fbpx


Buitenland
Tunesië

Toekomst van Tunesië blijft onzeker

Ondanks relatief succes Arabische Lente blijft Tunesië met enorme problemen kampen


Ten gevolge van de zogenaamde Arabische Lente moest de Tunesische dictator Ben Ali in 2011 opkrassen. Sedertdien wordt het land algemeen gecatalogeerd als het enige Arabische land waar de Arabische Lente gelukt zou zijn en een overgang mogelijk heeft gemaakt. Zo niet naar democratie, dan toch naar behoorlijk meer democratie. Maar de uitdagingen waarmee het land geconfronteerd wordt zijn enorm. En of de doorsnee Tunesiër gelukkiger is dan pakweg 10 jaar geleden? Niemand die er zijn hoofd op durft te verwedden.

Economische crisis

Op economisch vlak is de levensstandaard van de doorsnee Tunesiër niet verbeterd. Terwijl het toch in de eerste plaats economische redenen waren die aan de grondslag lagen van de revolte van 2011. Er heerst momenteel een economische crisis in het land. En door de maatregelen tegen het coronavirus zijn volgens werkgeversfederatie UTICA al tienduizenden Tunesiërs hun job kwijtgeraakt. Het zal wellicht niemand verbazen dat corona ook toeslaat in dit land. Tunesië signaleerde tot nu toe 27.000 gevallen van corona. 400 mensen overleden. Dat oogt niet dramatisch hoog, maar of er evenveel getest wordt als pakweg in België, en of alle overledenen ten gevolge van corona ook geregistreerd worden als corona-overlijdens, is lang niet zeker.

Het officiële werkloosheidscijfer bedraagt nu 18%. Tegen nieuwjaar wordt dat iets meer dan 20%. Het reële werkloosheidscijfer ligt volgens critici echter nog veel hoger. Een derde van de kmo’s lopen het risico failliet te gaan. Het bruto nationaal product (bnp) daalde in het tweede kwartaal van 2020 met 21,6%. De toeristische industrie, die heel belangrijk is voor Tunesië, ligt op apegapen. De staatsschuld loopt de spuigaten uit. En de leningen die het land is aangegaan bij het IMF (Internationaal Monetair Fonds), moeten uiteraard ooit terugbetaald worden. Daarbovenop vreest men voor een nieuwe stijging van de inflatie. Maar Tunesië kampt met nog meer problemen. Zo kan het militaire conflict in buurland Libië voor instabiliteit zorgen. Ook de bemoeienissen van Turkije en een aantal Golfstaten in Noord-Afrika worden met argusogen bekeken.

Technocratische regering

Vorige maand werd een zogenaamde technocratische regering geïnstalleerd om de sociaaleconomische problemen te lijf te gaan. 17 van de 32 ministerposten worden bekleed door ministers die geen partijlidkaart hebben. Vele mensen zijn echter sceptisch. Een vergelijkbaar experiment in Libanon was immers niet echt een succes. Sedert 2 september (nauwelijks een maand geleden dus) is Hichem Mechichi eerste minister, een man met een indrukwekkend cv. Hij behoort tot Ettakatoul, een sociaaldemocratische partij. Sedert oktober 2019 is Kais Saied president, een gerespecteerd jurist. Van hem staat bekend op slechte voet te leven met Rachid Ghannouchi, de leider van Ennahda.

Coalities verhinderen re-islamisering

Met zijn 11,5 miljoen inwoners is Tunesië vergelijkbaar met België. De oppervlakte bedraagt echter 163.610km2, terwijl dat in België slechts 30.000km2 is. En terwijl het bnp per hoofd van de bevolking in België 46.600 dollar bedraagt, moet de gemiddelde Tunesiër zich tevreden stellen met 11.900 dollar. In 1956 werd het land onafhankelijk van Frankrijk, waarna president Habib Bourguiba een autoritaire, ‘modernistische’ en ‘seculiere’ politiek voerde. Zo hebben de vrouwen in Tunesië duidelijk meer rechten dan in de rest van de Arabische en islamitische wereld.

In 1987 nam diens eerste minister Zine El Abidine Ben Ali de macht over op een niet al te koosjere manier. Hij vormde het land om in een harde dictatuur waarbij corruptie en zware schendingen van de mensenrechten schering en inslag waren. De Rassemblement Constitutionnel Démocratique (RCD), de partij van despoot Ben Ali, was lid van de Socialistische Internationale, dezelfde internationale waartoe ook de Belgische partijen sp.a en PS behoren. Na de vlucht van Ben Ali naar Saoedi-Arabië, en het enthousiasme in Tunesië, de Arabische wereld en Europa voor de Arabische Lente, hebben de internationale socialisten dan maar beslist het lidmaatschap van de RCD te annuleren.

Bij de eerste democratische verkiezingen na de val van Ben Ali kwam de uitgesproken islamitische partij Ennahda (‘hergeboorte’) met 37% als grootste partij uit de bus. Omdat zij verplicht was coalities te sluiten met andere partijen, heeft zij niet alleen kunnen regeren. Daardoor voerde ze geen politiek van ‘re-islamisering’, zoals gebeurde in Egypte onder het beleid van Mohamed Morsi. In 2014 kwam er een nieuwe grondwet. In hetzelfde jaar werd Beji Caid Essebsi, oprichter van de Nida Tounis-partij, president. De man overleed in 2019.

Aangeboden door de Vrienden van Doorbraak


steun doorbraak

Dit artikel wordt u aangeboden door de Vrienden van Doorbraak

Door een jaarlijkse of maandelijkse bijdragen financieren de Vrienden van Doorbraak de publicatie van de gratis toegankelijke artikels op doorbraak.be. Onze vrienden krijgen ook korting in de Doorbraak winkel en exclusieve uitnodigingen.

Hartelijk dank voor uw steun als Vriend van Doorbraak.

Lieven Van Mele

Lieven Van Mele is Midden Oosten-reiziger en volgt sedert de jaren '90 de actualiteit in de Arabische wereld en het fenomeen van de islamisering in de islamitische wereld en het Westen.