Multicultuur & samenleven

Tussen taboe en fobie

Samenleven in Vlaanderen

De vraag hoe samenleven lukt in een gefragmenteerde, zeer snel evoluerende en – laten we dat ook maar vaststellen – ongeduldige samenleving, is niet eenvoudig te beantwoorden. De grens van de tolerantie tegenover de radicale vleugels aan beide zijden bepalen, is een moeilijke oefening. Gaat het over allochtonen of toch vooral moslims? Beweren dat alle moslims één monoliet blok vormen, klopt niet met de feiten. Ontkennen dat er een grote groepsdruk bestaat binnen diezelfde islamgemeenschap, is al even onzinnig. Toch zijn er signalen dat de ruimte voor dialoog kan groeien.

‘Helft Vlamingen houdt niet van migranten’, kopt De Morgen van 26 november 2013. Dat heeft de studiedienst van de Vlaamse regering ontdekt en beschreven in de deze week bekend gemaakte Vlaamse Migratie- en Integratiemonitor. De sfeer daarover werd gezet door die krant die de monitor als eerste kon inzien. Wat bleef hangen: wit Vlaanderen keert zich af van gekleurd Vlaanderen.

Inwijking maakt bang

Veel aarde brengt zo’n studie natuurlijk niet aan de dijk want dat verhaal mag intussen wel genoegzaam bekend geacht worden. Migranten (zo heet die groep mensen nu opnieuw bij De Morgen) kunnen er uit halen dat ze in Vlaanderen toch geen kansen krijgen door de hardnekkige discriminatie vanwege inheemsen tegenover al wie elders wortelt. Ze kunnen het net zo goed laten om de hand aan de ploeg te slaan, want botsen toch op ondoordringbare muren van afwijzing.

Autochtone Vlamingen zullen opmerken hoe bevooroordeeld dergelijke studies zijn. Hoeveel procent van de migranten houdt van de oorspronkelijke Vlamingen? Hoeveel procent van de moslims vindt ‘onze’ cultuur een bedreiging voor hun godsdienst? Hoeveel procent moslims zou het graag hebben dat hun dochter met een niet-moslim trouwt? We hebben het raden naar de antwoorden want daar wordt niet naar gepeild of toch zeker geen publieke heisa rond gemaakt. Dus kunnen de met de vinger gewezen Vlamingen zich mokkend in de hoek terugtrekken en besluiten dat de allochtonen weer eens de slachtoffers zijn en de ‘witten’ de daders. Van clichés gesproken.

Uiteraard is massale inwijking niet per definitie verrijkend en uiteraard maakt die mensen bang en uiteraard bemoeilijkt die het samenleven. Maar als de analyse van wit Vlaanderen daar stopt, komen we niet verder dan een klachtenlitanie, vergelijkbaar met die van de allochtone calimero’s die zo veelvuldig in de media aan bod komen. Enig begrip voor het feit dat vreemd terughoudend maakt en erkenning dat het in alle groepen zo is, helpt anderzijds om wat verder te komen dan beschuldigingen.

Maar ook al lijkt de studie bevooroordeeld, onjuist is ze niet. Dus gemakkelijk komen de oorspronkelijken er toch niet van af. Vele autochtone Vlamingen blijven het, om diverse redenen, heel erg moeilijk hebben met de in sommige wijken massale aanwezigheid van allochtone Vlamingen én wijzen hen op allerhande manieren af. Ook zonder studies volstaat een koppel functionerende oren om dat vast te stellen. Even surfen op sociale media, meer is niet nodig. Veel vooruitgang in de verstandhouding wordt er schijnbaar niet meer geboekt en soms heeft het er alle schijn van dat de toestand hopeloos moet genoemd worden. Samenleven tussen de zichzelf opsluitende bevolkingsgroepen die alleen maar wederzijdse argwaan koesteren, zit er blijkbaar niet meer in.

Bruggenbouwers en bruggenhoofden

Het optimisme dat bleek uit een tweet van Yamila Idrissi, Vlaams parlementslid voor SP.A, was op het eerste gezicht dan ook aandoenlijk. ‘We hebben vandaag bruggenbouwers nodig. Er is nog altijd 50% vd Vlamingen die geen problemen heeft met buur van “vreemde’ afkomst’, gooide ze de twitterwereld in. Het is natuurlijk ook een manier van lezen. Een meerderheid van 60% van de Vlamingen zegt niet dat moslims een bedreiging zijn voor onze cultuur, 55% wil niet alleen mensen van Belgische afkomst in de wijk, 53% gelooft niet dat migranten komen profiteren van de sociale zekerheid. Te weinig? Ze vormen alleszins meerderheden die bruggenhoofden kunnen vormen, om in de beeldspraak van Idrissi te blijven.

Dat veel Vlamingen wel open staan voor nieuwkomers, blijkt ook voldoende in de media. Sommigen willen daar zelfs heel erg ver in gaan. Maar waar blijven de bruggenhoofden aan de zijde van de nieuwe Vlamingen, wordt dikwijls gevraagd? In een interview voor Doorbraak klonk het ook bij Samira Azeroual: ‘Ik mis een aanspreekpunt voor gematigde moslims’. Met de term ‘gematigde moslims’ stoot je al meteen twee groepen voor de borst. Fundamentalistische moslimskringen en radicale moslimcritici zijn het er over eens dat er maar één islam bestaat, dat het één monolitisch blok betreft. De fundamentalisten, niet weinig in getal, voeden trouwens het discours van de ook talrijke radicale moslimcritici.

Yamila Idrissi nodigde onlangs in Brussel Rachid Benzine uit, een Franse islamoloog van Marokkaanse oorsprong die er met zijn atletische gestalte eerder uitziet als een kickboxer. Logisch, want dat was hij ook, kickboxer. Maar hij heeft meer in z’n mars dan een sterke uppercut in de sportzaal. Benzine bestudeerde de islam vanaf zijn jeugd en schreef er boeken over waar hij een Europese islam bepleit. Dat niet alle moslims met zijn verhaal kunnen lachen, is wel duidelijk. ‘Het is noodzakelijk dat de islam zich inschrijft in de geografische ruimte Europa’, vindt hij. ‘Een traditie die zich wil afschermen van de ontmoeting met “de andere”, die zich verwijdert van de anderen, die zich onafhankelijk acht, is gedoemd om te sterven’, voegt hij daar aan toe. Benzine vindt het belangrijk dat er een historische lezing komt van de Koran, bekeken binnen de context van de tijd toen die geschreven werd. De zaal in Muntpunt zat afgeladen vol die avond en er volgde een boeiende vragenronde met het in meerderheid islamitische publiek, waaruit veel belangstelling bleek voor het verhaal van Benzine.

Denkbeeldige islam

Knack interviewde hem naar aanleiding van zijn bezoek aan Brussel. ‘Moslims denken namelijk dat ze exact weten wat de islam inhoudt. Maar ze zien de Koran alleen als een heilig boek, waarin alles letterlijk te nemen is, en kunnen de dingen niet in hun historische context plaatsen.(…) Neem de gelijkheid tussen man en vrouw. Je mag niet verlangen van een tekst uit de zevende eeuw om daar iets zinnigs over te zeggen. (…) Heel het leven zit niet in de Koran. (…) De meeste moslims zijn dan ook onwetend over hun eigen traditie.’ Het zijn woorden van Benzine die veel weerstand oproepen, aan alle zijden van het debat. Dat beseft hij ook. ‘Op dit moment kan ik mijn boodschap makkelijker kwijt in landen als Marokko dan in Europa. De moslims hier hebben een denkbeeldige islam geconstrueerd die je onder geen beding ter discussie mag stellen.’

Onder meer omdat de westerse samenlevingen niet echt met de armen open staan, zoeken veel migrantenjongeren heil in een strikte beleving van de religie, als identiteitsfactor. Benzine zet daar tegenover: ‘Wees kritisch en denk voor jezelf.’ Benzine beklemtoont dat moslims het moeilijk hebben in onze samenleving en het gevoel kregen niet aanvaard te worden als volwaardige burgers. ‘Maar moslims moeten ook begrijpen dat westerse samenlevingen bang zijn. En dat te grote zichtbaarheid en dat te veel uiterlijke kentekenen van de islam storend werken en het samenleven niet bevorderen.’ Bezine sluit af met te zeggen dat hij weinig last had van haatmail maar juist heel veel steunbetuigingen ontving toen hij een meisje verdedigde dat in Marokko drie maanden cel kreeg wegens roken tijdens de ramadan.

Meer dan discriminatie alleen

Ook bij Knack, maar dan de elektronische versie, vindt Bilal Benyaich dat discriminatie stevig moet bestreden worden. Benyaich is politicoloog, verbonden onder meer aan de Vrije Universiteit van Brussel. Hij aanvaardt geen nuanceringen wanneer allochtonen botsen op discriminatie, waarvan nog teveel sprake is in ons land. ‘De achterstelling van een groot deel van pakweg de Marokkaanse, Turkse of Congolese Belgen volledig op het conto schrijven van discriminatie zou echter onjuist zijn.’ Benyaich sluit de ogen niet voor de verantwoordelijkheid die ook de allochtone jongeren moeten nemen. In onderwijs en arbeidsmarkt spelen nog andere factoren dan discriminatie om de achterstand te verklaren. ‘Ja, discriminatie moet worden bestreden als ware het de enige oorzaak van achterstelling. Maar, Belgen met een migratiegeschiedenis moeten ook inzetten op de eigen mogelijkheden, alsof alles ervan afhangt. De combinatie van de twee elementen heet emancipatie.’ Ook Benyaich sluit zich niet gemakzuchtig op in het kamp dat het probleem alleen bij de anderen situeert. Als opiniemakers van allochtone afkomst of aanhangers van de zogenaamde linkse kerk discriminatie tegen migranten aanklagen, dan lokt dat verveeld gegeeuw uit. Leggen ze de vinger ook op wondes die openliggen bij de migranten, dan wordt het verhaal een stuk moediger en geloofwaardiger. Daarom klinkt Luckas Vander Taelens stem tot ver buiten zijn ‘eigen’ kringen (en daarom misschien weer minder in die ‘eigen’ kringen?). Hetzelfde mechanisme speelt uiteraard aan de ‘overzijde’ van het politieke spectrum. Politici en publicisten die zich rechts van het centrum situeren, maken weinig indruk als ze allochtonen op hun verantwoordelijkheden wijzen wanneer ze de ogen sluiten voor discriminatie.

Zo’n Jejoen of Sharia4Belgium waarborgen spectaculair mediamateriaal. Maar daarmee wordt het beeld sterk vertekend. Er staan bruggenhoofden aan beide oevers. Het zou clichés doorbreken als succesrijke Vlamingen met allochtone achtergrond meer op de voorgrond traden en als rolmodel zouden dienen. Steeds meer nieuwe Vlamingen zijn hoog opgeleid en mengen zich in het maatschappelijke debat om te zoeken naar manieren van samenleven. In de politiek gooit een groeiende groep nieuwe Vlamingen hoge ogen. Naast Idrissi zijn er bijvoorbeeld Meyrem Almaci (Groen) of Zuhal Demir (N-VA). Bij CD&V is Nahima Lanjri geen anonieme meeloper. Zij beperken zich als politica’s ook absoluut niet tot het ‘allochtonenthema’. Zo voert Almaci het woord voor Groen in de bankencrisis en is Demir voor haar partij specialist arbeidswetgeving. N-VA deed een sterke zet door Demir, die zich ook profileert op de visie dat allochtone jongeren de geboden kansen moeten grijpen en hun plaats zelfbewust afdwingen, aan te stellen als voorzitter van het Vlaams Agentschap Integratie en Inburgering.

Dat de genoemde politica’s, geen van allen met een uitgesproken moslim-profiel, zeker niet de hele allochtone gemeenschap vertegenwoordigen en soms op stevige kritiek mogen rekenen vanuit die hoek, bewijst alleen maar dat ook die groep geen verstikkende eenheid vormt.

Och, misschien lukt het nog met die ‘opstand van de samenlevers’.

Peter De Roover

Peter De Roover was achtereenvolgens algemeen voorzitter en politiek secreteris van de Vlaamse Volksbeweging , chef politiek van Doorbraak en nu fractievoorzitter voor de N-VA in de Kamer.

steun doorbraak

Wil u graag meer lezen van Peter De Roover?

Doorbraak is een onafhankelijk medium zonder subsidies. We kunnen dit enkel doen dankzij uw financiële steun. Uw steun geeft onze auteurs de motivatie om meer en regelmatiger te schrijven. Steun ons met een kleine bijdrage of word vandaag nog Vriend van Doorbraak.

Ik help Doorbraak groeien.
Doorbraak.be is een uitgave van vzw Stem in het Kapittel i.s.m. Perruptio cvba Hoofdredacteur: Pieter Bauwens Webbeheer: Dirk Laeremans