Het Afrika Museum in Brussel en het mooiste station ter wereld, Antwerpen-Centraal, hebben we te danken aan deze weldoener. Wat die handjes betreft, dat vond hij zelf idioot. ‘Ze mogen van mij alles afsnijden, maar niet de handen. Handen zijn het enige wat ik daar nodig heb.’

De meest verguisde Engelse koning of…

Wel, iets gelijkaardigs was aan de hand met de Engelse koning Richard III (1452-1485), de bultenaar, een van de meest verguisde koningen uit de Engelse geschiedenis. Hij stond bekend als een wreedaard en moordenaar, die om de kroon te bemachtigen, zijn eigen neefjes, de twaalfjarige Edward en de tienjarige Richard zou hebben laten vermoorden in de Tower van Londen.

Die negatieve perceptie komt van Richards politieke tegenstanders, de Tudors, én vooral van het beeld dat Shakespeare van hem schilderde in zijn toneelstuk Richard III, geschreven honderd jaar na Richards dood. De vileine, gebochelde kindermoordenaar Richard III stierf in de Slag bij Bosworth in 1485, en was daarmee de laatste Engelse koning die sneuvelde op een slagveld. Volgens Shakespeare met de woorden ‘A horse, a horse, my kingdom for a horse‘ op zijn lippen. Het is een van de bekendste Shakespeare-citaten geworden, zo bekend dat twee jaar geleden in Londen betogers voor betere huisvesting rondliepen met een bord met daarop een dreigement aan hun langst regerende koningin: ‘A house, a house, your kingdom for a house!

Of Richard nu zo’n onmens was en of zijn sadistische exploten al dan niet historisch correct waren, bleek voor Shakespeare onbelangrijk: op de planken werkte het. Dat maakt Shakespeare nu precies zo universeel. Richard III zou zijn paardenwens kunnen geuit hebben maar voor historici, echter, staat alleen vast dat de koning, meer dan vijfhonderd jaar geleden, aan zijn einde kwam door verwondingen aan het hoofd, waarschijnlijk aangebracht door een zwaard of een hellebaard. Dat paard kreeg hij uiteindelijk toch, want Richards lijk werd naakt op een paard gelegd en van het slagveld naar de stad Leicester gereden om te tonen dat hij echt dood was.

Een edelmoedige koning

Hoe weten we dat vandaag? Omdat het verloren gewaande lichaam van Richard III in 2012 gevonden werd onder een parkeerplaats in Leicester, waar met veel ceremonie Richards resten werden bijgezet in de kathedraal. Acteur Benedict Cumberbatch, zelf een verre neef van Richard III, droeg omwille van die verwantschap een gedicht voor tijdens de herbegraving.

Volgens geschiedkundigen is Richards naam veel onrecht aangedaan door zijn opvolgers. Die waren erbij gebaat hem zo donker mogelijk af te schilderen, zoals de sadistische karikatuur die William Shakespeare een eeuw later van hem neerzette. Shakespeares beschermster was nu eenmaal koningin Elizabeth I en om haar ter wille te zijn, wilde de Bard ook wel eens de historische waarheid naar haar hand zetten. Ondertussen staat vast dat Richard III een edelmoedig man was, loyaal aan zijn idealen en aan zijn vrienden. Geen machtswellusteling, dus.

Waarheid of legende

Jammer, want ik hou van die gewetenloze psychopaat die een ereplaats krijgt tussen Shakespeares strafste slechteriken, samen met Jago uit Othello en Aaron uit Titus Andronicus. Richard III is de meest charismatische schurk van de drie: achterbaks, ongevoelig, roekeloos en geen greintje empathie voor anderen. Wie verleidt nu een vrouw op de begrafenis van haar echtgenoot en geniet bovendien nog van zijn eigen boosaardigheid en sluwheid?

Wat Shakespeares superschurken denken, weten we altijd via hun alleenspraken, de beroemde ‘soliloquies’. Jago vertelt ons ‘I am not what I am‘. (‘Ik ben niet wat ik ben’) Aaron heeft duizenden moorden gepleegd en heeft maar van één ding spijt: ‘That I cannot do ten thousand more.‘ En reeds in de openingsscène bekent Richard: ‘Since I cannot prove a lover, I am determined to prove a villain.‘ Richard III mag dan uiteindelijk een fijne vent, zonder bochel, geweest zijn, maar geef mij maar de vileine, gebochelde psychopaat en gewetenloze kindermoordenaar. ‘

Als je kan kiezen tussen waarheid en legende, kies dan de legende’, wist The Man Who Shot Liberty Valence ons al te vertellen. Wanneer Shakespeare afdaalt in het ‘heart of darkness‘ van zijn ‘villains’, dan zijn het de diepste krochten van de menselijke ziel. Die geven ons een intense kijk op de duistere kant van ons menszijn. Het zijn geen ééndimensionale maar complexe personages die altijd menselijk herkenbaar zijn als machtswellustelingen. Dat Richard toch nog de sympathie van de toeschouwer krijgt, ligt vooral aan zijn fysieke deformatie en zijn humor.

What would improve things at work? A penis!

Het is met die cynische humor dat Philippa Langley, ontwapenend vertolkt door Sally Hawkins, kennismaakt tijdens de vertoning van Richard III, Shakespeare’s op een na langste stuk. Philippa is een gescheiden moeder met twee zonen die ze samen met haar ex (Steve Coogan) opvoedt. Op haar werk wordt ze ondergewaardeerd en gezien als een kantoormuis. Wat ze mist, zegt ze zelf, is ‘een penis’. Als vrouw neemt men haar niet ernstig, zeker niet als ze als amateurhistorica / archeologe aan haar zoektocht naar de begraafplaats van Richard III begint. Eens gevonden, eisen de academici van de universiteit van Leicester, mannen natuurlijk, haar bevindingen op. Gretig plukken zij, zonder scrupules, de vruchten van haar zoektocht.

De enige man die haar juist inschat en volledig vertrouwt is koning Richard III zelf. Althans, zijn geest, stoïcijns vertolkt door Harry Lloyd. Zoals Hamlet, Macbeth en Brutus met respectievelijk de geesten van vader Hamlet en vermoorde vrienden Banquo en Julius Caesar geconfronteerd worden, zo leidt de geest van Richard III Philippa Langley naar de begraafplaats, de grootste archeologische vondst in de recente Britse geschiedenis.

Ik zal me als schurk bewijzen

Wanneeer Philippa met haar oudste zoon naar Shakespeares meest opgevoerde koningsdrama Richard III gaat kijken, raakt zij vanaf het begin gebiologeerd door Richards beroemde soliloquy (alleenspraak) waarin hij op een schalkse manier vol woordspelingen zijn duivelse plannen prijsgeeft: ‘Now is the winter of our discontent, Made glorious summer by this so(u)n of York.‘ (‘Nu werd de winter van ons ongenoegen, Een heldere zomer door deze zo(o)n van York.’) ‘Maar ik, die ruw gevormd ben, Mismaakt, onafgewerkt, te vroeg afgeleverd in deze wereld voor mijn eerste ademteug, Nog maar half opgebouwd, zo lelijk dat honden, als ’k voorbij hink, naar mij blaffen; En daarom, omdat een leven als minnaar, Voor mij niet is weggelegd, Zal ik me als schurk bewijzen.’

Feelgood met feministische touch

The Lost King werd geregisseerd door de 81-jarige Stephen Frears, de Britse cineast van onder meer My Beautiful Laundrette, Dangerous Liaisons en The Queen, hier opnieuw verenigd met het schrijversduo Steve Coogan en Jeff Pope van Philomena. Het scenario is gebaseerd op het boek The King’s Grave: The Search for Richard III van Philippa Langley. Een waar gebeurd verhaal met twee hoofdthema’s: de zoektocht van Philippa én haar ‘underdog story’: een verhaal over desinformatie en seksisme. Wie vermoedt dat een film over archeologie triest en saai hoort te zijn, kent Stephen Frears niet.

Het is een typisch Britse, humoristische, feelgood-film geworden met een vrouwvriendelijke boodschap: zeg niet te gauw, ’t is maar een vrouw. Philippa mag dan wel aanvankelijk denken dat de R op de parking Richards graf aanduidt terwijl het gewoon verwijst naar gereserveerde plaatsen, Reserved. Maar haar intuïtie zegt haar toch dieper te graven. Was het niet de Bard zelf die ooit zei: ‘Do you not know I am a woman? When I think, I must speak.‘ (As you like it, III.ii.226)

Karel Deburchgrave is filmrecensent en voorzitter van het filmtijdschrift Filmmagie (vroeger Film en Televisie). Hij is filmdocent in diverse filmmusea en cultuurcentra in Vlaanderen en Nederland. Hij studeerde Germaanse filologie (UFSIA en KU Leuven) en is Fulbright alumnus van de Universiteit in Minneapolis-St. Paul.

Commentaren en reacties